diff --git a/wet/metrologiewet/BWBR0019517/README.md b/wet/metrologiewet/BWBR0019517/README.md index 3555e7430fe..1c03bf5ff6f 100644 --- a/wet/metrologiewet/BWBR0019517/README.md +++ b/wet/metrologiewet/BWBR0019517/README.md @@ -270,7 +270,7 @@ De in artikel 9 bedoelde regels kunnen een verbod inhouden om meetinstrumenten d ### Artikel 27 -**1.** Onze Minister wijst een in Nederland gevestigde rechtspersoon aan die tot taak heeft zorg te dragen voor de uitoefening van het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 5 en artikel 39. +**1.** Onze Minister wijst een in Nederland gevestigde rechtspersoon aan die tot taak heeft zorg te dragen voor de uitoefening van het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 5 en artikel 39. De Kaderwet zelfstandige bestuursorganen is van toepassing, met uitzondering van artikel 22 van die wet. **2.** @@ -299,7 +299,9 @@ c. de rechtspersoon niet meer voldoet aan de in het tweede lid opgenomen eisen. **2.** De artikelen 29 tot en met 34, 35, eerste lid, en 36 zijn van overeenkomstige toepassing. -**3.** Onze Minister oefent zijn bevoegdheden ten aanzien van de instelling, bedoeld in het eerste lid, uit na overleg met Onze Minister onder wiens verantwoordelijkheid de instelling ressorteert. +**3.** Een instelling als bedoeld in het eerste lid verstrekt desgevraagd aan Onze Minister alle voor de uitoefening van diens taak benodigde inlichtingen. Onze Minister kan inzage vorderen van alle zakelijke gegevens en bescheiden, indien dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is. + +**4.** Onze Minister oefent zijn bevoegdheden ten aanzien van de instelling, bedoeld in het eerste lid, uit na overleg met Onze Minister onder wiens verantwoordelijkheid de instelling ressorteert. ### Artikel 29 @@ -319,13 +321,11 @@ Onze Minister kan, indien een EG-besluit daartoe noodzaakt, de toezichthoudende ### Artikel 32 -Onze Minister kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot de uitoefening van de aan de toezichthoudende instantie toegekende bevoegdheden. +Vervallen ### Artikel 33 -**1.** De toezichthoudende instantie verstrekt desgevraagd aan Onze Minister alle voor de uitoefening van diens taak benodigde inlichtingen. Onze Minister kan inzage vorderen van alle gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is. - -**2.** Bij ministeriƫle regeling worden regels gesteld omtrent de gegevensverstrekking door de toezichthoudende instantie aan aangewezen instanties en aan de instanties die in andere lidstaten van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte belast zijn met het toezicht op de naleving van regels op het terrein van de metrologie die voortvloeien uit een EG-besluit. +Bij ministeriƫle regeling worden regels gesteld omtrent de gegevensverstrekking door de toezichthoudende instantie aan aangewezen instanties en aan de instanties die in andere lidstaten van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte belast zijn met het toezicht op de naleving van regels op het terrein van de metrologie die voortvloeien uit een EG-besluit. ### Paragraaf 2. Maatregelen @@ -365,9 +365,9 @@ Indien krachtens artikel 5 regels zijn gesteld ten aanzien van een onderdeel van ### Artikel 40 -**1.** Onze Minister zendt elke vier jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid van het functioneren van de aangewezen instanties en van de toezichthoudende instantie, alsmede in voorkomend geval van een krachtens artikel 28 aangewezen instelling. +**1.** Onze Minister zendt elke vier jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid van het functioneren van de aangewezen instanties en in voorkomend geval van een krachtens artikel 28 aangewezen instelling. -**2.** Onze Minister zendt elke vier jaar aan de Staten-Generaal tevens een verslag over de doelmatigheid van het functioneren van de toezichthoudende instantie. +**2.** In afwijking van artikel 39, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, zendt Onze Minister elke vier jaar een verslag aan de beide kamers der Staten-Generaal ten behoeve van de beoordeling van de doelmatigheid en doeltreffendheid van het functioneren van de toezichthoudende instantie. ## Hoofdstuk 9. Wijziging andere wetten