2019-02-12 | BWBR0012289 | Vreemdelingencirculaire 2000 (B)
This commit is contained in:
parent
ec16ba9020
commit
3902a73708
1 changed files with 13 additions and 80 deletions
|
|
@ -4149,96 +4149,29 @@ De IND beoordeelt of Nederland het meest aangewezen land is, zoals bedoeld in ar
|
|||
• de aanwezigheid van familieleden in Nederland; en
|
||||
• eerdere pogingen om terug te keren naar Nederland.
|
||||
|
||||
### 6. Langdurig verblijvende kinderen
|
||||
### 6. Afsluiting Definitieve Regeling langdurig verblijvende kinderen
|
||||
|
||||
#### 6.1. Voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning
|
||||
#### 6.1. Inleiding
|
||||
|
||||
In de brief aan de Tweede Kamer van 29 januari 2019 (Nieuwe Balans in het Regeerakkoord, TK 2018-2019, 19 637, nr. 2459) is opgenomen dat de Definitieve Regeling per 29 januari 2019 wordt beëindigd en dat er een overgangsregeling komt voor langdurig verblijvende kinderen. Dit is de Afsluitingsregeling langdurig verblijvende kinderen (verder: de Afsluitingsregeling). In dit hoofdstuk wordt de beëindiging met terugwerkende kracht van de Definitieve Regeling geregeld en zijn beleidsregels opgenomen inzake deze Afsluitingsregeling.
|
||||
|
||||
#### 6.2. Beëindiging Definitieve Regeling
|
||||
|
||||
De IND verleent een vergunning aan de vreemdeling:
|
||||
De Definitieve Regeling, zoals voorheen opgenomen in dit hoofdstuk, wordt – met terugwerkende kracht – afgeschaft per 29 januari 2019.
|
||||
|
||||
a. die jonger is dan 19 jaar op het moment van de aanvraag;
|
||||
b. die zelf, dan wel ten behoeve van wie, ten minste vijf jaar voor het bereiken van de leeftijd van 18 jaar een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft, dan wel is, ingediend bij de IND en na die aanvraag ten minste vijf jaar in Nederland heeft verbleven;
|
||||
c. die zich gedurende de periode van verblijf in Nederland niet langer dan een aaneengesloten periode van drie maanden heeft onttrokken aan het toezicht van IND, DT&V, COA of de Vreemdelingenpolitie (in het kader van de meldplicht), of in het geval van alleenstaande minderjarige vreemdelingen, van voogdijinstelling Nidos; én
|
||||
d. die, voor zover van toepassing, vooraf schriftelijk heeft aangegeven dat hij zijn lopende procedures onvoorwaardelijk intrekt bij verblijfsverlening op grond van de regeling.
|
||||
De IND beoordeelt lopende procedures inzake de Definitieve Regeling aan de hand van de voorwaarden en contra-indicaties van de Afsluitingsregeling. De Afsluitingsregeling heeft immers als doel om tot een herbeoordeling te komen van de Definitieve Regeling. Ook is van belang dat in de Afsluitingsregeling, onder handhaving van de overige voorwaarden en contra-indicaties, een wijziging heeft plaatsgevonden van de contra-indicatie niet meewerken aan vertrek. Deze contra-indicatie wordt vervangen door de contra-indicatie niet beschikbaar zijn voor vertrek. Deze aanpassing geldt als gunstiger recht in de zin van artikel 3.103 Vb en wordt bij de beoordeling van alle lopende procedures betrokken, inclusief (hoger) beroepsprocedures.
|
||||
|
||||
De IND verleent ook een vergunning aan gezinsleden die op het moment van de beoordeling deel uitmaken van het gezin van de vreemdeling aan wie een vergunning wordt verleend, tenzij de feitelijke gezinsband inmiddels is verbroken.
|
||||
#### 6.3. Afsluitingsregeling - algemeen
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt of de gezinsband is verbroken aan de hand van het bepaalde in hoofdstuk B7. Het toetsmoment is het moment van de aanvraag.
|
||||
De IND beoordeelt de Afsluitingsregeling op basis van:
|
||||
|
||||
Onder gezinsleden verstaat de IND:
|
||||
– alle lopende procedures inzake de Definitieve Regeling, waaronder (hoger) beroepsprocedures. De vreemdeling hoeft in dat geval geen nieuwe aanvraag in te dienen;
|
||||
– ambtshalve herbeoordeling van aanvragen op grond van de Definitieve Regeling, indien de eerdere afwijzing op grond van enkel het meewerkcriterium in rechte onaantastbaar is geworden. In paragraaf B9/6.4 Vc is geregeld onder welke voorwaarden en op welke van twee manieren vreemdelingen voor herbeoordeling in aanmerking kunnen komen;
|
||||
– aanvragen op grond van de Afsluitingsregeling, ingediend na 29 januari 2019 en uiterlijk binnen twee weken na inwerkingtreding van deze regeling, overeenkomstig paragraaf B9/6.8 Vc. De IND merkt vóór de inwerkingtreding van dit WBV ingediende aanvragen, waarin een beroep wordt gedaan op (de strekking van) eerdergenoemde Kamerbrief van 29 januari 2019, aan als aanvragen op grond van de Afsluitingsregeling. Vreemdelingen hoeven in dat geval niet opnieuw een schriftelijke aanvraag in te dienen.
|
||||
|
||||
• ouders;
|
||||
• minderjarige broer(s)of zus(sen); of
|
||||
• meerderjarige broer(s)of zus(sen) die nog onderdeel vormen van het gezin.
|
||||
Vreemdelingen die buiten deze termijn een aanvraag indienen, kunnen zich niet beroepen op de Afsluitingsregeling.
|
||||
|
||||
En als de feitelijke gezinsband met bovenstaande perso(o)n(en) is verbroken:
|
||||
|
||||
• de vreemdeling van achttien jaar of ouder die een duurzame en exclusieve relatie onderhoudt met de hoofdpersoon of die met hem een naar Nederlands recht, waaronder het in Nederland toe te passen internationaal privaatrecht, geldig huwelijk of een in Nederland geregistreerd partnerschap is aangegaan; of
|
||||
• het minderjarige kind van wie de hoofdpersoon de biologische of juridische ouder is, mits er feitelijke invulling aan het gezinsleven wordt gegeven.
|
||||
|
||||
De IND werpt niet tegen dat door of namens de vreemdeling geen asielaanvraag is ingediend als een ouder van de vreemdeling een asielaanvraag heeft ingediend en de vreemdeling na de start van de asielprocedure is geboren.
|
||||
|
||||
Als de vreemdeling voldoet aan de voorwaarde genoemd in onderdeel c (niet langdurig onttrekken aan toezicht) én hij ten minste vijf jaar voor het bereiken van de leeftijd van 18 jaar een asielaanvraag heeft ingediend, neemt de IND aan dat de vreemdeling sinds dat moment ten minste vijf jaar in Nederland heeft verbleven tenzij één van de omstandigheden als neergelegd in B1/6.2.1 (verplaatsing hoofdverblijf) zich voordoet.
|
||||
|
||||
De IND neemt aan dat sprake is van niet langdurig onttrekken aan het toezicht als de vreemdeling of zijn eventuele gezinsleden:
|
||||
|
||||
• sinds 27 juli 2010 bekend is bij de IND, DT&V, COA, of Vreemdelingenpolitie (in het kader van de opgelegde meldplicht), of in het geval van alleenstaande minderjarige vreemdelingen voogdijinstelling Nidos; en
|
||||
• niet langer dan een aaneengesloten periode van maximaal drie maanden uit beeld is geweest.
|
||||
|
||||
Als sprake is van meerdere perioden, alle korter dan drie maanden, waarbij de vreemdeling uit beeld is geweest, werpt de IND dit niet tegen ook al is het totaal aantal drie of meer maanden.
|
||||
|
||||
Als de vreemdeling of een gezinslid naar een andere Europese lidstaat is vertrokken en deze lidstaat de verantwoordelijkheid voor de vreemdeling of het gezinslid overneemt ingevolge artikel 30, eerste lid onder d, Vw, dan neemt de IND aan dat sprake is van langdurig onttrekken aan het toezicht ongeacht de termijn van drie maanden.
|
||||
|
||||
Als de gezinsband is verbroken, geldt deze contra-indicatie uitsluitend voor het betreffende gezinslid.
|
||||
|
||||
#### 6.2. Contra-indicaties
|
||||
|
||||
De IND verleent de vergunning niet als bij de hoofdpersoon of een gezinslid sprake is van de volgende contra-indicaties, zoals die ten tijde van de beoordeling van de aanvraag geconstateerd worden:
|
||||
|
||||
a. de vreemdeling vormt een gevaar voor de openbare orde (inclusief artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag) of de nationale veiligheid;
|
||||
b. de vreemdeling is al houder van een verblijfsvergunning;
|
||||
c. de vreemdeling is onderdaan van een lidstaat van de EU/EER;
|
||||
d. de vreemdeling heeft de identiteit of nationaliteit niet kunnen aantonen door onder meer het overleggen van documenten of consistent en naar waarheid verklaren en antwoorden;
|
||||
e. de vreemdeling heeft niet meegewerkt aan zijn vertrek; of
|
||||
f. de vreemdeling heeft de Europese Unie aantoonbaar verlaten.
|
||||
|
||||
De IND verleent de verblijfsvergunning niet als de vreemdeling of van één van de gezinsleden een gevaar vormt voor de openbare orde. Dit is het geval als:
|
||||
|
||||
• wegens misdrijf een veroordeling tot een gevangenisstraf heeft plaatsgevonden of een vrijheidsbenemende maatregel is opgelegd en het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straf(fen) of maatregel(en) in totaal ten minste één maand bedraagt; of
|
||||
• bij beschikking van de IND artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen.
|
||||
|
||||
Als bij beschikking van de IND artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen, geldt geen verjaringstermijn.
|
||||
|
||||
Als een gezinslid al houder is van een verblijfsvergunning, geldt deze contra-indicatie uitsluitend voor dat gezinslid.
|
||||
|
||||
Als de vreemdeling of een gezinslid rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8 onder j, Vw (uitstel van vertrek wegens medische redenen) dan werpt de IND dit niet tegen.
|
||||
|
||||
Op grond van het bepaalde in artikel 31, tweede lid onder f, Vw moet de vreemdeling bij zijn asielaanvraag in beginsel zijn identiteit aantonen met documenten. Als dat niet kan, dan moet hij consistent en naar waarheid verklaard hebben over zijn identiteit en nationaliteit.
|
||||
|
||||
Wanneer de vreemdeling of een gezinslid zich na vergunningverlening in de BRP inschrijft met andere gegevens, dan trekt de IND de vergunning in.
|
||||
|
||||
De IND neemt aan dat de vreemdeling heeft meegewerkt aan zijn vertrek als hij aannemelijk maakt dat hij zich, met het oog op zijn vertrek, heeft gewend tot:
|
||||
|
||||
1. de vertegenwoordiging van de eigen autoriteiten of die van een ander land waartoe toegang kan worden verkregen;
|
||||
2. de IOM en deze organisatie heeft aangegeven dat zij niet in staat is het vertrek te realiseren om redenen gelegen buiten de invloedssfeer van de vreemdeling; en
|
||||
3. de DT&V ten behoeve van facilitering bij het verkrijgen van de vereiste (reis)documenten en deze dienst heeft aangegeven dat dit niet is geslaagd om redenen gelegen buiten de invloedssfeer van de vreemdeling.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt in het kader van deze regeling de landen Zwitserland, Noorwegen, IJsland en Liechtenstein als landen die deel uitmaken van de Europese Unie.
|
||||
|
||||
De IND werpt aantoonbaar vertrek buiten de Europese Unie altijd tegen ook als dit plaatsvond voor 27 juli 2010. De duur van het verblijf buiten de Europese Unie is hierbij niet van belang.
|
||||
|
||||
Uitsluitend in het geval dat de vreemdeling in het bezit van een terugkeervisum is vertrokken, wordt deze contra-indicatie niet tegengeworpen.
|
||||
|
||||
Als de gezinsband is verbroken, beschouwt de IND dit niet als een contra-indicatie ten aanzien van de overige gezinsleden.
|
||||
|
||||
#### 6.3. Overige vereisten
|
||||
|
||||
De IND wijst de aanvraag om verlening van de verblijfsvergunning niet af wegens:
|
||||
|
||||
• het ontbreken van een geldige mvv, mits aan alle andere voorwaarden is voldaan;
|
||||
• het ontbreken van middelen van bestaan; en
|
||||
• het ontbreken van een geldig document voor grensoverschrijding.
|
||||
Voor zover in dit hoofdstuk niet anders is bepaald, gelden de bepalingen van hoofdstuk B1 onverkort.
|
||||
|
||||
#### 6.4. Herbeoordeling Definitieve Regeling
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue