2004-09-15 | BWBR0013798 | Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur

This commit is contained in:
Coornhert 2004-09-15 12:00:00 +00:00
parent 4380d44412
commit 38636546e5

View file

@ -46,7 +46,8 @@ b. de aankoop, leasing, huur of huurkoop, met of zonder koopoptie, van producten
c. de uitvoering van diensten in de meest ruime zin;
2°. het geheel van afspraken dat vastgelegd is in een schriftelijke overeenkomst tussen enerzijds een aanbestedende dienst en anderzijds een of meer private partijen, over de uitvoering van werken of diensten geheel of ten dele voor rekening en risico van een of meer van die private partijen;
k. sector: een terrein van economische bedrijvigheid waarop overheidsopdrachten verstrekt kunnen worden;
l. verwerking van persoonsgegevens: elke handeling of elk geheel van handelingen als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet bescherming persoonsgegevens.
l. verwerking van persoonsgegevens: elke handeling of elk geheel van handelingen als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet bescherming persoonsgegevens;
m. sociaal-fiscaalnummer: het nummer, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel j, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
**2.** Op voordracht van Onze Ministers kunnen bij algemene maatregel van bestuur zelfstandige bestuursorganen worden aangewezen als aanbestedende dienst.
@ -102,7 +103,7 @@ b. voorzover het ernstig gevaar als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, betr
**6.** Eenzelfde bevoegdheid tot weigering dan wel intrekking als bedoeld in het eerste lid hebben bestuursorganen, indien feiten en omstandigheden erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat ter verkrijging van de aangevraagde dan wel gegeven beschikking een strafbaar feit is gepleegd. De weigering dan wel intrekking vindt slechts plaats, indien deze tenminste evenredig is met, ingeval van vermoedens, de ernst daarvan en met de ernst van het strafbare feit.
**7.** Voorzover uit het advies van het Bureau blijkt dat geen sprake is van ernstig gevaar als bedoeld in het eerste lid, kan het bestuursorgaan bij mindere mate van gevaar aan de beschikking voorschriften verbinden. Deze voorschriften zijn gericht op het wegnemen of beperken van dergelijk gevaar.
**7.** Voorzover blijkt dat geen sprake is van ernstig gevaar als bedoeld in het eerste lid, kan het bestuursorgaan bij mindere mate van gevaar aan de beschikking voorschriften verbinden. Deze voorschriften zijn gericht op het wegnemen of beperken van dergelijk gevaar.
### Artikel 4
@ -110,7 +111,7 @@ b. voorzover het ernstig gevaar als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, betr
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien de betrokkene, niet zijnde de gegadigde, de partij aan wie een overheidsopdracht is gegund of de onderaannemer, weigert aanvullende gegevens te verschaffen in het geval, bedoeld in artikel 12, derde lid.
## Hoofdstuk 2. Aanbestedingen, subsidies en vergunningen
## Hoofdstuk 2. Aanbestedingen, subsidies, vergunningen en ontheffingen
### Artikel 5
@ -136,12 +137,14 @@ c. ten aanzien van een onderaannemer, uitsluitend met het oog op diens acceptati
### Artikel 7
**1.** Een gemeentelijke vergunning die op grond van een verordening verplicht is gesteld voor een inrichting, kan door het gemeentebestuur, voorzover het een krachtens het tweede lid aangewezen inrichting betreft, worden geweigerd dan wel ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3.
**1.** Een gemeentelijke vergunning die op grond van een verordening verplicht is gesteld voor een inrichting of bedrijf, kan door het gemeentebestuur, voorzover het een krachtens het tweede lid aangewezen inrichting of bedrijf betreft, worden geweigerd dan wel ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3.
**2.** Op voordracht van Onze Ministers worden bij algemene maatregel van bestuur inrichtingen aangewezen ten aanzien waarvan het wenselijk is dat, voordat een beslissing als bedoeld in het eerste lid wordt genomen, door het Bureau een advies kan worden uitgebracht. De voordracht voor een krachtens dit lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
**2.** Op voordracht van Onze Ministers worden bij algemene maatregel van bestuur inrichtingen of bedrijven aangewezen ten aanzien waarvan het wenselijk is dat, voordat een beslissing als bedoeld in het eerste lid wordt genomen, door het Bureau een advies kan worden uitgebracht. De voordracht voor een krachtens dit lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
**3.** Voordat een beslissing als bedoeld in het eerste lid wordt genomen, kan het gemeentebestuur het Bureau om een advies vragen.
**4.** Het eerste tot en met het derde lid is van overeenkomstige toepassing op een gemeentelijke ontheffing.
## Hoofdstuk 3. Het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur
### Paragraaf 3.1. Instelling en taak van het Bureau
@ -189,7 +192,9 @@ a. persoonsgegevens uit openbare registers,
b. persoonsgegevens die overeenkomstig artikel 8, aanhef en onderdeel e, van de Wet bescherming persoonsgegevens zijn verkregen, en
c. persoonsgegevens die op grond van artikel 13 of 27 zijn verstrekt.
**3.**
**3.** Het Bureau kan bij het verzamelen van gegevens als bedoeld in het tweede lid, gebruik maken van het sociaal-fiscaalnummer.
**4.**
In afwijking van het tweede lid kan het Bureau in het geval dat het door de betrokkene ingevulde formulier, bedoeld in artikel 30, onvoldoende informatie verschaft voor het onderzoek ten behoeve van het advies, dan wel de gegevens die door middel van dat formulier en uit de verschillende bestanden of registraties zijn verkregen niet gelijkluidend zijn, de betrokkene verzoeken om nadere gegevens over:
@ -214,7 +219,7 @@ Het Bureau neemt in het advies geen gegevens op waarvan:
a. de verstrekker heeft aangegeven dat deze, gelet op het karakter van die gegevens, niet aan de desbetreffende persoon ter kennis mogen worden gebracht, of
b. de officier van justitie, bedoeld in het tweede lid, heeft aangegeven dat deze niet mogen worden gebruikt in verband met een zwaarwegend strafvorderlijk belang.
**2.** Onze Minister van Justitie wijst de officier van justitie aan, aan wie het advies, voordat dit wordt toegezonden aan het bestuursorgaan dat of de aanbestedende dienst die om advies hebben gevraagd, wordt voorgelegd met het oog op de beoordeling of daarin gegevens zijn opgenomen waarvan het gebruik een zwaarwegend strafvorderlijk belang schaadt.
**2.** Het College van Procureurs-Generaal wijst de officier van justitie aan, aan wie het advies, voordat dit wordt toegezonden aan het bestuursorgaan dat of de aanbestedende dienst die om advies hebben gevraagd, wordt voorgelegd met het oog op de beoordeling of daarin gegevens zijn opgenomen waarvan het gebruik een zwaarwegend strafvorderlijk belang schaadt.
### Artikel 15
@ -378,7 +383,7 @@ Het bestuursorgaan dat of de aanbestedende dienst die een advies ontvangt, kan d
### Artikel 30
**1.** In de formulieren die dienen voor het aanvragen van een beschikking of die worden gebruikt in het kader van een aanbesteding, worden vragen opgenomen die erop gericht zijn het Bureau in staat te stellen het onderzoek naar feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 3, tweede, derde en zesde lid, uit te voeren.
**1.** In de formulieren die dienen voor het aanvragen van een beschikking of die worden gebruikt in het kader van een aanbesteding, worden vragen opgenomen die erop gericht zijn het Bureau in staat te stellen het onderzoek naar feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 3, tweede, derde en zesde lid, respectievelijk artikel 9, tweede lid, onder a. en b. uit te voeren alsmede onderzoek te verrichten naar de aspecten, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onder c. en d.
**2.**
@ -386,22 +391,23 @@ De in het eerste lid bedoelde vragen omvatten in ieder geval die naar:
a. de naam, het adres en de woonplaats of plaats van vestiging van de aanvrager of gegadigde;
b. de naam, het adres en de woonplaats van de persoon die het formulier namens de aanvrager of gegadigde invult;
c. het nummer van inschrijving bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken;
d. de rechtsvorm van de aanvrager of gegadigde;
e. de handelsnaam of handelsnamen waarvan de aanvrager of gegadigde gebruik maakt of heeft gemaakt;
f. de natuurlijke personen of rechtspersonen die, voorzover van toepassing:
c. het sociaal-fiscaalnummer van de persoon, bedoeld in de onderdelen a en b;
d. het nummer van inschrijving bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken;
e. de rechtsvorm van de aanvrager of gegadigde;
f. de handelsnaam of handelsnamen waarvan de aanvrager of gegadigde gebruik maakt of heeft gemaakt;
g. de natuurlijke personen of rechtspersonen die, voorzover van toepassing:
1°. direct of indirect leiding geven of hebben gegeven aan betrokkene;
2°. direct of indirect zeggenschap hebben of hebben gehad over betrokkene;
3°. direct of indirect vermogen verschaffen of hebben verschaft aan betrokkene;
4°. onderaannemer van betrokkene zijn;
g. de wijze van financiering.
h. de wijze van financiering.
**3.** Het bestuursorgaan, onderscheidenlijk de aanbestedende dienst, verzoekt de betrokkene tevens om invulling van de in het eerste lid bedoelde formulieren, indien om advies wordt gevraagd met het oog op een beslissing terzake van de intrekking van een subsidie of vergunning, onderscheidenlijk de ontbinding van een overeenkomst inzake een overheidsopdracht.
### Artikel 31
Indien het bestuursorgaan een advies aanvraagt, wordt de wettelijke termijn waarbinnen de beschikking dient te worden gegeven, opgeschort voor de duur van de periode die begint met de dag waarop het advies is aangevraagd en eindigt met de dag waarop dat advies is ontvangen, met dien verstande dat deze opschorting niet langer duurt dan de in artikel 15, eerste lid, bedoelde termijn, vermeerderd met de duur van de eenmalige verlenging, bedoeld in artikel 15, derde lid.
Indien het bestuursorgaan een advies aanvraagt, wordt de wettelijke termijn waarbinnen de beschikking dient te worden gegeven, opgeschort voor de duur van de periode die begint met de dag waarop het advies is aangevraagd en eindigt met de dag waarop dat advies is ontvangen, met dien verstande dat deze opschorting niet langer duurt dan de in artikel 15, eerste en tweede lid, bedoelde termijn, vermeerderd met de duur van de eenmalige verlenging, bedoeld in artikel 15, derde lid.
### Artikel 32