2004-07-01 | BWBR0008659 | Huursubsidiewet
This commit is contained in:
parent
7096d52173
commit
377b338878
1 changed files with 68 additions and 62 deletions
|
|
@ -54,15 +54,15 @@ p. woonwagen: een woonwagen als bedoeld in artikel 1, eerste lid onder e, van de
|
|||
|
||||
In deze wet en de bepalingen die daarop berusten wordt onder het gecorrigeerde verzamelinkomen verstaan: het verzamelinkomen, bedoeld in artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001, verminderd met:
|
||||
|
||||
a. indien in het peiljaar de zelfstandigenaftrek, bedoeld in artikel 3.76 van de Wet inkomstenbelasting 2001, is toegepast: € 1 355;
|
||||
a. indien in het peiljaar de zelfstandigenaftrek, bedoeld in artikel 3.76 van de Wet inkomstenbelasting 2001, is toegepast: € 1 355;
|
||||
b. indien in het peiljaar loon wordt genoten: het hoogste van de uit de toepassing van de volgende onderdelen voortvloeiende bedragen:
|
||||
|
||||
1°. bij loon uit tegenwoordige dienstbetrekking: 12% van dat loon, maar niet minder dan € 119 en niet meer dan € 1 605;
|
||||
1°. bij loon uit tegenwoordige dienstbetrekking: 12% van dat loon, maar niet minder dan € 119 en niet meer dan € 1 605;
|
||||
2°. bij loon uit vroegere dienstbetrekking: € 487;
|
||||
c. het bedrag van de in het kalenderjaar 2000 in aanmerking genomen kosten van woon-werkverkeer (reiskostenforfait), maar niet meer dan € 939;
|
||||
d. indien in het kalenderjaar 2000 loon uit dienstbetrekking wordt genoten: het bedrag van de in dat jaar in aanmerking genomen aftrekbare kosten terzake van inkomsten uit arbeid andere dan kosten van woon-werkverkeer, na toepassing van artikel 37, tweede lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, verminderd met 12% van het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking in dat jaar, maar met niet minder dan € 119 en met niet meer dan € 1 605;
|
||||
c. het bedrag van de in het kalenderjaar 2000 in aanmerking genomen kosten van woon-werkverkeer (reiskostenforfait), maar niet meer dan € 939;
|
||||
d. indien in het kalenderjaar 2000 loon uit dienstbetrekking wordt genoten: het bedrag van de in dat jaar in aanmerking genomen aftrekbare kosten terzake van inkomsten uit arbeid andere dan kosten van woon-werkverkeer, na toepassing van artikel 37, tweede lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, verminderd met 12% van het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking in dat jaar, maar met niet minder dan € 119 en met niet meer dan € 1 605;
|
||||
e. het bedrag van de in het kalenderjaar 2000 in aanmerking genomen renten van schulden, kosten van geldleningen daaronder begrepen, bedoeld in artikel 45, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964;
|
||||
f. het bedrag van de in het kalenderjaar 2000 in aanmerking genomen premies voor lijfrenten, maar niet meer dan € 2 804, verminderd met € 1 036, maar niet verder dan tot nihil; indien bij de echtgenoot van degene van wie het gecorrigeerd verzamelinkomen wordt berekend geen premies voor lijfrenten in aanmerking genomen zijn, worden de bedragen van € 2 804 en € 1 036 verhoogd tot € 5 608 respectievelijk € 2 072;
|
||||
f. het bedrag van de in het kalenderjaar 2000 in aanmerking genomen premies voor lijfrenten, maar niet meer dan € 2 804, verminderd met € 1 036, maar niet verder dan tot nihil; indien bij de echtgenoot van degene van wie het gecorrigeerd verzamelinkomen wordt berekend geen premies voor lijfrenten in aanmerking genomen zijn, worden de bedragen van € 2 804 en € 1 036 verhoogd tot € 5 608 respectievelijk € 2 072;
|
||||
g. het bedrag van de in het kalenderjaar 2000 in aanmerking genomen uitgaven tot voorziening in het levensonderhoud van kinderen en pleegkinderen van 27 jaar en ouder, alsmede andere bloed- en aanverwanten in de rechte lijn of in de tweede graad van de zijlijn, bedoeld in artikel 46, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
|
||||
|
||||
**2.** In het eerste lid wordt onder loon verstaan loon in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001.
|
||||
|
|
@ -73,8 +73,8 @@ In deze wet en de bepalingen die daarop berusten wordt onder het gecorrigeerde b
|
|||
|
||||
a. het hoogste van de uit de toepassing van de volgende onderdelen voortvloeiende bedragen:
|
||||
|
||||
1°. bij loon uit tegenwoordige dienstbetrekking: 12% van dat loon, maar niet minder dan € 119 en niet meer dan € 1 605;
|
||||
2°. bij loon uit vroegere dienstbetrekking: € 487;
|
||||
1°. bij loon uit tegenwoordige dienstbetrekking: 12% van dat loon, maar niet minder dan € 119 en niet meer dan € 1 605;
|
||||
2°. bij loon uit vroegere dienstbetrekking: € 487;
|
||||
b. de bedragen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c tot en met g.
|
||||
|
||||
**4.** De in het eerste lid, onderdelen c tot en met g, en derde lid, onderdeel b, bedoelde correctieposten worden over het peiljaar 2001 voor het geheel in aanmerking genomen, over het peiljaar 2002 voor 2/3 deel en over het peiljaar 2003 voor 1/3 deel. Over het peiljaar 2004 en volgende peiljaren worden deze correctieposten niet meer in aanmerking genomen.
|
||||
|
|
@ -110,7 +110,7 @@ d. meerpersoonsouderenhuishouden: het huishouden van een huurder die samen met e
|
|||
Bij de bepaling van het gezamenlijk inkomen:
|
||||
|
||||
a. wordt elk persoonlijk inkomen dat negatief is op nul gesteld;
|
||||
b. wordt het inkomen van een inwonend kind of pleegkind van de huurder of een medebewoner, dat op de peildatum jonger dan 23 jaar is, slechts in beschouwing genomen voor zover het meer dan € 4100 bedraagt.
|
||||
b. wordt het inkomen van een inwonend kind of pleegkind van de huurder of een medebewoner, dat op de peildatum jonger dan 23 jaar is, slechts in beschouwing genomen voor zover het meer dan € 4100 bedraagt.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -140,18 +140,18 @@ b. verminderd met € 22 per maand voor een garage die bij de woning behoort,
|
|||
c. vermeerderd met een bedrag voor door de huurder verschuldigde servicekosten, en
|
||||
d. in geval van huur van een woonwagen vermeerderd met het bedrag dat verschuldigd is voor de huur van de standplaats, verminderd met het bedrag dat daarin is begrepen voor een bedrijfsruimte.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de toepassing van het eerste lid kan het in de aanhef van dat lid laatstbedoelde bedrag slechts in plaats van de verschuldigde huurprijs in aanmerking worden genomen nadat de huurcommissie, dan wel de voorzitter van de huurcommissie, aan Onze Minister en aan de huurder advies heeft uitgebracht, dan wel een verklaring heeft verstrekt, over de redelijk te achten huurprijs. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen omtrent die verklaring nadere regels worden gesteld.
|
||||
**2.** Bij de toepassing van het eerste lid kan het in de aanhef van dat lid laatstbedoelde bedrag slechts in plaats van de verschuldigde huurprijs in aanmerking worden genomen nadat, op verzoek van Onze Minister, de huurcommissie, dan wel de voorzitter van de huurcommissie, aan Onze Minister en aan de huurder advies heeft uitgebracht, dan wel een verklaring heeft verstrekt, over de redelijk te achten huurprijs. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen omtrent die verklaring nadere regels worden gesteld.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Als servicekosten als bedoeld in het eerste lid, onder c, worden uitsluitend in aanmerking genomen:
|
||||
|
||||
a. kosten voor het in bedrijf zijn van lift-, ventilatie-, hydrofoor- en alarminstallaties, en van verlichting van door de huurder met anderen gemeenschappelijk gebruikte ruimten, met een maximum van € 12 per maand;
|
||||
b. schoonmaakkosten van de lift en andere gemeenschappelijke ruimten, met een maximum van € 12 per maand;
|
||||
c. de kosten voor de diensten van een huismeester, met een maximum van € 12 per maand;
|
||||
a. kosten voor het in bedrijf zijn van lift-, ventilatie-, hydrofoor- en alarminstallaties, en van verlichting van door de huurder met anderen gemeenschappelijk gebruikte ruimten, met een maximum van € 12 per maand;
|
||||
b. schoonmaakkosten van de lift en andere gemeenschappelijke ruimten, met een maximum van € 12 per maand;
|
||||
c. de kosten voor de diensten van een huismeester, met een maximum van € 12 per maand;
|
||||
d. kapitaals- en onderhoudskosten van dienstruimten en gemeenschappelijke recreatieruimten, met een maximum van € 12 per maand.
|
||||
|
||||
**4.** Als de huurder een deel van de woning heeft verhuurd, geldt als rekenhuur het bedrag, berekend overeenkomstig de voorgaande leden, verminderd met een bedrag dat evenredig is met het gedeelte van de woning dat is onderverhuurd. Bij ministeriële regeling kunnen hieromtrent nadere regels worden gesteld.
|
||||
**4.** Als de huurder een deel van de woning heeft verhuurd, geldt als rekenhuur het bedrag, berekend overeenkomstig de voorgaande leden, verminderd met 25 procent van dat bedrag.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
|
|
@ -169,6 +169,10 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**3.** Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op het verstrekken van huursubsidie krachtens deze wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 7a
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 7:2 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de huurder gehoord op zijn verzoek.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Eisen aan de huurder en de medebewoners
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
|
@ -238,13 +242,13 @@ b. voldoet aan de eisen, daaraan gesteld krachtens de Woningwet.
|
|||
|
||||
Geen huursubsidie wordt toegekend als de rekenhuur, vermeerderd met het bedrag dat daarop eventueel krachtens artikel 5, vierde lid, in mindering wordt gebracht:
|
||||
|
||||
a. hoger is dan EUR 565,44 per maand als:
|
||||
a. hoger is dan EUR 565,44 per 1 juli 2004: € 597,54. per maand als:
|
||||
|
||||
1°. de huurder of een van de medebewoners op de peildatum 23 jaar of ouder is, dan wel de woning deelt met een kind of pleegkind van de huurder of een medebewoner of
|
||||
2°. de huurder of de medebewoner, ten behoeve van wie in en rond de woning voorzieningen zijn aangebracht die noodzakelijk zijn in verband met een handicap van die huurder of die medebewoner, op de peildatum 18 jaar of ouder is
|
||||
|
||||
of
|
||||
b. hoger is dan EUR 307,49 per maand in andere gevallen dan bedoeld onder a.
|
||||
b. hoger is dan EUR 307,49 per 1 juli 2004: € 325,91. per maand in andere gevallen dan bedoeld onder a.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -266,10 +270,10 @@ c. na overschrijding van de bedragen, genoemd in het eerste lid, als over de maa
|
|||
|
||||
Geen huursubsidie wordt toegekend als het rekeninkomen meer bedraagt dan:
|
||||
|
||||
a. € 16 948,69 [per 1 juli 2003: € 18.325bij een eenpersoonshuishouden;
|
||||
b. € 22 711,70 [per 1 juli 2003: € 24.575bij een meerpersoonshuishouden;
|
||||
c. € 15 042,81 [per 1 juli 2003: € 16.275bij een eenpersoonsouderenhuishouden;
|
||||
d. € 19 625,99 [per 1 juli 2003: € 21.225bij een meerpersoonsouderenhuishouden.
|
||||
a. € 16 948,69 per 1 juli 2004: € 18 700. bij een eenpersoonshuishouden;
|
||||
b. € 22 711,70 per 1 juli 2004: € 25 075. bij een meerpersoonshuishouden;
|
||||
c. € 15 042,81 per 1 juli 2004: € 16 625. bij een eenpersoonsouderenhuishouden;
|
||||
d. € 19 625,99 per 1 juli 2004: € 21 675. bij een meerpersoonsouderenhuishouden.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid genoemde bedragen worden met ingang van 1 juli van elk jaar aangepast overeenkomstig artikel 27.
|
||||
|
||||
|
|
@ -279,26 +283,26 @@ d. € 19 625,99 [per 1 juli 2003: € 21.225bij een meerpersoonsouderenhuishoud
|
|||
|
||||
Geen huursubsidie wordt toegekend als het rekenvermogen meer bedraagt dan:
|
||||
|
||||
a. € 18 378,10 per 1 juli 2003: € 19.875bij een eenpersoonshuishouden, als de huurder op de laatste dag van het subsidiejaar jonger is dan 65 jaar;
|
||||
a. € 18 378,10 per 1 juli 2004: € 20 300. bij een eenpersoonshuishouden, als de huurder op de laatste dag van het subsidiejaar jonger is dan 65 jaar;
|
||||
b. het bedrag, genoemd in artikel 5.5, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, zoals dit luidt in het peiljaar, bij een meerpersoonshuishouden, als de huurder en de medebewoners op de laatste dag van het subsidiejaar jonger zijn dan 65 jaar;
|
||||
c. € 31 424,28 per 1 juli 2003: € 34.000bij een eenpersoonshuishouden of een eenpersoonsouderenhuishouden als de huurder op de laatste dag van het subsidiejaar 65 jaar of ouder is;
|
||||
d. € 43 517,52 per 1 juli 2003: € 47.075bij een meerpersoonshuishouden of een meerpersoonsouderenhuishouden, als de huurder of een medebewoner op de laatste dag van het subsidiejaar 65 jaar of ouder is.
|
||||
c. € 31 424,28 per 1 juli 2004: € 34 725. bij een eenpersoonshuishouden of een eenpersoonsouderenhuishouden als de huurder op de laatste dag van het subsidiejaar 65 jaar of ouder is;
|
||||
d. € 43 517,52 per 1 juli 2004: € 48 050. bij een meerpersoonshuishouden of een meerpersoonsouderenhuishouden, als de huurder of een medebewoner op de laatste dag van het subsidiejaar 65 jaar of ouder is.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid, onder a, c en d, genoemde bedragen worden met ingang van 1 juli van elk jaar aangepast overeenkomstig artikel 27.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. De hoogte van de huursubsidie
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. Normhuur
|
||||
### Paragraaf 1. Basishuur en normhuur
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
**1.** De normhuur is het gedeelte van de rekenhuur dat ten minste voor rekening van de huurder blijft.
|
||||
**1.** De basishuur is het gedeelte van de rekenhuur dat voor rekening van de huurder blijft. De basishuur is het overeenkomstig de artikelen 17, 18 en 19 berekende bedrag van de normhuur verhoogd met € 12.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de hoogte van de normhuur is het rekeninkomen bepalend. Met het oog hierop worden bij ministeriële regeling de inkomens in inkomensklassen verdeeld.
|
||||
**2.** Voor de hoogte van de basishuur is het rekeninkomen bepalend. Met het oog hierop worden bij ministeriële regeling de rekeninkomens in inkomensklassen verdeeld en de daarbij behorende basishuren vermeld.
|
||||
|
||||
**3.** De laagste inkomensklasse bevat de inkomens, gelijk aan of lager dan het minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in artikel 17.
|
||||
**3.** De laagste inkomensklasse bevat de rekeninkomens, gelijk aan of lager dan het minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in artikel 17.
|
||||
|
||||
**4.** De inkomens in een zelfde inkomensklasse, boven het minimum-inkomensijkpunt, mogen ten hoogste € 500 van elkaar verschillen.
|
||||
**4.** De rekeninkomens in een zelfde inkomensklasse, boven het minimum-inkomensijkpunt, mogen ten hoogste € 500 van elkaar verschillen.
|
||||
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling wordt elk jaar, met ingang van 1 juli, de indeling in inkomensklassen herzien.
|
||||
|
||||
|
|
@ -311,9 +315,9 @@ Het minimum-inkomensijkpunt bedraagt, herrekend naar een jaarinkomen in het peil
|
|||
a. voor een eenpersoonshuishouden: de som van de bedragen, bedoeld in de artikelen 21, onder a, en 25, tweede lid, van de Wet werk en bijstand;
|
||||
b. voor een meerpersoonshuishouden: het bedrag, bedoeld in artikel 21, onder c, van de Wet werk en bijstand;
|
||||
c. voor een eenpersoonsouderenhuishouden: het bedrag, bedoeld in artikel 9, tiende lid onder a, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantietoeslag, bedoeld in artikel 29, negende lid onder c, van de Algemene Ouderdomswet, en verder vermeerderd met € 1675;
|
||||
d. voor een meerpersoonsouderenhuishouden: twee maal het bedrag, bedoeld in artikel 9, tiende lid onder b, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantietoeslag, bedoeld in artikel 29, negende lid onder a, van de Algemene Ouderdomswet, en verder vermeerderd met € 1050.
|
||||
d. voor een meerpersoonsouderenhuishouden: twee maal het bedrag, bedoeld in artikel 9, tiende lid onder b, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantietoeslag, bedoeld in artikel 29, negende lid onder a, van de Algemene Ouderdomswet, en verder vermeerderd met € 1050.
|
||||
|
||||
**2.** Bij het minimum-inkomensijkpunt behoort een normhuur van € 166,08 per 26 maart 2004 en terugwerkend tot 1 juli 2003: € 176,43.
|
||||
**2.** Bij het minimum-inkomensijkpunt behoort een normhuur van € 166,08 per 1 juli 2004: € 179,61 .
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -330,12 +334,12 @@ b. € 3,63 als op de peildatum sprake is van een meerpersoonsouderenhuishouden.
|
|||
|
||||
Het referentie-inkomensijkpunt bedraagt:
|
||||
|
||||
a. voor een eenpersoonshuishouden: € 14 997,44 per 1 juli 2003: € 16 400;
|
||||
b. voor een meerpersoonshuishouden: € 20 283,98 per 1 juli 2003: € 22 250;
|
||||
c. voor een eenpersoonsouderenhuishouden: € 14 770,55 per 1 juli 2003: € 16 275;
|
||||
d. voor een meerpersoonsouderenhuishouden: € 18 922,64 per 1 juli 2003: € 20 775.
|
||||
a. voor een eenpersoonshuishouden: € 14 997,44 per 1 juli 2004: € 17 100;
|
||||
b. voor een meerpersoonshuishouden: € 20 283,98 per 1 juli 2004: € 23 100;
|
||||
c. voor een eenpersoonsouderenhuishouden: € 14 770,55 per 1 juli 2004: € 16 925;
|
||||
d. voor een meerpersoonsouderenhuishouden: € 18 922,64 per 1 juli 2004: € 21 575.
|
||||
|
||||
**2.** Bij het referentie-inkomensijkpunt behoort een normhuur van € 337,61 per 26 maart 2004 en terugwerkend tot 1 juli 2003: € 358,74.
|
||||
**2.** Bij het referentie-inkomensijkpunt behoort een normhuur van € 337,61 per 1 juli 2004: € 365,20.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -358,14 +362,14 @@ d. € 4,54 als op de peildatum sprake is van een meerpersoonsouderenhuishouden.
|
|||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
**1.** De kwaliteitskortingsgrens is € 298,59 per 1 juli 2003: € 317,03 per maand.
|
||||
**1.** De kwaliteitskortingsgrens is € 298,59 per 1 juli 2004: € 325,91 per maand.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De aftoppingsgrens is:
|
||||
|
||||
a. a. € 427,46 per 1 juli 2003: € 453,77 per maand als het huishouden van de huurder, afgezien van eventuele onderhuurders en personen die tot diens huishouden behoren, uit één of twee personen bestaat;
|
||||
b. b. € 458,32 per 1 juli 2003: € 486,30 per maand als het huishouden van de huurder, afgezien van eventuele onderhuurders en personen die tot diens huishouden behoren, uit drie of meer personen bestaat.
|
||||
a. a. € 427,46 per 1 juli 2004: € 466,48 per maand als het huishouden van de huurder, afgezien van eventuele onderhuurders en personen die tot diens huishouden behoren, uit één of twee personen bestaat;
|
||||
b. b. € 458,32 per 1 juli 2004: € 499,92 per maand als het huishouden van de huurder, afgezien van eventuele onderhuurders en personen die tot diens huishouden behoren, uit drie of meer personen bestaat.
|
||||
|
||||
**3.** De in het eerste en tweede lid genoemde bedragen worden met ingang van 1 juli van elk jaar aangepast overeenkomstig artikel 27.
|
||||
|
||||
|
|
@ -377,7 +381,7 @@ b. b. € 458,32 per 1 juli 2003: € 486,30 per maand als het huishouden van de
|
|||
|
||||
De hoogte van de huursubsidie wordt als volgt bepaald:
|
||||
|
||||
a. het deel van de rekenhuur boven de normhuur tot aan de kwaliteitskortingsgrens wordt voor 100 procent gesubsidieerd;
|
||||
a. het deel van de rekenhuur boven de basishuur tot aan de kwaliteitskortingsgrens wordt voor 100 procent gesubsidieerd;
|
||||
b. het deel van de rekenhuur boven de kwaliteitskortingsgrens tot aan de aftoppingsgrens wordt voor 75 procent gesubsidieerd;
|
||||
c. het deel van de rekenhuur boven de aftoppingsgrens wordt voor 50 procent gesubsidieerd:
|
||||
|
||||
|
|
@ -385,13 +389,13 @@ c. het deel van de rekenhuur boven de aftoppingsgrens wordt voor 50 procent gesu
|
|||
2°. als het een eenpersoonshuishouden betreft, of
|
||||
3°. als de huurder een woning bewoont of betrekt waarin aanpassingen zijn aangebracht in en rond de woning, die noodzakelijk zijn in verband met een handicap van de huurder of een medebewoner.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid, onderdelen a en b, wordt, als de normhuur op of boven de kwaliteitskortingsgrens ligt, het deel van de rekenhuur boven de normhuur tot aan de aftoppingsgrens voor 75 procent gesubsidieerd.
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid, onderdelen a en b, wordt, als de basishuur op of boven de kwaliteitskortingsgrens ligt, het deel van de rekenhuur boven de basishuur tot aan de aftoppingsgrens voor 75 procent gesubsidieerd.
|
||||
|
||||
**3.** Het toe te kennen bedrag wordt afgerond op hele eurocenten.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
Geen huursubsidie wordt toegekend als deze minder dan € 4 per maand zou bedragen.
|
||||
Geen huursubsidie wordt toegekend als deze minder dan € 4 per maand zou bedragen.
|
||||
|
||||
### Artikel 22a
|
||||
|
||||
|
|
@ -409,7 +413,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Als de rekenhuur gedurende het subsidietijdvak met een bedrag van € 20 of meer wordt gewijzigd, dan wel wordt gewijzigd door een onherroepelijke uitspraak van de huurcommissie of de kantonrechter:
|
||||
Als de rekenhuur gedurende het subsidietijdvak met een bedrag van € 20 of meer wordt gewijzigd, dan wel wordt gewijzigd door een onherroepelijke uitspraak van de huurcommissie of de rechter:
|
||||
|
||||
a. wordt de hoogte van de huursubsidie, op aanvraag van de huurder dan wel ambtshalve, aan deze wijziging aangepast met ingang van de eerste dag van de kalendermaand waarover de gewijzigde huurprijs is verschuldigd;
|
||||
b. wordt, als door deze wijziging alsnog aanspraak op huursubsidie ontstaat, op aanvraag van de huurder alsnog huursubsidie toegekend over de resterende volle kalendermaanden van het subsidiejaar, waarbij de eerste dag van die periode als peildatum geldt.
|
||||
|
|
@ -470,7 +474,7 @@ d. toetsdatum:
|
|||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De artikelen 7, tweede en derde lid, 8 tot en met 11, en 13 tot en met 22 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
|
||||
De artikelen 7, tweede en derde lid, 7a tot en met 11, en 13 tot en met 22 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
a. indien de huurder geen aanvraag als bedoeld in artikel 28, eerste lid, heeft ingediend dan wel geen beperkt huursubsidiebericht of een huursubsidiebericht heeft ontvangen, in de artikelen 8, 9, eerste lid, 10, onder b, 11, vierde lid, en 13, eerste lid, onderdeel a, voor «peildatum» telkenmale wordt gelezen: toetsdatum;.
|
||||
b. in artikel 13, tweede lid, onderdeel c, voor «over de maand juni» wordt gelezen: over de maand;
|
||||
|
|
@ -588,7 +592,7 @@ b. de bedragen die zijn genoemd in de artikelen 13, eerste lid, onder b , (maxim
|
|||
|
||||
Hierbij wordt een correctie aangebracht naar de mate waarin de huurprijsontwikkeling in het voorafgaande subsidiejaar afweek van de verwachtingen waarvan werd uitgegaan bij de eerdere aanpassing van deze bedragen.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid onder a genoemde bedragen kunnen, in afwijking van de aanhef van het eerste lid, bij algemene maatregel van bestuur worden aangepast met het percentage waarmee het bedrag, bedoeld in artikel 21, onder c, van de Wet werk en bijstand is aangepast. Indien de bedragen, bedoeld in het eerste lid, onder a, met ingang van 1 juli van enig jaar zijn aangepast op de wijze, bedoeld in het eerste lid, aanhef, en met ingang van 1 juli van het daaropvolgende jaar worden aangepast op de wijze, bedoeld in de eerste volzin, wordt toepassing gegeven aan het eerste lid, tweede volzin.
|
||||
**2.** De in het eerste lid onder a genoemde bedragen kunnen, in afwijking van de aanhef van het eerste lid, bij algemene maatregel van bestuur worden aangepast met het percentage waarmee het bedrag, bedoeld in artikel 21, onder c, van de Wet werk en bijstand is aangepast. Indien de bedragen, bedoeld in het eerste lid, onder a, met ingang van 1 juli van enig jaar zijn aangepast op de wijze, bedoeld in het eerste lid, aanhef, en met ingang van 1 juli van het daaropvolgende jaar worden aangepast op de wijze, bedoeld in de eerste volzin, wordt toepassing gegeven aan het eerste lid, tweede volzin.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling worden elk jaar, met ingang van 1 juli, de bedragen genoemd in de artikelen 13, eerste lid, onder a (maximale huurgrens), 14, eerste lid (maximum-inkomensgrens), en 15, eerste lid, onder a, c en d, (maximum-vermogensgrens) aangepast aan de ontwikkeling van de consumentenprijzen (alle huishoudens) in het peiljaar, als in januari volgend op het peiljaar in de Staatscourant bekendgemaakt. De maximum-inkomensgrens kan, naast de aanpassing daarvan volgens de eerste volzin, worden aangepast ter voorkoming van onbedoelde gevolgen van maatregelen met betrekking tot de inkomens boven het minimum-inkomensijkpunt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -598,9 +602,9 @@ Hierbij wordt een correctie aangebracht naar de mate waarin de huurprijsontwikke
|
|||
|
||||
**6.** De bedragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, en de maximale huurgrens, bedoeld in het derde lid, worden naar boven afgerond op hele eurocenten. De maximum-inkomensgrens en de maximum-vermogensgrens, bedoeld in het derde lid, en de bedragen, bedoeld in het vierde en vijfde lid, worden naar boven afgerond op een veelvoud van € 25. Bij een volgende aanpassing van de grenzen en de bedragen, bedoeld in de tweede volzin, wordt uitgegaan van de grenzen en de bedragen zoals die waren, voordat zij werden afgerond.
|
||||
|
||||
**7.** De minimum-inkomensijkpunten en de overeenkomstig het eerste tot en met zesde lid vastgestelde, vanaf 1 juli geldende, referentie-inkomensijkpunten, maximale huur-, inkomens-, vermogens-, kwaliteitskortings-, en aftoppingsgrenzen, alsmede de voor de verschillende inkomensklassen en typen huishouden geldende normhuren worden elk jaar uiterlijk op 1 mei in de *Staatscourant* bekendgemaakt.
|
||||
**7.** De minimum-inkomensijkpunten en de overeenkomstig het eerste tot en met zesde lid vastgestelde, vanaf 1 juli geldende, referentie-inkomensijkpunten, maximale huur-, inkomens-, vermogens-, kwaliteitskortings-, en aftoppingsgrenzen, alsmede de voor de verschillende inkomensklassen en typen huishouden geldende basishuren worden elk jaar uiterlijk op 1 mei in de *Staatscourant* bekendgemaakt.
|
||||
|
||||
**8.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen de bedragen, genoemd in de artikelen 3, tweede lid, onder b (inkomensvrijlating), 4, tweede lid (vermogensvrijlating), 5, eerste lid, onder b, en derde lid, onder a, b, c en d (garage-aftrek en maximum-servicekosten), 17, eerste lid, onder c en d (ouderentoeslag bij minimum-inkomensijkpunt), en derde lid, onder a en b (verlaging van de normhuur bij minimum-inkomensijkpunt), en 18, derde lid, onder a, b, c en d (verlaging van de normhuur bij referentie-inkomensijkpunt), hoger of lager worden gesteld.
|
||||
**8.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen de bedragen, genoemd in de artikelen 3, tweede lid, onder b (inkomensvrijlating), 4, tweede lid (vermogensvrijlating), 5, eerste lid, onder b, en derde lid, onder a, b, c en d (garage-aftrek en maximum-servicekosten), 16, eerste lid (verhoging van de normhuur), 17, eerste lid, onder c en d (ouderentoeslag bij minimum-inkomensijkpunt), en derde lid, onder a en b (verlaging van de normhuur bij minimum-inkomensijkpunt), en 18, derde lid, onder a, b, c en d (verlaging van de normhuur bij referentie-inkomensijkpunt), hoger of lager worden gesteld.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 6. Aanvraag, huursubsidiebericht, beperkt huursubsidiebericht, afhandeling en betaling
|
||||
|
||||
|
|
@ -614,15 +618,21 @@ Hierbij wordt een correctie aangebracht naar de mate waarin de huurprijsontwikke
|
|||
|
||||
**1.** Onze Minister onderzoekt de juistheid en volledigheid van de bij de aanvraag verstrekte gegevens en bescheiden. Tevens onderzoekt Onze Minister of de personen die in de aanvraag als bewoners van de woning worden vermeld, als zodanig staan ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, en of in die administratie geen andere personen als bewoner van de woning staan ingeschreven. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen hieromtrent nadere regels worden gesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Als de aanvrager het aanvraagformulier, bedoeld in artikel 28, eerste lid, niet volledig of niet juist heeft ingevuld of niet heeft ondertekend, of de verstrekte gegevens onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag, geeft Onze Minister de aanvrager ten minste vier weken de gelegenheid de aanvraag aan te vullen.
|
||||
**2.** Als de aanvrager het aanvraagformulier, bedoeld in artikel 28, eerste lid, niet volledig of niet juist heeft ingevuld of niet heeft ondertekend, of de verstrekte gegevens onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag, geeft Onze Minister de huurder de gelegenheid de aanvraag binnen vier weken aan te vullen.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister beslist met betrekking tot het aan de huurder toezenden van een huursubsidiebericht of een beperkt huursubsidiebericht, na een daartoe ingesteld onderzoek, mede op basis van de door de huurder onder toepassing van het tweede lid overgelegde gegevens.
|
||||
|
||||
**4.** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een verzoek als bedoeld in de artikelen 26, eerste lid, en 26g, tweede lid.
|
||||
**4.** Indien de huurder niet heeft voldaan aan het tweede lid, beslist Onze Minister binnen acht weken na het verstrijken van de in dat lid genoemde termijn.
|
||||
|
||||
**5.** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een verzoek als bedoeld in de artikelen 26, eerste lid, en 26g, tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
Indien de gegevens, bedoeld in artikel 29, tweede lid, na het verstrijken van de in dat artikellid genoemde termijn door de huurder worden ingediend, wordt geen huursubsidie toegekend voor de kalendermaand waarin de datum van de aanvraag, bedoeld in artikel 28, eerste lid, valt, de kalendermaand waarin die gegevens worden ingediend en de tussenliggende kalendermaanden.
|
||||
**1.** Indien de gegevens, bedoeld in artikel 29, tweede lid, na het verstrijken van de in dat artikellid genoemde termijn door de huurder worden ingediend, wordt geen huursubsidie toegekend voor de kalendermaand waarin de datum van de aanvraag, bedoeld in artikel 28, eerste lid, valt, de kalendermaand waarin die gegevens worden ingediend en de tussenliggende kalendermaanden.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 29, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de huurder de gegevens, bedoeld in het eerste lid, volledig indient voordat Onze Minister toepassing heeft gegeven aan artikel 29, vierde lid, blijft dat lid buiten toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 30a
|
||||
|
||||
|
|
@ -630,7 +640,7 @@ Indien de gegevens, bedoeld in artikel 29, tweede lid, na het verstrijken van de
|
|||
|
||||
Onze Minister zendt over een subsidietijdvak een door hem vastgesteld huursubsidiebericht of beperkt huursubsidiebericht:
|
||||
|
||||
a. aan de huurders die een aanvraag om toekenning van huursubsidie hebben ingediend en waarvan Onze Minister de gegevens, bedoeld in de artikelen 5, tweede lid, 12, tweede lid, en 30b, heeft ontvangen, binnen vier weken na ontvangst van die gegevens, en
|
||||
a. aan de huurders die een aanvraag om toekenning van huursubsidie hebben ingediend en waarvan Onze Minister de gegevens, bedoeld in de artikelen 12, tweede lid, en 30b, heeft ontvangen, binnen vier weken na ontvangst van die gegevens, en
|
||||
b. aan de huurders die over het subsidietijdvak voorafgaand aan het in de aanhef genoemde subsidietijdvak een huursubsidiebericht of een beperkt huursubsidiebericht hebben ontvangen, waarna in eerstgenoemd tijdvak positief is beschikt, uiterlijk 1 juli van elk jaar.
|
||||
|
||||
**2.** Tegen een huursubsidiebericht of een beperkt huursubsidiebericht kan geen bezwaar worden gemaakt of beroep worden ingesteld.
|
||||
|
|
@ -693,13 +703,13 @@ c. indien het een beperkt huursubsidiebericht is als bedoeld in artikel 1, onder
|
|||
|
||||
**1.** Burgemeester en wethouders bevorderen dat binnen hun gemeente een of meer voorzieningen tot stand komen die de dienstverlening, voortvloeiende uit de uitvoering van deze wet, welke ten goede komt aan de huurders, verbeteren.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister verstrekt de gegevens, bedoeld in artikel 30b, eerste lid, uitsluitend ten behoeve van de voorzieningen, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
**2.** Onze Minister verstrekt de gegevens, bedoeld in artikel 30b, eerste lid, behoudens het bepaalde in artikel 48c, uitsluitend ten behoeve van de voorzieningen, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de taken en van de inrichting van de voorzieningen, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 30d
|
||||
|
||||
Onze Minister voert ten behoeve van een getrouwe weergave van de uitvoering en een effectief uitvoeringsproces, alsmede omtrent de verzonden huursubsidieberichten of beperkte huursubsidieberichten een zodanige administratie dat de juiste, volledige en tijdige vastlegging is gewaarborgd van de gegevens en bescheiden die verband houden met de toepassing van de artikelen 28 tot en met 30c.
|
||||
Onze Minister voert ten behoeve van een getrouwe weergave van de uitvoering en een effectief uitvoeringsproces, alsmede omtrent de verzonden huursubsidieberichten of beperkte huursubsidieberichten een zodanige administratie dat de juiste, volledige en tijdige vastlegging is gewaarborgd van de gegevens en bescheiden die verband houden met de toepassing van de artikelen 7a en 28 tot en met 30c.
|
||||
|
||||
### Artikel 31
|
||||
|
||||
|
|
@ -742,19 +752,19 @@ Onze Minister kan de uitbetaling van de huursubsidie geheel of gedeeltelijk opsc
|
|||
Onze Minister kan de toekenning herzien, als huursubsidie is toegekend:
|
||||
|
||||
a. in afwijking van deze wet of de daarop berustende bepalingen, of
|
||||
b. als gevolg van het niet naleven van de artikelen 30a, vierde lid, of 33, tweede lid.
|
||||
b. als gevolg van het niet naleven van de artikelen 30a, vierde lid, of 33, tweede lid.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Aan een besluit als bedoeld in het eerste lid kan terugwerkende kracht worden verleend over ten hoogste vijf subsidietijdvakken, voorafgaande aan het lopende subsidietijdvak:
|
||||
|
||||
a. als de door de huurder of de medebewoners verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn geweest, dat een ander besluit zou zijn genomen indien de juiste of volledige gegevens bij Onze Minister bekend zouden zijn geweest,
|
||||
b. als de artikelen 30a, vierde lid, of 33, tweede lid, niet worden nageleefd, of.
|
||||
b. als de artikelen 30a, vierde lid, of 33, tweede lid, niet worden nageleefd, of.
|
||||
c. als de huurder redelijkerwijs had kunnen begrijpen dat de huursubsidie ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend.
|
||||
|
||||
**3.** Als het eerste lid toepassing vindt kan de ten onrechte of te veel uitbetaalde huursubsidie van de huurder worden teruggevorderd, of worden verrekend met aanspraken op huursubsidie van de huurder. Onze Minister stelt de hoogte van het terug te vorderen of te verrekenen bedrag en de wijze van terugvordering of verrekening vast.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister kan, als de herziening haar grond vindt in het feit dat het aanvraagformulier, bedoeld in artikel 28, eerste lid, niet naar waarheid is ingevuld, dan wel de artikelen 30a, vierde lid, of 33 niet zijn nageleefd, het terug te vorderen bedrag verhogen met 25 procent, met dien verstande dat deze verhoging niet meer mag bedragen dan € 225 per subsidietijdvak waarover ten onrechte huursubsidie werd genoten. De verhoging kan worden betrokken bij een verrekening als bedoeld in het derde lid.
|
||||
**4.** Onze Minister kan, als de herziening haar grond vindt in het feit dat het aanvraagformulier, bedoeld in artikel 28, eerste lid, niet naar waarheid is ingevuld, dan wel de artikelen 30a, vierde lid, of 33 niet zijn nageleefd, het terug te vorderen bedrag verhogen met 25 procent, met dien verstande dat deze verhoging niet meer mag bedragen dan € 225 per subsidietijdvak waarover ten onrechte huursubsidie werd genoten. De verhoging kan worden betrokken bij een verrekening als bedoeld in het derde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
|
|
@ -850,7 +860,7 @@ Burgemeester en wethouders voeren ten behoeve van een getrouwe weergave van de u
|
|||
|
||||
a. de besluiten over aanvragen, onderzoeken, toekenningen, vorderingen en verplichtingen en de hieruit voortvloeiende betalingen en ontvangsten, genomen en gedaan ingevolge hoofdstuk 4A;
|
||||
b. de onderzoeken die worden verricht ingevolge artikel 26c, zevende lid, aanhef, juncto onderdeel b;
|
||||
c. de toepassing van de artikelen 12, tweede lid, en 38.
|
||||
c. de toepassing van de artikelen 7a, 12, tweede lid, en 38.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -862,7 +872,7 @@ c. de toepassing van de artikelen 12, tweede lid, en 38.
|
|||
|
||||
### Artikel 48c
|
||||
|
||||
Onze Minister verstrekt op verzoek aan burgemeester en wethouders de gegevens, bedoeld in artikel 30b, eerste lid, uitsluitend ten behoeve van het doen van uitkeringen uit een bij verordening op basis van artikel 108 van de Gemeentewet ingesteld gemeentelijk woonlastenfonds.
|
||||
Onze Minister verstrekt op verzoek aan burgemeester en wethouders de gegevens, bedoeld in artikel 30b, eerste lid, behoudens het bepaalde in artikel 30c, tweede lid, uitsluitend ten behoeve van het doen van uitkeringen uit een bij verordening op basis van artikel 108 van de Gemeentewet ingesteld gemeentelijk woonlastenfonds.
|
||||
|
||||
### Artikel 49
|
||||
|
||||
|
|
@ -872,7 +882,7 @@ Onze Minister verstrekt op verzoek aan burgemeester en wethouders de gegevens, b
|
|||
|
||||
### Artikel 50
|
||||
|
||||
De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 27, eerste lid, onder a, en tweede lid, eerste volzin, wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd en sedert die overlegging acht weken zijn verstreken.
|
||||
De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 27, eerste lid, onder a, tweede lid, eerste volzin, en achtste lid, wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd en sedert die overlegging acht weken zijn verstreken.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 10. Overgangs- en slotbepalingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -908,7 +918,7 @@ De Wet individuele huursubsidie wordt ingetrokken.
|
|||
|
||||
### Artikel 56
|
||||
|
||||
Indien artikel I, onder B en C, van het bij koninklijke boodschap van 26 juni 1995 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet en enige andere wetten teneinde de aanspraak van vreemdelingen jegens bestuursorganen op verstrekkingen, voorzieningen, uitkeringen, ontheffingen en vergunningen te koppelen aan het rechtmatig verblijf van de vreemdeling in Nederland (*kamerstukken* 24 233) tot wet wordt verheven en in werking treedt:
|
||||
Indien artikel I, onder B en C, van het bij koninklijke boodschap van 26 juni 1995 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet en enige andere wetten teneinde de aanspraak van vreemdelingen jegens bestuursorganen op verstrekkingen, voorzieningen, uitkeringen, ontheffingen en vergunningen te koppelen aan het rechtmatig verblijf van de vreemdeling in Nederland (*kamerstukken* 24 233) tot wet wordt verheven en in werking treedt:
|
||||
|
||||
a. met ingang van 1 juli van enig jaar, treedt artikel 10 in werking met ingang van die datum;
|
||||
b. met ingang van een andere datum dan 1 juli, treedt artikel 10 in werking met ingang van de 1 juli die volgt op die datum.
|
||||
|
|
@ -917,10 +927,6 @@ b. met ingang van een andere datum dan 1 juli, treedt artikel 10 in werking met
|
|||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 56b
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 13, eerste lid, onderdeel a, aanhef, onderscheidenlijk onderdeel b, van de Huursubsidiewet, zoals die luidden na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel EA, van de wet van 26 januari 2004 tot wijziging van de Huursubsidiewet en enkele andere wetten (introductie van een nieuwe procedure voor huurders die een aanvraag om toekenning van huursubsidie indienen) (Stb. 61), luiden de daarin genoemde bedragen voor het tijdvak dat loopt van 1 juli 2003 tot en met 30 juni 2004: € 585,24 onderscheidenlijk € 317,03.
|
||||
|
||||
### Artikel 57
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister brengt jaarlijks verslag uit aan de Staten-Generaal over de werking van deze wet.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue