2016-09-01 | BWBR0038456 | Besluit energieprestatievergoeding huur
This commit is contained in:
parent
3d90340a79
commit
379199579a
1 changed files with 29 additions and 79 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit energieprestatievergoeding huur
|
|||
bwb_id: BWBR0038456
|
||||
type: AMvB
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2020-11-04'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2016-09-01'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0038456
|
||||
citeertitel: Besluit energieprestatievergoeding huur
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -12,113 +12,63 @@ citeertitel: Besluit energieprestatievergoeding huur
|
|||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
- *elektriciteit uit hernieuwbare bronnen:* elektriciteit uit hernieuwbare bronnen als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet;
|
||||
- *energieprestatie:* combinatie van de warmtebehoefte van de woonruimte, de op de woning opgewekte elektriciteit uit hernieuwbare bronnen en het elektriciteitsverbruik van de gebouwgebonden installaties;
|
||||
- *gebouwgebonden installaties:* installaties die worden gebruikt voor ruimteverwarming, koelen, ventileren, bevochtigen, ontvochtigen, verlichten, bereiden van warm-tapwater en regeling en aansturing;
|
||||
- *op de woning:* in, aan of op de woonruimte of het woongebouw waarvan de woonruimte onderdeel uitmaakt, en de onroerende aanhorigheden daarvan;
|
||||
- *warmte:* warmte als bedoeld in artikel 1 van de Warmtewet;
|
||||
- *warmtebehoefte:* warmtebehoefte van de woning, inhoudende de jaarlijkse hoeveelheid warmte die nodig is om de woonruimte bij gemiddelde klimaatomstandigheden en een gemiddeld gebruik te voorzien van ruimteverwarming.
|
||||
In dit besluit wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. *duurzame energie:* energie uit hernieuwbare energiebronnen als bedoeld in artikel 2 van de richtlijn 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG (Pb EU 2009, L 140);
|
||||
b. *energieprestatie:* de combinatie van de warmtevraag van de woonruimte en de op de woning duurzaam opgewekte energie;
|
||||
c. *op de woning:* in, aan of op de woonruimte of het woongebouw waarvan de woonruimte onderdeel uitmaakt, en de onroerende aanhorigheden daarvan;
|
||||
d. *wet:* Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte;
|
||||
e. *warmte:* warmte, bedoeld in artikel 1, onder d, van de Warmtewet;
|
||||
f. *warmtenet:* warmtenet, bedoeld in artikel 1, onder c, van de Warmtewet;
|
||||
g. *warmtevraag:* jaarlijkse hoeveelheid warmte die nodig is om de woonruimte bij gemiddelde klimaatomstandigheden en een gemiddeld gebruik te voorzien van ruimteverwaming.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** Een energieprestatievergoeding kan worden overeengekomen met inachtneming van de in bijlage I, tabellen 1 en 2, vervatte systematiek en de daarbij gegeven toelichting.
|
||||
|
||||
Een energieprestatievergoeding bedraagt ten hoogste het bedrag dat volgt uit de onderstaande tabel:
|
||||
**2.** De energieprestatievergoeding bedraagt ten hoogste het in tabel 1 in bijlage I bij de netto warmtevraag van de woning genoemde bedrag. In de gevallen waarin de woonruimte aangesloten is op een warmtenet bedraagt de energieprestatievergoeding ten hoogste het in tabel 2 in bijlage I bij de netto warmtevraag van de woning genoemde bedrag.
|
||||
|
||||
| I | II | III | IV | V | VI | |
|
||||
| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- |
|
||||
| EPV klasse | Compactheid (Als /Ag) | Warmtebehoefte ruimteverwarming (EH;nd) in kWh/m2/jr | Ontwerpeis: Primair energiegebruik (EWEPtot) in kWh/m2/jr | Opgewekte elektriciteit uit hernieuwbare bronnen voor huishoudelijk gebruik kWh/jr | Maximale EPV in €/m2 /maand | |
|
||||
| EPV Basis | | | | | Woningen vóór 2019 | Woningen vanaf 2019 |
|
||||
| Eengezinswoningen | < 1 | ≤ 43 | ≤ 0 | > 0 | 1,34 | n.v.t. |
|
||||
| ≥ 1 | ≤ 43 + 40 x (A_ls/A_g – 1) | | | | | |
|
||||
| Meergezinswoningen | < 1 | ≤ 45 | ≤ 0 | > 0 | 1,34 | n.v.t. |
|
||||
| ≥ 1 | ≤ 45 + 45 x (A_ls/A_g – 1) | | | | | |
|
||||
| EPV Hoogwaardig | | | | | Woningen vóór 2019 | Woningen vanaf 2019 |
|
||||
| Eengezinswoningen | < 1 | ≤ 30 | ≤ -30 | ≥ 2100 | 1,77 | 1.23 |
|
||||
| ≥ 1 | ≤ 30 + 20 x (A_ls/A_g – 1) | | | | | |
|
||||
| Meergezinswoningen | < 1 | ≤ 30 | ≤ -10 | ≥ 530 | 1,50 | 0,96 |
|
||||
| ≥ 1 | ≤ 30 + 20 x (A_ls/A_g – 1) | | | | | |
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot het bepalen van de warmtevraag van de woonruimte.
|
||||
|
||||
**2.** De warmtebehoefte en primair energiegebruik worden bepaald door een bedrijf met een geldig procescertificaat, volgens de krachtens artikel 4.3, vierde lid, van de Omgevingswet gestelde regels omtrent het vaststellen van een energielabel voor woningen en woongebouwen.
|
||||
|
||||
**3.** Met een procescertificaat of voorschrift als bedoeld in het derde lid wordt gelijkgesteld een voor het bepalen van de warmtebehoefte voorgeschreven certificaat, beoordelingsrichtlijn of andere norm, afgegeven, uitgevoerd of goedgekeurd door een daartoe bevoegde onafhankelijke instelling in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, met een kwaliteitsniveau dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de in het derde lid bedoelde eisen wordt nagestreefd.
|
||||
|
||||
**4.** De bedragen, genoemd in de in het eerste lid opgenomen tabel, worden per 1 juli van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex geldend voor het voorafgaande kalenderjaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 2a
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**4.** De bedragen, genoemd in tabel 1 en tabel 2 van bijlage I, worden per 1 juli van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex geldend voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
Bij ministeriële regeling kunnen met inachtneming van de daarin te stellen voorwaarden gevallen worden aangewezen waarin van onderdelen van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde systematiek kan worden afgeweken, met dien verstande dat in die gevallen:
|
||||
|
||||
De verhuurder informeert de huurder bij het overeenkomen van de energieprestatievergoeding op welke wijze is voldaan aan de in de in artikel 2, eerste lid, opgenomen tabel bedoelde eisen, en in ieder geval over:
|
||||
|
||||
a. de overeenkomstig de voorschriften, bedoeld in artikel 2, tweede lid, berekende warmtebehoefte, bedoeld in kolom III van de in artikel 2, eerste lid, opgenomen tabel;
|
||||
b. de door de verhuurder gegarandeerde totale jaarlijkse op de woning op te wekken hoeveelheid elektriciteit uit hernieuwbare bronnen waarmee wordt voldaan aan de ontwerpeis primair energiegebruik, bedoeld in kolom IV van de in artikel 2, eerste lid opgenomen tabel;
|
||||
c. de door de verhuurder gegarandeerde totale jaarlijkse op de woning op te wekken elektriciteit uit hernieuwbare bronnen beschikbaar voor huishoudelijk gebruik, bedoeld in kolom V van de in artikel 2, eerste lid, opgenomen tabel;
|
||||
d. het gemiddelde gebruikersgedrag dat als uitgangspunt is gehanteerd in de voorschriften, bedoeld in artikel 2, tweede lid, en daarbij de gevolgen voor het elektriciteitsgebruik bij afwijking van het gemiddelde gebruikersgedrag, in ieder geval voor het gebruik van warm tapwater, ruimteverwarming en huishoudelijk gebruik.
|
||||
a. de energieprestatievergoeding niet hoger is dan het bedrag, bedoeld in artikel 2, tweede lid; en
|
||||
b. de hoeveelheid duurzaam op de woning opgewekte energie die beschikbaar is voor gebruik door de huurder, ten minste voldoende is voor het gebruik door de huurder bij gemiddelde klimaatsomstandigheden en een gemiddeld gebruik van de energie.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** In de gevallen waarin een energieprestatievergoeding is overeengekomen, bevat het overzicht dat de verhuurder krachtens artikel 261a, tweede lid, in samenhang met artikel 259, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek jaarlijks aan de huurder verstrekt, in ieder geval gegevens over de opgewekte hoeveelheid duurzame energie voor warmte en de opgewekte hoeveelheid duurzame energie die beschikbaar is voor gebruik door de huurder.
|
||||
|
||||
In de gevallen waarin een energieprestatievergoeding is overeengekomen, bevat het overzicht dat de verhuurder krachtens artikel 261a, tweede lid, in samenhang met artikel 259, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek jaarlijks aan de huurder verstrekt, gegevens over het gemeten elektriciteitsgebruik van de maatregelen waarmee is voldaan aan de in de in artikel 2, eerste lid, opgenomen tabel bedoelde eisen, en in ieder geval gegevens over:
|
||||
**2.** Ten behoeve van het overzicht, bedoeld in het eerste lid, dient de verhuurder de woonruimte te voorzien van individuele meters die de opgewekte hoeveelheid duurzame energie voor warmte en het gebruik door de huurder kunnen weergeven.
|
||||
|
||||
a. de totale jaarlijkse op de woning opgewekte hoeveelheid elektriciteit uit hernieuwbare bronnen;
|
||||
b. het totale jaarlijkse verbruik van elektriciteit voor ruimteverwarming, comfortkoeling en het bereiden van warm-tapwater;
|
||||
c. het totale elektriciteitsgebruik voor ventileren, monitoring en eventueel aanwezige elektrische of infraroodverwarming in een badkamer;
|
||||
d. In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, kan in plaats van het gemeten elektriciteitsgebruik worden uitgegaan van een in de overeenkomst vastgelegde forfaitaire hoeveelheid elektriciteit van 700 kWh/jaar;
|
||||
e. de gerealiseerde hoeveelheid elektriciteit uit hernieuwbare bronnen beschikbaar voor huishoudelijk gebruik.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De hoeveelheid elektriciteit uit hernieuwbare bronnen beschikbaar voor huishoudelijk gebruik wordt vastgesteld op basis van de gemeten waarden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, en is de uitkomst van: H = O – W – G, waarbij:
|
||||
|
||||
H = de hoeveelheid elektriciteit uit hernieuwbare bronnen beschikbaar voor huishoudelijk gebruik;
|
||||
|
||||
O = de totale jaarlijkse op de woning opgewekte hoeveelheid elektriciteit uit hernieuwbare bronnen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a;
|
||||
|
||||
W = het totale jaarlijkse verbruik van elektriciteit voor ruimteverwarming, comfortkoeling en het bereiden van warm-tapwater, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, en
|
||||
|
||||
G = de gemeten dan wel forfaitair op 700 kWh/jaar vastgestelde hoeveelheid elektriciteit gebruikt voor ventileren, monitoring en eventueel aanwezige elektrische of infraroodverwarming in een badkamer, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c of d.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Ten behoeve van het overzicht, bedoeld in het eerste lid, voorziet de verhuurder de woonruimte van ten minste twee individuele meters voor het vaststellen van:
|
||||
|
||||
a. de totale jaarlijkse op de woning opgewekte hoeveelheid elektriciteit uit hernieuwbare bronnen;
|
||||
b. het totale jaarlijkse gebruik van elektriciteit voor ruimteverwarming, comfortkoeling en het bereiden van warm-tapwater.
|
||||
|
||||
**4.** Het overzicht, bedoeld in het eerste lid, kan elektronisch worden verstrekt, indien de huurder daarmee instemt.
|
||||
**3.** Het overzicht, bedoeld in het eerste lid, kan elektronisch worden verstrekt, indien de huurder daarmee instemt.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** De verhuurder verbindt zich tot het geven aan de huurder van een korting op de overeengekomen energieprestatievergoeding indien in het voorafgaande kalenderjaar niet op de woning de bij het overeenkomen van de energieprestatievergoeding gegarandeerde hoeveelheid elektriciteit uit hernieuwbare bronnen voor gebruik door de huurder is opgewekt.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het eerst nadat na de ingangsdatum van de overeenkomst een volledig kalenderjaar is verstreken.
|
||||
Onverminderd artikel 4, informeert de verhuurder de huurder bij het overeenkomen van de energieprestatievergoeding in ieder geval over de door de verhuurder gegarandeerde:
|
||||
|
||||
**3.** De korting bedraagt het verschil tussen de gegarandeerde elektriciteitslevering voor huishoudelijk gebruik en de gerealiseerde elektriciteitslevering voor huishoudelijk gebruik vermenigvuldigd met de over het betreffende kalenderjaar door het Centraal Bureau voor de Statistiek bekendgemaakte transactieprijs «Elektriciteitsprijs verbruiksklassen huishoudens 2,5 tot 5 MWh».
|
||||
a. warmtevraag van de woonruimte;
|
||||
b. op de woning op te wekken hoeveelheid duurzame energie voor warmte;
|
||||
c. op de woning op te wekken hoeveelheid duurzame energie voor het gebruik door de huurder;
|
||||
|
||||
**2.** De verhuurder informeert de huurder tevens over de gemiddelde klimaatsomstandigheden en het gemiddelde energiegebruik waarop de energieprestatievergoeding is gebaseerd, en de gevolgen voor het energiegebruik, indien hiervan wordt afgeweken.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
**1.** Op energieprestatievergoedingen, overeengekomen voor 1 oktober 2023, zijn de tabellen 1 en 2 van bijlage I van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** De bedragen, genoemd in de tabellen 1 en 2 van bijlage I, worden per 1 juli van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex geldend voor het voorafgaande kalenderjaar.
|
||||
|
||||
**3.** De verhuurder die de warmtebehoefte van de woning heeft bepaald voor 1 januari 2024 kan tabel 1 van bijlage I toepassen bij het bepalen van de maximale energieprestatievergoeding.
|
||||
Wijzigt het Besluit huurprijzen woonruimte.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet van 18 mei 2016 tot wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte in verband met de mogelijkheid voor verhuurder en huurder een energieprestatievergoeding overeen te komen (Stb. 2016, 199) in werking treedt.
|
||||
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet van 18 mei 2016 tot wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte in verband met de mogelijkheid voor verhuurder en huurder een energieprestatievergoeding overeen te komen (Stb. 2016, 199) in werking treedt.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit energieprestatievergoeding huur.
|
||||
|
||||
## Bijlage I. bij het Besluit energieprestatievergoeding huur
|
||||
|
||||
## Bijlage II. bij het Besluit energieprestatievergoeding huur
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue