2024-01-01 | BWBR0023922 | Besluit luchtvaartuigen 2008

This commit is contained in:
Coornhert 2024-01-01 12:00:00 +00:00
parent 3ea13017cb
commit 3941fa7f38

View file

@ -88,6 +88,11 @@ In dit besluit en in de op dit besluit gebaseerde regelingen wordt verstaan onde
*Onze Minister:* Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
*paramotortrike:* luchtvaartuig zonder starre hoofdstructuur, dat wordt gestart en geland door gebruik te maken van een wielconstructie en over een hulpmotor beschikt, met niet meer dan twee zitplaatsen en een maximum startmassa van niet meer dan:
a. 300 kg voor een eenzitter;
b. 450 kg voor een tweezitter;
*Part 21:* deel betreffende certificatieprocedures voor EASA-luchtvaartuigen, aanverwante producten en onderdelen (bijlage bij verordening (EU) nr. 748/2012);
*Part M:* deel betreffende de blijvende luchtwaardigheid van EASA-luchtvaartuigen (bijlage I bij verordening (EU) nr. 1321/2014);
@ -156,7 +161,8 @@ a. amateurbouwluchtvaartuigen,
b. MLA's,
c. MLHs,
d. gemotoriseerde schermvliegtuigen;
e. lichte gyrokopter.
e. lichte gyrokopter,
f. paramotortrikes.
**4.** Bij regeling van Onze Minister dan wel Onze Minister van Defensie kunnen voorschriften en beperkingen worden opgenomen ten aanzien van de in het tweede en derde lid genoemde luchtvaartuigen.
@ -326,6 +332,8 @@ c. tijdelijke installaties aan het luchtvaartuig ten behoeve van het vervoer na
**4.** In afwijking van het eerste lid wordt voor een luchtvaartuig dat volledig wordt ingezet voor niet-militaire staatsactiviteiten of diensten een ICAO-standaard-BvL afgegeven of verlengd voor ten hoogste 3 jaar.
**5.** In afwijking van het tweede lid wordt voor een gemotoriseerd schermvliegtuig of paramotortrike met een leeggewicht, inclusief reddingsmiddelen, van ten hoogste 120 kg een speciaal-BvL afgegeven voor onbepaalde tijd.
### Artikel 12
**1.** De houder van een luchtvaartuig voorzien van een ICAO-standaard-BvL laat dat luchtvaartuig onderhouden overeenkomstig verordening (EU) nr. 1321/2014, Part M, door de houder van een erkenning inzake onderhoud als bedoeld in artikel 17, eerste lid dan wel door de houder van een bewijs van bevoegdheid inzake onderhoud ingevolge artikel 3.30 van de wet.