2017-01-01 | BWBR0005289 | Burgerlijk Wetboek Boek 6
This commit is contained in:
parent
c3c904f9f2
commit
383527a321
1 changed files with 6 additions and 2 deletions
|
|
@ -1163,7 +1163,7 @@ b. het betreft zaakschade ter zake waarvan krachtens afdeling 3 van titel 3 geen
|
|||
|
||||
**1.** De bezitter van een opstal die niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen, en daardoor gevaar voor personen of zaken oplevert, is, wanneer dit gevaar zich verwezenlijkt, aansprakelijk, tenzij aansprakelijkheid op grond van de vorige afdeling zou hebben ontbroken indien hij dit gevaar op het tijdstip van het ontstaan ervan zou hebben gekend.
|
||||
|
||||
**2.** Bij erfpacht rust de aansprakelijkheid op de bezitter van het erfpachtsrecht. Bij openbare wegen rust zij op het overheidslichaam dat moet zorgen dat de weg in goede staat verkeert, bij kabels en leidingen op de kabel- en leidingbeheerder, behalve voor zover de kabel of leiding zich bevindt in een gebouw of werk en strekt tot toevoer of afvoer ten behoeve van dat gebouw of werk.
|
||||
**2.** Bij erfpacht rust de aansprakelijkheid op de bezitter van het erfpachtsrecht. Bij openbare wegen en waterstaatswerken rust zij op het overheidslichaam dat moet zorgen dat de weg of het waterstaatswerk in goede staat verkeert, bij kabels en leidingen op de kabel- en leidingbeheerder, behalve voor zover de kabel of leiding zich bevindt in een gebouw of werk en strekt tot toevoer of afvoer ten behoeve van dat gebouw of werk.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ondergrondse werken rust de aansprakelijkheid op degene die op het moment van het bekend worden van de schade het werk in de uitoefening van zijn bedrijf gebruikt. Indien na het bekend worden van de schade een ander gebruiker wordt, blijft de aansprakelijkheid rusten op degene die ten tijde van dit bekend worden gebruiker was. Indien de schade is bekend geworden na beëindiging van het gebruik van het ondergrondse werk, rust de aansprakelijkheid op degene die de laatste gebruiker was.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1232,6 +1232,10 @@ b. een ieder die, anders dan als ondergeschikte, een mijnbouwwerk aanlegt of doe
|
|||
|
||||
**5.** Indien op de gebeurtenis waardoor de uitstroming of de beweging van de bodem is ontstaan, tevens een aansprakelijkheid uit artikel 173, 174 of 175 kan worden gegrond, rust die aansprakelijkheid, wat betreft de door die uitstroming of beweging van de bodem veroorzaakte schade, op dezelfde persoon als op wie de aansprakelijkheid ter zake van het mijnbouwwerk rust.
|
||||
|
||||
**6.** Op verzoek van de wederpartij verstrekt de exploitant alle informatie waarover hij beschikt ten aanzien van de exploitatie, de bodemstructuur en bodembewegingen die benodigd is om te kunnen beoordelen of zijn verweer gegrond is. Het verstrekken van informatie kan achterwege blijven indien daarvoor gewichtige redenen zijn.
|
||||
|
||||
**7.** Onverminderd de artikelen 10 en 11 van de Wet openbaarheid van bestuur staat de informatie ten aanzien van de exploitatie, de bodemstructuur en bodembewegingen waarover publiekrechtelijke rechtspersonen als bedoeld in artikel 1 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede hun adviserende instanties beschikken op verzoek van de exploitant ter beschikking van de wederpartij, voor zover die informatie benodigd is om te kunnen beoordelen of het verweer van de exploitant gegrond is.
|
||||
|
||||
### Artikel 177a
|
||||
|
||||
**1.** Bij fysieke schade aan gebouwen en werken, die naar haar aard redelijkerwijs schade door beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of de exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld zou kunnen zijn, wordt vermoed dat die schade veroorzaakt is door de aanleg of de exploitatie van dat mijnbouwwerk.
|
||||
|
|
@ -1604,7 +1608,7 @@ h. niet goederen of diensten voorstelt als een imitatie of namaak van goederen o
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Indien een certificatiedienstverlener een certificaat aan het publiek afgeeft als een gekwalificeerd certificaat als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel ss, van de Telecommunicatiewet, of indien hij voor een zodanig certificaat publiekelijk instaat, en een persoon op grond daarvan handelt in redelijk vertrouwen op:
|
||||
Indien een certificatiedienstverlener een certificaat aan het publiek afgeeft als een gekwalificeerd certificaat als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet, of indien hij voor een zodanig certificaat publiekelijk instaat, en een persoon op grond daarvan handelt in redelijk vertrouwen op:
|
||||
|
||||
a. de juistheid, op het tijdstip van afgifte, van alle in het certificaat opgenomen gegevens en de opneming van alle voor dit certificaat voorgeschreven gegevens;
|
||||
b. het feit dat, op het tijdstip van uitgifte, degene die in het certificaat is aangeduid als ondertekenaar de houder was van de gegevens voor het aanmaken van elektronische handtekeningen die behoren bij de in het certificaat vermelde gegevens voor het verifiëren van elektronische handtekeningen;
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue