2003-02-05 | BWBR0010974 | Besluit technische hulpmiddelen bijzondere opsporingsbevoegdheden
This commit is contained in:
parent
9c9bdcbf0c
commit
369f3fd51f
1 changed files with 3 additions and 3 deletions
|
|
@ -91,10 +91,10 @@ b. de periode, bedoeld in het vierde lid, onderdeel b, is verstreken.
|
|||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Indien het technische hulpmiddel voor observatie of het opnemen van vertrouwelijke communicatie niet is goedgekeurd en in gebruik is bij de Binnenlandse Veiligheidsdienst, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, kan de officier van justitie, ingeval het belang van het onderzoek de inzet van het technische hulpmiddel dringend vordert, bepalen dat het technische hulpmiddel zonder voorafgaande technische goedkeuring als bedoeld in dit besluit wordt ingezet. Hij maakt hiervan melding in het bevel. De inzet van een technisch hulpmiddel als bedoeld in de eerste volzin kan uitsluitend plaatsvinden, indien:
|
||||
Indien het technische hulpmiddel voor observatie of het opnemen van vertrouwelijke communicatie niet is goedgekeurd en in gebruik is bij de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002, kan de officier van justitie, ingeval het belang van het onderzoek de inzet van het technische hulpmiddel dringend vordert, bepalen dat het technische hulpmiddel zonder voorafgaande technische goedkeuring als bedoeld in dit besluit wordt ingezet. Hij maakt hiervan melding in het bevel. De inzet van een technisch hulpmiddel als bedoeld in de eerste volzin kan uitsluitend plaatsvinden, indien:
|
||||
|
||||
a. de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hiertoe toestemming heeft gegeven op basis van een daartoe strekkend schriftelijk verzoek van en ondertekend door Onze Minister, gedaan op verzoek van de officier van justitie, en
|
||||
b. het een technisch hulpmiddel betreft dat niet beschikbaar is bij de regionale politiekorpsen, het Korps landelijke politiediensten of bij opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 141, onderdeel c, of artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering.
|
||||
- de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hiertoe toestemming heeft gegeven op basis van een daartoe strekkend schriftelijk verzoek van en ondertekend door Onze Minister, gedaan op verzoek van de officier van justitie, en
|
||||
- het een technisch hulpmiddel betreft dat niet beschikbaar is bij de regionale politiekorpsen, het Korps landelijke politiediensten of bij opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 141, onderdeel c, of artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue