2011-01-01 | BWBR0006743 | Rechtspositiebesluit burgemeesters 1994

This commit is contained in:
Coornhert 2011-01-01 12:00:00 +00:00
parent ab4d79bb72
commit 36bced0f3f

View file

@ -144,7 +144,23 @@ c. gedurende de volgende jaren het verschil tussen de bezoldiging behorende bij
### Artikel 14c
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** Voor 1 april van elk jaar of binnen twee maanden na zijn beëdiging verstrekt de burgemeester aan Onze Minister, dan wel een door hem aangewezen instantie, een opgave van de neveninkomsten welke hij verwacht over het desbetreffende kalenderjaar of gedeelte daarvan te zullen genieten, dan wel een verklaring, dat hij verwacht niet meer dan 14% van de bezoldiging op jaarbasis aan neveninkomsten over dat jaar of een evenredig deel daarvan over het desbetreffende gedeelte van dat jaar te zullen genieten.
**2.** Onze Minister, dan wel de door hem aangewezen instantie, deelt het college van burgemeester en wethouders het bedrag van de voorlopige aftrek op de bezoldiging mede en verstrekt een afschrift daarvan aan de burgemeester.
**3.** De burgemeester kan een verklaring inzenden dat een opgave van neveninkomsten achterwege zal blijven. In dit geval, alsmede indien binnen de in het eerste lid bedoelde termijn geen opgave of verklaring is ingezonden, bedraagt de bezoldiging over dat kalenderjaar 65% van de bezoldiging op jaarbasis.
**4.** Zo spoedig mogelijk na afloop van het kalenderjaar zendt de burgemeester of zenden zijn nabestaanden aan Onze Minister, dan wel de door hem aangewezen instantie, een opgave van de neveninkomsten welke over dat kalenderjaar zijn genoten, dan wel een verklaring dat over dat jaar niet meer dan 14% van de bezoldiging op jaarbasis of, indien de burgemeester een gedeelte van het kalenderjaar lid van het college van burgemeester en wethouders is geweest, een evenredig deel van dit bedrag, is genoten.
**5.** Onze Minister, dan wel de door hem aangewezen instantie, deelt aan het college van burgemeester en wethouders zo spoedig mogelijk na ontvangst van de in het vierde lid bedoelde opgave of verklaring het bedrag van de definitieve aftrek op de bezoldiging mede en verstrekt een afschrift daarvan aan de burgemeester.
**6.** Indien een opgave of verklaring als in het vierde lid bedoeld, niet binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar is ontvangen, bedraagt de bezoldiging over dat kalenderjaar 65% van de bezoldiging op jaarbasis.
**7.** De burgemeester zendt Onze Minister, dan wel de door hem aangewezen instantie, zo spoedig mogelijk na afloop van het kalenderjaar tevens een afschrift van de aanslag voor de inkomstenbelasting over het betreffende kalenderjaar. Het bedrag van de uitbetaalde bezoldiging kan, al dan niet op verzoek van de burgemeester, worden herzien, indien op grond van de onherroepelijk geworden aanslag in de inkomstenbelasting daartoe aanleiding blijkt te bestaan.
**8.** Bij de toepassing van het vijfde, zesde en zevende lid vindt zo nodig terugbetaling of verrekening plaats.
**9.** Dit artikel is niet van toepassing op de burgemeester op wie artikel 291 van de Gemeentewet van toepassing is.
### Paragraaf . Vakantie-uitkering
@ -428,6 +444,17 @@ Vervallen
**3.** Indien de burgemeester een ambtswoning bewoont, draagt hij de onderhoudskosten welke volgens de wet en het plaatselijk gebruik ten laste van de huurder zijn.
### Artikel 36
Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen:
a. de ambtstoelage, bedoeld in artikel 16, eerste lid;
b. de verstrekkingen, bedoeld in artikel 30, eerste en derde lid;
c. de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 30, vierde lid;
d. de vergoeding, bedoeld in artikel 30, vijfde lid;
e. de vergoedingen, bedoeld in artikel 32, eerste lid, voor zover deze niet worden gerekend tot een vergoeding als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a en b, van de Wet op de loonbelasting 1964;
f. de vergoeding, bedoeld in artikel 32a.
### Paragraaf . Gemeentelijke hypothecaire geldlening
### Artikel 36
@ -507,6 +534,22 @@ b. herstel van zijn ziekte niet binnen een periode van zes maanden na de in onde
Niet-herbenoeming vindt niet plaats dan nadat de burgemeester in de gelegenheid is gesteld door Onze Minister te worden gehoord.
### Artikel 46
Vervallen
### Artikel 46a
Vervallen
### Artikel 46b
Vervallen
### Artikel 46d
Vervallen
### Paragraaf . Uitkering bij ontslag of niet-herbenoeming
### Artikel 46
@ -606,6 +649,10 @@ Indien de gewezen burgemeester die de extra uitkering, bedoeld in artikel 46e, o
**3.** Indien de aanspraak op de extra uitkering op grond van artikel 46f tijdelijk is vervallen, wordt voor de toepassing van dit artikel uitgegaan van de extra uitkering die zou zijn toegekend indien de uitkering niet in verband met het waarnemerschap was vervallen.
### Artikel 46h
Vervallen
### Paragraaf . Extra uitkering bij arbeidsongeschiktheid
### Artikel 46h
@ -787,7 +834,12 @@ De uitspraak van de Advies- en Arbitragecommissie heeft bindende kracht.
### Artikel 65a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Bij toepassing van artikel 39c van de Wet op de loonbelasting 1964:
a. worden de bedragen, genoemd in artikel 16, eerste lid, vermenigvuldigd met 100/P, waarbij P wordt berekend door het getal 100 te verminderen met het getal van het hoogste tarief, bedoeld in kolom IV van artikel 2.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001;
b. wordt op aanvraag door het college van burgemeester en wethouders een vergoeding verstrekt voor de belastingheffing als gevolg van de verstrekkingen, bedoeld in artikel 30, eerste en derde lid;
c. bedraagt de vergoeding, bedoeld in artikel 32a, ten hoogste de gebruteerde verschuldigde loon- en inkomstenbelasting voor het gebruik van de dienstauto;
d. blijft artikel 36 buiten toepassing.
### Artikel 65b