2008-07-01 | BWBR0015158 | Spoedwet wegverbreding

This commit is contained in:
Coornhert 2008-07-01 12:00:00 +00:00
parent 9ee3273bfc
commit 367ef7052f

View file

@ -95,9 +95,9 @@ c. Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, indien het betrekking
**9.** Artikel 111a van de Wet geluidhinder is van overeenkomstige toepassing op de vaststelling van de geluidsbelasting van het zesde lid.
**10.** Voor zover het plan en het bestemmingsplan niet met elkaar in overeenstemming zijn, geldt het plan voor de uitvoering daarvan als vrijstelling, als bedoeld in artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.
**10.** Voor zover het plan en het bestemmingsplan of de beheersverordening niet met elkaar in overeenstemming zijn, geldt het plan voor de uitvoering daarvan als projectbesluit als bedoeld in artikel 3.29, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening, onderscheidenlijk als besluit als bedoeld in artikel 3.42, eerste lid, van die wet.
**11.** Ten aanzien van het plan is artikel 11, elfde en twaalfde lid, van overeenkomstige toepassing.
**11.** Ten aanzien van het plan is artikel 11, tiende en elfde lid, van overeenkomstige toepassing.
**12.** Op de voorbereiding van het plan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
@ -149,11 +149,11 @@ c. zienswijzen naar voren kunnen worden gebracht door een ieder.
### Artikel 11
**1.** Voor het gebied dat is begrepen in een vastgesteld wegaanpassingsbesluit geldt dat besluit als voorbereidingsbesluit, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.
**1.** Voor het gebied dat is begrepen in een vastgesteld wegaanpassingsbesluit geldt dat besluit als voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 3.7 van de Wet ruimtelijke ordening.
**2.** Ten aanzien van de in de bijlage, onder A, opgenomen wegaanpassingsprojecten geldt voor de bij het wegaanpassingsbesluit behorende zone, bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet geluidhinder, het wegaanpassingsbesluit als voorbereidingsbesluit, bedoeld in artikel 21 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, met dien verstande dat dit slechts geldt met betrekking tot geprojecteerde woningen en andere geluidsgevoelige objecten ten aanzien waarvan de geluidsbelasting vanwege de weg of vanwege binnen de zone van die weg gelegen wegen de waarden die ingevolge de artikelen 87e tot en met 87i van de Wet geluidhinder als ten hoogste toelaatbare waarden worden aangemerkt, te boven zal gaan.
**2.** Ten aanzien van de in de bijlage, onder A, opgenomen wegaanpassingsprojecten geldt voor de bij het wegaanpassingsbesluit behorende zone, bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet geluidhinder, het wegaanpassingsbesluit als voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 3.7 van de Wet ruimtelijke ordening, met dien verstande dat dit slechts geldt met betrekking tot geprojecteerde woningen en andere geluidsgevoelige objecten ten aanzien waarvan de geluidsbelasting vanwege de weg of vanwege binnen de zone van die weg gelegen wegen de waarden die ingevolge de artikelen 87e tot en met 87i van de Wet geluidhinder als ten hoogste toelaatbare waarden worden aangemerkt, te boven zal gaan.
**3.** Voor zover het wegaanpassingsbesluit geldt als voorbereidingsbesluit, is artikel 21, vierde tot en met zesde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening niet van toepassing.
**3.** Voor zover het wegaanpassingsbesluit geldt als voorbereidingsbesluit, is artikel 3.7, vijfde en zesde lid, van de Wet ruimtelijke ordening niet van toepassing.
**4.** Het wegaanpassingsbesluit geldt niet langer als voorbereidingsbesluit indien voor het in het eerste lid bedoelde gebied een bestemmingsplan in overeenstemming met het wegaanpassingsbesluit van kracht is geworden.
@ -163,15 +163,13 @@ c. zienswijzen naar voren kunnen worden gebracht door een ieder.
**7.** Artikel 2 van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken is niet van toepassing.
**8.** Voor zover het wegaanpassingsbesluit en het bestemmingsplan niet met elkaar in overeenstemming zijn, geldt het besluit voor de uitvoering daarvan als vrijstelling, als bedoeld in artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.
**8.** Voor zover het wegaanpassingsbesluit en het bestemmingsplan of de beheersverordening niet met elkaar in overeenstemming zijn, geldt het besluit voor de uitvoering daarvan als projectbesluit als bedoeld in artikel 3.29, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening, onderscheidenlijk als besluit als bedoeld in artikel 3.42, eerste lid, van die wet.
**9.** Voor zover een bestemmingsplan of een ander besluit voor de uitvoering van werken en werkzaamheden een aanlegvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening vereist, geldt zodanige eis niet in het gebied dat is begrepen in een vastgesteld wegaanpassingsbesluit.
**9.** Voor zover een bestemmingsplan, een beheersverordening of een ander besluit voor de uitvoering van werken of werkzaamheden een aanlegvergunning als bedoeld in artikel 3.3, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening vereist, geldt zodanige eis niet in het gebied dat is begrepen in een vastgesteld wegaanpassingsbesluit.
**10.** Voorschriften in een leefmilieuverordening als bedoeld in artikel 9, derde lid, van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing blijven buiten toepassing voor de uitvoering van werken, werkzaamheden en bouwwerken daaronder begrepen de geluidwerende voorzieningen en voor het gebruik van gronden en opstallen ter uitvoering van het wegaanpassingsbesluit, voor zover dat wegaanpassingsbesluit en die voorschriften niet met elkaar in overeenstemming zijn.
**10.** In afwijking van artikel 3.29, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening stelt de gemeenteraad binnen een jaar nadat het wegaanpassingsbesluit onherroepelijk is geworden, het bestemmingsplan overeenkomstig het wegaanpassingsbesluit vast. Artikel 3.13, derde lid, van die wet is van overeenkomstige toepassing.
**11.** De gemeenteraad is verplicht binnen een jaar nadat het wegaanpassingsbesluit onherroepelijk is geworden, het bestemmingsplan overeenkomstig het wegaanpassingsbesluit vast te stellen of te herzien.
**12.** Indien een bestemmingsplan in strijd is met een onherroepelijk wegaanpassingsbesluit en het bestemmingsplan nog niet is aangepast aan het wegaanpassingsbesluit, is het gemeentebestuur verplicht aan degenen die inzage verlangen in zodanig bestemmingsplan, tevens inzage te verlenen in het ten aanzien van het door dat plan bestreken gebied vastgestelde wegaanpassingsbesluit.
**11.** Indien een bestemmingsplan in strijd is met een onherroepelijk wegaanpassingsbesluit en het bestemmingsplan nog niet is aangepast aan het wegaanpassingsbesluit, is het gemeentebestuur verplicht aan degenen die inzage verlangen in zodanig bestemmingsplan, tevens inzage te verlenen in het ten aanzien van het door dat plan bestreken gebied vastgestelde wegaanpassingsbesluit.
### Artikel 12
@ -228,7 +226,7 @@ c. geldt in plaats van artikel 4 van de Belemmeringenwet Privaatrecht dat:
**1.** Voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge van een onherroepelijk wegaanpassingsbesluit, een onherroepelijk besluit ter uitvoering van een wegaanpassingsbesluit als bedoeld in artikel 7, eerste lid, of een onherroepelijk plan als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, en ten aanzien waarvan de vergoeding niet of niet voldoende door aankoop, onteigening of op andere wijze is verzekerd, kent Onze Minister hem op zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.
**2.** Artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening blijft buiten toepassing voor zover de belanghebbende met betrekking tot de schade een beroep doet of kan doen op een schadevergoeding als bedoeld in het eerste lid.
**2.** Afdeling 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening blijft buiten toepassing voor zover de belanghebbende met betrekking tot de schade een beroep doet of kan doen op een schadevergoeding als bedoeld in het eerste lid.
**3.** Onze Minister kan nadere regels geven omtrent de indiening en afhandeling van een verzoek om schadevergoeding.