From 36aeaf446453fb75c73e21d18b5ecd7f798cbba2 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 1 Jul 2020 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2020-07-01 | BWBR0012287 | Vreemdelingencirculaire 2000 (A) --- .../BWBR0012287/README.md | 63 ++++++++++++++----- 1 file changed, 49 insertions(+), 14 deletions(-) diff --git a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md index 0bef32a0ceb..1c2475e3d53 100644 --- a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md +++ b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md @@ -1620,29 +1620,45 @@ In afwijking van de richtlijn 2008/115 wordt een vreemdeling die voldoet aan all ### 3. Vertrektermijnen +#### 3.1. Algemeen + Deze paragraaf bevat de beleidsregels omtrent de toepassing van artikel 62, tweede lid, Vw. +De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking en AVIM onthouden of verkorten een vertrektermijn aan de hand van de in artikel 62, tweede lid, onder a, b en c, Vw opgenomen gronden, tenzij er redenen zijn om conform paragraaf A3/3.5 of A3/3.7 Vc desondanks een (volledige) vertrektermijn te gunnen. + +In de volgende paragrafen zijn beleidsregels opgenomen ter invulling van deze gronden om de vertrektermijn te verkorten of onthouden: + +• Artikel 62, tweede lid, onder a, Vw (risico op onttrekken toezicht): paragraaf A3/3.2 Vc; +• Artikel 62, tweede lid, onder b, Vw (kennelijk ongegrondheid): paragraaf A3/3.3 Vc; +• Artikel 62, tweede lid, onder c, Vw (gevaar openbare orde, openbare veiligheid of nationale veiligheid): paragraaf A3/3.4 Vc. + +In paragraaf A3/3.5 Vc zijn beleidsregels opgenomen over de toepassing van de gronden uit artikel 62, tweede lid onder a en b, Vw bij een eerste aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. + +In paragraaf A3/3.6 Vc zijn beleidsregels opgenomen omtrent de proportionaliteit van het onthouden van een vertrektermijn. + +In paragraaf A3/3.7 Vc zijn beleidsregels opgenomen omtrent de verlenging van de vertrektermijn. + +#### 3.2. Risico op onttrekking aan het toezicht + De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking en AVIM nemen aan dat er sprake is van een risico op onttrekking aan het toezicht in de zin van artikel 62, tweede lid, onder a, Vw als tenminste twee van de gronden als genoemd in artikel 5.1b, derde en vierde lid, Vb van toepassing zijn. De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking en AVIM moeten de gronden, als bedoeld in artikel 5.1b, derde en vierde lid, Vb nader toelichten, indien uit deze gronden zelf niet rechtstreeks blijkt dat er sprake is van een risico op onttrekking aan het toezicht. Deze toelichting is in ieder geval vereist bij de gronden als genoemd in artikel 5.1b, vierde lid, Vb. Bij de uitleg van voldoende middelen van bestaan als bedoeld in artikel 5.1b, vierde lid, onder d, Vb wordt aangesloten bij de bestaande invulling van dit begrip in artikel 3.74 Vb en paragraaf B1/4.3.3 Vc. +#### 3.3. Kennelijk ongegrondheid + De IND verstaat onder kennelijk ongegrond als bedoeld in artikel 62, tweede lid, onder b, Vw de situatie waarin de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is afgewezen op grond van artikel 30b Vw. -De IND bekort of onthoudt de vertrektermijn van de vreemdeling in beginsel niet op grond van artikel 62, tweede lid, onder a of b, Vw wanneer sprake is van een eerste aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd waar met toepassing van artikel 30a, 30b of 31 Vw op is beslist, tenzij: +De IND onthoudt een vertrektermijn wegens de kennelijke ongegrondheid bij (eerste) aanvragen asiel voor bepaalde tijd die zijn afgewezen: -• de vreemdeling de toegang is geweigerd, of als sprake is van een uitgestelde toegangsweigering zoals beschreven in A1/7.3 Vc; -• de vreemdeling in bewaring is gesteld; -• de vreemdeling zich niet direct heeft gemeld voor het indienen van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd; -• er sprake is van openbare orde aspecten, bijvoorbeeld (een verdenking van) het plegen van een misdrijf; -• de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder a, b, c, d, e of f, Vw als kennelijk ongegrond is afgewezen, voor zover het geen alleenstaande minderjarige vreemdeling betreft; -• de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder j, Vw als kennelijk ongegrond is afgewezen; -• de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd om proceseconomische redenen als bedoeld in de paragrafen C1/2.6 en C2/5 Vc niet in de Dublin procedure wordt behandeld, maar inhoudelijk wordt beoordeeld op inwilligbaarheid; -• de indiening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in overwegende mate is ingegeven door sociaal-economische redenen; -• de vreemdeling te kennen heeft gegeven dat hij in het geval van afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geen gevolg zal geven aan zijn verplichting tot terugkeer. +• op de gronden a t/m f van artikel 30b Vw, voor zover het geen alleenstaande minderjarige vreemdeling betreft; +• op de j-grond van artikel 30b Vw; +• op één van de andere gronden van artikel 30b Vw, indien zich één van de in paragraaf A3/3.5 Vc opgenomen situaties voordoet. -De IND onthoudt de vertrektermijn van de vreemdeling op grond van artikel 62, tweede lid, Vw wanneer sprake is van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die met toepassing van artikel 30c, eerste lid, Vw buiten behandeling is gesteld. +Bij het onthouden van een vertrektermijn op deze grond kan worden verwezen naar de motivering uit het besluit waarin de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kennelijk ongegrond is verklaard. + +#### 3.4. Gevaar openbare orde, openbare veiligheid of nationale veiligheid Als de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid als bedoeld in artikel 62, tweede lid, onder c, Vw is tenminste een van de volgende besluiten mogelijk: @@ -1665,11 +1681,32 @@ De IND bepaalt dat de vreemdeling Nederland onmiddellijk moet verlaten als de aa Indien een visum van de vreemdeling nietig is verklaard of ingetrokken om redenen verband houdend met de openbare orde, zal in beginsel steeds eveneens sprake zijn van voldoende redenen om omwille van de openbare orde als bedoeld in artikel 62, tweede lid, Vw, de termijn te verkorten. Het vorenstaande geldt analoog ook bij de beëindiging van de vrije termijn van niet visumplichtige vreemdelingen, vanwege redenen die verband houden met openbare orde. +#### 3.5. Beoordeling bij een eerste aanvraag om een verblijfsvergunning asiel + +De IND beoordeelt bij een eerste aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd waar met toepassing van artikel 30a, 30b, 30c of 31 Vw op wordt beslist in de volgende situaties of de vertrektermijn wordt verkort of onthouden op grond van artikel 62, tweede lid, onder a of b, Vw: + +• de vreemdeling is de toegang geweigerd, of er is sprake van een uitgestelde toegangsweigering zoals beschreven in A1/7.3 Vc; +• de vreemdeling is in bewaring gesteld; +• de vreemdeling heeft zich niet direct gemeld voor het indienen van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd; +• er is sprake van openbare orde aspecten, bijvoorbeeld (een verdenking van) het plegen van een misdrijf; +• de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder a t/m f, Vw als kennelijk ongegrond afgewezen, voor zover het geen alleenstaande minderjarige vreemdeling betreft (zie paragraaf A3/3.3 Vc); +• de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder j, Vw als kennelijk ongegrond afgewezen (zie paragraaf A3/3.3 Vc); +• de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is om proceseconomische redenen als bedoeld in de paragraaf C2/5 Vc niet in de Dublin procedure behandeld, maar is inhoudelijk beoordeeld op inwilligbaarheid; +• de indiening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is in overwegende mate ingegeven door sociaal-economische redenen; +• de vreemdeling heeft te kennen gegeven dat hij in het geval van afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geen gevolg zal geven aan zijn verplichting tot terugkeer; +• de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is op grond van artikel 30c Vw buiten behandeling gesteld. + +Indien géén van deze situaties zich voordoet, onthoudt of verkort de IND bij een eerste aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geen vertrektermijn op grond van artikel 62, tweede lid onder a, dan wel b, Vw. Indien tenminste één van deze situaties zich voordoet, beoordeelt de IND onverkort of er aanleiding bestaat een vertrektermijn te onthouden of te verkorten op grond van artikel 62, tweede lid onder a, dan wel b, Vw. Voor de gronden waarop de vertrektermijn in die gevallen kan worden verkort of onthouden zijn paragrafen A3/3.2 en A3/3.3 van toepassing. + +#### 3.6. Proportionaliteit + De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking of AVIM ziet af van het onthouden van een vertrektermijn als de persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling zodanig zijn dat het onthouden van een vertrektermijn niet proportioneel is. De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking of AVIM betrekt bij de proportionaliteitstoets alle relevante feiten en omstandigheden, waaronder in ieder geval: • de aanwezigheid van in Nederland verblijvende familieleden, in het bijzonder minderjarige kinderen. Als er sprake is van gezinsleden zonder rechtmatige verblijfstitel, is er in de regel geen aanleiding het onthouden van een vertrektermijn disproportioneel te achten; • de gezondheidstoestand van de vreemdeling of van in Nederland verblijvende familie- of gezinsleden. Als de gezondheidstoestand geen aanleiding geeft om over te gaan tot toepassing van artikel 64 Vw, is er in de regel evenmin reden om het onthouden van een vertrektermijn om medische redenen disproportioneel te achten. +#### 3.7. Verlenging van de vertrektermijn + Een vreemdeling aan wie een vertrektermijn is verleend kan vragen om verlenging van deze termijn, zoals beschreven in artikel 6.3 VV. De vreemdeling krijgt door het indienen of het inwilligen van een verzoek om een verlenging van de vrijwillige vertrektermijn geen rechtmatig verblijf in Nederland. De DT&V mag bij de inwilliging van het verzoek om verlenging van de vrijwillige vertrektermijn niet tot uitzetting overgaan totdat de verlengde vertrektermijn is verstreken. De vreemdeling heeft de plicht gedurende de verlengde vertrektermijn zelfstandig aan zijn vertrek te werken. Een vreemdeling kan een verzoek voor verlenging van de vrijwillige vertrektermijn uitsluitend op een van de volgende manieren indienen: @@ -2926,7 +2963,7 @@ a. De alleenstaande minderjarige vreemdeling is verdacht van of veroordeeld voor b. De alleenstaande minderjarige vreemdeling is eerder met onbekende bestemming vertrokken uit de opvang of heeft zich niet gehouden aan een opgelegde meldplicht of vrijheidsbeperkende maatregel; of c. Het vertrek van de alleenstaande minderjarige vreemdeling kan uiterlijk binnen twee weken gerealiseerd worden. Indien de alleenstaande minderjarige vreemdeling voor het eerst in het vreemdelingentoezicht wordt aangetroffen, geldt een termijn van vier weken waarbinnen het vertrek gerealiseerd moetworden. -In deze gevallen geldt de beperking dat uitzetting of overdracht van de alleenstaande minderjarige vreemdeling uiterlijk binnen twee of vier weken moet worden gerealiseerd. Voor de bewaring van de alleenstaande minderjarige vreemdeling gelden de wettelijke termijnen van de artikelen 59, 59a en 59b Vw zoals die ook voor een volwassen vreemdeling gelden. +In deze gevallen geldt niet de beperking dat uitzetting of overdracht van de alleenstaande minderjarige vreemdeling uiterlijk binnen twee of vier weken moet worden gerealiseerd. Voor de bewaring van de alleenstaande minderjarige vreemdeling gelden de wettelijke termijnen van de artikelen 59, 59a en 59b Vw zoals die ook voor een volwassen vreemdeling gelden. Bewaring van een alleenstaande minderjarige vreemdeling, door een ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV, is in de onder c bedoelde gevallen alleen mogelijk als redelijkerwijs mag worden verwacht dat de uitzetting of overdracht uiterlijk binnen respectievelijk twee of vier weken kan worden gerealiseerd. De bewaring duurt in deze gevallen in beginsel niet langer dan deze twee of vier weken. @@ -2941,8 +2978,6 @@ Toezicht omvat alle mogelijke vormen van contact tussen de alleenstaande minderj Zie voor het beleid omtrent het uitstellen van de toegangsweigering van een volwassen vreemdeling die tezamen met een minderjarig kind inreist en te kennen geeft een aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen paragraaf A1/7.3 Vc. -Bewaring op grond van artikel 59 en 59a Vw van gezinnen met minderjarigen - Bewaring van een gezin met minderjarigen op grond van artikel 59, eerste lid Vwartikel 59a Vw kan slechts dan worden opgelegd indien sprake is van de volgende omstandigheden: Bij alle familieleden moet zijn voldaan aan de wettelijke voorwaarden als bedoeld in artikel 5.1a en 5.1b Vb. In aanvulling daarop moet uit nalaten, handelen, of uitlatingen van (één van) de gezinsleden blijken dat geen medewerking is verleend aan de vertrekprocedure, waardoor die vertrekprocedure is vermeden of belemmerd dan wel een risico bestaat op onttrekking aan het toezicht. Wanneer één of meerdere leden van het gezin signalen afgeven dat zij niet mee zullen werken aan vertrek, zal dit gevolgen hebben voor het aannemen van een risico dat andere gezinsleden zich ook aan het toezicht zullen onttrekken.