2025-01-01 | BWBR0025680 | Besluit in-, uit- en doorvoer van radioactieve afvalstoffen en bestraalde splijtstoffen

This commit is contained in:
Coornhert 2025-01-01 12:00:00 +00:00
parent 2922522379
commit 374623dbf0

View file

@ -36,14 +36,12 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- *ontvanger:* degene naar wie radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen worden overgebracht;
- *radioactieve afvalstof:*
a. radioactieve stof waarvan de activiteit van de radionucliden of de activiteitsconcentratie van die stof hoger is dan de in tabel 1 van bijlage 1 behorende bij het Besluit stralingsbescherming genoemde waarde,
b. splijtstof of erts
*radioactieve afvalstof:* waarvoor geen gebruik of product- of materiaalhergebruik is voorzien door het bevoegd gezag van de lidstaat of derde staat van herkomst of van bestemming of door een natuurlijke of rechtspersoon wiens beslissing door deze bevoegde gezagsorganen wordt aanvaard, of die door een regelgevende instantie als radioactieve afvalstof wordt aangemerkt overeenkomstig het wet- en regelgevingskader van de lidstaten of derde staten van herkomst en van bestemming;
a. radioactieve afvalstof als bedoeld in artikel 1.2 juncto bijlage 1 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming;
b. splijtstof of erts, waarvoor geen gebruik of product- of materiaalhergebruik is voorzien door het bevoegd gezag van de lidstaat of derde staat van herkomst of van bestemming of door een natuurlijke of rechtspersoon wiens beslissing door deze bevoegde gezagsorganen wordt aanvaard, of die door een regelgevende instantie als radioactieve afvalstof wordt aangemerkt overeenkomstig het wet- en regelgevingskader van de lidstaten of derde staten van herkomst en van bestemming;
- *richtlijn:*
richtlijn nr. 2006/117/Euratom van de Raad van de Europese Unie van 20 november 2006 betreffende toezicht en controle op overbrenging van radioactieve afvalstoffen en bestraalde splijtstof (PbEU L 337);
richtlijn nr. 2006/117/Euratom van de Raad van de Europese Unie van 20 november 2006 betreffende toezicht en controle op overbrenging van radioactieve afvalstoffen en bestraalde splijtstof (PbEU L 337);
- *toestemming:* ingevolge dit besluit of de richtlijn vereiste toestemming met betrekking tot de aanvraag om een vergunning voor een overbrenging van radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen;
- *uniform document:* door de Commissie van de Europese Gemeenschappen bij beschikking van 5 maart 2008 ter uitvoering van de richtlijn vastgesteld document (PbEU L 107);
- *uniform document:* door de Commissie van de Europese Gemeenschappen bij beschikking van 5 maart 2008 ter uitvoering van de richtlijn vastgesteld document (PbEU L 107);
- *verbruikte splijtstof:* kernsplijtstof die bestraald is en permanent uit een reactorkern is verwijderd.
**2.** Voor de toepassing van dit besluit wordt als overbrengen aangemerkt alle verrichtingen voor het verplaatsen van radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen van de lidstaat of derde staat van herkomst naar de lidstaat of derde staat van bestemming.
@ -54,10 +52,10 @@ Dit besluit is niet van toepassing op de overbrenging van:
a. ingekapselde bronnen die niet langer worden gebruikt, noch bestemd zijn om te worden gebruikt voor de handeling waarvoor een vergunning is verleend, voor zover die bronnen worden overgebracht naar:
1°. een leverancier als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Besluit stralingsbescherming,
1°. een leverancier als bedoeld in bijlage 1 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming;
2°. een fabrikant van dergelijke bronnen, of
3°. een voor de ontvangst van radioactieve afvalstoffen bestemde instelling;
b. radioactieve afvalstoffen bestaande uit natuurlijke bronnen, voor zover deze niet zijn of worden bewerkt met het oog op hun radioactieve eigenschappen;
b. radioactieve afvalstoffen als bedoeld in artikel 1.2 juncto bijlage 1 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming, bestaande uit natuurlijke bronnen waarvan de totale activiteit of de activiteitsconcentratie van de radionucliden gelijk of lager is dan de van toepassing zijnde vrijstellings- of vrijgavewaarde in bijlage 3 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming;
c. bij de opwerking van bestraalde splijtstoffen vrijgekomen voor verder gebruik geschikte restproducten.
## Hoofdstuk 2. Algemene bepalingen vergunningplicht
@ -437,8 +435,8 @@ De Autoriteit beschikt afwijzend op de aanvraag om een vergunning indien:
a. het bevoegd gezag van de derde staat van bestemming of het bevoegd gezag van een lidstaat waaraan om toestemming is verzocht, toestemming heeft geweigerd,
b. de radioactieve afvalstoffen of de bestraalde splijtstoffen een bestemming hebben in een gebied ten zuiden van 60° zuiderbreedte,
c. de radioactieve afvalstoffen of de bestraalde splijtstoffen een bestemming hebben binnen een derde staat die partij is bij de op 23 juni 2000 in Cotonou (Benin) ondertekende Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds (ACS-EG-Overeenkomst van Cotonou; PbEU L 317), tenzij de overbrenging radioactieve afvalstoffen betreft die na bewerking naar de derde staat van herkomst worden teruggezonden,
d. de radioactieve afvalstoffen of de bestraalde splijtstoffen een bestemming hebben binnen een derde staat die naar het oordeel van de Autoriteit volgens de door de Commissie van de Europese Gemeenschappen vastgestelde criteria niet beschikt over de technische, wettelijke of bestuurlijke middelen om die stoffen veilig te beheren, zoals in het Gezamenlijk Verdrag inzake de veiligheid van het beheer van bestraalde splijtstof en inzake de veiligheid van het beheer van radioactief afval (Wenen, 5 september 1997; Trb. 2001, 111) is vastgesteld, bij welke beoordeling de Autoriteit rekening houdt met alle relevante informatie van andere lidstaten,
c. de radioactieve afvalstoffen of de bestraalde splijtstoffen een bestemming hebben binnen een derde staat die partij is bij de op 23 juni 2000 in Cotonou (Benin) ondertekende Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds (ACS-EG-Overeenkomst van Cotonou; PbEU L 317), tenzij de overbrenging radioactieve afvalstoffen betreft die na bewerking naar de derde staat van herkomst worden teruggezonden,
d. de radioactieve afvalstoffen of de bestraalde splijtstoffen een bestemming hebben binnen een derde staat die naar het oordeel van de Autoriteit volgens de door de Commissie van de Europese Gemeenschappen vastgestelde criteria niet beschikt over de technische, wettelijke of bestuurlijke middelen om die stoffen veilig te beheren, zoals in het Gezamenlijk Verdrag inzake de veiligheid van het beheer van bestraalde splijtstof en inzake de veiligheid van het beheer van radioactief afval (Wenen, 5 september 1997; Trb. 2001, 111) is vastgesteld, bij welke beoordeling de Autoriteit rekening houdt met alle relevante informatie van andere lidstaten,
e. wettelijke voorschriften inzake het beheer of vervoer van radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen zich tegen de overbrenging verzetten of
f. het beheer of vervoer van de radioactieve afvalstoffen of de bestraalde splijtstoffen onnodige risicos voor de openbare veiligheid of het milieu met zich meebrengt;
g. indien de radioactieve afvalstoffen of de verbruikte splijtstoffen bestemd zijn voor eindberging in een derde staat en met deze derde staat geen overeenkomst over het gebruik van een inrichting voor eindberging is gesloten.