2011-01-01 | BWBR0023025 | Waterschapsbesluit
This commit is contained in:
parent
7e45a59479
commit
38149d35ba
1 changed files with 26 additions and 3 deletions
|
|
@ -1062,7 +1062,23 @@ De aanspraak op de bezoldiging door het lid van het dagelijks bestuur begint op
|
|||
|
||||
### Artikel 3.12a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Voor 1 april van elk jaar of binnen twee maanden na zijn beëdiging verstrekt het lid van het dagelijks bestuur aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, dan wel een door hem aangewezen instantie, een opgave van de neveninkomsten welke hij verwacht over het desbetreffende kalenderjaar of gedeelte daarvan te zullen genieten, dan wel een verklaring, dat hij verwacht niet meer dan 14% van de bezoldiging op jaarbasis aan neveninkomsten over dat jaar of een evenredig deel daarvan over het desbetreffende gedeelte van dat jaar te zullen genieten.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, dan wel de door hem aangewezen instantie, deelt het dagelijks bestuur het bedrag van de voorlopige aftrek op de bezoldiging mede en verstrekt een afschrift daarvan aan het lid van het dagelijks bestuur.
|
||||
|
||||
**3.** Het lid van het dagelijks bestuur kan een verklaring inzenden dat een opgave van neveninkomsten achterwege zal blijven. In dit geval, alsmede indien binnen de in het eerste lid bedoelde termijn geen opgave of verklaring is ingezonden, bedraagt de bezoldiging over dat kalenderjaar 65% van de bezoldiging op jaarbasis.
|
||||
|
||||
**4.** Zo spoedig mogelijk na afloop van het kalenderjaar zendt het lid van het dagelijks bestuur of zenden zijn nabestaanden aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, dan wel de door hem aangewezen instantie, een opgave van de neveninkomsten welke over dat kalenderjaar zijn genoten, dan wel een verklaring dat over dat jaar niet meer dan 14% van de bezoldiging op jaarbasis of, indien het lid van het dagelijks bestuur een gedeelte van het kalenderjaar lid van het dagelijks bestuur is geweest, een evenredig deel van dit bedrag, is genoten.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, dan wel de door hem aangewezen instantie, deelt het dagelijks bestuur zo spoedig mogelijk na ontvangst van de in het vierde lid bedoelde opgave of verklaring het bedrag van de definitieve aftrek op de bezoldiging mede en verstrekt een afschrift daarvan aan het lid van het dagelijks bestuur.
|
||||
|
||||
**6.** Indien een opgave of verklaring als in het vierde lid bedoeld, niet binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar is ontvangen, bedraagt de bezoldiging over dat kalenderjaar 65% van de bezoldiging op jaarbasis.
|
||||
|
||||
**7.** Het lid van het dagelijks bestuur zendt aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, dan wel de door hem aangewezen instantie, zo spoedig mogelijk tevens een afschrift van de aanslag voor de inkomstenbelasting over het betreffende kalenderjaar. Het bedrag van de uitbetaalde bezoldiging kan, al dan niet op verzoek van het lid van het dagelijks bestuur, worden herzien, indien op grond van de onherroepelijk geworden aanslag in de inkomstenbelasting daartoe aanleiding blijkt te bestaan.
|
||||
|
||||
**8.** Bij de toepassing van het vijfde, zesde en zevende lid vindt zo nodig terugbetaling of verrekening plaats.
|
||||
|
||||
**9.** Dit artikel is niet van toepassing op het lid van het dagelijks bestuur op wie artikel 173 van de Waterschapswet van toepassing is, en het lid van het dagelijks bestuur dat zijn ambt in deeltijd vervult.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.13
|
||||
|
||||
|
|
@ -1171,7 +1187,10 @@ Bij besluit van het algemeen bestuur kan de voorzitter een ambtstoelage worden t
|
|||
|
||||
### Artikel 3.26a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen:
|
||||
|
||||
a. de verstrekkingen, bedoeld in artikel 3.15, eerste lid;
|
||||
b. de ambtstoelage, bedoeld in artikel 3.26.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.27
|
||||
|
||||
|
|
@ -2305,7 +2324,11 @@ Het Besluit administratieve verplichtingen waterschapsbelastingen wordt ingetrok
|
|||
|
||||
### Artikel 7.6a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Bij toepassing van artikel 39c van de Wet op de loonbelasting 1964:
|
||||
|
||||
a. wordt op aanvraag door het dagelijks bestuur een vergoeding verstrekt voor de belastingheffing als gevolg van de verstrekkingen, bedoeld in artikel 3.15, eerste lid;
|
||||
b. wordt in artikel 3.26 voor «3%» gelezen: 6,25%;
|
||||
c. blijft artikel 3.26a buiten toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.6b
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue