2014-12-18 | BWBR0035930 | Inkomstenbelasting, kapitaalverzekering eigen woning, spaarrekening eigen woning, beleggingsrecht eigen woning en vóór 2001 bestaande kapitaalverzekeringen in box 3

This commit is contained in:
Coornhert 2014-12-18 12:00:00 +00:00
parent 4f336cac9b
commit 379a8d83e4

View file

@ -21,11 +21,49 @@ citeertitel: Inkomstenbelasting, kapitaalverzekering eigen woning, spaarrekening
## 1. Inleiding
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
In dit besluit zijn de beleidsstandpunten opgenomen op het terrein van de kapitaalverzekering en de kapitaalverzekering eigen woning (KEW), spaarrekening eigen woning (SEW) en het beleggingsrecht eigen woning (BEW). Eenvoudshalve worden de KEW, SEW en BEW hierna tezamen KEW genoemd. De artikelen uit afdeling 3.6 van de Wet IB 2001, zoals die luidden op 31 december 2012 en die betrekking hadden op de KEW, zijn vervangen door overeenkomstige artikelen in hoofdstuk 10bis van de Wet IB 2001. In dit besluit wordt verwezen naar de huidige artikelen. De systematiek die geldt bij eerdere overgangsregimes voor kapitaalverzekeringen is van toepassing op dit overgangsrecht.
Ook zijn de beleidsstandpunten opgenomen over vóór 2001 gesloten kapitaalverzekeringen die met toepassing van de Invoeringswet zijn omgezet in een KEW. Daarnaast zijn de beleidsstandpunten opgenomen die met het oog op de toepassing van de Invoeringswet zelf zijn ingenomen. Deze beleidsstandpunten zien op vóór 2001 gesloten kapitaalverzekeringen die niet zijn omgezet in een KEW. In vrijwel alle gevallen gaat het hierbij om kapitaalverzekeringen die behoren tot box 3. Voor dergelijke kapitaalverzekeringen blijft gedurende de gehele looptijd de Wet IB 1964 mede van toepassing.
De beleidsstandpunten over de KEW zijn in beginsel van overeenkomstige toepassing op kapitaalverzekeringen waarop op grond van de onderdelen AL en AM van de Invoeringswet de bepalingen van de Wet IB 1964, zoals deze luidden op 31 december 2000, van toepassing blijven. Dit wordt bij de beleidsstandpunten niet vermeld, alleen afwijkingen van dit uitgangspunt worden genoemd.
In dit besluit zijn nieuwe standpunten opgenomen of zijn standpunten aangepast over de volgende onderwerpen:
Overgangsrecht aanpassing partnerbegrip met ingang van 1 januari 2011 (2.1.2);
Gedeeltelijke afkoop na 15 jaar voor gebruik lage vrijstelling (2.3);
Stroomlijning voorwaarden voor een BEW (2.6);
Gesplitste betaling door partners bij gemengde KEW (3.1.2);
Wijziging premies door sekseneutrale tarieven (3.1.7);
Extra gebruik vrijstelling KEW bij vervallen van de goedkoperwonenregeling (4.6);
Omzetting KEW bij beëindiging partnerschap (5.2);
In aanmerking te nemen inleg na omzetting KEW; bandbreedte-eis en overgangsrecht KEW (5.4);
Omzetting kapitaalverzekeringen; behoud eerbiedigende werking (7.5);
Vervreemding kapitaalverzekering bij echtscheiding (7.7).
De geactualiseerde standpunten zijn thematisch gerangschikt en zoveel mogelijk samengevoegd.
### . Gebruikte begrippen en afkortingen
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
| Afkortingen | |
| --- | --- |
| Wet IB 2001 | Wet inkomstenbelasting 2001 |
| Wet IB 1964 | Wet op de inkomstenbelasting 1964 |
| Invoeringswet | Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001 |
| AWR | Algemene wet inzake rijksbelastingen |
| Wft | Wet op het financieel toezicht |
| Begrippen | |
| --- | --- |
| KEW | KEW, SEW of BEW tenzij anders vermeld |
| Aanbieder | Verzekeraar, bank of beheerder van een beleggingsinstelling |
| Premie | Premie of overgemaakt bedrag |
| Tot uitkering komen | Tot uitkering komen of deblokkeren |
| Kapitaalsuitkering | Reguliere uitkering, afkoopsom of deblokkering van het tegoed |
| Polis | Polis of overeenkomst |
| Verzekeringsjaar | Verzekerings- of contractjaar |
| Verzekeringnemer | Verzekeringnemer of rekeninghouder |
| Brede Herwaardering | Wet IB 1964; regime 1992 t/m 2000 |
| Pré Brede Herwaardering | Wet IB 1964; regime vóór 1992 |
## 2. Voorwaarden KEW
@ -331,10 +369,6 @@ De totale vrijstelling kan uiteraard nooit hoger zijn dan het in het jaar gelden
*X verkoopt zijn woning voor € 200.000. De eigenwoningschuld bedroeg € 110.000 (B) en hiervoor heeft hij een KEW met een verzekerd kapitaal van € 110.000 afgesloten. Hij koopt een nieuwe woning voor € 110.000 (C), waarvoor hij geen lening afsluit. De nieuwe eigenwoningschuld bedraagt nihil (A). De fictieve verhoging op grond van de goedkeuring bedraagt nu € 110.000 (B A = C A*). *De kapitaalsuitkering is geheel vrijgesteld.*
### 4.7. Vervallen tijdklemmen in specifieke situaties
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
## 5. Omzetting KEW
### 5.1. Omzetting in twee soortgelijke producten; toerekening premies
@ -403,11 +437,20 @@ Voor rechten op tegoeden van een SEW waarover is afgerekend en die is overgegaan
### 7.1. Fiscale gevolgen van schikking Spaarbeleg Kas NV met Stichting Spaardersbelangen
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Spaarbeleg Kas NV (hierna: Spaarbeleg) heeft een regeling getroffen met een groep houders van zogenoemde spaarkascontracten (hierna: spaarders). Spaarbeleg heeft gedurende een zekere periode spaarkasproducten verkocht zonder op de polis expliciet de premie voor de in het product aanwezige overlijdensrisicoverzekering te vermelden. Een dergelijke vermelding was echter wel verplicht. Begin 1999 is deze fout gesignaleerd en is er een stichting opgericht, de Stichting Spaardersbelangen, om op te komen voor een ieder die hierdoor zou zijn benadeeld. Met deze partijen heeft Spaarbeleg een schikking bereikt. Onderdeel van die schikking maken de volgende punten uit:
1. Alle spaarders die hun polis vóór 1 januari 1996 hebben afgesloten, ontvangen aan het eind van de volledige looptijd van hun polis een extra uitkering, waarvan de hoogte afhankelijk is van hun leeftijd en van de looptijd van de polis.
2. Spaarders die een polis hebben afgesloten vóór 1 januari 1996 en die na 1 januari 1996 hun inleg hebben verhoogd, ontvangen bovendien voor het verhoogde deel van de inleg een extra uitkering als hun polis afloopt.
De deelnemers gaan niet meer betalen, hun maandelijkse inleg blijft gelijk. Er is van de zijde van de deelnemer dus geen sprake van een tegenprestatie.
Deze schikking is tot stand gekomen in verband met het herstel van een fout in de oorspronkelijke overeenkomsten. De in verband met de schikking gewijzigde aanspraak op een uitkering bij leven heeft vanaf het sluiten van de spaarkasovereenkomst in het contract besloten gelegen. Op grond hiervan is er geen sprake van een verhoging van het verzekerde kapitaal bij leven. Bij uitvoering van de schikking zoals hiervoor omschreven is dus geen sprake van een zodanige verhoging van het verzekerde kapitaal dat de eerbiedigende werking van artikel 76 van de Wet IB 1964 voor de desbetreffende kapitaalverzekeringen verloren gaat. Ook voor de toepassing van onderdeel AN van de Invoeringswet is geen sprake van een verhoging van het verzekerde kapitaal.
### 7.2. Verhoging verzekerd kapitaal na 13 september 1999 op grond van optieclausule
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Voor op 14 september 1999 bestaande kapitaalverzekeringen geldt een bijzondere waardevrijstelling in box 3 van in totaal € 123.428 (onderdeel AN, eerste lid, van de Invoeringswet). De vrijstelling geldt uitsluitend als aan de voorwaarden van het vierde lid is voldaan waaronder de eis dat het verzekerd kapitaal daarvan na 13 september 1999 niet is verhoogd (onderdeel AN, vierde lid, onderdeel a, van de Invoeringswet). Er zijn verzekeringsovereenkomsten waarvan het verzekerd kapitaal is verhoogd of nog kan worden verhoogd op grond van een indexclausule of optieclausule.
De bepaling over de verhoging van het verzekerde kapitaal moet zoveel mogelijk worden toegepast in overeenstemming met artikel 76 van de Wet IB 1964, zoals die bepaling luidde op 31 december 2000. Dit betekent onder meer dat verhogingen op grond van indexclausules of normale en gebruikelijke optieclausules niet leiden tot het verlies van de vrijstelling in box 3. Voorwaarde hierbij is dat die clausules al vóór 14 september 1999 deel uitmaakten van de overeenkomst.
### 7.3. Verhoging verzekerd kapitaal na 13 september 1999 als gevolg van verhoging maximum werknemersspaarregeling
@ -425,7 +468,15 @@ Ik heb in 2001 goedgekeurd dat een verhoging van het verzekerd kapitaal die leid
#### 7.5.1. Inleiding
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Voor kapitaalverzekeringen gesloten vóór de invoering van de Wet IB 2001 bestaan twee regelingen met eerbiedigende werking. In de eerste plaats de regeling voor kapitaalverzekeringen die zijn gesloten vóór 1 januari 1992 om de werking van het regime van de Wet IB 1964 te behouden (artikel 76 van de Wet IB 1964). In de tweede plaats gaat het om de bijzondere waardevrijstelling die in box 3 kan gelden voor kapitaalverzekeringen gesloten vóór 15 september 1999 (onderdeel AN van de Invoeringswet).
Vanaf 2013 zijn dezelfde aspecten ook relevant voor het overgangsrecht KEW op grond van hoofdstuk 10bis van de Wet IB 2001.
Bij de omzetting van een kapitaalverzekering in een andere kapitaalverzekering mag het verzekerde kapitaal niet worden verhoogd als men het regime van de Wet IB 1964 wil behouden. Dezelfde voorwaarde geldt voor het behoud van het recht op de bijzondere waardevrijstelling van € 123.428 in box 3 voor de omgezette kapitaalverzekering.
Als een verzekerd kapitaal ontbreekt bijvoorbeeld bij een unit-linked-verzekering geldt als voorwaarde dat het bedrag van de premies niet is verhoogd. Een verhoging van het verzekerd kapitaal, dan wel een verhoging van de premies, die plaatsvindt op grond van een normale en gebruikelijke optieclausule wordt hierbij niet beschouwd als een verhoging.
Bij de beoordeling of de eerbiedigende werking is behouden, geldt dat de verzekerde rechten bij in leven zijn en ten gevolge van overlijden afzonderlijk moeten worden getoetst. Het gevolg van deze gesplitste beoordeling is dat een eventuele verhoging van het verzekerde kapitaal of van de premies *voor overlijden* niet leidt tot verlies van de eerbiedigende werking voor de uitkering bij leven.
#### 7.5.2. Wijzigingen en omzettingen van kapitaalverzekeringen
@ -469,11 +520,21 @@ De prognoseberekening moet plaats vinden op basis van de kostenstructuur zoals d
### 7.6. Afrondingen verzekerd kapitaal naar boven door invoering euro; geen verlies bijzondere waardevrijstelling in box 3
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
In verband met de omzetting van gulden naar eurobedragen hebben sommige verzekeringsmaatschappijen na toepassing van de wettelijke omrekenregels het verzekerd kapitaal van kapitaalverzekeringen in het voordeel van de belanghebbende naar boven afgerond op een hele euro.
Deze geringe afronding leidt niet tot verlies van de bijzondere waardevrijstelling in box 3 (onderdeel AN van de Invoeringswet) of tot verlies van de eerbiedigende werking van artikel 76 van de Wet IB 1964. Ik stel hierbij de voorwaarde dat voor het overige de juiste omrekenregels zijn toegepast. Voor zover verzekeringsmaatschappijen niet de juiste regels hebben toegepast bij voorbeeld te globale omrekenverhoudingen hebben toegepast is de bijzondere waardevrijstelling behouden gebleven als uiterlijk in het jaar 2001 herstel heeft plaatsgevonden.
### 7.7. Vervreemding kapitaalverzekering bij echtscheiding
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Voor kapitaalverzekeringen waarop de Wet IB 1964 nog van toepassing is op grond van de Invoeringswet, geldt dat de vervreemding van een kapitaalverzekering fiscaal geruisloos kan plaatsvinden als wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 26b, eerste lid, van de Wet IB 1964. Eén van die voorwaarden is dat de vervreemding plaatsvindt in het kader van de verdeling van een gemeenschap. Te denken valt hierbij aan een gemeenschap die moet worden verdeeld als gevolg van echtscheiding of scheiding van tafel en bed.
Als echter geen gemeenschap van goederen bestaat, kan het ook gewenst zijn dat een kapitaalverzekering geheel of gedeeltelijk toekomt aan de andere echtgenoot. Bijvoorbeeld in de situatie waarin de echtgenoot op grond van een rechterlijke uitspraak de verplichting krijgt opgelegd om de waarde van een kapitaalverzekering te verrekenen. Of wanneer de waarde van een kapitaalverzekering moet worden verrekend op grond van een contractueel verrekenbeding of een ander beding. Dergelijke handelingen kunnen op grond van de letterlijke wettekst van artikel 26b, eerste lid, Wet IB 1964 niet fiscaal geruisloos plaatsvinden.
De situaties waarbij een verplichting bestaat om bij echtscheiding of scheiding van tafel en bed de waarde van een kapitaalverzekering te verrekenen, komen in grote mate overeen met de situaties waarin een gemeenschap van goederen bestaat. Daarom keur ik op grond van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) het volgende goed.
Ik keur goed dat in dergelijke situaties de verdeling geacht kan worden te hebben plaatsgevonden alsof er sprake is van het bestaan van een gemeenschap.
Ik verbind aan deze goedkeuring de volgende voorwaarden. Beide (ex-) echtgenoten moeten een gezamenlijk verzoek doen aan de aanbieder om de kapitaalverzekering te wijzigen. In het verzoek aan de aanbieder moeten zij opnemen dat zij met overeenkomstige toepassing van artikel 26b van de Wet IB 1964 de kapitaalverzekering willen toerekenen dan wel splitsen. Ze moeten ook omschrijven wat de aard van de gezamenlijke gerechtigheid of de aard van de verrekeningsverplichting is.
## 8. Ingetrokken regelingen