2015-01-01 | BWBR0005034 | Burgerlijk Wetboek Boek 8
This commit is contained in:
parent
d50f746410
commit
3937d77fb5
1 changed files with 9 additions and 9 deletions
|
|
@ -1613,7 +1613,7 @@ d. *IMO richtsnoeren:* Richtsnoeren van de Internationale Maritieme Organisatie
|
|||
e. *overeenkomst van personenvervoer:* de overeenkomst van personenvervoer, al dan niet tijd- of reisbevrachting zijnde, waarbij de ene partij (de vervoerder) zich tegenover de andere partij verbindt aan boord van een schip een of meer personen (reizigers) en al dan niet hun bagage over zee te vervoeren. De overeenkomst van personenvervoer als omschreven in artikel 100 is geen overeenkomst van personenvervoer in de zin van deze afdeling. Vervoer over zee en binnenwateren aan boord van een en eenzelfde schip, dat deze beide wateren bevaart, wordt in afwijking van artikel 121 als vervoer over zee beschouwd;
|
||||
f. *vervoerder:* persoon door of namens wie een overeenkomst van personenvervoer is gesloten, ongeacht of het vervoer feitelijk door deze persoon dan wel door een feitelijke vervoerder wordt verzorgd;
|
||||
g. *feitelijke vervoerder:* een andere persoon dan de vervoerder, zijnde de eigenaar, bevrachter of exploitant van een schip, die het vervoer feitelijk geheel of gedeeltelijk verricht;
|
||||
h. *vervoerder die het vervoer feitelijk geheel of gedeeltelijk verricht:* de feitelijke vervoerder, of, voor zover de vervoerder zelf het vervoer verricht, de vervoerder.
|
||||
h. *vervoerder die het vervoer feitelijk geheel of gedeeltelijk verricht:* de feitelijke vervoerder, of, voor zover de vervoerder zelf het vervoer verricht, de vervoerder;
|
||||
i. *reiziger:* iedere persoon vervoerd op een schip krachtens een overeenkomst van personenvervoer en iedere persoon vervoerd op een schip die met toestemming van de vervoerder een voertuig of levend dier begeleidt, waarvoor een overeenkomst van goederenvervoer is gesloten;
|
||||
j. *schip:* een zeegaand schip, met uitzondering van luchtkussenvaartuigen;
|
||||
k. *bagage:* elk voorwerp of voertuig dat krachtens een overeenkomst van personenvervoer door de vervoerder wordt vervoerd, met uitzondering van:
|
||||
|
|
@ -1628,7 +1628,7 @@ n. *Onze Minister:* de Minister van Infrastructuur en Milieu.
|
|||
|
||||
**1.** Deze afdeling is van toepassing op de overeenkomst van personenvervoer voor zover daarop niet de Verordening van toepassing is.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid zijn op de overeenkomst van personenvervoer waarop de Verordening van toepassing is, de artikelen 509 tot en met 510, 512, 514 tot en met 515 en 521 tot en met 529k van deze afdeling van toepassing.
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid zijn op de overeenkomst van personenvervoer waarop de Verordening van toepassing is, de artikelen 509 tot en met 510, 512, 514, 515 en 521 tot en met 529k van deze afdeling van toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid zijn op de overeenkomst van internationaal personenvervoer waarop het Verdrag noch de Verordening van toepassing is, de artikelen 529 tot en met 529k niet van toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1668,7 +1668,7 @@ b. omvat schuld of nalatigheid van de vervoerder: de schuld of nalatigheid van o
|
|||
c. wordt onder defect aan het schip verstaan: gebrekkig of niet functioneren of iedere niet-overeenstemming met toepasselijke veiligheidsvoorschriften van enig deel van het schip of de uitrusting ervan wanneer deze worden gebruikt voor:
|
||||
|
||||
1° ontsnapping, evacuatie, inscheping en ontscheping van reizigers;
|
||||
2° aandrijving, besturing, veilig navigeren, afmeren, ankeren;
|
||||
2° aandrijving, besturing, veilig navigeren, afmeren of ankeren;
|
||||
3° het aankomen op of vertrekken van een aanleg- of ankerplaats;
|
||||
4° beperking van schade na vollopen van het schip; of
|
||||
5° het te water laten van de reddingsuitrusting.
|
||||
|
|
@ -1741,7 +1741,7 @@ Indien een rechtsvordering tegen een ondergeschikte, vertegenwoordiger of lasthe
|
|||
|
||||
### Artikel 504f
|
||||
|
||||
Deze afdeling laat de titels 7 en 12 van dit boek onverlet.
|
||||
Deze afdeling laat de titels 7 en 12 onverlet.
|
||||
|
||||
### Artikel 505
|
||||
|
||||
|
|
@ -1761,7 +1761,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 509
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 508 en onverminderd artikel 179 van Boek 6 is de reiziger verplicht de vervoerder de schade te vergoeden die hij of zijn bagage deze berokkende, behalve voor zover deze schade is veroorzaakt door een omstandigheid die een zorgvuldig reiziger niet heeft kunnen vermijden en voor zover zulk een reiziger de gevolgen daarvan niet heeft kunnen verhinderen. De reiziger kan niet om zich van zijn aansprakelijkheid te ontheffen beroep doen op de hoedanigheid of een gebrek van zijn bagage.
|
||||
Onverminderd artikel 179 van Boek 6 is de reiziger verplicht de vervoerder de schade te vergoeden die hij of zijn bagage deze berokkende, behalve voor zover deze schade is veroorzaakt door een omstandigheid die een zorgvuldig reiziger niet heeft kunnen vermijden en voor zover zulk een reiziger de gevolgen daarvan niet heeft kunnen verhinderen. De reiziger kan niet om zich van zijn aansprakelijkheid te ontheffen beroep doen op de hoedanigheid of een gebrek van zijn bagage.
|
||||
|
||||
### Artikel 510
|
||||
|
||||
|
|
@ -1879,7 +1879,7 @@ Wanneer de reiziger na verlaten van het schip niet tijdig terugkeert kan de verv
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De vervoerder die feitelijk geheel of gedeeltelijk reizigers vervoert aan boord van een in Nederland te boek staand schip dat vergunning heeft voor het vervoeren van meer dan twaalf reizigers, is verplicht een verzekering of andere financiële zekerheid, zoals een bankgarantie, in stand te houden ter dekking van de uit deze afdeling voortvloeiende aansprakelijkheid voor schade door dood of letsel van een reiziger ten gevolge van een van de risico’s die zijn genoemd in punt 2.2 van de IMO richtsnoeren. Het minimumbedrag van deze verplichte verzekering of andere financiële zekerheid beloopt ten minste het laagste van de volgende bedragen:
|
||||
De vervoerder die feitelijk geheel of gedeeltelijk passagiers vervoert aan boord van een in Nederland te boek staand schip dat vergunning heeft voor het vervoeren van meer dan twaalf passagiers, is verplicht een verzekering of andere financiële zekerheid, zoals een bankgarantie, in stand te houden ter dekking van de uit deze afdeling voortvloeiende aansprakelijkheid voor schade door dood of letsel van een reiziger ten gevolge van een van de risico’s die zijn genoemd in punt 2.2 van de IMO richtsnoeren. Het minimumbedrag van deze verplichte verzekering of andere financiële zekerheid beloopt ten minste het laagste van de volgende bedragen:
|
||||
|
||||
– 250 000 rekeneenheden per passagier, per afzonderlijk incident, of
|
||||
– 340 miljoen rekeneenheden in totaal per schip, per afzonderlijk incident.
|
||||
|
|
@ -1888,7 +1888,7 @@ De vervoerder die feitelijk geheel of gedeeltelijk reizigers vervoert aan boord
|
|||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De vervoerder die feitelijk geheel of gedeeltelijk reizigers vervoert aan boord van een schip dat vergunning heeft voor het vervoeren van meer dan twaalf reizigers en dat te boek staat buiten Nederland of een andere dan de Nederlandse vlag voert, is verplicht om, indien het schip een haven of laad- of losplaats in Nederland aanloopt of verlaat, of een Nederlands binnenwater bevaart, een verzekering of andere financiële zekerheid, zoals een bankgarantie, in stand te houden ter dekking van de uit deze afdeling voortvloeiende aansprakelijkheid voor schade door dood of letsel van een reiziger ten gevolge van een van de risico’s die zijn genoemd in punt 2.2 van de IMO richtsnoeren. Het minimumbedrag van deze verplichte verzekering of andere financiële zekerheid beloopt ten minste het laagste van de volgende bedragen:
|
||||
De vervoerder die feitelijk geheel of gedeeltelijk passagiers vervoert aan boord van een schip dat vergunning heeft voor het vervoeren van meer dan twaalf passagiers en dat te boek staat buiten Nederland of een andere dan de Nederlandse vlag voert, is verplicht om, indien het schip een haven of laad- of losplaats in Nederland aanloopt of verlaat, of een Nederlands binnenwater bevaart, een verzekering of andere financiële zekerheid, zoals een bankgarantie, in stand te houden ter dekking van de uit deze afdeling voortvloeiende aansprakelijkheid voor schade door dood of letsel van een reiziger ten gevolge van een van de risico’s die zijn genoemd in punt 2.2 van de IMO richtsnoeren. Het minimumbedrag van deze verplichte verzekering of andere financiële zekerheid beloopt ten minste het laagste van de volgende bedragen:
|
||||
|
||||
– 250 000 rekeneenheden per passagier, per afzonderlijk incident, of
|
||||
– 340 miljoen rekeneenheden in totaal per schip, per afzonderlijk incident.
|
||||
|
|
@ -1966,11 +1966,11 @@ Onze Minister wijst een verzoek als bedoeld in artikel 529c af indien de overgel
|
|||
|
||||
### Artikel 529j
|
||||
|
||||
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld betreffende de voor de afgifte of waarmerking van een certificaat als bedoeld in artikel 529c verschuldigde vergoedingen.
|
||||
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld betreffende de voor de afgifte of waarmerking van een certificaat als bedoeld in artikel 529c verschuldigde vergoedingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 529k
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht is voor beroepen tegen besluiten op grond van deze afdeling de rechtbank te Rotterdam bevoegd.
|
||||
In afwijking van artikel 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht is voor beroepen tegen besluiten op grond van deze afdeling de rechtbank Rotterdam bevoegd.
|
||||
|
||||
##### Afdeling 4. Enige bijzondere overeenkomsten
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue