From 38568ea8120a8c56746c660e79575d14365a65b2 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Thu, 12 May 2016 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2016-05-12 | BWBR0037931 | Allocatiecode gas --- zbo/allocatiecode-gas/BWBR0037931/README.md | 245 ++++++-------------- 1 file changed, 74 insertions(+), 171 deletions(-) diff --git a/zbo/allocatiecode-gas/BWBR0037931/README.md b/zbo/allocatiecode-gas/BWBR0037931/README.md index d6c5be76323..6a6eb4caa8d 100644 --- a/zbo/allocatiecode-gas/BWBR0037931/README.md +++ b/zbo/allocatiecode-gas/BWBR0037931/README.md @@ -24,7 +24,7 @@ Begrippen, die in de Gaswet of de Begrippencode gas zijn gedefinieerd, hebben de ### Artikel 1.1.3 -Onder off line allocatie wordt binnen deze code verstaan de maandelijkse allocatie op de 6e en 16e werkdag na afloop van de maand en de 10e werkdag van de vierde maand na afloop van de maand. +Onder off line allocatie wordt binnen deze code verstaan de dagelijkse allocatie en de maandelijkse allocatie op de 6e en 16e werkdag na afloop van de maand en de 10e werkdag van de vierde maand na afloop van de maand. ## Hoofdstuk 2. Tijdschema allocatie @@ -58,18 +58,10 @@ Met behulp van het Centraal Systeem Stuursignaal wordt, uitgaande van de meetwaa Bij het bepalen van de allocaties conform 2.0.6 wordt gebruik gemaakt van gegevens, geregistreerd door meetinrichtingen bij aangeslotenen die voorzien zijn van afnamecategorie GGV en GIS en die zijn aangesloten op een regionaal gastransportnet en van het aansluitingenregister van de regionale netbeheerder. -### Artikel 2.0.7a - -Bij het bepalen van de allocaties conform 2.0.6 wordt voor aansluitingen op gesloten distributiesystemen aangesloten op een regionaal distributienet waarvan de beheerder heeft aangegeven gebruik te willen maken van de in deze code genoemde berichten, gebruik gemaakt van gegevens, geregistreerd door meetinrichtingen bij aangeslotenen op dat gesloten distributiesysteem die voorzien zijn van afnamecategorie GGV en GIS en van het aansluitingenregister van de beheerder van het gesloten distributiesysteem. Deze gegevens treden in de plaats van de gegevens van de aansluiting van het gesloten distributiesysteem op het regionale gastransportnet. Indien de gegevens van de beheerder van het gesloten distributiesysteem ontbreken worden de gegevens van de aansluiting van het gesloten distributiesysteem op het regionale gastransportnet gebruikt. - ### Artikel 2.0.8 Bij het samenstellen conform 2.0.6 van de allocatiegegevens van aangeslotenen op gastransportnetten van regionale netbeheerders niet behorende tot de afnamecategorie GGV of GIS of met de afnamecategorie GGV of GIS, maar waarvoor geen meetwaarden zijn aangeleverd, worden de rekenregels toegepast van de methodiek Verbruiksprofielen, beschreven in respectievelijk bijlage 1a van deze code en bijlage 3 van de Informatiecode elektriciteit en gas. -### Artikel 2.0.8a - -Bij het samenstellen conform 2.0.6 van de allocatiegegevens van aangeslotenen op gesloten distributiesystemen aangesloten op een regionaal net waarvan de beheerder van het gesloten distributiesysteem heeft aangegeven gebruik te willen maken van de in deze code genoemde berichten, niet behorende tot de afnamecategorie GGV of GIS of met de afnamecategorie GGV of GIS, maar waarvoor geen meetwaarden zijn aangeleverd, worden de rekenregels toegepast van de methodiek Verbruiksprofielen, beschreven in bijlage 3 van de Informatiecode elektriciteit en gas. - ### Artikel 2.0.9 Nadere regels voor het uit te voeren allocatieproces zijn opgenomen in de hoofdstukken 4 en 4a en in bijlage 2a. @@ -78,37 +70,29 @@ Nadere regels voor het uit te voeren allocatieproces zijn opgenomen in de hoofds ### Artikel 2.1.1 -Vervallen +De netbeheerder van het landelijk gastransportnet en de regionale netbeheerders verzamelen elke werkdag de meetwaarden per uur afkomstig van meetinrichtingen bij de telemetriegrootverbruikers die rechtstreeks zijn aangesloten op hun net. De netbeheerder van het landelijk gastransportnet verzamelt dagelijks de meetwaarden per uur afkomstig van meetinrichtingen op de entrypunten met uurmeting en op de overige exitpunten met uurmeting. ### Artikel 2.1.2 -Vervallen +De regionale netbeheerder maakt bij het samenstellen van de allocatiegegevens gebruik van gegevens, geregistreerd door meetinrichtingen bij verbruikers en systeemverbindingen en van het aansluitingenregister. Voor exitpunten die de verbinding vormen tussen het landelijk gastransportnet en een regionaal gastransportnet maakt de netbeheerder van het landelijk gastransportnet bij het samenstellen van de allocatiegegevens gebruik van gegevens, geregistreerd door meetinrichtingen op de punten waar het landelijk gastransportnet is verbonden met een regionaal gastransportnet en van de door de regionale netbeheerder aangeleverde allocatiegegevens. Voor exitpunten die gekoppeld zijn aan de aansluiting van een verbruiker op het landelijk gastransportnet maakt de netbeheerder van het landelijk gastransportnet bij het samenstellen van de allocatiegegevens gebruik van gegevens, geregistreerd door meetinrichtingen van de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, van confirmaties en van zijn aansluitingenregister. Voor overige entry- en exitpunten maakt de netbeheerder van het landelijk gastransportnet bij het samenstellen van de allocatiegegevens gebruik van gegevens, geregistreerd door meetinrichtingen op deze entry- en exitpunten en van confirmaties. ### Artikel 2.1.3 -Vervallen +De regionale netbeheerder past bij het samenstellen van de allocatiegegevens afkomstig van meetinrichtingen van de op zijn net aangesloten profielafnemers de rekenregels toe van de methodiek Verbruiksprofielen, beschreven in bijlage 3 van de Informatiecode elektriciteit en gas. ### Artikel 2.1.4 -Vervallen +Nadere regels voor het elke werkdag uit te voeren allocatieproces zijn opgenomen in de hoofdstukken 4 en 4a en bijlage 2. ### Paragraaf 2.2. Maandelijkse allocatie ### Artikel 2.2.1 -De netbeheerder van het landelijk gastransportnet, de regionale netbeheerders en de beheerders van gesloten distributiesystemen die hebben aangegeven gebruik te willen maken van de in deze code genoemde berichten verzamelen maandelijks de meetwaarden per uur afkomstig van meetinrichtingen bij de telemetriegrootverbruikers die rechtstreeks zijn aangesloten op hun net. De netbeheerder van het landelijk gastransportnet verzamelt maandelijks de meetwaarden per uur afkomstig van meetinrichtingen op de entrypunten met uurmeting en op de overige exitpunten met uurmeting. +De netbeheerder van het landelijk gastransportnet en de regionale netbeheerders verzamelen maandelijks de meetwaarden per uur afkomstig van meetinrichtingen bij de telemetriegrootverbruikers die rechtstreeks zijn aangesloten op hun net. De netbeheerder van het landelijk gastransportnet verzamelt maandelijks de meetwaarden per uur afkomstig van meetinrichtingen op de entrypunten met uurmeting en op de overige exitpunten met uurmeting ### Artikel 2.2.2 -**1.** De regionale netbeheerder maakt bij het samenstellen van de allocatiegegevens gebruik van gegevens, geregistreerd door meetinrichtingen bij verbruikers en systeemverbindingen en van het aansluitingenregister van het distributienet. - -**2.** De beheerder van een gesloten distributienet die heeft aangegeven gebruik te willen maken van de in deze code genoemde berichten, maakt bij het samenstellen van de allocatiegegevens gebruik van gegevens geregistreerd door meetinrichtingen bij verbruikers en van het aansluitingenregister van het gesloten distributiesysteem. - -**3.** Voor exitpunten die de verbinding vormen tussen het landelijk gastransportnet en een regionaal gastransportnet maakt de netbeheerder van het landelijk gastransportnet bij het samenstellen van de allocatiegegevens gebruik van gegevens, geregistreerd door meetinrichtingen op de punten waar het landelijk gastransportnet is verbonden met een regionaal gastransportnet en van de door de regionale netbeheerder aangeleverde allocatiegegevens en van de allocatiegegevens die zijn aangeleverd door de beheerder van een gesloten distributiesysteem. - -**4.** Voor exitpunten die gekoppeld zijn aan de aansluiting van een verbruiker op het landelijk gastransportnet maakt de netbeheerder van het landelijk gastransportnet bij het samenstellen van de allocatiegegevens gebruik van gegevens, geregistreerd door meetinrichtingen van de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, van confirmaties en van zijn aansluitingenregister. - -**5.** Voor overige entry- en exitpunten maakt de netbeheerder van het landelijk gastransportnet bij het samenstellen van de allocaties gebruik van gegevens, geregistreerd door meetinrichtingen op deze entry- en exitpunten en van confirmaties. +De regionale netbeheerder maakt bij het samenstellen van de allocatiegegevens gebruik van gegevens, geregistreerd door meetinrichtingen bij verbruikers en systeemverbindingen en van het aansluitingenregister. Voor exitpunten die de verbinding vormen tussen het landelijk gastransportnet en een regionaal gastransportnet maakt de netbeheerder van het landelijk gastransportnet bij het samenstellen van de allocatiegegevens gebruik van gegevens, geregistreerd door meetinrichtingen op de punten waar het landelijk gastransportnet is verbonden met een regionaal gastransportnet en van de door de regionale netbeheerder aangeleverde allocatiegegevens. Voor exitpunten die gekoppeld zijn aan de aansluiting van een verbruiker op het landelijk gastransportnet maakt de netbeheerder van het landelijk gastransportnet bij het samenstellen van de allocatiegegevens gebruik van gegevens, geregistreerd door meetinrichtingen van de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, van confirmaties en van zijn aansluitingenregister. Voor overige entry- en exitpunten maakt de netbeheerder van het landelijk gastransportnet bij het samenstellen van de allocaties gebruik van gegevens, geregistreerd door meetinrichtingen op deze entry- en exitpunten en van confirmaties ### Artikel 2.2.3 @@ -122,25 +106,21 @@ Nadere regels voor het maandelijks uit te voeren allocatieproces zijn opgenomen ### Artikel 2.3.1 -Vervallen +De regionale netbeheerder verstrekt uiterlijk op de zesde werkdag na afloop van de dag waarop de gegevens betrekking hebben, de allocatiegegevens door middel van berichten aan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, erkende programmaverantwoordelijke(n) en leverancier(s). De netbeheerder van het landelijk gastransportnet verstrekt uiterlijk op de zesde werkdag na afloop van de dag waarop de gegevens betrekking hebben, door middel van berichten aan erkende programmaverantwoordelijke(n) en leverancier(s) de allocatiegegevens, samengesteld op grond van de op het landelijk gastransportnet aangesloten verbruikers. ### Artikel 2.3.2 -Vervallen +De allocatiegegevens die verstrekt zijn volgens het bepaalde in artikel 2.3.1 worden beschouwd als de voorlopige allocatie. ### Artikel 2.3.3 -Vervallen +Indien de regionale netbeheerder met betrekking tot een aansluiting niet tijdig meetgegevens heeft ontvangen van de erkende meetverantwoordelijke zal hij ten behoeve van de dagelijkse allocatie de betreffende meetwaarden gelijk stellen aan nul. ### Paragraaf 2.4. Maandelijkse allocatie: Allocatiegegevens op de 6e werkdag na afloop van de maand ### Artikel 2.4.1 -**1.** De regionale netbeheerder verstrekt uiterlijk op de zesde werkdag na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, de allocatiegegevens door middel van berichten aan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, erkende programmaverantwoordelijke(n) en leverancier(s). - -**2.** De beheerder van een gesloten distributienet die heeft aangegeven gebruik te willen maken van de in deze code genoemde berichten, verstrekt uiterlijk op de zevende werkdag na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, de allocatiegegevens door middel van berichten aan de erkende programmaverantwoordelijke(n) en leverancier(s). - -**3.** De netbeheerder van het landelijk gastransportnet verstrekt uiterlijk de zesde werkdag na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, door middel van berichten aan erkende programmaverantwoordelijke(n) en leverancier(s) de allocatiegegevens, samengesteld op grond van de op het landelijk gastransportnet aangesloten verbruikers. +De regionale netbeheerder verstrekt uiterlijk op de zesde werkdag na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, de allocatiegegevens door middel van berichten aan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, erkende programmaverantwoordelijke(n) en leverancier(s). De netbeheerder van het landelijk gastransportnet verstrekt uiterlijk de zesde werkdag na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, door middel van berichten aan erkende programmaverantwoordelijke(n) en leverancier(s) de allocatiegegevens, samengesteld op grond van de op het landelijk gastransportnet aangesloten verbruikers. ### Artikel 2.4.2 @@ -148,22 +128,18 @@ De allocatiegegevens die verstrekt zijn volgens het bepaalde in artikel 2.4.1wor ### Artikel 2.4.3 -Indien de regionale netbeheerder of de beheerder van een gesloten distributiesysteem die heeft aangegeven gebruik te willen maken van de in deze code genoemde berichten met betrekking tot een aansluiting niet tijdig of niet volledig meetgegevens heeft ontvangen van de erkende meetverantwoordelijke zal hij ten behoeve van de maandelijkse allocatie een schatting maken van het verbruik van de betreffende aansluiting voor de betreffende periode en dit verbruik vlak verdelen over de uren. +Indien de regionale netbeheerder met betrekking tot een aansluiting niet tijdig of niet volledig meetgegevens heeft ontvangen van de erkende meetverantwoordelijke zal hij ten behoeve van de maandelijkse allocatie een schatting maken van het verbruik van de betreffende aansluiting voor de betreffende periode en dit verbruik vlak verdelen over de uren. ### Paragraaf 2.5. Maandelijkse allocatie: Allocatiegegevens op de 16e werkdag na afloop van de maand ### Artikel 2.5.1 -De regionale netbeheerder en de beheerder van een gesloten distributiesysteem die gebruik wil maken van de in deze code genoemde berichten verstrekken uiterlijk op de zestiende werkdag na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, de allocatiegegevens door middel van berichten aan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, erkende programmaverantwoordelijke(n) en leverancier(s). De netbeheerder van het landelijk gastransportnet verstrekt uiterlijk op de zestiende werkdag na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, door middel van berichten aan erkende programmaverantwoordelijke(n) en leverancier(s) de allocatiegegevens, samengesteld op grond van de op het landelijk gastransportnet aangesloten verbruikers. Voor de overige entry- en exitpunten verstrekt de netbeheerder van het landelijk gastransportnet de allocatiegegevens uiterlijk de zestiende werkdag na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben aan erkende programmaverantwoordelijke(n). Voor een balansrelatie op het virtuele handelspunt verstrekt de netbeheerder van het landelijk gastransportnet de allocatiegegevens aan erkende programmaverantwoordelijke(n) 2 werkdagen na de ontvangst van de door alle regionale beheerders aan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet verstrekte allocatiegegevens. +De regionale netbeheerder verstrekt uiterlijk op de zestiende werkdag na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, de allocatiegegevens door middel van berichten aan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, erkende programmaverantwoordelijke(n) en leverancier(s). De netbeheerder van het landelijk gastransportnet verstrekt uiterlijk op de zestiende werkdag na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, door middel van berichten aan erkende programmaverantwoordelijke(n) en leverancier(s) de allocatiegegevens, samengesteld op grond van de op het landelijk gastransportnet aangesloten verbruikers. Voor de overige entry- en exitpunten verstrekt de netbeheerder van het landelijk gastransportnet de allocatiegegevens uiterlijk de zestiende werkdag na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben aan erkende programmaverantwoordelijke(n). Voor een balansrelatie op het virtuele handelspunt verstrekt de netbeheerder van het landelijk gastransportnet de allocatiegegevens aan erkende programmaverantwoordelijke(n) 2 werkdagen na de ontvangst van de door alle regionale beheerders aan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet verstrekte allocatiegegevens. ### Artikel 2.5.2 Indien een regionale netbeheerder niet in staat blijkt om allocatiegegevens aan te leveren binnen de in 2.5.1 gestelde termijn, kan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet na overleg met betrokkenen – waaronder in elk geval worden begrepen de desbetreffende regionale netbeheerder en de betrokken erkende programmaverantwoordelijke(n) – de allocatie vaststellen met behulp van door de netbeheerder van het landelijk gastransportnet geschatte waardes. -### Artikel 2.5.2a - -Indien een beheerder van een gesloten distributiesysteem die gebruik wil maken van de in deze code genoemde berichten niet in staat blijkt om allocatiegegevens aan te leveren binnen de in 2.5.1 gestelde termijn, zal de netbeheerder van het landelijk gastransportnet de allocatie vaststellen met behulp van door de regionale netbeheerder aangeleverde gegevens over de aansluiting van het gesloten distributiesysteem op het regionale distributienet. - ### Artikel 2.5.3 De allocatiegegevens die verstrekt zijn volgens het bepaalde in artikel 2.5.1 of 2.5.2 worden beschouwd als de definitieve allocatie die de basis vormt voor de financiële afwikkeling van handels- en/of transporttransacties. @@ -172,18 +148,12 @@ De allocatiegegevens die verstrekt zijn volgens het bepaalde in artikel 2.5.1 of ### Artikel 2.6.1 -**1.** De regionale netbeheerder en de beheerder van een gesloten distributiesysteem die gebruik wil maken van de in deze code genoemde berichten verstrekken uiterlijk op de tiende werkdag van de vierde maand na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, de allocatiegegevens door middel van berichten aan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, erkende programmaverantwoordelijke(n) en leverancier(s). - -**2.** Voor een balansrelatie op het virtuele handelspunt verstrekt de netbeheerder van het landelijk gastransportnet de allocatiegegevens aan erkende programmaverantwoordelijke(n) twee werkdagen na de ontvangst van de door alle regionale beheerders aan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet verstrekte allocatiegegevens. +De regionale netbeheerder verstrekt uiterlijk op de tiende werkdag van de vierde maand na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, de allocatiegegevens door middel van berichten aan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, erkende programmaverantwoordelijke(n) en leverancier(s). De netbeheerder van het landelijk gastransportnet verstrekt uiterlijk op de tiende werkdag van de vierde maand na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, door middel van berichten aan erkende programmaverantwoordelijke(n) en leverancier(s) de allocatiegegevens, samengesteld op grond van de op het landelijk gastransportnet aangesloten verbruikers. Voor een balansrelatie op het virtuele handelspunt verstrekt de netbeheerder van het landelijk gastransportnet de allocatiegegevens aan erkende programmaverantwoordelijke(n) 2 werkdagen na de ontvangst van de door alle regionale beheerders aan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet verstrekte allocatiegegevens. ### Artikel 2.6.2 Indien een regionale netbeheerder niet in staat blijkt om allocatiegegevens aan te leveren binnen de in 2.6.1 gestelde termijn, kan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet na overleg met betrokkenen – waaronder in elk geval worden begrepen de desbetreffende regionale netbeheerder en de betrokken erkende programmaverantwoordelijke(n) – de allocatie vaststellen met behulp van door de netbeheerder van het landelijk gastransportnet geschatte waardes. -### Artikel 2.6.2a - -Indien een beheerder van een gesloten distributiesysteem die gebruik wil maken van de in deze code genoemde berichten niet in staat blijkt om allocatiegegevens aan te leveren binnen de in artikel 2.6.1 gestelde termijn, zal de netbeheerder van het landelijk gastransportnet de allocatie vaststellen met behulp van door de regionale netbeheerder aangeleverde gegevens. - ### Artikel 2.6.3 De allocatiegegevens die verstrekt zijn volgens het bepaalde in artikel 2.6.1 of 2.6.2 worden beschouwd als correcties op de definitieve allocatie, die de basis vormen voor correcties op de financiële afwikkeling van handels- en/of transporttransacties. @@ -192,7 +162,7 @@ De allocatiegegevens die verstrekt zijn volgens het bepaalde in artikel 2.6.1 of ### Artikel 2.7.1 -De regionale netbeheerder en de beheerder van een gesloten distributiesysteem die gebruik wil maken van de berichten genoemd in deze code draagt er zorg voor dat informatie, die aan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, erkende programmaverantwoordelijken en leveranciers wordt verschaft, consistent is (inclusief de restvolumes en correctievolumes). +De regionale netbeheerder draagt er zorg voor dat informatie, die aan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, erkende programmaverantwoordelijken en leveranciers wordt verschaft, consistent is (inclusief de restvolumes en correctievolumes). ### Artikel 2.7.2 @@ -218,7 +188,7 @@ Nadat alle regionale netbeheerders de gegevens ter beschikking hebben gesteld to ### Artikel 3.5 -De netbeheerder van het landelijk gastransportnet verzendt tweemaal per jaar, in april en in oktober, op uiterlijk de veertiende werkdag van de maand de debetfacturen naar de desbetreffende erkende programmaverantwoordelijken. Deze facturering is gebaseerd op de in de voorgaande kalendermaanden ontvangen reconciliatiegegevens. +De netbeheerder van het landelijk gastransportnet verzendt tweemaal per jaar, in april en in oktober, de debetfacturen naar de desbetreffende erkende programmaverantwoordelijken op de veertiende werkdag van de maand en informeert de erkende programmaverantwoordelijken over de bedragen van de creditnota’s. Deze facturering is gebaseerd op de in de voorgaande kalendermaanden ontvangen reconciliatiegegevens. ### Artikel 3.6 @@ -228,17 +198,17 @@ De netbeheerder van het landelijk gastransportnet stelt de creditfacturen op en Nadere regels voor het maandelijks uit te voeren reconciliatieproces zijn opgenomen in paragraaf 5. -## Hoofdstuk 4. Het allocatieproces voor netgebieden +## Hoofdstuk 4. Het allocatieproces voor netgebieden en direct aangeslotenen -### Paragraaf 4.0. Toegestane programmaverantwoordelijken +### Paragraaf 4.0. Allocatierollen ### Artikel 4.0.1 -Op aansluitingen van een verbruiker of een invoeder die zijn verbonden met een netgebied is slechts één erkende programmaverantwoordelijke toegestaan. +Op aansluitingen verbonden met een regionaal gastransportnet is slechts één erkende programmaverantwoordelijke toegestaan. Deze erkende programmaverantwoordelijke zal de allocatierol balancerend hebben conform 4a.1. ### Artikel 4.0.2 -Op exitpunten waar het landelijk gastransportnet is verbonden met een netgebied zijn meerdere erkende programmaverantwoordelijken toegestaan. +Op exitpunten waar het landelijk gastransportnet is verbonden met een verbruiker zijn meerdere erkende programmaverantwoordelijken toegestaan. Alle erkende programmaverantwoordelijken die actief zijn op deze exitpunten zullen de allocatierol balancerend hebben conform 4a.1. ### Paragraaf 4.1. Verstrekking van basisgegevens door de netbeheerder van het landelijk gastransportnet @@ -248,7 +218,7 @@ De netbeheerder van het landelijk gastransportnet zorgt er voor dat de gegevens, ### Artikel 4.1.1 -Vervallen +De netbeheerder van het landelijk gastransportnet verstrekt de gegevens, die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de dagelijkse allocatie, uiterlijk de vierde werkdag na afloop van de dag om 07.00 uur aan de regionale netbeheerder door middel van het bericht ‘MINFO’. Deze gegevens worden beschouwd als zijnde voorlopige gegevens. ### Artikel 4.1.2 @@ -264,16 +234,6 @@ Voor elk relevant netgebied worden voor elk uur van de betreffende periode de vo Tevens wordt bij de maandelijkse allocatie restenergie verstrekt conform bijlage B3.1.1. -### Paragraaf 4.1a. Verstrekking van basisgegevens door de regionale netbeheerder - -### Artikel 4.1a.1 - -Uiterlijk de zesde werkdag na afloop van de maand verstrekt de regionale netbeheerder aan de beheerder van een gesloten distributiesysteem die heeft aangegeven gebruik te willen maken van de in deze code genoemde berichten en die op zijn netgebied is aangesloten voor elk uur van de betreffende periode de te gebruiken calorische bovenwaarde. - -### Artikel 4.1a.2 - -De regionale netbeheerder gebruikt hiervoor de calorische waarde die hij heeft ontvangen van de netbeheerder van het landelijk transportnet of, indien van toepassing, de waarde die hij conform B5.6.13 heeft berekend. - ### Paragraaf 4.2. Allocatie per netgebied ### Artikel 4.2.1 @@ -302,13 +262,9 @@ Voor die profielafnemers, waarvoor met behulp van de verbruiksprofielenmethodiek Toewijzing van afnamecategorieën door de regionale netbeheerder of de netbeheerder van het landelijk gastransportnet aan grootverbruikers gebeurt jaarlijks per 1 augustus op basis van de op dat moment bekende gegevens en de onderstaande toewijzingscriteria en is geldig vanaf 1 januari van het daaropvolgende jaar. -### Artikel 4.3.1.2a - -Indien op grond van 4.3.1.2 de afnamecategorie van een aangeslotene wijzigt, informeert de netbeheerder, uiterlijk per 1 september volgend op de toewijzing, de betreffende aangeslotene, zijn meetverantwoordelijke en leverancier schriftelijk over de toegewezen afnamecategorie. - ### Artikel 4.3.1.3 -Voor grootverbruikers met een gemiddelde jaarafname over de laatste 36 maanden groter dan 1.000.000 m^3(n;35,17) of die beschikken over een aansluiting met een aansluitcapaciteit groter dan 2.500 m³(n;35,17) per uur wordt de afnamecategorie GGV gebruikt. +Voor grootverbruikers met een gemiddelde jaarafname over de laatste 36 maanden groter dan 1.000.000 m^3(n;35,17) wordt de afnamecategorie GGV gebruikt. ### Artikel 4.3.1.4 @@ -316,7 +272,7 @@ Voor andere dan de in 4.3.1.3 bedoelde grootverbruikers, die beschikken over een ### Artikel 4.3.1.5 -Voor andere dan de in 4.3.1.3 of 4.3.1.4 bedoelde grootverbruikers met een gemiddelde jaarafname over de laatste 36 maanden groter dan 170.000 m^3 (n;35,17) dan wel een verbruik over de laatste 12 maanden van meer dan 250.000 m^3 (n;35,17) of die beschikken over een aansluiting met een aansluitcapaciteit groter dan 400 m³(n;35,17) per uur wordt de afnamecategorie GXX gebruikt. +Voor andere dan de in 4.3.1.3 of 4.3.1.4 bedoelde grootverbruikers met een gemiddelde jaarafname over de laatste 36 maanden groter dan 170.000 m^3 (n;35,17) dan wel een verbruik over de laatste 12 maanden van meer dan 250.000 m^3 (n;35,17) wordt de afnamecategorie GXX gebruikt. ### Artikel 4.3.1.6 @@ -336,26 +292,7 @@ Voor andere dan de in 4.3.1.8 bedoelde aansluitingen aan een regionaal gastransp ### Artikel 4.3.1.10 -Voor andere dan de in 4.3.1.8 en 4.3.1.9 bedoelde aansluitingen op een regionaal gastransportnet met een capaciteit groter dan 40 m³(n)/uur waar gas in het gastransportnet gevoed wordt, wordt afnamecategorie GIN gebruikt. - -### Artikel 4.3.1.11 - -Voor een aansluiting op een regionaal transportnet met een capaciteit kleiner dan of gelijk aan 40 m³(n)/uur waar gas in het gastransportnet gevoed wordt, wordt de afnamecategorie G2A gebruikt. Ten behoeve van de allocatie wordt het standaard jaarverbruik gelijkgesteld aan 0. - -### Artikel 4.3.1.12 - -Voor een aansluiting waar een netbeheerder het netverlies van een netgebied op administreert wordt de afnamecategorie GMN gebruikt. - -### Artikel 4.3.1.13 - -Voor de indeling in afnamecategorieën van aansluitingen op een gesloten distributiesysteem, aangesloten op een regionaal gastransportnet, waarvan de beheerder van het gesloten distributiesysteem aangegeven heeft gebruik te willen maken van de in deze code genoemde berichten geldt dat: - -a. voor verbruikers met een gemiddelde jaarafname over de laatste 36 maanden groter dan 1.000.000 m^3(n;35,17) de afnamecategorie GGV wordt gebruikt; -b. voor overige verbruikers die beschikken over een uurlijks op afstand uitleesbare meetinrichting, op verzoek van de aangeslotene, de afnamecategorie GGV kan worden gebruikt; -c. voor overige verbruikers de afnamecategorie GXX wordt gebruikt; -d. voor een aansluiting waar gas in het gastransportnet gevoed wordt met een gemiddeld jaarvolume over de laatste 36 maanden groter dan 1.000.000 m^3(n;35,17) de afnamecategorie GIS wordt gebruikt; -e. voor andere aansluitingen waar gas in het gastransportnet gevoed wordt en die beschikken over een uurlijks op afstand uitleesbare meetinrichting, op verzoek van de aangeslotene, de afnamecategorie GIS wordt gebruikt; -f. voor overige aansluitingen waar gas in het gastransportnet gevoed wordt, de afnamecategorie GIN wordt gebruikt. +Voor andere dan de in 4.3.1.8 en 4.3.1.9 bedoelde aansluitingen aan een regionaal gastransportnet waar gas in het gastransportnet gevoed wordt, wordt afnamecategorie GIN gebruikt. ### Paragraaf 4.4. Samenstellen van de allocatiegegevens door regionale netbeheerder @@ -397,11 +334,11 @@ Indien een regionale netbeheerder binnen 80 dagen nadat de gegevens conform 2.5. ### Artikel 4.6.3 -Erkende programmaverantwoordelijken en leveranciers zijn gehouden de conform de artikelen 2.4.1 en 2.5.1 door de regionale netbeheerder of de netbeheerder van het landelijk gastransportnet verstrekte gegevens bij ontvangst te controleren op plausibiliteit en eventuele vermeende fouten zo spoedig mogelijk, doch in elk geval vijf werkdagen vóór de verstrekking van nieuwe gegevens conform respectievelijk de artikelen 2.4.1, 2.5.1 en 2.6.1, te melden bij de regionale netbeheerder of de netbeheerder van het landelijk gastransportnet en, in geval van vermeende fouten in de meting, bij de partij die de meting verricht, opdat deze fouten gecorrigeerd kunnen worden vóór de verstrekking van nieuwe gegevens conform respectievelijk de artikelen 2.4.1, 2.5.1 en 2.6.1. +Erkende programmaverantwoordelijken en leveranciers zijn gehouden de conform de artikelen 2.3.1, 2.4.1 en 2.5.1 door de regionale netbeheerder of de netbeheerder van het landelijk gastransportnet verstrekte gegevens bij ontvangst te controleren op plausibiliteit en eventuele vermeende fouten zo spoedig mogelijk, doch in elk geval vijf werkdagen vóór de verstrekking van nieuwe gegevens conform respectievelijk de artikelen 2.4.1, 2.5.1 en 2.6.1, te melden bij de regionale netbeheerder of de netbeheerder van het landelijk gastransportnet en, in geval van vermeende fouten in de meting, bij de partij die de meting verricht, opdat deze fouten gecorrigeerd kunnen worden vóór de verstrekking van nieuwe gegevens conform respectievelijk de artikelen 2.4.1, 2.5.1 en 2.6.1. ### Artikel 4.6.4 -Indien een regionale netbeheerder vaststelt dat een door hem samengesteld allocatiegegeven, dat betrekking heeft op (een uur van) een maand binnen de reconciliatieperiode, onjuist is, zal de daaruit voortvloeiende correctie (de zogenaamde correctie-energie) worden uitgevoerd in het reconciliatieproces. Deze correcties kunnen alleen worden uitgevoerd ingeval de correctie betrekking heeft op een binnen de reconciliatieperiode vallende periode. +Indien de netbeheerder van het landelijk gastransportnet vaststelt dat een conform 4.1.3 aan een regionale netbeheerder beschikbaar gestelde uurhoeveelheid voor een netgebied of hoeveelheid restenergie op een netgebied, die betrekking heeft op één of meerdere maanden binnen de reconciliatieperiode, onjuist is, dan wel indien een regionale netbeheerder vaststelt dat een door hem samengesteld allocatiegegeven, dat betrekking heeft op (een uur van) een maand binnen de reconciliatieperiode, onjuist is, zal de daaruit voortvloeiende correctie (de zogenaamde correctie-energie) worden uitgevoerd in het reconciliatieproces. Deze correcties kunnen alleen worden uitgevoerd ingeval de correctie betrekking heeft op een binnen de reconciliatieperiode vallende periode. ### Artikel 4.6.5 @@ -421,67 +358,41 @@ Van regionale netbeheerder naar de netbeheerder van het landelijk gastransportne ### Artikel 4.8.2 -Van de regionale netbeheerder respectievelijk de beheerder van een gesloten distributiesysteem die gebruik wil maken van de berichten genoemd in deze code naar de netbeheerder van het landelijk gastransportnet: - -Voor elk relevant netgebied respectievelijk gesloten distributiesysteem: de gesommeerde allocaties voor elke voorkomende combinatie van erkende programmaverantwoordelijken, leverancier en afnamecategorie wordt het bericht ‘LALL’ gebruikt. +Van de regionale netbeheerder naar de netbeheerder van het landelijk gastransportnet: Voor elk relevant netgebied: de gesommeerde allocaties voor elke voorkomende combinatie van erkende programmaverantwoordelijken, leverancier en afnamecategorie; hiervoor wordt het bericht ‘LALL’ gebruikt. ### Artikel 4.8.3 -Van de regionale netbeheerder respectievelijk de beheerder van een gesloten distributiesysteem die gebruik wil maken van de berichten genoemd in deze code naar desbetreffende erkende programmaverantwoordelijken: +Van de regionale netbeheerder naar desbetreffende erkende programmaverantwoordelijken: -Voor elk relevant netgebied respectievelijk gesloten distributiesysteem: de gesommeerde allocaties voor de desbetreffende erkende programmaverantwoordelijke voor elke voorkomende combinatie met een leverancier en afnamecategorie wordt het bericht ‘LALL’ gebruikt. +Voor elk relevant netgebied: de gesommeerde allocaties voor de desbetreffende erkende programmaverantwoordelijke voor elke voorkomende combinatie met een leverancier en afnamecategorie; hiervoor wordt het bericht ‘LALL’ gebruikt. -Van de netbeheerder van het landelijk gastransportnet naar desbetreffende erkende programmaverantwoordelijken: - -Bij een verbruiker met een aansluiting op het landelijk gastransportnet, voor elk relevant netgebied: de gesommeerde allocaties voor de desbetreffende erkende programmaverantwoordelijke voor elke voorkomende combinatie met een leverancier en afnamecategorie wordt het bericht ‘LALL’ gebruikt. +Van de netbeheerder van het landelijk gastransportnet naar desbetreffende erkende programmaverantwoordelijken: Bij een verbruiker met een aansluiting op het landelijk gastransportnet, voor elk relevant netgebied: de gesommeerde allocaties voor de desbetreffende erkende programmaverantwoordelijke voor elke voorkomende combinatie met een leverancier en afnamecategorie; hiervoor wordt het bericht ‘LALL’ gebruikt. ### Artikel 4.8.4 -Van de regionale netbeheerder respectievelijk de beheerder van een gesloten distributiesysteem die gebruik wil maken van de berichten genoemd in deze code naar desbetreffende leveranciers: +Van de regionale netbeheerder naar desbetreffende leveranciers: -• voor elk relevant netgebied respectievelijk gesloten distributiesysteem: de gesommeerde allocaties voor de desbetreffende leverancier voor elke voorkomende combinatie met een erkende programmaverantwoordelijke en afnamecategorie wordt het bericht ‘LALL’ gebruikt; -• voor elke telemetriegrootverbruiker: de gealloceerde uurhoeveelheid; hiervoor wordt het bericht ‘BALL’ gebruikt. +– Voor elk relevant netgebied: de gesommeerde allocaties voor de desbetreffende leverancier voor elke voorkomende combinatie met een erkende programmaverantwoordelijke en afnamecategorie; hiervoor wordt het bericht ‘LALL’ gebruikt; +– Voor elke telemetriegrootverbruiker: de gealloceerde uurhoeveelheid; hiervoor wordt het bericht ‘BALL’ gebruikt. -Van de netbeheerder van het landelijk gastransportnet naar desbetreffende leveranciers geldt dat: +Van de netbeheerder van het landelijk gastransportnet naar desbetreffende leveranciers: -• bij een verbruiker met een aansluiting op het landelijk gastransportnet: de gesommeerde allocaties voor de desbetreffende leverancier voor elke voorkomende combinatie met een erkende programmaverantwoordelijke en afnamecategorie wordt het bericht ‘LALL’ gebruikt; -• voor elke telemetriegrootverbruiker: de gealloceerde uurhoeveelheid; hiervoor wordt het bericht ‘BALL’ gebruikt. +– Bij een verbruiker met een aansluiting op het landelijk gastransportnet, voor elk relevant netgebied: de gesommeerde allocaties voor de desbetreffende leverancier voor elke voorkomende combinatie met een erkende programmaverantwoordelijke en afnamecategorie; hiervoor wordt het bericht ‘LALL’ gebruikt; +– Voor elke telemetriegrootverbruiker: de gealloceerde uurhoeveelheid; hiervoor wordt het bericht ‘BALL’ gebruikt. -### Paragraaf 4.9. Vaststelling te alloceren netverlies +### Paragraaf 4.9. Vaststelling netverliesfactor ### Artikel 4.9.1 -Ten behoeve van de allocatie van het netverlies, berekent de regionale netbeheerder jaarlijks voor 1 oktober per netgebied het te alloceren netverlies per uur voor het daaropvolgende kalenderjaar. +De regionale netbeheerder stelt jaarlijks vóór 1 oktober de netverliesfactor (NVF) voor het volgende kalenderjaar vast. ### Artikel 4.9.2 -Uiterlijk op de vijfde werkdag in oktober publiceert de netbeheerder het te alloceren netverlies, bedoeld in het eerste lid, op elektronische wijze op een publiek toegankelijke plaats. +De regionale netbeheerder stelt de netverliesfactor (NVF) vast gelijk aan het gemiddelde procentuele netverlies van de laatste 24 maanden waarvoor op het moment van vaststelling de definitieve reconciliatie beschikbaar is. Het gemiddelde procentuele netverlies is gelijk aan het totaal netverliesvolume over 24 maanden gedeeld door de totale invoeding over 24 maanden. ### Artikel 4.9.3 -Bij de berekening, bedoeld in het eerste lid, volgt de netbeheerder achtereenvolgens de volgende stappen. - -a. De netbeheerder berekent per netgebied voor elke maand van het eerstvolgende kalenderjaar het gemiddelde gerealiseerde netverlies per maand van de drie meest recente volledig gereconcilieerde kalenderjaren. -b. Met het gemiddelde gerealiseerde netverlies als bedoeld in onderdeel a berekent de netbeheerder voor zijn gehele verzorgingsgebied: - -1° de som van het netverlies per maand; -2° de som van het netverlies per jaar; -3° de som van het netverlies per jaar voor zover de som van het netverlies per maand bedoeld in sub 1° positief is. -c. De netbeheerder berekent een jaarcorrectiefactor door de som van het netverlies per jaar bedoeld in onderdeel b, sub 2° te delen door de som van het netverlies per jaar bedoeld in onderdeel b, sub 3°. -d. Indien de som van het netverlies per maand bedoeld in onderdeel b, sub 1° negatief is, stelt de netbeheerder het te alloceren netverlies voor die maand in alle netgebieden gelijk aan nul. -e. Per maand, per netgebied waarvan de netbeheerder het netverlies niet gelijk heeft gesteld aan nul op grond van onderdeel d, berekent de netbeheerder een gecorrigeerd netverlies door het gemiddelde gerealiseerde netverlies per maand, bedoeld in onderdeel a, te vermenigvuldigen met de jaarcorrectiefactor. -f. Met het gecorrigeerde netverlies bedoeld in onderdeel e berekent de netbeheerder voor zijn gehele verzorgingsgebied: - -1° de som van het gecorrigeerde netverlies per maand; -2° de som van het gecorrigeerde netverlies per maand voor zover het gecorrigeerde netverlies positief is. -g. De netbeheerder berekent per maand een maandcorrectiefactor door de som van het gecorrigeerde netverlies bedoeld in onderdeel f, sub 1° te delen door de som van het gecorrigeerde netverlies bedoeld in onderdeel f, sub 2°. -h. Voor elke maand waarin het gecorrigeerde netverlies, bedoeld in onderdeel e, negatief is, stelt de netbeheerder het te alloceren netverlies gelijk aan nul. -i. Voor de maanden waarin het gecorrigeerde netverlies niet gelijk is gesteld aan nul op grond van onderdeel h, berekent de netbeheerder het te alloceren netverlies per maand per netgebied door het gecorrigeerde netverlies, bedoeld in onderdeel e, te vermenigvuldigen met de maandcorrectiefactor. -j. De netbeheerder berekent voorts het te alloceren netverlies per netgebied, per uur door het te alloceren netverlies per maand, zoals berekend op basis van de voorgaande stappen te vermenigvuldigen met het quotiënt van de profielfractie van het G2C-profiel bij standaardtemperatuur van het betreffende uur en de som van dezelfde profielfracties van de betreffende gasmaand. - -### Artikel 4.9.4 - -Bij de berekening van het gerealiseerde netverlies bedoeld in het eerste lid, houdt de netbeheerder rekening met historische verschillen in de berekeningswijze van de volumeherleiding. Dit houdt in ieder geval in dat de netbeheerder voor de periode vanaf 1 januari 2015 tot en met 31 december 2016 de reconciliatieresultaten corrigeert op basis van een MMCF van 1, een volumeherleidingsfactor van 0,99203 voor de afnamecategorieën G1A en G2A en een volumeherleidingsfactor van 1 voor de afnamecategorie G2C, waarbij verondersteld wordt dat elk volume in het kleinverbruiksegment tot stand is gekomen met de administratieve volumeherleiding. +Na vaststelling van de netverliesfactor (NVF) informeert de regionale netbeheerder de netbeheerder van het landelijk gastransportnet en de betrokken erkende programmaverantwoordelijken en leveranciers over zijn netverliesfactor (NVF). ## Hoofdstuk 4a. Het allocatieproces voor overige entry- en exitpunten @@ -489,36 +400,23 @@ Bij de berekening van het gerealiseerde netverlies bedoeld in het eerste lid, ho ### Artikel 4a.1.1 -In beginsel is de allocatie gelijk aan de confirmatie. Indien de meting ongelijk is aan de som van de confirmaties, wordt het verschil tussen de meting en de som van de confirmaties gealloceerd volgens artikelen 4a.1.1.1 tot en met 4a.1.1.3. Hierbij geeft de netbeheerder van het landelijk gastransportnet op alle overige entry- en exitpunten aan de erkende programmaverantwoordelijken de keuze tussen de allocatierollen Balancerend en Proportioneel. +De netbeheerder van het landelijk gastransportnet kent de volgende allocatierollen: -### Artikel 4a.1.1.1 +Het verschil tussen het te alloceren volume en de som van de confirmaties aan de erkende programmaverantwoordelijken met de allocatierol proportioneel (inclusief backhaul) wordt gealloceerd aan de erkende programmaverantwoordelijke met de allocatierol balancerend (enkel ingeval de richting van dit verschil overeenkomt met de richting waarin de erkende programmaverantwoordelijke balancerend is). Indien er meerdere erkende programmaverantwoordelijken zijn met de allocatierol balancerend dienen deze erkende programmaverantwoordelijken te nomineren en zal het genoemde verschil verdeeld worden naar rato van de confirmaties aan de betreffende erkende programmaverantwoordelijken. -Indien er op een entry- of exitpunt voor het uur waarvoor de allocatie wordt uitgevoerd een OBA, als bedoeld in artikel 5.1.8 van de Invoedcode gas LNB, actief is, wordt voor dat uur het verschil tussen de meting en de som van de confirmaties toegekend aan de OBA. +In de situatie dat gas wordt afgeleverd in een stromingsrichting die gelijk is aan de fysieke stromingsrichting zal de hoeveelheid zoals aangegeven in de confirmatie in principe worden gealloceerd aan de erkende programmaverantwoordelijke. Indien in deze situatie het verschil tussen het gemeten volume en de som van de confirmaties aan de erkende programmaverantwoordelijken met de allocatierol proportioneel niet gealloceerd kan worden aan erkende programmaverantwoordelijken met de allocatierol balancerend zal dit verschil worden gealloceerd aan de in de eerste zin genoemde erkende programmaverantwoordelijken naar rato van de hoeveelheden zoals aangegeven in de confirmaties. In de situatie van backhaul zal de hoeveelheid zoals aangegeven in de confirmatie worden gealloceerd aan de erkende programmaverantwoordelijke. -Indien een OBA actief wordt op een entry- of exitpunt, krijgen alle portfolio’s op dat entry- of exitpunt de allocatierol Proportioneel. De netbeheerder van het landelijk gastransportnet publiceert op haar website op welke entry- en exitpunten een OBA actief is. - -Indien een OBA inactief of niet aanwezig is, wordt het verschil tussen de meting en de som van de confirmaties gealloceerd conform artikel 4a.1.1.2 of 4a.1.1.3. - -### Artikel 4a.1.1.2 - -Indien er op een entry- of exitpunt één of meerdere portfolio(s) met de allocatierol Balancerend aanwezig zijn, geldt het volgende. Het verschil tussen de meting en de som van de confirmaties wordt toegekend aan de portfolio’s met de allocatierol Balancerend waarvan de richting van de gasstroom overeenkomt met de richting van de gasstroom van het verschil tussen de meting en de som van de confirmaties. Het verschil wordt pro rata aan de confirmaties toegekend aan deze portfolio’s. De allocatie is dan gelijk aan de confirmatie plus het pro rata bepaalde verschil. - -Indien er geen portfolio met de allocatierol Balancerend is waarvan de richting van de gasstroom overeenkomt met de richting van de gasstroom van het verschil tussen de meting en de som van de confirmaties, wordt het verschil tussen de meting en de som van de confirmaties gealloceerd conform artikel 4a.1.1.3. - -### Artikel 4a.1.1.3 - -Indien er op een entry- of exitpunt geen OBA actief is en de allocatierol Balancerend ook niet voorkomt, geldt het volgende. Het verschil tussen de meting en de som van de confirmaties wordt toegekend aan de portfolio’s waarvan de confirmatie dezelfde richting van de gasstroom heeft als de meting. Het verschil wordt pro rata aan de betreffende confirmaties toegekend aan deze portfolio’s. De allocatie is dan gelijk aan de confirmatie plus het pro rata bepaalde verschil. +Bij deze allocatierol zal geen gas worden gealloceerd aan de erkende programmaverantwoordelijke. ### Artikel 4a.1.2 -Indien een erkende programmaverantwoordelijke volgens 4a.1.1 op een entry- of exitpunt de keuze heeft tussen verschillende allocatierollen, zal de erkende programmaverantwoordelijke de netbeheerder van het landelijk gastransportnet per entry- en exitpunt schriftelijk melden welke allocatierol hij zal vervullen. Indien de netbeheerder van het landelijk gastransport deze informatie niet uiterlijk 5 werkdagen voor aanvang van de programmaverantwoordelijkheid op het betreffende entry- of exitpunt ontvangt zal de netbeheerder van het landelijk gastransportnet aan de erkende programmaverantwoordelijke de rol proportioneel toekennen. +Indien een erkende programmaverantwoordelijke volgens 4a.2 op een entry- of exitpunt de keuze heeft tussen verschillende allocatierollen, zal de erkende programmaverantwoordelijke de netbeheerder van het landelijk gastransportnet per entry- en exitpunt schriftelijk melden welke allocatierol hij zal vervullen. Indien de netbeheerder van het landelijk gastransport deze informatie niet uiterlijk 5 werkdagen voor aanvang van de programmaverantwoordelijkheid op het betreffende entry- of exitpunt ontvangt zal de netbeheerder van het landelijk gastransportnet aan de erkende programmaverantwoordelijke de rol proportioneel toekennen. ### Artikel 4a.1.3 Indien een erkende programmaverantwoordelijke kiest voor de allocatierol balancerend terwijl er al een andere balancerende erkende programmaverantwoordelijke op het entry- of exitpunt aanwezig is, zal de netbeheerder van het landelijk gastransportnet in overleg gaan met zowel de oorspronkelijke balancerende erkende programmaverantwoordelijke als de nieuwe balancerende erkende programmaverantwoordelijke, met als resultaat een van de volgende situaties: -1. Beide erkende programmaverantwoordelijken krijgen de allocatierol balancerend. -2. Een van beide partijen verandert zijn allocatierol in proportioneel. +Beide erkende programmaverantwoordelijken krijgen de allocatierol balancerend en beide zullen nomineren. Een van beide partijen verandert zijn allocatierol in proportioneel en zal nomineren. Een van beide partijen verandert zijn allocatierol in “geen allocatie”. ### Artikel 4a.1.4 @@ -536,31 +434,37 @@ Binnen de condities van artikel 4a.2 is een erkende programmaverantwoordelijke b De netbeheerder van het landelijk gastransportnet zal per entry- en exitpunt per erkende programmaverantwoordelijke de allocatierol opnemen in zijn administratie. Deze informatie is opvraagbaar voor erkende programmaverantwoordelijken die actief zijn op de betreffende entry- en/of exitpunten en zal verstrekt worden rekening houdend met belangen van alle betrokken partijen. -### Paragraaf 4a.2. Allocatie op het TTF +### Paragraaf 4a.2. Allocatie op entrypunten en exitpunten, uitgezonderd de exitpunten waar het landelijk gastransportnet is verbonden met een regionaal gastransportnet ### Artikel 4a.2.1 -Vervallen +Allocatie op entry- en exitpunten op de landsgrens (grenspunten) + +Op grenspunten zijn meerdere erkende programmaverantwoordelijken toegestaan. De erkende programmaverantwoordelijken die actief zijn op deze grenspunten kunnen de allocatierollen balancerend, proportioneel en “geen allocatie” hebben. ### Artikel 4a.2.2 -Vervallen +Allocatie op entry- of exitpunten waar een installatie voor de opslag van gas of LNG is verbonden met het landelijk gastransportnet. + +Op deze entry- of exitpunten zijn meerdere erkende programmaverantwoordelijken toegestaan. De erkende programmaverantwoordelijken die actief zijn op deze entry- of exitpunten kunnen de allocatierollen balancerend, proportioneel en “geen allocatie” hebben. ### Artikel 4a.2.3 -Vervallen +Allocatie op entrypunten waar een gasproductienet is verbonden met het landelijk gastransportnet. + +Op deze entrypunten zijn meerdere erkende programmaverantwoordelijken toegestaan. De erkende programmaverantwoordelijken die actief zijn op deze entrypunten kunnen de allocatierollen balancerend, proportioneel en “geen allocatie” hebben. ### Artikel 4a.2.4 -Allocatie op het TTF +Allocatie op het virtuele handelspunt -Op het TTF geldt dat de gealloceerde hoeveelheid gelijk is aan de geconfirmeerde hoeveelheid; een uitzondering hierop is de balansrelatie. +Op het virtuele handelspunt geldt dat de gealloceerde hoeveelheid gelijk is aan de geconfirmeerde hoeveelheid; een uitzondering hierop is de balansrelatie. ### Artikel 4a.2.5 -Balansrelatie op het TTF +Balansrelatie op het virtuele handelspunt -In een balansrelatie wordt de op het TTF gealloceerde hoeveelheid tussen één of meer balansleverende- en één balansontvangende erkende programmaverantwoordelijke bepaald op basis van de fysieke levering op binnenlandse verbruikspunten in een portfolio van de balansontvangende erkende programmaverantwoordelijke. Met behulp van de balansrelatie kan daarmee onbalansrisico op binnenlandse verbruikspunten over één- of meerdere balansleverende partijen verdeeld worden. +In een balansrelatie wordt de op het virtuele handelspunt gealloceerde hoeveelheid tussen één of meer balansleverende- en één balansontvangende erkende programmaverantwoordelijke bepaald op basis van de fysieke levering op binnenlandse verbruikspunten in een portfolio van de balansontvangende erkende programmaverantwoordelijke. Met behulp van de balansrelatie kan daarmee onbalansrisico op binnenlandse verbruikspunten over één- of meerdere balansleverende partijen verdeeld worden. De gealloceerde hoeveelheid wordt bepaald door de inzet van één of meer van de onderstaande varianten: @@ -568,11 +472,13 @@ Een balansleverende- en een balansontvangende erkende programmaverantwoordelijke De verdeling van de fysieke levering vindt plaats op basis van een vooraf door de balansleverende- en een balansontvangende erkende programmaverantwoordelijken genomineerd en geconfirmeerd percentage. -De gealloceerde hoeveelheid op het TTF tussen een balansleverende en een balansontvangende erkende programmaverantwoordelijke heeft een vooraf gespecificeerde bovengrens. +De gealloceerde hoeveelheid op het virtuele handelspunt tussen een balansleverende en een balansontvangende erkende programmaverantwoordelijke heeft een vooraf gespecificeerde bovengrens. -De gealloceerde hoeveelheid op het TTF tussen een balansleverende en een balansontvangende erkende programmaverantwoordelijke heeft een vooraf gespecificeerde ondergrens waaronder geen overdracht plaats heeft. +De gealloceerde hoeveelheid op het virtuele handelspunt tussen een balansleverende en een balansontvangende erkende programmaverantwoordelijke heeft een vooraf gespecificeerde ondergrens waaronder geen overdracht plaats heeft. -Voor de toepassing van een balansrelatie op het TTF: +De balansontvangende erkende programmaverantwoordelijke brengt zelf een vaste hoeveelheid gas in in de balansrelatie + +Voor de toepassing van een balansrelatie op het virtuele handelspunt: – staat de balansontvangende partij als erkende programmaverantwoordelijke in het aansluitingenregister van de betreffende netbeheerder vermeld – wordt de overdracht tussen de balansleverende en de balansontvangende partij geacht plaats te vinden bij de fysieke exit. @@ -596,18 +502,21 @@ Verschillen tussen near-real-time allocaties en de definitieve allocaties worden ### Artikel 4a.4.2 -Erkende programmaverantwoordelijken zijn gehouden de conform artikel 2.4.1 door de netbeheerder van het landelijk gastransportnet verstrekte gegevens bij ontvangst te controleren op plausibiliteit en eventuele vermeende fouten zo spoedig mogelijk te melden bij de netbeheerder van het landelijk gastransportnet en, in geval van vermeende fouten in de meting, bij de partij die de meting verricht, opdat deze fouten gecorrigeerd kunnen worden binnen de termijn zoals genoemd in 2.5.1. +Erkende programmaverantwoordelijken zijn gehouden de conform de artikelen 2.4.1 door de netbeheerder van het landelijk gastransportnet verstrekte gegevens bij ontvangst te controleren op plausibiliteit en eventuele vermeende fouten zo spoedig mogelijk, doch in elk geval twee maanden vóór het verstrijken van de reconciliatieperiode, te melden bij de netbeheerder van het landelijk gastransportnet en, in geval van vermeende fouten in de meting, bij de partij die de meting verricht, opdat deze fouten gecorrigeerd kunnen worden binnen de reconciliatieperiode ### Artikel 4a.4.3 -Indien de netbeheerder van het landelijk gastransportnet binnen de termijn zoals genoemd in 2.5.1 vaststelt dat een door hem samengesteld allocatiegegeven onjuist is, zal de netbeheerder van het landelijk gastransportnet: +Indien de netbeheerder van het landelijk gastransportnet vaststelt dat een door hem samengesteld allocatiegegeven onjuist is en dit allocatiegegeven heeft betrekking op één of meerdere maanden na de reconciliatieperiode, zal de netbeheerder van het landelijk gastransportnet: – informatie verstrekken over de correctie aan de erkende programmaverantwoordelijke met betrekking tot de aansluiting waarop de gecorrigeerde uurwaarde betrekking heeft; -– een correctie uitvoeren op de gealloceerde uurhoeveelheid binnen de termijn zoals genoemd in 2.5.1. +– een correctie uitvoeren op de gealloceerde uurhoeveelheid. De aldus bepaalde allocatiegegevens worden beschouwd als correcties op de definitieve allocatie, die de basis vormen voor de settlement. ### Artikel 4a.4.4 -Vervallen +Indien de netbeheerder van het landelijk gastransportnet vaststelt dat een door hem samengesteld allocatiegegeven onjuist is en dit allocatiegegeven heeft betrekking op één of meerdere maanden binnen de reconciliatieperiode, zal de netbeheerder van het landelijk gastransportnet: + +– informatie verstrekken over de correctie aan de erkende programmaverantwoordelijke met betrekking tot de aansluiting waarop de gecorrigeerde uurwaarde betrekking heeft; +– een correctie uitvoeren op de gealloceerde maandhoeveelheid, waarbij de verwerking analoog plaatsvindt aan verwerking conform B4.2, inclusief de daaraan verbonden termijnen, echter buiten het reconciliatieproces. ## Hoofdstuk 5. Nadere reconciliatieregels @@ -627,7 +536,7 @@ Voor elke verbruiker waarvoor de in het vorige artikel genoemde voorwaarden niet ### Artikel 5.1.4 -Nadat de berekeningen voor alle relevante verbruikers door de regionale netbeheerder zijn uitgevoerd, berekent de regionale netbeheerder het netverlies van de desbetreffende maand van het desbetreffende netgebied, zoals uitgewerkt in paragraaf B6.4 van bijlage 6 (Rekenregels reconciliatie). De regionale netbeheerder informeert de betrokken erkende programmaverantwoordelijken en leveranciers over het netverlies. +Nadat de berekeningen voor alle relevante verbruikers door de regionale netbeheerder zijn uitgevoerd, berekent de regionale netbeheerder de maand-meetcorrectiefactor (MMCF) van het desbetreffende netgebied, zoals uitgewerkt in paragraaf B6.4 van bijlage 6 (Rekenregels reconciliatie). De regionale netbeheerder informeert de betrokken erkende programmaverantwoordelijken en leveranciers over de maand-meetcorrectiefactor. ### Artikel 5.1.5 @@ -647,18 +556,12 @@ De netbeheerder van het landelijk gastransportnet bepaalt per kalendermaand de v ### Artikel 5.3.1 -Door regionale netbeheerder aan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, betreffende erkende programmaverantwoordelijken en leveranciers: Voor elk netgebied: per kalendermaand per afnamecategorie voor elke voorkomende erkende programmaverantwoordelijke /leverancier combinatie de tijdens het lopende reconciliatieproces vastgestelde totale hoeveelheid gas (uitgedrukt in MJ), de totale hoeveelheid gas vóór de uitvoering van dit reconciliatieproces, alsmede het netverlies van de desbetreffende maand; hiervoor wordt het bericht ‘RNINFO’ gebruikt. +Door regionale netbeheerder aan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, betreffende erkende programmaverantwoordelijken en leveranciers: Voor elk netgebied: per kalendermaand per afnamecategorie voor elke voorkomende erkende programmaverantwoordelijke /leverancier combinatie de tijdens het lopende reconciliatieproces vastgestelde totale hoeveelheid gas (uitgedrukt in MJ), de totale hoeveelheid gas vóór de uitvoering van dit reconciliatieproces, alsmede de maand-meetcorrectiefactor; hiervoor wordt het bericht ‘RNINFO’ gebruikt. ### Artikel 5.3.2 Door de netbeheerder van het landelijk gastransportnet aan de betreffende erkende programmaverantwoordelijken: Per kalendermaand de te reconciliëren hoeveelheid gas (verschil tussen de tijdens het lopende reconciliatieproces vastgestelde totale hoeveelheid gas en de totale hoeveelheid gas vóór de uitvoering van dit reconciliatieproces), uitgedrukt in MJ, en het bij deze hoeveelheid behorende factuurbedrag; hiervoor wordt het bericht ‘RSINFO’ gebruikt. -### Artikel 5.3.3 - -Door de netbeheerder aan de leveranciers: - -Per gereconcilieerde aansluiting per kalendermaand het toegerekende volume, het verbruik dat aanleiding is geweest voor de toerekening van de volumes, de afnamecategorie en het standaardjaarverbruik gas die zijn toegepast in de toerekening aan de desbetreffende leverancier. - ## Hoofdstuk 6. Settlement (verrekening van verschillen tussen near-real-time allocaties en off line allocaties) ### Artikel 6.1