2021-11-11 | BWBR0036752 | Wet windenergie op zee

This commit is contained in:
Coornhert 2021-11-11 12:00:00 +00:00
parent 43a4aa8f75
commit 36ac780321

View file

@ -16,12 +16,14 @@ citeertitel: Wet windenergie op zee
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- *aansluitpunt:* punt waarop een aansluitverbinding wordt aangesloten op een net of op een installatie;
- *kavel:* locatie voor een windpark;
- *kavelbesluit:* besluit waarin een kavel en een tracé voor een aansluitverbinding zijn aangewezen;
- *net:* een net als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Elektriciteitswet 1998;
- *Onze Minister:* Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat;
- *vergunning:* vergunning als bedoeld in artikel 12;
- *windpark:* een samenstel van voorzieningen waarmee elektriciteit met behulp van wind wordt geproduceerd, waarbij onder een samenstel van voorzieningen wordt verstaan alle aanwezige middelen die onderling met elkaar zijn verbonden voor de productie van elektriciteit met behulp van wind.
- *windenergie:* energiedrager die ontstaat na omzetting van wind;
- *windpark:* een samenstel van voorzieningen waarmee windenergie wordt geproduceerd, waarbij onder een samenstel van voorzieningen wordt verstaan alle aanwezige middelen die onderling met elkaar zijn verbonden voor de productie van windenergie.
### Artikel 2
@ -31,9 +33,9 @@ Deze wet is mede van toepassing in de Nederlandse exclusieve economische zone.
### Artikel 3
**1.** Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, een kavelbesluit nemen.
**1.** Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, een kavelbesluit nemen.
**2.** Een kavel kan slechts worden aangewezen binnen gebieden die in het nationaal waterplan, bedoeld in artikel 4.1 van de Waterwet, zijn aangewezen als voor windenergie geschikte gebieden. Het tracé voor de aansluitverbinding tussen het windpark en het aansluitpunt op een net wordt niet verder aangewezen dan tot de laagwaterlijn, bedoeld in de artikelen 1, tweede lid, en 2, eerste lid, van de Wet grenzen Nederlandse territoriale zee.
**2.** Een kavel kan slechts worden aangewezen binnen gebieden die in het nationaal waterplan, bedoeld in artikel 4.1 van de Waterwet, zijn aangewezen als voor windenergie geschikte gebieden. Het tracé voor de aansluitverbinding tussen het windpark en het aansluitpunt wordt niet verder aangewezen dan tot de laagwaterlijn, bedoeld in de artikelen 1, tweede lid, en 2, eerste lid, van de Wet grenzen Nederlandse territoriale zee.
**3.**
@ -43,7 +45,7 @@ a. de vervulling van maatschappelijke functies van de zee, waaronder het belang
b. de gevolgen van een aanwijzing voor derden;
c. het milieu belang, waaronder het ecologisch belang met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 5 en 7;
d. de kosten om een windpark in het gebied te realiseren;
e. het belang van een doelmatige aansluiting van een windpark op een net.
e. het belang van een doelmatige aansluiting van een windpark op een aansluitpunt.
**4.** Op de voorbereiding van een kavelbesluit is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat zienswijzen naar voren kunnen worden gebracht door een ieder.
@ -59,7 +61,7 @@ c. de voorwaarden en beperkingen waaronder is verzekerd dat de natuurlijke kenme
d. de voorwaarden en beperkingen waaronder Onze Minister een vrijstelling als bedoeld in artikel 7 verleent;
e. het belang van een doelmatig ruimtegebruik van een windpark;
f. de termijn waarvoor de vergunning wordt verleend;
g. financiële voorwaarden als bedoeld in de artikelen 10 en 28.
g. financiële voorwaarden als bedoeld in artikel 28.
**2.**
@ -85,11 +87,11 @@ Vervallen
### Artikel 7
**1.** Onze Minister kan in het kavelbesluit vrijstelling verlenen van de verboden, bedoeld in de artikelen 3.1, eerste, tweede, derde en vierde lid, 3.2, eerste en zesde lid, 3.5, eerste, tweede, derde, vierde en vijfde lid, 3.6, eerste en tweede lid, en 3.10, eerste lid, van de Wet natuurbescherming.
**1.** Onze Minister kan in het kavelbesluit vrijstelling verlenen van de verboden, bedoeld in de artikelen 3.1, eerste, tweede en vierde lid, 3.5, eerste, tweede, derde, vierde en vijfde lid, en 3.10, eerste lid, van de Wet natuurbescherming.
**2.** Een vrijstelling van de verboden, bedoeld in de artikelen 3.1, eerste, tweede, derde of vierde lid, of 3.2, eerste of zesde lid, van de Wet natuurbescherming wordt slechts verleend indien is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 3.3, vierde lid, van die wet en aan het kavelbesluit de voorschriften, bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, van die wet, worden verbonden.
**2.** Een vrijstelling van de verboden, bedoeld in artikel 3.1, eerste, tweede of vierde lid, van de Wet natuurbescherming wordt slechts verleend indien is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 3.3, vierde lid, van die wet en aan het kavelbesluit de voorschriften, bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, van die wet, worden verbonden.
**3.** Een vrijstelling van de verboden, bedoeld in de artikelen 3.5, eerste, tweede, derde, vierde of vijfde lid, of 3.6, eerste of tweede lid, van de Wet natuurbescherming wordt slechts verleend indien is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 3.8, vijfde lid, van die wet.
**3.** Een vrijstelling van de verboden, bedoeld in artikel 3.5, eerste, tweede, derde, vierde of vijfde lid, van de Wet natuurbescherming wordt slechts verleend indien is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 3.8, vijfde lid, van die wet.
**4.** Een vrijstelling van de verboden, bedoeld in de artikelen 3.10, eerste lid, van de Wet natuurbescherming wordt slechts verleend indien is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, in samenhang met artikel 3.8, vijfde lid, van die wet.
@ -101,7 +103,7 @@ Hoofdstuk 1, afdeling 2, van de Crisis- en herstelwet is van overeenkomstige toe
### Artikel 9
**1.** Om te voorkomen dat een locatie, waarvoor een kavelbesluit wordt voorbereid, minder geschikt wordt voor de verwezenlijking van windparken kan Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, voor die locatie een voorbereidingsbesluit nemen.
**1.** Om te voorkomen dat een locatie, waarvoor een kavelbesluit wordt voorbereid, minder geschikt wordt voor de verwezenlijking van windparken kan Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, voor die locatie een voorbereidingsbesluit nemen.
**2.**
@ -120,19 +122,21 @@ b. het gebruik van werken te wijzigen.
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de verhaalbare kostensoorten.
**3.** De bedragen ter vergoeding van de kosten worden vastgesteld in het kavelbesluit.
**3.** De bedragen ter vergoeding van de kosten worden vastgesteld bij ministeriële regeling.
### Artikel 11
**1.**
Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, kan een kavelbesluit wijzigen of geheel of gedeeltelijk intrekken indien:
Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, kan een kavelbesluit wijzigen of geheel of gedeeltelijk intrekken indien:
a. gedurende drie achtereenvolgende jaren na het onherroepelijk worden van een kavelbesluit geen vergunning voor de kavel wordt verleend;
b. indien zich omstandigheden of feiten voordoen waardoor de handeling of handelingen waarvoor het kavelbesluit is genomen niet langer toelaatbaar worden geacht met het oog op de in artikel 3 bedoelde doelstellingen en belangen;
c. indien een voor Nederland verbindend verdrag of besluit van een volkenrechtelijke organisatie dan wel een wettelijk voorschrift ter uitvoering daarvan daartoe verplicht.
b. zich omstandigheden of feiten voordoen waardoor de handeling of handelingen waarvoor het kavelbesluit is genomen niet langer toelaatbaar worden geacht met het oog op de in artikel 3 bedoelde doelstellingen en belangen;
c. een voor Nederland verbindend verdrag of besluit van een volkenrechtelijke organisatie dan wel een wettelijk voorschrift ter uitvoering daarvan daartoe verplicht;
d. nog geen vergunning voor de kavel is aangevraagd en de wijziging van ondergeschikte aard is;
e. het tijdvak, bedoeld in artikel 15, eerste lid, wordt verlengd.
**2.** De artikelen 3, vierde lid, 4, eerste lid, 5 en 7 zijn van overeenkomstige toepassing op een wijziging van een kavelbesluit.
**2.** De artikelen 3, derde en vierde lid4, eerste lid, 5 en 7 zijn van overeenkomstige toepassing op een wijziging van een kavelbesluit.
**3.** Tot intrekking van een kavelbesluit wordt niet overgegaan voor zover kan worden volstaan met wijziging of aanvulling van de aan het kavelbesluit verbonden regels en voorschriften.
@ -144,6 +148,28 @@ c. indien een voor Nederland verbindend verdrag of besluit van een volkenrechtel
Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister een windpark te bouwen of te exploiteren in de Nederlandse territoriale zee of de Nederlandse exclusieve economische zone.
### Artikel 12a
**1.** Een aanvraag om een vergunning wordt ingediend met gebruikmaking van een middel, dat door Onze Minister beschikbaar wordt gesteld.
**2.** Een aanvraag om een vergunning wordt ingediend binnen de bij ministeriële regeling vastgestelde aanvraagperiode.
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen twee of meer kavels worden aangewezen waarvoor een gebundelde aanvraag kan worden ingediend.
**4.**
Een aanvraag bevat in ieder geval:
a. een ontwerp voor het windpark;
b. een tijdschema voor de bouw en exploitatie van het windpark;
c. een raming van de kosten en opbrengsten;
d. een lijst met de bij de bouw en exploitatie van het windpark betrokken partijen;
e. een beschrijving van de kennis en ervaring van de betrokken partijen.
**5.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de wijze waarop een aanvraag wordt ingediend en over de gegevens en bescheiden die bij de aanvraag worden overgelegd.
**6.** Voor de behandeling van aanvragen om een vergunning worden kosten in rekening gebracht bij de aanvrager. Onze Minister stelt bij ministeriële regeling de hoogte van de kosten vast.
### Artikel 13
Onze Minister verleent geen vergunning voor:
@ -160,12 +186,31 @@ Een vergunning kan slechts worden verleend indien op grond van de aanvraag voldo
a. uitvoerbaar is;
b. technisch haalbaar is;
c. financieel haalbaar is;
d. gestart kan worden binnen vier jaar na de datum waarop de vergunning onherroepelijk is geworden;
d. gestart kan worden binnen een bij ministeriële regeling te bepalen periode;
e. economisch haalbaar is binnen het in de vergunning bepaalde tijdvak;
f. voldoet aan het kavelbesluit.
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de beoordelingscriteria, bedoeld in het eerste lid.
**3.** Onze Minister beslist tevens afwijzend op een aanvraag indien de aanvraag niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens de artikelen 12a, eerste, tweede, vierde, vijfde en zesde lid en 14a, derde en vierde lid.
### Artikel 14a
**1.**
De verlening van een vergunning geschiedt met de toepassing van de:
a. procedure met subsidieverlening,
b. procedure van een vergelijkende toets,
c. procedure van een vergelijkende toets met financieel bod, of
d. procedure van een veiling.
**2.** Bij ministeriële regeling wordt, na overleg met Onze Minister van Financiën, bepaald welke procedure of procedures worden toegepast. Voorafgaand aan de keuze welke procedure of procedures worden toegepast, onderzoekt Onze Minister de marktcondities.
**3.** Indien aanvragen voor een vergunning voor meerdere procedures kunnen worden ingediend, wordt bij ministeriële regeling, na overleg met Onze Minister van Financiën, bepaald in welke volgorde de behandeling van de aanvragen plaatsvindt. Bij ministeriële regeling kan, na overleg met Onze Minister van Financiën, worden bepaald dat een aanvrager uitsluitend voor één procedure een aanvraag kan indienen.
**4.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald wanneer sprake is van één aanvraag.
### Artikel 15
**1.**
@ -176,7 +221,7 @@ a. voor welk tijdvak de vergunning geldt;
b. voor welk kavel de vergunning geldt;
c. binnen welke tijdvakken nadat de vergunning onherroepelijk is geworden, de in de vergunning aangegeven activiteiten dienen te worden verricht.
**2.** Het tijdvak, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, is passend bij de te verwachten levensduur van een windpark en het specifieke gebied waarop de vergunning betrekking heeft, maar ten hoogste 30 jaar.
**2.** Het tijdvak, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, is passend bij de te verwachten levensduur van een windpark en het specifieke gebied waarop de vergunning betrekking heeft, maar ten hoogste 40 jaar.
**3.** Onze Minister kan aan een vergunning voorwaarden en voorschriften verbinden.
@ -184,6 +229,22 @@ c. binnen welke tijdvakken nadat de vergunning onherroepelijk is geworden, de in
**5.** Het is verboden te handelen in strijd met de vergunning, de daaraan verbonden voorwaarden en voorschriften, alsmede de ontheffing, bedoeld in het vierde lid, en de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen.
### Artikel 15a
**1.** De vergunning wordt onder de opschortende voorwaarde verleend dat de houder van een vergunning als zekerheid voor de bouw van een windpark op zee een waarborgsom of een bankgarantie heeft verstrekt.
**2.**
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over:
a. de hoogte van de waarborgsom of de bankgarantie;
b. de termijn waarbinnen de waarborgsom of de bankgarantie moet zijn verstrekt;
c. de periode waarvoor de waarborgsom of de bankgarantie moet worden verstrekt.
**3.** Indien niet tijdig aan de krachtens het tweede lid gestelde voorwaarden is voldaan, wordt de vergunning voor de desbetreffende kavel verleend aan de aanvrager die als eerstvolgende voor verlening van de vergunning in aanmerking komt.
**4.** De waarborgsom of de bankgarantie wordt tot een bij ministeriële regeling te bepalen hoogte verbeurd indien een houder van een vergunning de in de vergunning aangegeven activiteiten niet binnen de desbetreffende tijdvakken heeft verricht.
### Artikel 16
**1.** De houder van een vergunning kan de vergunning met schriftelijke toestemming van Onze Minister op een ander doen overgaan.
@ -192,6 +253,8 @@ c. binnen welke tijdvakken nadat de vergunning onherroepelijk is geworden, de in
**3.** Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op een aanvraag om een besluit houdende toestemming tot de overdracht van de vergunning, bedoeld in het eerste lid.
**4.** Indien de termijn voor het stellen van een zekerheid als bedoeld in artikel 15a nog niet is verstreken, verleent Onze Minister geen toestemming indien de beoogde vergunninghouder geen zekerheid heeft gesteld die voldoet aan het bepaalde bij of krachtens artikel 15a.
### Artikel 17
**1.**
@ -236,19 +299,15 @@ b. als de houder een rechtspersoon is, met ingang van de dag na die waarop de re
### Artikel 19
Deze paragraaf is van toepassing indien subsidie op grond van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies kan worden verleend.
Vervallen
### Artikel 20
**1.** Aanvragen om een vergunning worden ingediend in de periode waarin een aanvraag voor subsidie kan worden ingediend.
**2.** De aanvraag voldoet aan de eisen van artikel 14 en aan de eisen die aan het aanvragen van de subsidie worden gesteld.
**3.** Voor de behandeling van aanvragen om een vergunning worden kosten in rekening gebracht bij de aanvrager. Onze Minister stelt bij ministeriële regeling de hoogte van de kosten vast.
In aanvulling op artikel 14, derde lid, wijst Onze Minister een aanvraag af indien deze niet voldoet aan de eisen die aan het aanvragen van de subsidie worden gesteld.
### Artikel 21
**1.** Indien meerdere aanvragen voldoen aan de artikelen 14 en 20, verleent Onze Minister de vergunning aan de aanvrager aan wie subsidie wordt verleend.
**1.** Onze Minister verleent de vergunning aan de aanvrager aan wie subsidie wordt verleend.
**2.** Onze Minister beslist op aanvragen gelijktijdig met de beslissing op de aanvragen voor subsidie.
@ -256,49 +315,94 @@ Deze paragraaf is van toepassing indien subsidie op grond van een algemene maatr
### Artikel 22
Deze paragraaf is van toepassing indien geen subsidie op grond van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies wordt verleend.
Vervallen
### Artikel 23
**1.** Aanvragen om een vergunning worden ingediend binnen de bij ministeriële regeling vastgestelde aanvraagperiode.
**2.**
Een aanvraag bevat in ieder geval:
a. een ontwerp voor het windpark;
b. een tijdschema voor de bouw en exploitatie van het windpark;
c. een raming van de kosten en opbrengsten;
d. een raming van de maatschappelijke kosten;
e. een inventarisatie en analyse van de risicos;
f. een beschrijving van de maatregelen ter borging van de kostenefficiëntie;
g. een lijst met de bij de bouw en exploitatie van het windpark betrokken partijen;
h. een beschrijving van de kennis en ervaring van de betrokken partijen.
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de wijze waarop een aanvraag wordt ingediend en over de gegevens en bescheiden welke bij de aanvraag worden overgelegd.
**4.** Voor de behandeling van aanvragen om een vergunning worden kosten in rekening gebracht bij de aanvrager. Onze Minister stelt bij ministeriële regeling de hoogte van de kosten vast.
Vervallen
### Artikel 24
**1.** Indien meerdere aanvragen voldoen aan de artikelen 14 en 23, verleent Onze Minister de vergunning aan de aanvrager van wie de aanvraag het hoogst is gerangschikt.
**1.** Onze Minister verleent de vergunning aan de aanvrager van wie de aanvraag het hoogst is gerangschikt.
**2.**
Onze Minister betrekt bij de rangschikking:
Onze Minister betrekt bij de rangschikking in ieder geval:
a. de kennis en ervaring van de betrokken partijen;
b. de kwaliteit van het ontwerp voor het windpark;
c. de capaciteit van het windpark;
d. de maatschappelijke kosten;
e. de kwaliteit van de inventarisatie en analyse van de risicos;
f. de kwaliteit van de maatregelen ter borging van kostenefficiëntie.
a. de zekerheid van realisatie van het windpark;
b. de bijdrage van het windpark aan de energievoorziening.
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de onderlinge weging van de rangschikkingscriteria.
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld aan de criteria, bedoeld in het tweede lid, en kunnen aanvullende criteria worden vastgesteld die bij de rangschikking worden betrokken.
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de onderlinge weging van de rangschikkingscriteria.
### Artikel 25
Onze Minister beslist op de aanvragen binnen 13 weken na afloop van de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 23, eerste lid, en kan deze termijn eenmaal met ten hoogste 13 weken verlengen.
Onze Minister beslist op de aanvragen binnen 13 weken na afloop van de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, en kan deze termijn eenmaal met ten hoogste 13 weken verlengen.
### Paragraaf 3.4. Procedure van een vergelijkende toets met financieel bod
### Artikel 25a
In aanvulling op artikel 14, derde lid, wordt een aanvraag afgewezen indien de aanvraag geen financieel bod bevat.
### Artikel 25b
**1.** Onze Minister verleent de vergunning aan de aanvrager van wie de aanvraag het hoogst is gerangschikt.
**2.**
Onze Minister betrekt bij de rangschikking in ieder geval:
a. de hoogte van het financiële bod;
b. de zekerheid van realisatie van het windpark;
c. de bijdrage van het windpark aan de energievoorziening.
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld aan de criteria, bedoeld in het tweede lid, en kunnen aanvullende criteria worden vastgesteld die bij de rangschikking worden betrokken.
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de onderlinge weging van de rangschikkingscriteria.
### Artikel 25c
Onze Minister beslist op de aanvragen binnen 13 weken na afloop van de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, en kan deze termijn eenmaal met ten hoogste 13 weken verlengen.
### Paragraaf 3.5. Procedure van een veiling
### Artikel 25d
In aanvulling op artikel 14a, derde lid, wijst Onze Minister een aanvraag af indien geen bod is ingediend.
### Artikel 25e
**1.** Bij ministeriële regeling worden, na overleg met Onze Minister van Financiën, regels gesteld over de toepassing en uitvoering van de procedure van veiling.
**2.**
De in het eerste lid bedoelde regels hebben in elk geval betrekking op:
a. de wijze waarop een bod wordt uitgebracht;
b. de eisen die aan een geldig bod worden gesteld;
c. de gevallen waarin biedingen ongeldig kunnen worden verklaard;
d. maatregelen ten behoeve van een ongestoord en eerlijk verloop van de veiling;
e. de zekerheidstelling dat een bod gestand wordt gedaan of kosten en schade kunnen worden verhaald;
f. de bij veiling toe te passen methode ter vaststelling van het bod waarvan de uitbrenger in aanmerking komt voor verlening van de vergunning;
g. de eisen die gesteld worden met betrekking tot de wijze van betaling en het tijdstip waarop degene aan wie de vergunning wordt verleend deze betaling moet hebben verricht.
**3.** Een aanvrager verstrekt als zekerheid voor de betaling van het bod een waarborgsom of een bankgarantie ter grootte van een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag.
**4.**
De zekerheid wordt verstrekt voor de periode tot:
a. in geval van afwijzing van de aanvraag, het tijdstip van de afwijzing;
b. in geval van niet in behandeling nemen van de aanvraag, het tijdstip van het besluit om de aanvraag niet te behandelen;
c. in geval van toewijzing van de aanvraag, het tijdstip waarop het bod volledig is betaald.
### Artikel 25f
**1.** Onze Minister verleent de vergunning aan de aanvrager met het hoogste bod.
**2.** Onze Minister beslist op de aanvragen binnen 13 weken na afloop van de procedure van veiling, bedoeld in artikel 25e, en kan deze termijn eenmaal met ten hoogste 13 weken verlengen.
## Hoofdstuk 4. Toezicht en handhaving