2016-09-01 | BWBR0020892 | Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling
This commit is contained in:
parent
99ed22cdc6
commit
381fbe3017
1 changed files with 133 additions and 6 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling
|
|||
bwb_id: BWBR0020892
|
||||
type: AMvB
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2015-12-23'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2016-07-07'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0020892
|
||||
citeertitel: Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -120,6 +120,32 @@ b. de mogelijkheid van afkoop, bedoeld in artikel 66 tot en met 69 van de Pensio
|
|||
c. de mogelijkheid tot of het recht op waardeoverdracht, bedoeld in de artikelen 80, 81, 81a, tweede lid, en 81b, van de Pensioenwet dan wel de artikelen 88, 89, 89a, tweede lid, en 89b van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, voor zover sprake is van een aan te wenden kapitaal op de pensioendatum; en
|
||||
d. andere keuzemogelijkheden die de pensioenregeling biedt.
|
||||
|
||||
### Artikel 7b
|
||||
|
||||
De opgave van zijn pensioenrecht, bedoeld in artikel 44, eerste lid, onderdeel a, van de Pensioenwet dan wel artikel 55, eerste lid, onderdeel a, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling heeft bij een variabele uitkering betrekking op:
|
||||
|
||||
a. de uitkering over het afgelopen jaar; en
|
||||
b. de uitkering voor het komende jaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 7c
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Bij de informatie die wordt verstrekt over een variabele uitkering, bedoeld in de artikelen 44a, eerste lid, of 63b, tweede lid, van de Pensioenwet dan wel de artikelen 55a, eerste lid, of 75b, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, geldt het volgende:
|
||||
|
||||
a. een uitvoerder die één uniform beleggingsprofiel hanteert, vermeldt dit;
|
||||
b. een uitvoerder die meerdere beleggingsprofielen hanteert, baseert de opgave van de hoogte van de variabele uitkeringen op het beleggingsprofiel dat passend is gezien het risicoprofiel van de deelnemer of gewezen deelnemer.
|
||||
|
||||
**2.** De uitvoerder die geen vastgestelde uitkeringen uitvoert, geeft bij de opgave van de hoogte van de vastgestelde uitkeringen, bedoeld in artikel 44a, eerste lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 55a, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, aan dat een vastgestelde uitkering naar verwachting lager is dan een variabele uitkering maar met minder of geen kans op afwijking.
|
||||
|
||||
**3.** Bij de opgave van de hoogte van de variabele uitkeringen voorafgaand aan de eerste toetreding tot de toedelingskring, bedoeld in artikel 63b, vijfde lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 75b, vijfde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling is artikel 9 van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 7d
|
||||
|
||||
**1.** Bij de informatieverstrekking, bedoeld in de artikelen 44a en 63b van de Pensioenwet dan wel de artikelen 55a en 75b van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, wordt gebruikt gemaakt van standaardmodellen.
|
||||
|
||||
**2.** Op voordracht van de uitvoerders en na advies van de Autoriteit Financiële Markten stelt Onze Minister de standaardmodellen vast. De modellen worden beschikbaar gesteld op de website van de Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
**1.** De uitvoerder informeert een deelnemer voorafgaand aan de deelneming in de vrijwillige pensioenregeling over de inhoud van de vrijwillige pensioenregeling, waarbij de artikelen 2 en 3 van overeenkomstige toepassing zijn.
|
||||
|
|
@ -222,7 +248,7 @@ b. de mogelijkheid om ter vergelijking het huidige netto inkomen per maand in te
|
|||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
De informatie op grond van de artikelen 21, 38 tot en met 45, 46, tweede lid en 46a, tweede lid, onderdeel d, van de Pensioenwet dan wel de artikelen 48 tot en met 56, 57, tweede lid, en 57a, tweede lid, onderdeel d, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling wordt kosteloos verstrekt. De informatie op grond van artikel 9a, eerste en derde lid, wordt eveneens kosteloos verstrekt.
|
||||
De informatie op grond van de artikelen 21, 38 tot en met 44, 45, 46, tweede lid, 46a, tweede lid, onderdeel d, en 63b, van de Pensioenwet dan wel de artikelen 48 tot en met 55, 56, 57, tweede lid, 57a, tweede lid, onderdeel d, en 75b, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling wordt kosteloos verstrekt. De informatie op grond van artikel 9a, eerste en derde lid, wordt eveneens kosteloos verstrekt.
|
||||
|
||||
### Artikel 10a
|
||||
|
||||
|
|
@ -327,6 +353,57 @@ h. de wijze waarop de overeenkomst wordt beëindigd, en de wijze waarop wordt ge
|
|||
|
||||
**5.** Een fonds heeft zicht op het beloningsbeleid van de derde aan wie werkzaamheden worden uitbesteed, betrekt het beloningsbeleid bij de keuze voor de derde waaraan de werkzaamheden worden uitbesteed en maakt zijn beleid dienaangaande openbaar.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4a. Beleggingen en zorgplicht
|
||||
|
||||
### Artikel 14a
|
||||
|
||||
**1.** Bij uitvoering van een premieovereenkomst of premieregeling in de opbouwfase of een variabele uitkering is artikel 13, eerste lid, en derde tot en met zesde lid, van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen van overeenkomstige toepassing voor verzekeraars en premiepensioeninstellingen.
|
||||
|
||||
**2.** De waarden worden door de uitvoerder belegd op een wijze die past bij de aard en duur van de verwachte toekomstige pensioenuitkeringen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de deelnemer of gewezen deelnemer de verantwoordelijkheid voor de beleggingen heeft overgenomen, neemt de uitvoerder het eerste en tweede lid in acht bij het advies, bedoeld in artikel 52, derde lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 63, derde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling.
|
||||
|
||||
### Artikel 14b
|
||||
|
||||
**1.** Fondsen stellen voor de langere termijn een strategisch beleggingsbeleid vast dat aansluit op de doelstellingen en beleidsuitgangspunten, waaronder de risicohouding, van het fonds. Verzekeraars en premiepensioeninstellingen stellen voor de langere termijn een strategisch beleggingsbeleid vast dat past bij de doelstellingen van de pensioenregeling of beroepspensioenregeling en de voor de toedelingskring vastgelegde risicohouding. Het strategisch beleggingsbeleid is gebaseerd op gedegen onderzoek.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 13a, tweede tot en met vijfde lid, van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen is van overeenkomstige toepassing voor verzekeraars en premiepensioeninstellingen.
|
||||
|
||||
**3.** De uitvoerder die werkt met beleggingsprofielen geeft binnen het strategisch beleggingsbeleid en het beleggingsplan invulling aan die beleggingsprofielen en onderbouwt voor ieder profiel dat het past binnen de prudent person regel.
|
||||
|
||||
### Artikel 14c
|
||||
|
||||
**1.** Indien de deelnemer of gewezen deelnemer de verantwoordelijkheid voor de beleggingen heeft overgenomen stelt de uitvoerder op basis van de informatie, bedoeld in artikel 52, zesde lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 63, zesde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, het risicoprofiel van de deelnemer of gewezen deelnemer vast en baseert het advies, bedoeld in artikel 52, derde lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 63, derde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, op dit risicoprofiel.
|
||||
|
||||
**2.** Het risicoprofiel van de deelnemer of gewezen deelnemer geeft de mate weer waarin hij beleggingsrisico kan en wil nemen. De uitvoerder toetst het risicoprofiel tenminste iedere vijf jaar, indien een belangrijke gebeurtenis daartoe aanleiding geeft en als de deelnemer of gewezen deelnemer om toetsing vraagt. Indien het nieuwe risicoprofiel daartoe aanleiding geeft adviseert de uitvoerder de deelnemer of gewezen deelnemer over een ander passend beleggingsprofiel.
|
||||
|
||||
### Artikel 14d
|
||||
|
||||
**1.** De uitvoerder die verantwoordelijk is voor de beleggingen legt de risicohouding vast waarop het beleggingsbeleid is gebaseerd. Artikel 1a, eerste en derde lid, van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen is van overeenkomstige toepassing voor verzekeraars en premiepensioeninstellingen met dien verstande dat deze uitvoerders in plaats van overleg met de in het eerste lid van dit artikel genoemde partijen ernaar streven van de deelnemers, gewezen deelnemers, pensioengerechtigden of hun vertegenwoordigers zo veel mogelijk duidelijkheid te krijgen over hun doelstellingen en risicohouding. De risicohouding wordt per toedelingskring vastgelegd.
|
||||
|
||||
**2.** De uitvoerder toetst periodiek op basis van een scenarioanalyse of het beleggingsbeleid passend is bij de vastgestelde risicohouding en past het beleggingsbeleid aan indien dat niet het geval is. Artikel 23a van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen is van toepassing bij de scenarioanalyse.
|
||||
|
||||
**3.** Bij de uitvoering van het beleggingsbeleid in de opbouwfase biedt de uitvoerder de deelnemer of gewezen deelnemer effectieve bescherming tegen de gevolgen van negatieve beleggingsresultaten voorafgaand aan de pensioendatum. De uitvoerder kan hiertoe het beleggingsrisico afbouwen naarmate de deelnemer ouder wordt of kan op andere wijze bescherming bieden. De uitvoerder die een andere methode dan leeftijdsgerelateerde afbouw van beleggingsrisico toepast, onderbouwt dat op deze wijze de deelnemer of gewezen deelnemer beschermd wordt, zonder dat anderen worden benadeeld. Indien de door de uitvoerder toegepaste methode naar het oordeel van De Nederlandsche Bank niet aan de doelstellingen voldoet, kan De Nederlandsche Bank de uitvoerder verplichten over te gaan op leeftijdsgerelateerde afbouw van beleggingsrisico.
|
||||
|
||||
**4.** De uitvoering van het beleggingsbeleid in de opbouwfase wordt door de uitvoerder gebaseerd op een vastgestelde uitkering, tenzij is gebleken dat de deelnemer of gewezen deelnemer een voorkeur heeft voor een variabele uitkering of toetreedt tot een toedelingskring waarop een collectief toedelingsmechanisme voor het beleggingsrisico wordt toegepast als bedoeld in artikel 63b, vijfde lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 75b, vijfde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling. In die situaties wordt de uitvoering van het beleggingsbeleid afgestemd op een variabele uitkering.
|
||||
|
||||
**5.** Voor de uitvoering van het vierde lid vraagt de uitvoerder de deelnemer of gewezen deelnemer naar diens voorkeur voor een vastgestelde of variabele uitkering, zodra dit voor de beleggingen relevant is. De uitvoerder verstrekt daarbij de voor de deelnemer of gewezen deelnemer relevante informatie over de gevolgen en risico’s.
|
||||
|
||||
**6.** Bij de uitvoering van het beleggingsbeleid in de uitkeringsfase vergroot de uitvoerder het beleggingsrisico niet tenzij sprake is van een wijziging van de risicohouding of een gewijzigd risicoprofiel dat aanleiding is voor een wijziging van het beleggingsprofiel.
|
||||
|
||||
**7.** Het risicoprofiel van de deelnemer, gewezen deelnemer of pensioengerechtigde geeft de mate weer waarin hij beleggingsrisico kan en wil nemen. De uitvoerder toetst het risicoprofiel tenminste iedere vijf jaar en indien een belangrijke gebeurtenis daartoe aanleiding geeft.
|
||||
|
||||
### Artikel 14e
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De informatie, bedoeld in de artikelen 52, zesde lid, en 52a, vijfde lid, van de Pensioenwet dan wel de artikelen 63, zesde lid, en 63a, vijfde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling stelt de uitvoerder in staat om vast te kunnen stellen dat het advies of het beleggingsprofiel:
|
||||
|
||||
a. voldoet aan de doelstellingen van de deelnemer, gewezen deelnemer of pensioengerechtigde ten aanzien van het pensioen; en
|
||||
b. inhoudt dat de deelnemer, gewezen deelnemer of pensioengerechtigde de met deze doelstellingen samenhangende beleggingsrisico’s financieel kan en wil dragen.
|
||||
|
||||
**2.** De uitvoerder legt vast op welke wijze wordt vastgesteld of het advies of het beleggingsprofiel past bij het risicoprofiel van de deelnemer, gewezen deelnemer of pensioengerechtigde.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 5. Uitruil, afkoop en gelijke behandeling
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
|
@ -349,6 +426,30 @@ h. de wijze waarop de overeenkomst wordt beëindigd, en de wijze waarop wordt ge
|
|||
|
||||
Indien met de werkgever niet uitdrukkelijk een bepaalde verhouding tussen verschillende pensioensoorten is overeengekomen wordt de beschikbaar gestelde premie of de aanspraak op kapitaal, bedoeld in artikel 12c, tweede lid, van de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen zodanig vastgesteld dat, ervan uitgaande dat slechts ouderdomspensioen is toegezegd, het in te kopen pensioen naar het inzicht op het tijdstip van vaststelling van die bijdrage voor mannen en vrouwen gelijk is.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 5a. Variabele uitkeringen
|
||||
|
||||
### Artikel 17a*
|
||||
|
||||
**1.** Bij toepassing van een periodieke vaste daling van de uitkering als bedoeld in artikel 63a, derde lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 75a, derde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling wordt de uitkeringshoogte vastgesteld door te rekenen met een periodieke vaste daling van de uitkering die niet meer bedraagt dan 35% van het verschil tussen de risicovrije rente en de parameter voor aandelenrendement en niet meer dan consistent is met het beleggingsbeleid. De waarde van de met de risicovrije rente contant gemaakte kasstromen is gelijk aan het pensioenkapitaal op pensioendatum.
|
||||
|
||||
**2.** Voor het vaststellen van de maximale hoogte van de periodieke vaste daling als bedoeld in het eerste lid wordt de risicovrije rentecurve omgerekend tot één rentepercentage door middel van een duratie benadering.
|
||||
|
||||
**3.** De uitvoerder legt vast of en zo ja op welke wijze een periodieke vaste daling wordt toegepast.
|
||||
|
||||
### Artikel 17b
|
||||
|
||||
De risicovrije rente, bedoeld in artikel 63a, derde, zevende en achtste lid, van de Pensioenwet, artikel 75a, derde, zevende en achtste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, en artikel 17a, eerste lid, is de risicovrije rente voor fondsen.
|
||||
|
||||
### Artikel 17c
|
||||
|
||||
**1.** De uitvoerder legt de toedelingskring vast en informeert de deelnemer, gewezen deelnemer of pensioengerechtigde hierover voorafgaand aan zijn toetreding tot de toedelingskring.
|
||||
|
||||
**2.** De uitvoerder legt de vormgeving van het toedelingsmechanisme voor het beleggingsrisico vast en onderbouwt dat daarbij op voorhand geen sprake is van herverdelingseffecten tussen leeftijdsgroepen.
|
||||
|
||||
### Artikel 17d
|
||||
|
||||
De parameter voor aandelenrendement, bedoeld in artikel 63a, derde lid, van de Pensioenwet, artikel 75a, derde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling en artikel 17a, eerste lid, is gelijk aan de parameter, bedoeld in artikel 23a, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 6. Waardeoverdracht
|
||||
|
||||
### Artikel 17a
|
||||
|
|
@ -654,9 +755,9 @@ b. de schriftelijk vastgelegde afspraken over de besteding van het vermogen van
|
|||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
**1.** De Stichting Autoriteit Financiële Markten houdt toezicht op de naleving van de regels, gesteld bij of krachtens de artikelen 21, eerste lid, tweede lid, tweede zin, vierde lid, 29, eerste lid, 29, zevende lid, voor zover het betreft de overeenkomstige toepassing van artikel 29, eerste lid, 33, voor zover het betreft communicatie en de klachtenregeling van verzekeraars en premiepensioeninstellingen, 36, 38 tot en met 51, met uitzondering van de berekeningen ten behoeve van de weergave op basis van scenario’s, 52, tweede tot en met zesde lid, 66, derde en vierde lid, 67, tweede lid, 68, tweede lid, 71, derde lid, voor zover het de opgave van pensioenaanspraken betreft, 74, tweede en derde lid, 76, derde en negende lid, voor zover het de opgave van pensioenaanspraken betreft, 83, tweede, lid, onderdeel a, voor zover het betrekking heeft op het informeren van de daarin genoemde personen en 134, tweede lid van de Pensioenwet.
|
||||
**1.** De Stichting Autoriteit Financiële Markten houdt toezicht op de naleving van de regels, gesteld bij of krachtens de artikelen 21, eerste lid, tweede lid, tweede zin, vierde lid, 29, eerste lid, 29, zevende lid, voor zover het betreft de overeenkomstige toepassing van artikel 29, eerste lid, 33, voor zover het betreft communicatie en de klachtenregeling van verzekeraars en premiepensioeninstellingen, 36, 38 tot en met 51, met uitzondering van de berekeningen ten behoeve van de weergave op basis van scenario’s, 52, tweede tot en met vierde lid, 52, vijfde lid, met uitzondering van de zorgplicht voor zover het betreft het beleggingsbeleid, 52, zesde en zevende lid, 52a, tweede lid, met uitzondering van de zorgplicht voor zover het betreft het beleggingsbeleid, 52a, derde tot en met zesde lid, 63b, met uitzondering van de berekeningen ten behoeve van de weergave op basis van scenario’s, 66, derde en vierde lid, 67, tweede lid, 68, tweede lid, 71, derde lid, voor zover het de opgave van pensioenaanspraken betreft, 74, tweede en derde lid, 76, derde en negende lid, voor zover het de opgave van pensioenaanspraken betreft, 83, tweede, lid, onderdeel a, voor zover het betrekking heeft op het informeren van de daarin genoemde personen en 134, tweede lid van de Pensioenwet.
|
||||
|
||||
**2.** De Stichting Autoriteit Financiële Markten houdt toezicht op de naleving van de regels, gesteld bij of krachtens de artikelen 38, 39, eerste lid, 39, zevende lid, voor zover het betreft de overeenkomstige toepassing van artikel 39, eerste lid, 42, voor zover het betreft communicatie en de klachtenregeling van verzekeraars en premiepensioeninstellingen, 44, 48 tot en met 62, met uitzondering van de berekeningen ten behoeve van de weergave op basis van scenario’s, 63, tweede tot en met zesde lid, 78, derde en vierde lid, 79, tweede lid, 80, tweede lid, 82, derde lid, voor zover het de opgave van pensioenaanspraken betreft, 85, tweede en derde lid, 91, tweede, lid, onderdeel a, voor zover het betrekking heeft op het informeren van de daarin genoemde personen en 129, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling.
|
||||
**2.** De Stichting Autoriteit Financiële Markten houdt toezicht op de naleving van de regels, gesteld bij of krachtens de artikelen 38, 39, eerste lid, 39, zevende lid, voor zover het betreft de overeenkomstige toepassing van artikel 39, eerste lid, 42, voor zover het betreft communicatie en de klachtenregeling van verzekeraars en premiepensioeninstellingen, 44, 48 tot en met 62, met uitzondering van de berekeningen ten behoeve van de weergave op basis van scenario’s, 63, tweede tot en met vierde lid, 63, vijfde lid, met uitzondering van de zorgplicht voor zover het betreft het beleggingsbeleid, 63, zesde en zevende lid, 63a, tweede lid, met uitzondering van de zorgplicht voor zover het betreft het beleggingsbeleid, 63a, derde tot en met zesde lid, 75b, met uitzondering van de berekeningen ten behoeve van de weergave op basis van scenario’s, 78, derde en vierde lid, 79, tweede lid, 80, tweede lid, 82, derde lid, voor zover het de opgave van pensioenaanspraken betreft, 85, tweede en derde lid, 91, tweede, lid, onderdeel a, voor zover het betrekking heeft op het informeren van de daarin genoemde personen en 129, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling.
|
||||
|
||||
**3.** De Nederlandsche Bank houdt toezicht op de naleving van de regels, gesteld bij of krachtens de Pensioenwet en de Wet verplichte beroepspensioenregeling, met uitzondering van de regels genoemd in het eerste en tweede lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -841,6 +942,14 @@ h. het fonds houdt voor het nettopensioen een gescheiden administratie bij, waar
|
|||
|
||||
**3.** Het eerste lid is niet van toepassing voor zover het ouderdomspensioen, nabestaandenpensioen of premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid is verzekerd bij een verzekeraar.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Het eerste lid, onderdelen a, b, c, d, e, h, onder 5, en het tweede lid, zijn niet van toepassing indien en voor zover voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
a. ouderdomspensioen of nabestaandenpensioen op opbouwbasis heeft het karakter van een premieovereenkomst of premieregeling waarbij het kapitaal dat is ontstaan uit de som van de beschikbaar gestelde premies en de daarop behaalde rendementen wordt gebruikt voor financiering van een variabele uitkering die kan variëren door de verwerking van financiële mee – of tegenvallers als gevolg van het beleggingsrisico en die varieert door de verwerking van financiële mee – of tegenvallers als gevolg van de ontwikkeling van het sterfteresultaat en de ontwikkeling van de levensverwachting;
|
||||
b. voor de ontwikkeling van het sterfteresultaat en de ontwikkeling van de levensverwachting wordt uitsluitend rekening gehouden met het sterfteresultaat en de levensverwachting van de groep deelnemers aan het nettopensioen;
|
||||
c. de waarde van de met de risicovrije rente contant gemaakte verwachte kasstromen is gelijk aan het pensioenkapitaal op pensioendatum.
|
||||
|
||||
### Artikel 42
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
|
@ -915,11 +1024,13 @@ Overtreding van een voorschrift, gesteld in een hierna genoemd artikel van de Pe
|
|||
| 50, tweede en vierde lid | 1 |
|
||||
| 51, eerste, tweede, vierde en vijfde lid | 2 |
|
||||
| 52 | 2 |
|
||||
| 52a | 2 |
|
||||
| 58 | 2 |
|
||||
| 60, eerste tot en met tiende lid | 2 |
|
||||
| 61, eerste tot en met vijfde lid | 2 |
|
||||
| 62, eerste tot en met vijfde lid | 2 |
|
||||
| 63 | 1 |
|
||||
| 63b | 2 |
|
||||
| 66, derde, vierde, vijfde, zesde en negende lid | 2 |
|
||||
| 67, tweede lid | 2 |
|
||||
| 68, tweede lid | 2 |
|
||||
|
|
@ -1018,11 +1129,13 @@ Overtreding van een voorschrift, gesteld in een hierna genoemd artikel van de We
|
|||
| 61, tweede en vierde lid | 1 |
|
||||
| 62, eerste, tweede, vierde en vijfde lid | 2 |
|
||||
| 63 | 2 |
|
||||
| 63a | 2 |
|
||||
| 69 | 2 |
|
||||
| 72, eerste tot en met tiende lid | 2 |
|
||||
| 73, eerste tot en met derde lid | 2 |
|
||||
| 74, eerste tot en met vijfde lid | 2 |
|
||||
| 75 | 1 |
|
||||
| 75b | 2 |
|
||||
| 78, derde, vierde, vijfde, zesde en negende lid | 2 |
|
||||
| 79, tweede lid | 2 |
|
||||
| 80, tweede lid | 2 |
|
||||
|
|
@ -1104,6 +1217,10 @@ Overtreding van een voorschrift gesteld in een hierna genoemd artikel van dit be
|
|||
| 9a | 2 |
|
||||
| 9c, derde lid | 2 |
|
||||
| 10 | 2 |
|
||||
| 14a | 1 |
|
||||
| 14b | 1 |
|
||||
| 14c | 1 |
|
||||
| 14d | 1 |
|
||||
| 15 | 2 |
|
||||
| 16 | 2 |
|
||||
| 25 | 2 |
|
||||
|
|
@ -1161,11 +1278,21 @@ De definitie van overdrachtsdatum, bedoeld in artikel 1, zoals deze luidde voor
|
|||
|
||||
### Artikel 54
|
||||
|
||||
Wijzigt dit besluit.
|
||||
**1.** Tot het tijdstip, bedoeld in artikel IV van de Wet verbeterde premieregeling, wordt bij de informatie, die op grond van de artikelen 44a en 63b van de Pensioenwet dan wel de artikelen 55a en 75b van de Wet verplichte beroepspensioenregeling wordt verstrekt, tevens het risico ten aanzien van de hoogte van de variabele uitkering weergegeven op basis van drie rendementen.
|
||||
|
||||
**2.** De opgave van de hoogte van de variabele uitkeringen en het risico heeft betrekking op de pensioendatum en tien jaar na de pensioendatum.
|
||||
|
||||
**3.** De Nederlandsche Bank stelt de scenario’s voor de vaststelling van de drie rendementen beschikbaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 55
|
||||
|
||||
Wijzigt dit besluit.
|
||||
**1.** De standaardmodellen, bedoeld in artikel 7d, worden gebruikt vanaf 1 januari 2018.
|
||||
|
||||
**2.** Een verzekeraar of premiepensioeninstelling voldoet uiterlijk 1 januari 2018 aan artikel 14b en artikel 14d, eerste en tweede lid.
|
||||
|
||||
**3.** De bevoegdheid van De Nederlandsche Bank, bedoeld in artikel 14d, derde lid, vierde zin, is tot 1 januari 2018 niet van toepassing ten aanzien van op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet verbeterde premieregeling bestaande pensioenregelingen.
|
||||
|
||||
**4.** Een uitvoerder voldoet uiterlijk 1 januari 2018 aan artikel 14d, vierde en vijfde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 56
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue