2016-12-01 | BWBR0006923 | Rijnvaartpolitiereglement 1995

This commit is contained in:
Coornhert 2016-12-01 12:00:00 +00:00
parent 819ee96c6d
commit 37e72b091b

View file

@ -123,7 +123,7 @@ De schipper moet bij dreigend gevaar alle maatregelen nemen die de omstandighede
### Artikel 1.06
Onverminderd de artikelen 8.08, 9.02, tiende lid, 10.01, 10.02, 11.01, 11.02, 11.03, 11.04 en 11.05 moeten de lengte, de breedte, de hoogte boven water, de diepgang en de snelheid van een schip of een samenstel verenigbaar zijn met de karakteristiek en de afmetingen van de vaarweg en van de kunstwerken.
Onverminderd de artikelen 8.08, 9.02, tiende lid, 10.01, 10.02, 11.01 en 11.02 moeten de lengte, de breedte, de hoogte boven water, de diepgang en de snelheid van een schip of een samenstel verenigbaar zijn met de karakteristiek en de afmetingen van de vaarweg en van de kunstwerken.
### Artikel 1.07
@ -1750,12 +1750,14 @@ l. in een door het teken A.5.1 (bijlage 7) aangeduid vak, waarvan de breedte op
**1.**
Een schip, een drijvend voorwerp en een drijvende inrichting, mogen niet ankeren:
Een schip, een drijvend voorwerp en een drijvende inrichting mogen niet ankeren en geen gebruik maken van spudpalen:
a. op een gedeelte van de vaarweg waar bij algemene regeling ankeren is verboden;
b. in een vak aangeduid door het teken A.6 ( bijlage 7), aan de zijde van de vaarweg waar het teken is aangebracht.
b. in een vak aangeduid door het teken A.6 (bijlage 7), aan de zijde van de vaarweg waar het teken is aangebracht.
**2.** Op een gedeelte van de vaarweg waar ankeren ingevolge het eerste lid, onder *a*, is verboden, mogen een schip, een drijvend voorwerp en een drijvende inrichting evenwel ankeren, in een vak aangeduid door het teken E.6 ( bijlage 7), aan de zijde van de vaarweg waar het teken is aangebracht.
**2.** Op een gedeelte van de vaarweg waar ankeren en het gebruik van spudpalen ingevolge het eerste lid, onder a, verboden zijn, mogen een schip, een drijvend voorwerp en een drijvende inrichting evenwel ankeren in een vak aangeduid door het teken E.6 (bijlage 7), aan de zijde van de vaarweg waar het teken is aangebracht.
**3.** Op een gedeelte van de vaarweg waar ankeren en het gebruik van spudpalen ingevolge het eerste lid, onder a, verboden zijn, mogen een schip, een drijvend voorwerp en een drijvende inrichting evenwel spudpalen gebruiken, in een vak aangeduid door het teken E.6.1 (bijlage 7), aan de zijde van de vaarweg waar het teken is aangebracht.
### Artikel 7.04
@ -2095,7 +2097,7 @@ Lorch St. Goar
a. Tussen Lorch (km 540,20) en St. Goar (km 556,00) moet een opvarend schip de linkeroever en een afvarend schip de rechteroever houden.
b. Een opvarend schip of een afvarend schip als bedoeld in artikel 9.04, vierde lid, mag onder de in artikel 9.04, derde of vierde lid, genoemde voorwaarden verlangen, dat het voorbijvaren stuurboord op stuurboord plaatsvindt. In dat geval moeten geluidsseinen worden gegeven en dagtekens worden getoond overeenkomstig artikel 9.04, vijfde lid. Artikel 6.05 is niet van toepassing.
c. Voor de schipper van een schip met een lengte van meer dan 110 m is de verplichting tot het geven van inlichtingen aan andere schepen als voorgeschreven voor des nachts in artikel 9.08, tweede lid, onder b en c, ook overdag van toepassing.
c. De schipper van een schip of een samenstel met een lengte van meer dan 110 m moet zich overeenkomstig artikel 12.03, tweede lid en zesde lid, onder b, melden.
**4.**
@ -2120,15 +2122,7 @@ Alvorens het kanaal Wesel-Datteln in te varen moet een afvarend schip op stroom
### Artikel 9.08
**1.** Tussen Bingen (km 530,00) en St. Goar (km 556,00) mag des nachts een schip slechts varen indien het gebruik maakt van marifoon op kanaal 10 en moet een afvarend schip gebruikmaken van radar. De regeling door waarschuwingsposten als bedoeld in artikel 12.02 geschiedt gedurende vierentwintig uur.
**2.**
Indien de waarschuwingsregeling als bedoeld in artikel 12.02 echter des nachts buiten bedrijf is, moeten de daarvoor in aanmerking komende schepen als volgt handelen:
a. een opvarend schip moet zijn koers zodanig kiezen dat het bij het voorbijvaren van de Bankeck (van km 555,60 tot km 555,20) en van de Betteck (van km 553,60 tot km 553,30) geen afvarend schip kan ontmoeten. Indien het ontmoeten op andere wijze niet vermeden kan worden, moet het benedenstrooms van de Bankeck dan wel van de Betteck stilhouden totdat het afvarende schip de Bankeck dan wel de Betteck is voorbijgevaren.
b. Een opvarend schip moet bij het naderen van de Bankeck dan wel van de Betteck de afvarende schepen oproepen en hun verzoeken hun categorie, hun naam, hun positie en hun vaarrichting op te geven. Indien er zich geen afvarend schip meldt, mag het de Bankeck dan wel de Betteck niet voorbijvaren dan nadat het op kanaal 10 een lage toon met een tijdsduur van één seconde heeft ontvangen. Deze toon dient ter controle van het op juiste wijze functioneren van de marifoon op het riviergedeelte tussen Oberwesel en St. Goar.
c. Een afvarend schip moet bij het voorbijvaren van de Ochsenturm (km 550,57), van de bovenstroomse splitsingston bij de Geisenrücken (km 552,00) en van de Betteck (km 553,61) zijn categorie, zijn naam, zijn positie en zijn vaarrichting opgeven. Het moet dezelfde inlichtingen geven wanneer het daartoe door een opvarend schip wordt opgeroepen. Na iedere melding moet het opnieuw op de marifoon uitluisteren.
Tussen Bingen (km 530,00) en St. Goar (km 556,00) mag des nachts een schip slechts varen indien het gebruik maakt van marifoon op kanaal 10 (schip-schip) en kanaal 18 respectievelijk 24, en moet een afvarend schip gebruik maken van radar.
### Artikel 9.09
@ -2297,137 +2291,115 @@ Een sleep die uit niet meer dan twee schepen bestaat mag tussen Bingen (km 529,1
### Artikel 11.01
**1.** De grootste lengte van een schip mag niet meer bedragen dan 135 m. De grootste lengte mag echter in de afvaart tussen Lorch (km 540,20) en St. Goar (km 556,00) bij waterstanden aan de peilschaal te Kaub van minder dan 0,85 m en meer dan 4,60 m (hoogwaterpeil I) niet meer bedragen dan 110 m.
**2.** Een schip, met uitzondering van een passagiersschip, met een lengte van meer dan 110 meter, kan alleen dan bovenstrooms van Mannheim varen, indien het aan de vereisten van artikel 22a.05, tweede lid, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn voldoet. Een passagiersschip met een lengte van meer dan 110 meter kan alleen dan bovenstrooms van Mannheim varen indien het aan de vereisten van artikel 22a.05, derde lid, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn voldoet. De door de bevoegde autoriteiten voor het te bevaren riviergedeelte tussen Basel en Mannheim reeds verleende vergunningen voor schepen met een lengte tussen 110 en 135 meter, die op 30 september 2001 geldig waren, blijven onder de voorwaarden die in verband met de veiligheid gesteld zijn op het betreffende riviergedeelte van kracht.
**3.** De bevoegde autoriteit voor het riviergedeelte tussen Lorch (km 540,20) en St. Goar (km 556,00) kan bij waterstanden aan de peilschaal te Kaub van minder dan 0,85 m en van meer dan 4,60 m (hoogwaterpeil I) voor een schip met een lengte van meer dan 110 m in afvaart een vergunning verlenen. Zij stelt daarbij de voorwaarden die in verband met de veiligheid noodzakelijk zijn.
**4.** Een schip met een lengte van meer dan 110 m mag slechts varen, wanneer het voldoet aan artikel 4.06, eerste lid.
**5.** De breedte van een schip mag niet meer bedragen dan 22,80 m, en op het riviergedeelte tussen Pannerden (km 867,46) en het Lekkanaal (km 949,40) niet meer dan 15,00 m, behoudens vergunning van de bevoegde autoriteit voor het te bevaren riviergedeelte.
### Artikel 11.02
**1.**
Een duwstel mag de hierna genoemde afmetingen niet overschrijden:
De grootste lengte van een schip mag niet meer bedragen dan 135 m en de grootste breedte mag niet meer bedragen dan 22,80 m. De breedte van een schip mag niet meer bedragen dan:
| Nr. | Traject | Lengte in m | Breedte in m |
| --- | --- | --- | --- |
| I | Basel (km 166,64) sluizen te Iffezheim (km 334,00) zowel in op- als in afvaart | | |
| | a. sluizen te Kembs: | | |
| | grote sluis ....................................................... | 180 | 22,90 |
| | kleine sluis ....................................................... | 95 | 22,90 |
| | | | |
| | b. sluizen te Ottmarsheim, Fessenheim, Vogelgrün, | | |
| | Marckolsheim en Rheinau: | | |
| | grote sluis ....................................................... | 183* | 22,80 |
| | kleine sluis ....................................................... | 183* | 11,45 |
| | | | |
| | c. sluizen te Gerstheim en Straatsburg: | | |
| | grote sluis ....................................................... | 185 | 22,90 |
| | kleine sluis ....................................................... | 185 | 11,45 |
| | | | |
| | d. sluizen te Gambsheim en Iffezheim ................. | 270 | 22,90 |
| II | Sluizen te Iffezheim (km 334,00) Karlsruhe (km 359,80) zowel in op- als in afvaart ...................... | 186,50 | 22,90 |
| III | Karlsruhe (km 359,80) Lorch (km 540,20) | | |
| | a. zowel in op- als in afvaart ............................... | 186,50 | 22,90 |
| | b. in afvaart bovendien ...................................... | 153 | 34,35*** |
| IV | Lorch (km 540,20) St. Goar (km 556,00) | | |
| | a. in opvaart .................................................... | 186,50 | 22,90 |
| | b. in afvaart ..................................................... | 110*** | 22,90 |
| V | St. Goar (km 556,00) Gorinchem (km 952,50) | | |
| | a. zowel in op- als in afvaart ............................... | 186,50 | 22,90 |
| | b. in afvaart bovendien ...................................... | 153 | 34,35*** |
| VI | Pannerdensch Kanaal (km 867,46) Lekkanaal (km 949,40) | | |
| | zowel in op- als afvaart ...................................... | 110** | 17,70 |
| VII | Lekkanaal (km 949,40) Krimpen (km 989,20) | | |
| | zowel in de op- als de afvaart hetzij ..................... | 116,50 | 22,90 |
| | hetzij .............................................................. | 140 | 17,70 |
| | dan wel met een kopbesturing van voldoende | | |
| | vermogen ........................................................ | 186,50 | 12,00** |
| | * De bevoegde autoriteit kan een lengte tot 185 m toelaten. In dat geval is art. 6.28, zevende lid onder a en e, niet van toepassing. | | |
| | ** De bevoegde autoriteit kan duwstellen met grotere afmetingen toelaten. | | |
| | *** De langszij van de duwboot gekoppelde duwbakken mogen niet geladen zijn. | | |
**2.** 2. De bevoegde autoriteit van het te bevaren gedeelte kan bij wijze van proef en voor een beperkte tijdsduur duwstellen toelaten met grotere afmetingen dan die welke in de tabel van het eerste lid zijn vastgesteld.
**3.**
Benedenstrooms van de sluizen te Iffezheim tot Gorinchem mag de lengte van een duwstel met ten hoogste 6,50 m worden vergroot en mag de breedte van de duwboot op 15 m worden gebracht, mits
- de duwboot niet langer is dan 40 m,
- de lengte van het duwstel, dat zich vóór de duwboot bevindt, niet langer is dan 153 m.
a. 17,70 m op het riviergedeelte tussen Bingen (kmr 528,50) en St. Goar (kmr 556,00) en
b. 15 m op het riviergedeelte tussen Pannerden (kmr 867,46) en het Lekkanaal (kmr 949,40).
**2.** De voor het betreffende riviergedeelte bevoegde autoriteiten mogen met betrekking tot de breedte een vergunning afgeven voor het bevaren van dat gedeelte.
**3.** Een schip met een lengte van meer dan 110 m mag slechts varen, wanneer zich aan boord een persoon bevindt, die houder is van een radargetuigschrift, dan wel van een ander volgens het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn afgegeven of als gelijkwaardig erkend diploma.
**4.**
Een duwstel mag niet breder zijn dan 22,90 m op de navolgende gedeelten:
Een schip, met uitzondering van een passagiersschip, met een lengte van meer dan 110 m, mag alleen dan bovenstrooms van Mannheim varen indien het aan de vereisten van artikel 22a.05, tweede lid, van het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn voldoet. Een passagiersschip met een lengte van meer dan 110 m, mag alleen dan bovenstrooms van Mannheim varen indien het aan de vereisten van artikel 22a.05, derde lid, van het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn voldoet.
a. op het gedeelte Karlsruhe (km 359,80) - Lorch (km 540,00) en St. Goar (km 556,00) - Rolandswerth (km 641,80), indien de waterstand aan de peilschaal te Kaub minder bedraagt dan 1,20 m;
b. op het gedeelte Rolandswerth (km 641,80) - Spijksche Veer (km 857,40), indien de waterstand aan de peilschaal te Ruhrort minder bedraagt dan 2,10 m;
c. in de afvaart op het gedeelte Spijksche Veer (km 857,40) - Gorinchem (km 952,50), indien de waterstand aan de peilschaal te Lobith minder bedraagt dan 9,50 m.
De door de bevoegde autoriteiten voor het te bevaren riviergedeelte tussen Bazel en Mannheim reeds verleende vergunningen voor schepen met een lengte tussen 110 m en 135 m, die op 30 september 2001 geldig waren, blijven onder de voorwaarden die in verband met de veiligheid gesteld zijn, op het betreffende riviergedeelte van kracht.
### Artikel 11.02
**1.** Een duwstel en een gekoppeld samenstel mogen de in het tweede en derde lid genoemde afmetingen niet overschrijden. Zij mogen slechts met de toegelaten afmetingen varen indien deze zijn vermeld in het certificaat van onderzoek met opgave van de toegelaten formatie en de toegelaten belading voor de van toepassing zijnde vaarrichting.
De bevoegde autoriteit kan de vaart bij lagere waterstanden toelaten.
### Artikel 11.03
**1.**
In afwijking van artikel 11.02 zijn voor een duwstel op het riviergedeelte tussen Bad Salzig (km 564,30) en Gorinchem (km 952,50) de hierna genoemde afmetingen
| Samenstelling | Grootste afmeting | |
| --- | --- | --- |
| | Lengte in m | Breedte in m |
| Brede formatie | 193 | 34,35 |
| Lange formatie | 269,50 | 22,90 |
onder de volgende voorwaarden toegelaten:
a. De in dit lid genoemde ten hoogste toegelaten afmetingen moeten zijn vermeld in het certificaat van onderzoek van de duwboot.
b. De duwboot mag niet langer zijn dan 40 m.
c. Het duwstel mag niet meer dan zes duwbakken en geen zeeschipbakken bevatten.
d. In afvaart mag slechts in brede formatie worden gevaren. Daarbij dienen de volgende voorwaarden in acht te worden genomen:
-. ten minste twee aan de kop van het duwstel geplaatste duwbakken moeten zijn uitgerust met een vanuit de stuurhut van de duwboot bedienbare passieve kopbesturing. De koproeren van ieder van deze duwbakken moeten een effectieve oppervlakte van ten minste 2 m2 hebben. De bevoegde autoriteit kan kopbesturingen met een overeenkomstig effect toelaten;
-. ten hoogste vier duwbakken mogen een diepgang van 1,50 m of meer hebben.
**2.**
Ter aanvulling op het eerste lid moet op het riviergedeelte Bad Salzig (km 564,30) - Spijkse Veer (km 857,40) het volgende in acht worden genomen:
a. De vaart mag slechts worden aangevangen bij een waterstand aan de peilschaal te Ruhrort tussen 2,75 m en 6,00 m. De bevoegde autoriteit kan de vaart bij andere waterstanden toelaten.
b. Er mag niet worden gevaren op riviervakken waar de waterstand het hoogwaterpeil I heeft bereikt.
c. In afvaart in brede formatie mag ook zonder koproeren worden gevaren indien ten minste twee en ten hoogste vier duwbakken een diepgang van 1,50 m of meer hebben.
**2.** De bevoegde autoriteit kan duwstellen en gekoppelde samenstellen met grotere afmetingen, dan die welke volgens het derde lid zijn toegelaten, met ander wijzen van aandrijving en vermogen en bij andere waterstanden bij wijze van proef voor het te bevaren gedeelte toelaten.
**3.**
Ter aanvulling op het eerste lid moet op het riviergedeelte Spijksche Veer (km 857,40) - Gorinchem (km 952,50) het volgende in acht worden genomen:
Voor de betreffende riviergedeelten zijn in op- en afvaart de volgende afmetingen van toepassing:
a. De vaart mag slechts worden aangevangen bij een waterstand aan de pelschaal te Lobith tussen 9,50 m en 13,50 m. De bevoegde autoriteit kan de vaart bij andere waterstanden toelaten.
b. Het maximale vermogen van de duwboot mag niet groter zijn dan 4500 kW.
c. In opvaart mag slechts in lange formatie worden gevaren.
d. In lange formatie moeten ten minste vier duwbakken een diepgang van 2,50 m of meer hebben. De bevoegde autoriteit kan andere samenstellingen en een geringere diepgang toelaten.
e. In afvaart in brede formatie mag ook zonder koproeren worden gevaren indien ten minste twee en ten hoogste vier duwbakken een diepgang van 2,50 m of meer hebben en ten minste twee daarvan in de as van het duwstel zijn geplaatst.
f. Gevaarlijke stoffen, voor het vervoer waarvan een certificaat van goedkeuring als bedoeld in het ADNR vereist is, mogen niet worden vervoerd.
| | Gedeelte | Lengte in m | Breedte in m |
| --- | --- | --- | --- |
| 3.1 | Bazel (km 166,53) t/m sluizen Iffezheim (km 334,00) | | |
| | a) Sluizen Kembs | | |
| | aa) westelijke sluiskolk | 180 | 22,90 |
| | bb) oostelijke sluiskolk | 186,50 | 22,90 |
| | b) Sluizen Ottmarsheim | | |
| | aa) grote sluis | 183 | 22,80 |
| | bb) kleine sluis | 183 | 11,45 |
| | c) Sluizen Fessenheim, Vogelgrün, Marckolsheim en Rhinau | | |
| | aa) grote sluis | 183 | 22,80 |
| | bb) kleine sluis | 183 | 11,45 |
| | Deze lengte mag met toestemming van de bevoegde autoriteit worden verhoogd tot 185 m. In dit geval is artikel 6.28, zevende lid, onder a en e, niet van toepassing. | | |
| | d) Sluizen Gerstheim en Straatsburg | | |
| | aa) grote sluis | 185 | 22,90 |
| | bb) kleine sluis | 185 | 11,45 |
| | e) Sluizen Gambsheim en Iffezheim | 270 | 22,90 |
| | De bevoegde autoriteit kan een grotere lengte toelaten | | |
| 3.2 | a) Sluizen Iffezheim (km 334,00) t/m Lorch (km 540,20) | 193 | 22,90 |
| | b) Karlsruhe (km 359,80) t/m/ Lorch (km 540,20) | 153 | 34,35 |
| | | | |
| | bovendien | | |
| | | | |
| | Alleen de afvaart en bij een waterstand op de peilschaal bij Kaub van 1,20 m en meer, tenzij de bevoegde autoriteit de vaart bij een lagere waterstand uitdrukkelijk heeft toegelaten. Voor zover de duwboot langszijde daarvan vastgemaakte duwbakken meevoert, moeten deze onbeladen zijn. | | |
| 3.3 | Lorch (km 540,20) t/m St. Goar (km 556,00) | | |
| | a) In opvaart | 186,50 | 22,90 |
| | b) In afvaart | 116,50 | 22,90 |
| | De bevoegde autoriteit kan een grotere lengte toelaten. | | |
| | c) Bij een waterstand op de peilschaal bij Kaub tussen 0,85 m en hoogwaterpeil I bovendien voor duwstellen: | | |
| | aa) in opvaart | 193 | 22,90 |
| | bb) in afvaart | 193 | 12,50 |
| | d) Onderdeel c geldt slechts indien het duwstel beschikt over | | |
| | aa) bij een breedte tot en met 12,50 m: | | |
| | aaa) een meerschroefsaandrijving en een of meer vanuit de stuurstand bedienbare boegbesturingsinstallaties met een vermogen van in totaal ten minste 360 kW, of | | |
| | bbb) een eenschroefsaandrijving en een of meer vanuit de stuurstand bedienbare boegbesturingsinstallaties met een vermogen van in totaal ten minste 500 kW, waarbij ten minste de helft van het vermogen aan de kop of het samenstel of op de voorste duwbakken aanwezig is; | | |
| | bb) bij een breedte van meer dan 12,50 m:0 | | |
| | een meerschroefsaandrijving met twee van elkaar onafhankelijke aandrijvingen en een of meer vanuit de stuurstand bedienbare boegbesturingsinstallaties met een vermogen van in totaal ten minste 500 kW, waarbij ten minste de helft van het vermogen aan de kop of het samenstel of op de voorste duwbakken aanwezig is; | | |
| | cc) bij een lengte van meer dan 186,50 m in de afvaart: | | |
| | een meerschroefsaandrijving en, bij een waterstand op de peilschaal bij Kaub van meer dan 3,50 m, over een specifiek vermogen van ten minste 0,5 kW per ton lading. | | |
| 3.4 | a) St. Goar (km 556,00) t/m Gorinchem (km 952,50) | 193 | 22,90 |
| | b) in afvaart | 153 | 34,35 |
| | | | |
| | bovendien | | |
| | | | |
| | c) Onderdeel b geldt op het gedeelte: | | |
| | aa) St. Goar (km 556,00) t/m Rolandswerth (km 641,80) alleen bij een waterstand op de peilschaal bij Kaub van 1,20 m en meer; | | |
| | bb) Rolandswerth (km 641,80) tot en met het Spijksche Veer (km 857,40) alleen bij een waterstand op de peilschaal bij Ruhrort van 2,10 m en meer; | | |
| | cc) het Spijksche Veer (km 857,40) tot en met Gorinchem (km 952,50) alleen bij een waterstand op de peilschaal bij Lobith van 8,50 m en meer, | | |
| | tenzij de bevoegde autoriteit de vaart bij een lagere waterstand uitdrukkelijk heeft toegelaten. | | |
| | Voor zover de duwboot langszijde daarvan vastgemaakte duwbakken meevoert, moeten deze onbeladen zijn. | | |
| 3.5 | Bad Salzig (km 564,30) t/m Gorinchem (km 952,50) onverminderd de bepalingen van lid 3.4 voor duwstellen: | | |
| | a) in opvaart (lange formatie) | 269,50 | 22,90 |
| | b) in afvaart (brede formatie) | 193 | 34,35 |
| | c) In de gevallen van de onderdelen a en b mag een duwstel: | | |
| | aa) niet meer dan zes duwbakken bevatten. In afvaart mogen ten hoogste vier duwbakken een diepgang van 1,50 m of meer hebben. Zeeschipbakken mogen slechts langszijde van andere duwbakken vastgemaakt worden meegevoerd; vier zeeschipbakken achter elkaar gelden daarbij als één duwbak; | | |
| | bb) slechts varen, indien aan de kop van het samenstel een vanuit de stuurstand van de duwboot bedienbare boegbesturingsinstallatie beschikbaar is. | | |
| | d) Op het riviergedeelte Bad Salzig (km 564,30) tot en met het Spijksche Veer (km 857,40) mag een duwstel bovendien slechts varen, indien de waterstand op de peilschaal bij Ruhrort tussen 2,75 m en 7,15 m is gelegen, tenzij de bevoegde autoriteit de vaart bij andere waterstanden uitdrukkelijk heeft toegelaten. | | |
| | e) Op het riviergedeelte Spijksche Veer (km 857,40) tot en met Gorinchem (km 952,50) mag, tenzij de bevoegde autoriteit de vaart bij andere waterstanden uitdrukkelijk heeft toegelaten, een duwstel bovendien slechts varen | | |
| | aa) indien de waterstand op de peilschaal bij Lobith tussen 8,50 m en 13,50 m is gelegen; | | |
| | bb) indien het geen gevaarlijke stoffen vervoert, voor het vervoer waarvan een certificaat van goedkeuring volgens het ADN is vereist; | | |
| | cc) met een duwboot met een lengte van niet meer dan 40 m, indien bovendien: | | |
| | aaa) het maximale vermogen van de aandrijving van de duwboot niet groter is dan 4.500 kW; | | |
| | bbb) in de lange formatie ten minste vier duwbakken een diepgang hebben van 2,50 m of meer. In afvaart in de brede formatie mag op dit gedeelte ook zonder boegbesturingsinstallatie worden gevaren, indien ten minste twee en ten hoogste vier duwbakken een diepgang van 2,50 m of meer hebben en twee daarvan in de as van het duwstel zijn geplaatst. | | |
| 3.6 | a) Pannerden (km 867,46) t/m/ lekkanaal (km 949,40) | 135 | 15 |
| | b) voor duwstellen met een lengte van meer dan 110 m en een boegbesturingsinstallatie van voldoende vermogen. Tussen IJsselkop (km 878,60) en Arnhem (km 885,00) is het verboden voorbij te lopen en te ontmoeten. | 186,50 | 11,45 |
| | De bevoegde autoriteit kan een grotere lengte toelaten. Voorts bedragen de ten hoogste toegelaten afmetingen van duwstellen varend op het Amsterdam-Rijnkanaal die de Lek bij Wijk bij Duurstede oversteken 200 m (lengte) en 23,00 m (breedte). | | |
| 3.7 | Lekkanaal (km 949,40) t/m Krimpen (km 989,20) | | |
| a) korte formatie | 116, 50 | 22,90 | |
| | b) lange formatie | 193 | 11,45 |
| | De bevoegde autoriteit kan grotere afmetingen toelaten. | | |
### Artikel 11.03
Vervallen
### Artikel 11.04
In afwijking van artikel 11.02, eerste lid, bedragen de ten hoogste toegelaten afmetingen van duwstellen varend op het Amsterdam-Rijnkanaal die de Lek bij Wijk bij Duurstede oversteken 200 m (lengte) en 23,00 m (breedte). De bevoegde autoriteit kan grotere afmetingen toelaten.
Vervallen
### Artikel 11.05
De afmetingen van een hecht samenstel van schepen dat geen duwstel is mag de ten hoogste toegelaten afmetingen van een duwstel voorgeschreven bij artikel 11.02, eerste en tweede lid, niet overschrijden.
Vervallen
### Hoofdstuk 12. Riviergedeelten waar een meldplicht geldt dan wel waar de scheepvaart door waarschuwingsposten wordt geregeld
@ -2486,95 +2458,96 @@ die worden aangeduid door het teken B.11 met het onderbord «Meldplicht», geldt
### Artikel 12.02
**1.**
In het riviergedeelte Oberwesel-St. Goar zijn de volgende waarschuwingsposten opgesteld:
Post A:
km 550,57, linkeroever,
bij de Ochsenturm te Oberwesel;
Post B:
km 552,80, linkeroever,
bij de Kammereck;
Post C:
km 553,61, linkeroever,
bij de Betteck;
Post D:
km 554,34, linkeroever,
tegenover de Loreley;
Post E:
km 555,43, linkeroever,
bij Die Bank.
**1.** Het riviergedeelte dat door de districtscentrale Oberwesel wordt gewaarschuwd (riviergedeelte met waarschuwingsposten), bevindt zich in de sector van km 548,50 tot km 555,43 (bijlage 9).
**2.**
De nadering van afvaart, met uitzondering van kleine schepen, wordt aan de opvaart aangekondigd door de waarschuwingsposten C, D en E. Op de betreffende gedeelten toont elke waarschuwingspost zijn tekens aan de opvaart, op boven elkaar geplaatste borden als volgt:
In het riviergedeelte OberweselSt. Goar zijn de volgende waarschuwingsposten opgesteld:
| Bord | Nr. van het gedeelte | Begin en einde van het gedeelte | |
| --- | --- | --- | --- |
| Post C | | | |
| boven | 1 | km 550,57 | km 551,30 |
| midden | 2 | km 551,30 | km 552,11 |
| onder | 3 | km 552,11 | km 554,34 |
| | | | |
| Post D | | | |
| boven | 1 | km 550,57 | km 551,30 |
| midden | 2 | km 551,30 | km 552,11 |
| onder | 3 | km 552,11 | km 554,34 |
| | | | |
| Post E | | | |
| boven | 3 | km 552,11 | km 554,34 |
| onder | 4 | km 554,34 | km 555,43 |
Post A: km 550,57, linkeroever, bij de Ochsenturm te Oberwesel;
Post B: km 552,80, linkeroever, bij de Kammereck;
Post C: km 553,61, linkeroever, bij de Betteck;
Post D: km 554,34, linkeroever, tegenover de Loreley («Die Lützelsteine»);
Post E: km 555,43, linkeroever, bij Die Bank.
**3.**
De door de waarschuwingsposten gegeven tekens hebben voor de betreffende gedeelten de volgende betekenis:
De nadering van afvaart, met uitzondering van kleine schepen, wordt aan de opvaart aangekondigd door de waarschuwingsposten A, C, D en E.
a. drie witte lichtstrepen in de vorm van een driehoek (fig. 1):
Op de betreffende gedeelten toont elke waarschuwingspost zijn lichttekens aan de opvaart, op boven elkaar geplaatste borden als volgt:
Op het gedeelte bevindt zich afvarend ten minste één samenstel met een lengte van meer dan 110 m.
b. twee witte lichtstrepen in de vorm van een dak (fig. 2):
Op het gedeelte bevindt zich afvarend ten minste één samenstel met een lengte van niet meer dan 110 m, of één schip met een lengte van meer dan 110 m.
c. een naar rechts neigende witte lichtstreep (fig. 3):
Op het gedeelte bevindt zich afvarend ten minste één alleenvarend schip met een lengte van niet meer dan 110 m.
d. een horizontale witte lichtstreep (fig. 4):
Op het gedeelte bevindt zich geen afvaart.
| Bord | Nr. van het gedeelte | Bovenstroomse grens van het gedeelte | Benedenstroomse grens van het gedeelte |
| --- | --- | --- | --- |
| Post A: bij de Ochsenturm | | | |
| Boven | 1 | km 548,50 | km 549,50 |
| Onder | 2 | km 549,50 | km 550,57 |
| Post C: bij de Betteck | | | |
| Boven | 3 | km 550,57 | km 551,30 |
| Midden | 4 | km 551,30 | km 552,40 |
| Onder | 5 | km 552,40 | km 553,60 |
| Post D: tegenover Loreley («Die Lützelsteine») | | | |
| Boven | 4 | km 551,30 | km 552,40 |
| Midden | 5 | km 552,40 | km 553,61 |
| Onder | 6 | km 553,61 | km 554,34 |
| Post E: bij Die Bank | | | |
| Boven | 6 | km 553,61 | km 554,34 |
| Onder | 7 | km 554,34 | km 555,43 |
**4.**
De door de waarschuwingsposten gegeven tekens hebben voor de betreffende gedeelten de volgende betekenis:
a) drie witte lichtstrepen in de vorm van een driehoek (fig. 1): op het gedeelte bevindt zich afvarend ten minste één samenstel met een lengte van meer dan 110 m.
b) twee witte lichtstrepen in de vorm van een dak (fig. 2): op het gedeelte bevindt zich afvarend ten minste één samenstel met een lengte van niet meer dan 110 m, of één schip met een lengte van meer dan 110 m of met een breedte van meer dan 15 m.
c) een naar rechts neigende witte lichtstreep (fig. 3): op het gedeelte bevindt zich afvarend ten minste één schip met een lengte van niet meer dan 110 m.
d) een horizontale witte lichtstreep (fig. 4): op het gedeelte bevindt zich geen afvaart.
**5.**
De waarschuwingsposten kunnen bovendien de volgende tekens geven:
a. op post A een alleen voor de afvaart zichtbaar wit licht:
a) op post A:
Aan de afvaart wordt aangeduid, dat de opvaart is gewaarschuwd.
b. op post B een alleen voor de afvaart zichtbaar wit licht:
aa) een alleen voor de afvaart zichtbaar wit licht: aan de afvaart wordt aangeduid dat de waarschuwingspost in bedrijf is.
bb) aanvullend een alleen voor de afvaart zichtbaar wit knipperlicht: een samenstel met een lengte van meer dan 110 m vaart bij de Tauberwerth (gedeelte 3) stroomopwaarts.
b) op post B:
Een opvarend gekoppeld samenstel of een duwstel, waarvan de lengte meer dan 110 m bedraagt, vaart om de Betteck heen.
een alleen voor de afvaart zichtbaar wit knipperlicht: een opvarend gekoppeld samenstel of een duwstel, waarvan de lengte meer dan 110 m bedraagt, vaart om de Betteck heen.
**5.** Een schip, met uitzondering van een klein schip, dat binnen het riviergedeelte, dat met waarschuwingsposten geregeld wordt keert en weer terug vaart, moet dit per marifoon (kanaal 18) meedelen aan de districtscentrale Oberwesel.
**6.** Wanneer de afvaart moet stilhouden, wordt zulks door twee, slechts voor haar zichtbare, rode lichten boven elkaar op de posten A of B aangeduid. Wanneer de opvaart moet stilhouden, wordt zulks door twee, slechts voor haar zichtbare, rode lichten boven elkaar op de posten D of E aangeduid.
### Artikel 12.03
**1.**
Bij de Bankeck (km 555,60 tot km 555,20), bij de Betteck (km 553,61 tot km 553,30) en bij de Jungferngrund (km 551,20 tot km 550,60) is het in bepaalde verkeerssituaties verboden te ontmoeten. Het verbod tot ontmoeten geldt:
a) voor een opvarend schip of samenstel met een lengte van niet meer dan 110 m, met uitzondering van een klein schip, indien op post A, C of E in het onderste veld een lichtsein overeenkomstig artikel 12.02, vierde lid, onder a, aan dit schip of samenstel wordt getoond,
b) voor een opvarend schip met een lengte van meer dan 110 m, indien op post A, C of E in het onderste veld een lichtsein overeenkomstig artikel 12.02, vierde lid, onder a of b, aan dit schip wordt getoond,
c) voor een opvarend samenstel met een lengte van meer dan 110 m, indien op post A, C of E in het onderste veld een lichtsein overeenkomstig artikel 12.02, vierde lid, onder a, b of c, aan dit samenstel wordt getoond.
Bij een verbod tot ontmoeten als bedoeld in de eerste volzin moet een opvarend schip beneden de Bankeck, de Betteck dan wel de Tauberwerth stilhouden, tot de afvarende schepen respectievelijk km 555,60, km 553,60 dan wel km 551,20 zijn voorbijgevaren.
**2.** Een opvarend schip, met uitzondering van een klein schip, moet bij het naderen van de Bankeck, de Betteck dan wel de Tauberwerth de afvarende schepen via de marifoon oproepen en hun verzoeken hun categorie, hun naam, hun positie en hun vaarrichting op te geven.
**3.** Na overschrijding van het hoogwaterpeil I op de peilschaal bij Kaub (4,60 m) geldt voor alle schepen en samenstellen, met uitzondering van kleine schepen, bij de Bankeck (km 555,60 tot km 555,20), bij de Betteck (km 553,60 tot km 553,30) en bij de Jungferngrund (km 551,20 tot km 550,60) een verbod tot ontmoeten en voorbijlopen.
**4.** Een afvarend schip met een breedte van 15 m en meer moet bij km 548,00 op kanaal 18 «Oberwesel Wahrschau» oproepen en zijn categorie, zijn naam, zijn positie, zijn breedte en zijn vaarrichting opgeven.
**5.** Een schip, met uitzondering van een klein schip, dat binnen het riviergedeelte dat met waarschuwingsposten geregeld wordt aanlegt of afvaart dan wel keert en weer terug vaart, moet dit per marifoon op kanaal 18 meedelen aan de districtscentrale via de oproepcode «Oberwesel Wahrschau».
**6.**
Wanneer de afvaart moet stilhouden, wordt zulks door twee, slechts voor haar zichtbare, rode lichten boven elkaar op de posten A of B aangeduid.
Is de waarschuwingspost buiten bedrijf, gelden, behalve voor een klein schip, de volgende voorschriften:
Wanneer de opvaart moet stilhouden, wordt zulks door twee, slechts voor haar zichtbare, rode lichten boven elkaar op de posten D of E aangeduid.
a) De voorschriften onder het eerste en het tweede lid gelden voor alle opvarende schepen en samenstellen.
Indien er zich geen afvarend schip meldt, mag een opvarend schip de Bankeck, de Betteck dan wel de Jungferngrund niet voorbijvaren dan nadat het op kanaal 10 een lage toon met een tijdsduur van één seconde heeft ontvangen. Deze toon dient ter controle van het op juiste wijze functioneren van de marifoon op het riviergedeelte tussen Oberwesel en St. Goar.
b) Een afvarend schip moet bij het voorbijvaren van km 548,50 boven de haven van Oberwesel, van de bovenstroomse splitsingston bij de Geisenrücken (km 552,00) en van de Betteck (km 553,60) zijn categorie, zijn naam, zijn positie en zijn vaarrichting opgeven. Het moet dezelfde inlichtingen geven wanneer het daartoe door een opvarend schip wordt opgeroepen. Na iedere melding moet het opnieuw op de marifoon uitluisteren.
### Hoofdstuk 13. Bijzondere voorschriften met betrekking tot de vaart met kanaalspitsen op het riviergedeelte Basel tot de sluizen te Iffezheim
@ -3178,7 +3151,7 @@ Een reeks klokslagen moet ongeveer vier seconden duren. In plaats daarvan kunnen
## Bijlage 9
(vervallen)
*[afbeelding]*
## Bijlage 10. Modele de carnet de controle des huiles usees