2019-01-01 | BWBR0009066 | Besluit gebruik meststoffen
This commit is contained in:
parent
a33866c3a1
commit
38e847eda7
1 changed files with 60 additions and 48 deletions
|
|
@ -16,7 +16,7 @@ citeertitel: Besluit gebruik meststoffen
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder grond, meststoffen, bedrijf, landbouwgrond, fosfaat, hectare, veengrond, zand- of lössgrond en kleigrond hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de Meststoffenwet, wordt verstaan onder zuiveringsslib, compost, herwonnen fosfaten en overige organische meststoffen hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet en wordt verstaan onder:
|
||||
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder grond, meststoffen, bedrijf, landbouwer, landbouwgrond, fosfaat, hectare, veengrond, zand- of lössgrond en kleigrond hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de Meststoffenwet, wordt verstaan onder zuiveringsslib, compost, herwonnen fosfaten en overige organische meststoffen hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet en wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. *dierlijke meststoffen*: uitwerpselen van dieren, daaronder begrepen de geheel of gedeeltelijk verteerde maag- of darminhoud van deze dieren en mengsels van strooisel met de uitwerpselen, alsook producten daarvan;
|
||||
b. *gebruiken van meststoffen*: meststoffen op of in de bodem brengen;
|
||||
|
|
@ -27,7 +27,7 @@ f. *beheer*: beheer, gericht op de instandhouding van natuurwaarden, dat
|
|||
|
||||
1°. is vastgesteld krachtens de Wet natuurbescherming,
|
||||
2°. geldt als voorwaarde voor de verlening van een subsidie op grond van de Kaderwet EZ-subsidies;
|
||||
3°. tot stand is gekomen met instemming van Onze Minister van Economische Zaken;
|
||||
3°. tot stand is gekomen met instemming van Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
|
||||
g. *overige grond*: andere grond dan natuurterrein en dan landbouwgrond die tot een bedrijf behoort;
|
||||
h. *stikstofkunstmest*: anorganische meststoffen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel j, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet, die meer dan 0,5 gewichtsprocenten van de droge stof aan stikstof bevatten;
|
||||
i. *vaste mest*: dierlijke meststoffen die niet verpompbaar zijn;
|
||||
|
|
@ -35,14 +35,15 @@ j. *drijfmest*: dierlijke meststoffen die verpompbaar zijn;
|
|||
k. *steekvast zuiveringsslib*: zuiveringsslib dat niet verpompbaar is;
|
||||
l. *vloeibaar zuiveringsslib*: zuiveringsslib dat verpompbaar is;
|
||||
m. *fruitteelt*: bedrijfsmatige teelt op bouwland van vruchten, bestemd voor menselijke consumptie en groeiend aan houtige gewassen;
|
||||
n. *emissiearm aanwenden*: gebruiken overeenkomstig de voorschriften die voor de desbetreffende situatie zijn opgenomen in de bij dit besluit behorende bijlage I;
|
||||
o. *veenkoloniaal gebied:* gronden in de provincie Drenthe, de provincie Groningen ten zuiden van het Eemskanaal, de provincie Overijssel ten noorden van de lijn Zwolle-Ommen-Nijverdal-Almelo-Albergen-Tubbergen en de provincie Friesland ten oosten van de lijn Elsloo-Oosterwolde-Haulerwijk;
|
||||
p. *hellingspercentage*: quotiënt van het hoogteverschil en de horizontale afstand, uitgedrukt in procenten, volgens de in bijlage II bij dit besluit aangegeven meetmethode;
|
||||
q. *niet-beteelde grond*: grond waarvan niet kan worden waargenomen dat deze gelijkmatig met een gewas is bedekt.
|
||||
n. *veenkoloniaal gebied:* gronden in de provincie Drenthe, de provincie Groningen ten zuiden van het Eemskanaal, de provincie Overijssel ten noorden van de lijn Zwolle-Ommen-Nijverdal-Almelo-Albergen-Tubbergen en de provincie Friesland ten oosten van de lijn Elsloo-Oosterwolde-Haulerwijk;
|
||||
o. *hellingspercentage*: quotiënt van het hoogteverschil en de horizontale afstand, uitgedrukt in procenten, volgens de in bijlage II bij dit besluit aangegeven meetmethode;
|
||||
p. *niet-beteelde grond*: grond waarvan niet kan worden waargenomen dat deze gelijkmatig met een gewas is bedekt;
|
||||
q. *vaste strorijke mest:* vaste mest waarin zichtbaar een substantiële hoeveelheid stro aanwezig is;
|
||||
r. *biologische productiemethode:* de bij of krachtens Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad van 28 juni 2007 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2092/91 (PbEU L 189) en de bij of krachtens artikel 10 van het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007 gestelde voorschriften inzake de biologische productiemethode.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van artikel 1b, derde lid, is de situatie op 15 mei van het jaar waarin zuiveringsslib wordt gebruikt, bepalend voor de vraag of sprake is van bouwland of grasland, met dien verstande dat indien op 15 mei van het desbetreffende jaar landbouwgrond niet wordt beteeld, deze grond wordt aangemerkt als bouwland, tenzij de grond het gehele jaar niet wordt beteeld, in welk geval de grond wordt aangemerkt als overige grond.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de toepassing van artikel 4b wordt onder grasland verstaan: grond die voor tenminste 50 procent is beteeld met gras dat is of wordt gebruikt voor beweiding met dieren of voor de winning van het gewas voor vervoedering aan dieren.
|
||||
**3.** Voor de toepassing van artikel 4b wordt onder grasland verstaan: grond die voor tenminste 50 procent is beteeld met gras dat is of wordt gebruikt voor beweiding met dieren of voor de winning van het gewas voor vervoedering aan dieren.
|
||||
|
||||
**4.** Voor de toepassing van de artikelen 4, 4a, 5 en 6d wordt onder bouwland niet verstaan grond waarop tuinbouw in glasopstanden wordt uitgeoefend, of waarop een anderszins bedekte teelt plaatsvindt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -116,13 +117,13 @@ b. het natuurterrein is grasland en het totaal van de daarop gebruikte hoeveelhe
|
|||
Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op overige grond indien ten minste aan één van de volgende voorwaarden is voldaan:
|
||||
|
||||
a. het totaal van de gebruikte hoeveelheid dierlijke meststoffen, compost, herwonnen fosfaten en overige organische meststoffen die uitsluitend zijn geproduceerd uit materialen van plantaardige herkomst, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, is niet groter dan 20 kilogram fosfaat per hectare per jaar;
|
||||
b. de overige grond is grasland of bouwland en het totaal van de daarop gebruikte hoeveelheid dierlijke meststoffen, compost, herwonnen fosfaten en overige organische meststoffen die uitsluitend zijn geproduceerd uit materialen van plantaardige herkomst, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat en stikstof, is niet groter dan 80 kilogram fosfaat, onderscheidenlijk 170 kilogram stikstof per hectare per jaar.
|
||||
b. de overige grond is grasland of bouwland en het totaal van de daarop gebruikte hoeveelheid dierlijke meststoffen, compost, herwonnen fosfaten en overige organische meststoffen die uitsluitend zijn geproduceerd uit materialen van plantaardige herkomst, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat en stikstof, is niet groter dan 80 kilogram fosfaat, onderscheidenlijk 170 kilogram stikstof per hectare per jaar.
|
||||
|
||||
**5.** Bij de bepaling van de in het derde en vierde lid bedoelde hoeveelheid meststoffen wordt de hoeveelheid fosfaat in compost slechts voor het krachtens artikel 12, vijfde lid, van de Meststoffenwet bepaalde deel in aanmerking genomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2a
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 2, vierde lid, is het toegestaan op overige grond compost te gebruiken bij wijze van eenmalige gift in een hoeveelheid van ten hoogste 200 ton droge stof per hectare, indien tenminste voorafgaande aan het gebruik een melding daarvan aan Onze Minister van Economische Zaken heeft plaatsgevonden.
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 2, vierde lid, is het toegestaan op overige grond compost te gebruiken bij wijze van eenmalige gift in een hoeveelheid van ten hoogste 200 ton droge stof per hectare, indien tenminste voorafgaande aan het gebruik een melding daarvan aan Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -159,13 +160,16 @@ Het is verboden dierlijke meststoffen, stikstofkunstmest, zuiveringsslib, compos
|
|||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden in de periode van 1 september tot en met 31 januari vaste dierlijke meststoffen of steekvast zuiveringsslib te gebruiken.
|
||||
**1.** Het is verboden in de periode van 1 september tot en met 31 januari vaste mest of steekvast zuiveringsslib te gebruiken.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op:
|
||||
|
||||
a. grasland, gelegen op kleigrond of veengrond, in de periode van 1 september tot en met 15 september;
|
||||
a. grasland, gelegen op kleigrond of veengrond:
|
||||
|
||||
1°. in de periode van 1 september tot en met 15 september;
|
||||
2°. in de periode van 1 december tot en met 31 januari, indien het vaste strorijke mest betreft;
|
||||
b. bouwland, gelegen op kleigrond of veengrond;
|
||||
c. bouwland, gelegen op zandgrond of lössgrond, indien op de desbetreffende grond bomen worden geteeld, voor zover het gebruik direct voorafgaand aan de aanplant van de bomen plaatsvindt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -175,12 +179,11 @@ c. bouwland, gelegen op zandgrond of lössgrond, indien op de desbetreffende gro
|
|||
|
||||
Het in het derde lid gestelde verbod is niet van toepassing op:
|
||||
|
||||
a. grasland, in de periode van 1 augustus tot en met 31 augustus;
|
||||
b. bouwland, in de periode van 1 februari tot en met 15 februari;
|
||||
c. bouwland, in de periode van 1 augustus tot en met 31 augustus, indien:
|
||||
a. grasland, in de periode van 1 augustus tot en met 31 augustus;
|
||||
b. bouwland, in de periode van 1 augustus tot en met 15 september, indien:
|
||||
|
||||
1°. uiterlijk op 31 augustus op de desbetreffende grond winterkoolzaad voor zaadwinning in het daaropvolgende jaar wordt gezaaid,
|
||||
2°. uiterlijk op 31 augustus op de desbetreffende grond een bij ministeriële regeling aangewezen gewas wordt ingezaaid of geplant dat niet eerder dan acht weken na de datum van inzaaien of planten wordt vernietigd, of
|
||||
1°. uiterlijk op 15 september op de desbetreffende grond winterkoolzaad voor zaadwinning in het daaropvolgende jaar wordt gezaaid,
|
||||
2°. uiterlijk op 15 september op de desbetreffende grond een bij ministeriële regeling aangewezen gewas wordt ingezaaid of geplant dat niet eerder dan acht weken na de datum van inzaaien of planten wordt vernietigd, of
|
||||
3°. in de desbetreffende grond in het daarop aansluitende najaar bloembollen worden geplant.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
|
@ -193,22 +196,22 @@ c. het zuiveringsslib, nadat overeenkomstig de krachtens artikel 21, eerste lid,
|
|||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling kan het gebruik van dierlijke meststoffen of zuiveringsslib in de periode van 1 augustus tot 15 augustus, dan wel in de periode van 1 september tot 15 september indien het het gebruik van drijfmest of vloeibaar zuiveringsslib op grasland, gelegen op kleigrond of veengrond betreft, van het bij die regeling te bepalen jaar en in het bij die regeling te bepalen gebied worden toegestaan, indien naar het oordeel van Onze Minister, de Technische commissie bodem gehoord:
|
||||
Bij ministeriële regeling kan het gebruik van dierlijke meststoffen of zuiveringsslib in de periode van 1 augustus tot 15 augustus, dan wel in de periode van 1 september tot 15 september indien het het gebruik van drijfmest of vloeibaar zuiveringsslib op grasland, gelegen op kleigrond of veengrond betreft, van het bij die regeling te bepalen jaar en in het bij die regeling te bepalen gebied worden toegestaan, indien naar het oordeel van Onze Minister, de Technische commissie bodem gehoord:
|
||||
|
||||
a. daarvoor een landbouwkundige noodzaak bestaat; en
|
||||
b. dit in het desbetreffende gebied door extreme weersomstandigheden is gerechtvaardigd.
|
||||
|
||||
### Artikel 4a
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden in de periode van 16 september tot en met 31 januari stikstofkunstmest te gebruiken op bouwland en op grasland.
|
||||
**1.** Het is verboden in de periode van 16 september tot en met 31 januari stikstofkunstmest te gebruiken op bouwland en op grasland.
|
||||
|
||||
**2.** Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op bouwland dat gelijkmatig is beteeld met een vollegrondsgroente.
|
||||
|
||||
**3.** Het in het eerste lid gestelde verbod is in de periode van 16 september tot en met 15 oktober niet van toepassing op bouwland waarop uitsluitend fruitteelt wordt uitgeoefend of op bouwland dat gelijkmatig is beteeld met winterkoolzaad of dat gelijkmatig is beteeld met zaad behorend tot rassen van de grassoorten rietzwenkgras, roodzwenkgras of veldbeemdgras, ten behoeve van een tweede of latere zaadoogst in het daaropvolgende jaar.
|
||||
**3.** Het in het eerste lid gestelde verbod is in de periode van 16 september tot en met 15 oktober niet van toepassing op bouwland waarop uitsluitend fruitteelt wordt uitgeoefend of op bouwland dat gelijkmatig is beteeld met winterkoolzaad of dat gelijkmatig is beteeld met zaad behorend tot rassen van de grassoorten rietzwenkgras, roodzwenkgras of veldbeemdgras, ten behoeve van een tweede of latere zaadoogst in het daaropvolgende jaar.
|
||||
|
||||
**4.** Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het gebruik van ureum op bouwland waarop uitsluitend fruitteelt wordt uitgeoefend.
|
||||
|
||||
**5.** Het in het eerste lid gestelde verbod is in de periode van 16 januari tot en met 31 januari niet van toepassing op bouwland dat gelijkmatig is beteeld met hyacinten of tulpen.
|
||||
**5.** Het in het eerste lid gestelde verbod is in de periode van 16 januari tot en met 31 januari niet van toepassing op bouwland dat gelijkmatig is beteeld met hyacinten of tulpen.
|
||||
|
||||
### Artikel 4b
|
||||
|
||||
|
|
@ -218,17 +221,20 @@ b. dit in het desbetreffende gebied door extreme weersomstandigheden is gerechtv
|
|||
|
||||
Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing:
|
||||
|
||||
a. in de periode van 1 februari tot en met 15 september op grasland, gelegen op kleigrond of veengrond;
|
||||
b. in de periode van 1 februari tot en met 31 mei op grasland, gelegen op zand- of lössgrond, indien direct aansluitend op de vernietiging van de graszode op de desbetreffende grond de teelt van gras aanvangt; en
|
||||
c. in de periode van 1 februari tot en met 10 mei op grasland, gelegen op zand- of lössgrond, indien direct aansluitend op de vernietiging van de graszode op de desbetreffende grond de teelt van een bij ministeriële regeling aangewezen relatief stikstofbehoeftig gewas aanvangt.
|
||||
a. in de periode van 1 februari tot en met 15 september op grasland, gelegen op kleigrond of veengrond; en
|
||||
b. op grasland, gelegen op zand- of lössgrond:
|
||||
|
||||
**3.** Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing in de periode van 1 juni tot en met 15 juli, indien in de desbetreffende grond direct aansluitend op het vernietigen van de graszode, maar uiterlijk op 16 juli, een of meerdere bij ministeriële regeling aangewezen gewassen worden geteeld ten behoeve van een vervolgteelt waarvoor aaltjesbeheersing nodig is en deze vervolgteelt uiterlijk in het volgende voorjaar wordt geplant of gezaaid. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de teeltperiode en de toegestane bewerkingsmethoden van de gewassen, die per gewas kunnen verschillen.
|
||||
1°. in de periode van 1 februari tot en met 10 mei, indien direct aansluitend op de vernietiging van de graszode op de desbetreffende grond de teelt van gras of een ander bij ministeriële regeling aangewezen relatief stikstofbehoeftig gewas aanvangt;
|
||||
2°. in de periode van 11 mei tot en met 31 mei, indien direct aansluitend op de vernietiging van de graszode op de desbetreffende grond de teelt van gras aanvangt;
|
||||
3°. in de periode 1 juni tot en met 31 augustus, indien direct aansluitend op de vernietiging van de graszode op de desbetreffende grond de teelt van gras aanvangt en de vernietiging vooraf wordt gemeld aan Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
|
||||
|
||||
**4.** Het gebruik van stikstofhoudende meststoffen op de grond, beteeld met de in het tweede lid en derde lid bedoelde gewassen, vindt slechts plaats voorzover uit een representatief grondmonster blijkt dat de aanwezige hoeveelheid stikstof, rekening houdend met de minerale stikstof en met de toevoer van stikstof door netto-mineralisatie van voorraden organische stikstof in de bodem, onvoldoende is om te voldoen aan de behoefte van het desbetreffende gewas. Het representatieve grondmonster wordt genomen, bemonsterd en geanalyseerd door een laboratorium dat blijkens accreditatie door Raad voor Accreditatie te Utrecht aantoonbaar voldoet aan de norm NEN-EN-ISO/IEC 17025.
|
||||
**3.** Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing in de periode van 1 juni tot en met 15 juli, indien in de desbetreffende grond direct aansluitend op het vernietigen van de graszode, maar uiterlijk op 16 juli, een of meerdere bij ministeriële regeling aangewezen gewassen worden geteeld ten behoeve van een vervolgteelt waarvoor aaltjesbeheersing nodig is en deze vervolgteelt uiterlijk in het volgende voorjaar wordt geplant of gezaaid. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de teeltperiode en de toegestane bewerkingsmethoden van de gewassen, die per gewas kunnen verschillen.
|
||||
|
||||
**5.** Het in het eerste lid gestelde verbod is in de periode van 16 september tot en met 30 november niet van toepassing op grasland, indien direct na de vernietiging van de graszode in de desbetreffende grond tulp, krokus, iris of muscari wordt geplant.
|
||||
**4.** Het gebruik van stikstofhoudende meststoffen na vernietiging van de graszode, vindt in de gevallen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a en b, onder 1° en 2°, slechts plaats voor zover uit een representatief grondmonster blijkt dat de aanwezige hoeveelheid stikstof, rekening houdend met de minerale stikstof en met de toevoer van stikstof door netto-mineralisatie van voorraden organische stikstof in de bodem, onvoldoende is om te voldoen aan de behoefte van het aansluitend op de vernietiging geteelde gewas. Artikel 1c, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**6.** Het in het eerste lid gestelde verbod is in de periode van 1 november tot en met 31 december niet van toepassing op grasland, gelegen op kleigrond, indien na de vernietiging van de graszode als eerstvolgend gewas een ander gewas dan gras wordt geplant of gezaaid.
|
||||
**5.** Het in het eerste lid gestelde verbod is in de periode van 16 september tot en met 30 november niet van toepassing op grasland, indien direct na de vernietiging van de graszode in de desbetreffende grond tulp, krokus, iris of muscari wordt geplant.
|
||||
|
||||
**6.** Het in het eerste lid gestelde verbod is in de periode van 1 november tot en met 31 december niet van toepassing op grasland, gelegen op kleigrond, indien na de vernietiging van de graszode als eerstvolgend gewas een ander gewas dan gras wordt geplant of gezaaid.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -236,32 +242,29 @@ Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het vernietigen
|
|||
|
||||
a. een landinrichtingsplan dat is vastgesteld overeenkomstig artikelen 73 tot en met 83 van de Landinrichtingswet, waarin is voorzien in herverkaveling als bedoeld in hoofdstuk VII van de Landinrichtingswet,
|
||||
b. een herinrichtingsplan dat is vastgesteld overeenkomstig de artikelen 16 tot en met 20 van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën, waarin is voorzien in herverkaveling als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën,
|
||||
c. een plan van voorzieningen dat is vastgesteld overeenkomstig de artikelen 39 tot en met 44 van de Reconstructiewet Midden-Delfland,
|
||||
d. een reconstructieplan dat is vastgesteld overeenkomstig hoofdstuk 2 van de Reconstructiewet concentratiegebieden, waarin is voorzien in herverkaveling als bedoeld in hoofdstuk 3, titel 6 van de Reconstructiewet concentratiegebieden, of
|
||||
e. een inrichtingsplan dat is vastgesteld overeenkomstig de artikelen 17 tot en met 20 van de Wet inrichting landelijk gebied.
|
||||
c. een inrichtingsplan dat is vastgesteld overeenkomstig de artikelen 17 tot en met 20 van de Wet inrichting landelijk gebied.
|
||||
|
||||
**8.** Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op grasland indien de graszode wordt vernietigd ten behoeve van de aanleg en onderhoud van een net als bedoeld in artikel 20, tweede lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
**8.** Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op grasland indien de graszode wordt vernietigd ten behoeve van de aanleg of het onderhoud van een net als bedoeld in artikel 20, tweede lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
|
||||
**9.**
|
||||
|
||||
Het in het eerste lid gestelde verbod is vanaf 1 juni niet van toepassing op grasland op zandgrond of lössgrond indien de graszode wordt vernietigd om schade aan het grasland te herstellen en wordt voldaan aan de volgende eisen:
|
||||
|
||||
a. de beschadiging van het grasland is veroorzaakt door droogte of door vraat van dieren die in de graszode leven;
|
||||
b. de verwachte grasopbrengst zonder herinzaai is naar verwachting tenminste 25% lager dan in een jaar zonder vraat of droogte;
|
||||
c. de totale oppervlakte beschadigd grasland bedraagt tenminste 5% van de oppervlakte grasland die bij het bedrijf in gebruik is;
|
||||
d. een geregistreerd schade-expert bevestigt in een op het bedrijf te bewaren rapport dat is voldaan aan de onder a tot en met c genoemde voorwaarden;
|
||||
e. het voornemen om de graszode te vernietigen wordt minimaal zeven werk dagen voorafgaand aan de daadwerkelijke vernietiging, maar uiterlijk op 31 augustus van het betreffende jaar en na gereedkomen van het onder d bedoelde rapport, gemeld bij Onze Minister van Economische Zaken;
|
||||
f. op de betreffende percelen grasland vindt herinzaai van gras plaats binnen zeven werkdagen na de vernietiging van de graszode, maar uiterlijk op 15 september van het betreffende jaar.
|
||||
**9.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de melding, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, onder 3°.
|
||||
|
||||
**10.** Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de aanvraag tot accreditatie als bedoeld in het vierde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden dierlijke meststoffen, zuiveringsslib of een mengsel met deze meststoffen te gebruiken op grasland, bouwland of niet-beteelde grond, tenzij de dierlijke meststoffen of het zuiveringsslib emissiearm worden aangewend.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** Het in het eerste lid gestelde verbod is in de periode van 1 maart tot en met 31 mei niet van toepassing op het gebruik van drijfmest afkomstig van runderen ter voorkoming van schade aan gewassen door winderosie op bouwland gelegen op zandgrond in veenkoloniaal gebied of op Texel en indien op het perceel een gewas is ingezaaid, geplant of gepoot.
|
||||
Het is verboden dierlijke meststoffen, zuiveringsslib of een mengsel met deze meststoffen te gebruiken op grasland, bouwland of niet-beteelde grond, tenzij de dierlijke meststoffen of het zuiveringsslib worden gebruikt overeenkomstig bij ministeriële regeling aangewezen methoden die de ammoniakemissie beperken doordat:
|
||||
|
||||
**3.** Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het gebruik van vaste dierlijke meststoffen onderscheidenlijk steekvast zuiveringsslib op grond waarop gras wordt geteeld of waarop uitsluitend fruitteelt wordt uitgeoefend, tenzij de grond een hellingspercentage heeft van 7 of meer.
|
||||
a. de dierlijke meststoffen of het zuiveringsslib in de grond worden gebracht, of op de grond worden gebracht en aansluitend in de grond worden gewerkt;
|
||||
b. de dierlijke meststoffen of het zuiveringsslib worden gebruikt in combinatie met water of andere stoffen, of
|
||||
c. een emissiebeperkend bedrijfssysteem wordt toegepast.
|
||||
|
||||
**2.** Het in het eerste lid gestelde verbod is in de periode van 1 maart tot en met 31 mei niet van toepassing op het gebruik van drijfmest afkomstig van runderen ter voorkoming van schade aan gewassen door winderosie op bouwland gelegen op zandgrond in veenkoloniaal gebied of op Texel en indien op het perceel een gewas is ingezaaid, geplant of gepoot.
|
||||
|
||||
**3.** Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het gebruik van vaste mest onderscheidenlijk steekvast zuiveringsslib op grond waarop gras wordt geteeld of waarop uitsluitend fruitteelt wordt uitgeoefend, tenzij de grond een hellingspercentage heeft van 7 of meer.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gesteld betreffende het gebruik van de aangewezen methoden en de wijze waarop de emissiebeperking wordt gecontroleerd.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
|
|
@ -302,7 +305,7 @@ Het verboden dierlijke meststoffen, stikstofkunstmest, zuiveringsslib, compost,
|
|||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister van Economische Zaken kan in overeenstemming met Onze Minister, op aanvraag en gehoord de Technische commissie bodem, ten behoeve van onderzoek ontheffing verlenen van de in de artikelen 4, 4a, 4b, 5, 6, 6b en 6d gestelde verboden, op basis van een ingediend onderzoeksplan.
|
||||
**1.** Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit kan in overeenstemming met Onze Minister, op aanvraag en gehoord de Technische commissie bodem, ten behoeve van onderzoek ontheffing verlenen van de in de artikelen 4, 4a, 4b, 5, 6, 6b en 6d gestelde verboden, op basis van een ingediend onderzoeksplan.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -327,9 +330,18 @@ Een ontheffing kan slechts worden verleend indien naar het oordeel van Onze Mini
|
|||
|
||||
### Artikel 8a
|
||||
|
||||
**1.** Op zand- en lössgronden wordt na de teelt van maïs direct aansluitend een bij ministeriële regeling aangewezen gewas geteeld.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** De gewassen die na maïs worden geteeld, bedoeld in het eerste lid, mogen niet worden vernietigd voor 1 februari van het daarop volgende jaar.
|
||||
Op zand- en lössgronden wordt na de teelt van maïs:
|
||||
|
||||
a. direct aansluitend en uiterlijk op 1 oktober van het desbetreffende jaar een bij ministeriële regeling aangewezen gewas geteeld, of
|
||||
b. uiterlijk op 31 oktober een bij ministeriële regeling aangewezen gewas geteeld als hoofdteelt voor het volgende jaar.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, wordt na de teelt van maïs overeenkomstig de biologische productiemethode en maïs, niet zijnde snijmaïs, direct aansluitend en uiterlijk op 31 oktober van het desbetreffende jaar een bij ministeriële regeling aangewezen gewas geteeld.
|
||||
|
||||
**3.** De gewassen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, en tweede lid, worden niet vernietigd voor 1 februari van het volgende jaar.
|
||||
|
||||
**4.** De landbouwer meldt de teelt van een aangewezen gewas als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, uiterlijk op 1 oktober aan Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit met gebruikmaking van een door die minister beschikbaar gesteld middel.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
|
|
@ -349,7 +361,7 @@ Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit gebruik meststoffen.
|
|||
|
||||
## Bijlage I. , behorende bij het Besluit gebruik meststoffen
|
||||
|
||||
Beschrijving van emissiearm aanwenden als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel n, van het Besluit gebruik meststoffen
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Bijlage II. behorende bij het Besluit gebruik meststoffen
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue