2004-09-01 | BWBR0013891 | Comptabiliteitswet 2001
This commit is contained in:
parent
c3c155b9d4
commit
3781aebef4
1 changed files with 61 additions and 6 deletions
|
|
@ -532,7 +532,8 @@ De geldigheid van privaatrechtelijke rechtshandelingen wordt niet aangetast indi
|
|||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot:
|
||||
|
||||
a. de taak van de centrale directies financieel-economische zaken;
|
||||
b. het kasbeheer.
|
||||
b. het kasbeheer;
|
||||
c. het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en kan worden voorgeschreven dat bepaalde privaatrechtelijke rechtshandelingen worden verricht in afwijking van de artikelen 32 en 33.
|
||||
|
||||
### Artikel 38
|
||||
|
||||
|
|
@ -549,25 +550,25 @@ b. de bevoegdheid, bedoeld in artikel 22, tweede lid.
|
|||
|
||||
### Paragraaf 1. Het toezicht van Onze Minister van Financiën op de uitvoering van de begroting
|
||||
|
||||
### Artikel 40
|
||||
### Artikel 39
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister van Financiën is belast met het toezicht op de uitvoering van de begrotingen.
|
||||
|
||||
**2.** Dit toezicht omvat mede de toetsing aan de aspecten, bedoeld in artikel 12, tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 41
|
||||
### Artikel 40
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister van Financiën bepaalt welke gegevens hem ten behoeve van het toezicht, bedoeld in artikel 40, worden verstrekt.
|
||||
|
||||
**2.** In het kader van het toezicht, bedoeld in artikel 40, kan Onze Minister van Financiën begrotingsartikelen aanwijzen ten laste waarvan geen verplichtingen mogen worden aangegaan, voordat hij daarmee heeft ingestemd.
|
||||
|
||||
### Artikel 42
|
||||
### Artikel 41
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister van Financiën is verantwoordelijk voor het toezicht op de inrichting van de administraties, bedoeld in artikel 21, tweede lid, en voor het toezicht op de wijze waarop deze worden bijgehouden.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister van Financiën is verantwoordelijk voor het toezicht op de inrichting van de controle die plaatsvindt in het kader van de uitvoering van de begrotingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 43
|
||||
### Artikel 42
|
||||
|
||||
**1.** Onze Ministers verstrekken de inlichtingen die Onze Minister van Financiën voor de uitoefening van het toezicht, bedoeld in de artikelen 40 en 42, nodig heeft.
|
||||
|
||||
|
|
@ -577,7 +578,7 @@ b. de bevoegdheid, bedoeld in artikel 22, tweede lid.
|
|||
|
||||
### Paragraaf 2. Het toezicht op derden die collectieve middelen ontvangen en uitgeven
|
||||
|
||||
### Artikel 44
|
||||
### Artikel 43
|
||||
|
||||
**1.** Onverminderd het anders bij wet bepaalde, heeft Onze verantwoordelijke Minister de in de volgende leden vermelde bevoegdheden ten aanzien van rechtspersonen, commanditaire vennootschappen, vennootschappen onder firma en natuurlijke personen die een beroep of bedrijf uitoefenen aan wie door de Raad van de Europese Unie, het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of de Commissie van de Europese Gemeenschappen op grond van een vastgesteld programma rechtstreeks of middellijk een subsidie wordt verstrekt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -589,12 +590,66 @@ b. de bevoegdheid, bedoeld in artikel 22, tweede lid.
|
|||
|
||||
**5.** Onze Minister kan de in dit artikel vermelde bevoegdheden uitoefenen zolang als en over de jaren dat de Staat daarbij belang heeft.
|
||||
|
||||
### Artikel 44
|
||||
|
||||
**1.** Ter bewaking van de ontwikkeling van het EMU-saldo kan Onze Minister van Financiën regels stellen ten aanzien van de verstrekking van gegevens door de rechtspersonen die op basis van het geldende Europees Stelsel van Rekeningen (PbEG L310) tot de sector overheid worden gerekend.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een dreigende overschrijding van de geldende norm voor het EMU-saldo van de overheid wordt veroorzaakt door een ongewenste ontwikkeling van het EMU-saldo van de rechtspersonen, bedoeld in het eerste lid, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld ter beheersing van het EMU-saldo van die rechtspersonen.
|
||||
|
||||
**3.** Een krachtens het tweede lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt niet eerder in werking dan acht weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal.
|
||||
|
||||
**4.** Tot de rechtspersonen, bedoeld in het eerste lid, worden voor de toepassing van het bepaalde in het tweede lid, niet gerekend de openbare lichamen, bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet financiering decentrale overheden.
|
||||
|
||||
### Artikel 44a
|
||||
|
||||
zelfstandige bestuursorganen als bedoeld in artikel 18, vijfde lid, en rechtspersonen als bedoeld in artikel 91, eerste lid, onder d, van deze wet verschaffen aan Onze Minister periodiek informatie over de door hen te leveren en geleverde prestaties.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk IV. Het liquidemiddelenbeheer en de financiering van rechtspersonen die collectieve middelen beheren
|
||||
|
||||
### Artikel 45
|
||||
|
||||
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de rechtspersonen, bedoeld in artikel 91, eerste lid, onder d, aangewezen die ten behoeve van een doelmatig en risico-arm kasbeheer hun liquide middelen rentedragend aanhouden in 's Rijks schatkist.
|
||||
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de rechtspersonen, bedoeld in artikel 91, eerste lid, onder d, aangewezen die ten behoeve van een risico-arm kasbeheer hun liquide middelen uitzetten in de vorm van producten die voldoen aan door Onze Minister van Financiën te stellen eisen.
|
||||
|
||||
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere rechtspersonen met een publieke taak worden aangewezen waarop het eerste of het tweede lid van toepassing is.
|
||||
|
||||
**4.** Het eerste tot en met derde lid is niet van toepassing ten aanzien van de liquide middelen die niet als collectieve middelen kunnen worden aangemerkt, indien die liquide middelen op een adequate wijze separaat in de jaarrekening van de betrokken rechtspersoon worden verantwoord.
|
||||
|
||||
**5.** De voordracht voor een krachtens het eerste, tweede en derde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 46
|
||||
|
||||
Het aantrekken van financiële middelen door de rechtspersonen, bedoeld in artikel 45, met als doel daarmee via het uitzetten ervan additionele financiële middelen te verwerven, is verboden.
|
||||
|
||||
### Artikel 47
|
||||
|
||||
**1.** Onze betrokken Minister is belast met het toezicht op artikel 45, tweede en vierde lid, en op artikel 46.
|
||||
|
||||
**2.** Een rechtspersoon verstrekt desgevraagd aan Onze Minister alle voor dit toezicht benodigde inlichtingen. Onze Minister kan inzage vorderen in alle zakelijke gegevens en bescheiden, indien dat voor het toezicht redelijkerwijs nodig is.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan een rechtspersoon die zich niet houdt aan artikel 45, tweede of vierde lid, of artikel 46, de aanwijzing geven hieraan alsnog te voldoen.
|
||||
|
||||
### Artikel 48
|
||||
|
||||
**1.** Onverminderd het bij of krachtens andere wetten bepaalde kunnen de rechtspersonen, bedoeld in artikel 45, eerste lid, met de instemming van Onze betrokken Minister, ten behoeve van de financiering van investeringen, leningen bij Onze Minister van Financiën verkrijgen, indien de investeringen benodigd zijn voor de uitvoering van de bij of krachtens de wet geregelde taken van de rechtspersoon.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de rechtspersonen, bedoeld in artikel 45, derde lid, indien op die rechtspersonen het eerste lid van artikel 45 van toepassing is.
|
||||
|
||||
**3.** Indien in enig jaar een rechtspersoon waaraan door Onze Minister van Financiën een lening is verstrekt, in gebreke blijft de daaruit voortvloeiende verplichtingen aan rente en aflossing na te komen, kan Onze Minister van Financiën het bedrag van de niet-nagekomen verplichtingen ten laste van de begroting van Onze betrokken Minister overboeken naar de begroting van Nationale Schuld.
|
||||
|
||||
### Artikel 49
|
||||
|
||||
**1.** Onverminderd het bij of krachtens andere wetten bepaalde kan Onze Minister van Financiën, in overeenstemming met Onze betrokken Minister, aan de rechtspersonen, bedoeld in artikel 45, eerste lid, ter overbrugging van tijdelijke liquiditeitstekorten een rekening-courantkrediet verstrekken.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de rechtspersonen, bedoeld in artikel 45, derde lid, indien op die rechtspersonen het eerste lid van artikel 45 van toepassing is.
|
||||
|
||||
**3.** Indien in enig jaar een rechtspersoon waaraan door Onze Minister van Financiën een rekening-courantkrediet is verstrekt, in gebreke blijft de daaruit voortvloeiende verplichtingen aan rente en aflossing na te komen, kan Onze Minister van Financiën het bedrag van de niet-nagekomen verplichtingen ten laste van de begroting van Onze betrokken Minister overboeken naar de begroting van Nationale Schuld.
|
||||
|
||||
### Artikel 49a
|
||||
|
||||
Onze Minister van Financiën kan nadere regels stellen met betrekking tot het bepaalde in de artikelen 45 tot en met 49.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk V. De verantwoording van het Rijk
|
||||
|
||||
### Artikel 50
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue