2007-01-01 | BWBR0019103 | Besluit borgstelling scheepsnieuwbouw

This commit is contained in:
Coornhert 2007-01-01 12:00:00 +00:00
parent 9b06f562b5
commit 3961a48015

View file

@ -29,25 +29,25 @@ c. groep: een economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden:
een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en
2°. laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen;
d. scheepswerf: een ondernemer die schepen ontwerpt, ontwikkelt, bouwt en uitrust, hetzij zelfstandig, hetzij deel uitmakend van een groep;
e. kredietinstelling:
e. bank:
1°. een kredietinstelling die is ingeschreven in afdeling I, onderafdeling 1, 2, 3, 5 of 6, of afdeling III, onderafdeling 1, van het register, bedoeld in artikel 52, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992;
2°. een kredietinstelling die werkzaamheden verricht als bedoeld in afdeling I, onderafdeling 1, 2, 3, 5 of 6, of afdeling III, onderafdeling 1 van het register, bedoeld in artikel 52, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, en die beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 4 van richtlijn nr. 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 20 maart 2000 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (PbEG L 275);
1°. bank als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht waaraan een vergunning is verleend op grond van artikel 2:11 of artikel 2:16 van die wet of die op grond van artikel 2:15 van die wet haar bedrijf in Nederland kan uitoefenen, niet zijnde een bank die tevens beleggingsonderneming is;
2°. bank als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht niet zijnde een bank die tevens beleggingsonderneming is, die beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 4 van richtlijn nr. 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 20 maart 2000 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (PbEG L 275);
f. schip: een zichzelf voortstuwend schip, met een minimaal vermogen van 365 kW of een minimaal tonnage van 500 bruto ton, niet zijnde een schip dat overeenkomstig zijn fundamentele en technisch vermogen is bedoeld om voor militaire doeleinden te worden gebruikt;
g. contractprijs: de tussen opdrachtgever en scheepswerf overeengekomen prijs voor de bouw van een schip, met inbegrip van stelposten voor zover daarvoor in het contract vaste of geschatte bedragen zijn opgenomen en met uitzondering van de eventueel verschuldigde omzetbelasting;
h. kredietovereenkomst: schriftelijke overeenkomst tussen een scheepswerf en een kredietinstelling waarbij de kredietinstelling krediet verstrekt aan de scheepswerf voor de bouw in Nederland van een nieuw schip;
h. kredietovereenkomst: schriftelijke overeenkomst tussen een scheepswerf en een bank waarbij de bank krediet verstrekt aan de scheepswerf voor de bouw in Nederland van een nieuw schip;
i. kredietbedrag: het bedrag dat op grond van de kredietovereenkomst als krediet wordt verstrekt voor de bouw in Nederland van een nieuw schip;
j. opdrachtgever: natuurlijke persoon of rechtspersoon die opdracht heeft gegeven tot de bouw van een schip.
### Artikel 2
Onze Minister kan ten behoeve van de financiering van de bouw in Nederland van een nieuw schip op aanvraag van een kredietinstelling een subsidie verlenen aan een kredietinstelling in de vorm van een borgstelling voor de terugbetaling van een krediet dat de kredietinstelling op grond van een kredietovereenkomst aan een in Nederland gevestigde scheepswerf heeft verstrekt.
Onze Minister kan ten behoeve van de financiering van de bouw in Nederland van een nieuw schip op aanvraag van een bank een subsidie verlenen aan een bank in de vorm van een borgstelling voor de terugbetaling van een krediet dat de bank op grond van een kredietovereenkomst aan een in Nederland gevestigde scheepswerf heeft verstrekt.
### Artikel 3
**1.** Er wordt borg gestaan voor 80 procent van het kredietbedrag, of voor zoveel minder als door de kredietinstelling is aangevraagd.
**1.** Er wordt borg gestaan voor 80 procent van het kredietbedrag, of voor zoveel minder als door de bank is aangevraagd.
**2.** Er wordt geen borg gestaan voor de kosten die de kredietinstelling in rekening brengt aan de scheepswerf, met uitzondering van de kosten van de financiering van de bouw van het schip.
**2.** Er wordt geen borg gestaan voor de kosten die de bank in rekening brengt aan de scheepswerf, met uitzondering van de kosten van de financiering van de bouw van het schip.
### Artikel 4
@ -66,7 +66,7 @@ Onze Minister kan ten behoeve van de financiering van de bouw in Nederland van e
De aanvraag gaat vergezeld van:
a. de kredietovereenkomst waarover borgstelling wordt aangevraagd;
b. een analyse en beoordeling door de kredietinstelling van de kredietwaardigheid van de scheepswerf met het oog op de kredietovereenkomst;
b. een analyse en beoordeling door de bank van de kredietwaardigheid van de scheepswerf met het oog op de kredietovereenkomst;
c. een contract tussen enerzijds de opdrachtgever en anderzijds de scheepswerf die de opdracht zal uitvoeren;
d. andere bescheiden, vermeld in het formulier.
@ -74,7 +74,7 @@ d. andere bescheiden, vermeld in het formulier.
### Artikel 6
**1.** Onze Minister stuurt de kredietinstelling en de scheepswerf binnen vijf werkdagen een bevestiging van ontvangst van de aanvraag.
**1.** Onze Minister stuurt de bank en de scheepswerf binnen vijf werkdagen een bevestiging van ontvangst van de aanvraag.
**2.** Onze Minister geeft een beschikking binnen zes weken na ontvangst van de aanvraag.
@ -88,8 +88,8 @@ c. de contractprijs minder dan € 3.000.000 of meer dan € 100.000.000 bedra
d. onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische en economische haalbaarheid van de bouw van het schip;
e. het kredietbedrag meer dan 80 procent van de contractprijs betreft;
f. de kredietovereenkomst ten aanzien van het kredietbedrag een looptijd heeft van meer dan 36 maanden;
g. de kredietinstelling onvoldoende de naar normaal bankgebruik maximaal mogelijke zekerheden heeft gevestigd of zal vestigen bij de verstrekking van het kredietbedrag aan de scheepswerf;
h. de kredietinstelling op het moment van het verstrekken van het kredietbedrag waarvoor de Staat borg staat een lopende financieringsfaciliteit verlaagt;
g. de bank onvoldoende de naar normaal bankgebruik maximaal mogelijke zekerheden heeft gevestigd of zal vestigen bij de verstrekking van het kredietbedrag aan de scheepswerf;
h. de bank op het moment van het verstrekken van het kredietbedrag waarvoor de Staat borg staat een lopende financieringsfaciliteit verlaagt;
i. door de verlening van de borgstelling het totaal van de op grond van dit besluit verleende borgstellingen ten behoeve van de scheepswerf of van de groep, waartoe deze scheepswerf behoort, meer zou bedragen dan 30 procent van het bij of krachtens artikel 4 vastgestelde bedrag;
j. gegronde vrees bestaat dat de scheepswerf zich in financiële moeilijkheden bevindt;
k. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de scheepswerf de capaciteiten heeft om de bouw van het schip naar behoren uit te voeren;
@ -103,7 +103,7 @@ Onze Minister verdeelt het bij of krachtens artikel 4 vastgestelde bedrag in de
### Artikel 9
De beschikking tot het verlenen van een borgstelling bevat de opschortende voorwaarde dat binnen twee weken na de beschikking een overeenkomst van borgtocht, overeenkomstig het model, bedoeld in artikel 10, tot stand is gekomen tussen de Staat en de kredietinstelling. Daartoe wordt een aanbod overeenkomstig het model, bedoeld in artikel 10, bij de beschikking tot het verlenen van een borgstelling gevoegd.
De beschikking tot het verlenen van een borgstelling bevat de opschortende voorwaarde dat binnen twee weken na de beschikking een overeenkomst van borgtocht, overeenkomstig het model, bedoeld in artikel 10, tot stand is gekomen tussen de Staat en de bank. Daartoe wordt een aanbod overeenkomstig het model, bedoeld in artikel 10, bij de beschikking tot het verlenen van een borgstelling gevoegd.
### Paragraaf 3. Overeenkomst van borgtocht en provisie
@ -119,9 +119,9 @@ a. de bepaling dat uitsluitend tot borgstelling zal worden overgegaan, indien wo
b. de eisen waaraan de kredietovereenkomst, waarvan de te sluiten overeenkomst van borgtocht afhankelijk is, moet voldoen;
c. de wijze waarop de omvang van de borgstelling wordt bepaald;
d. de voorwaarden waaronder de borgstelling kan worden ingeroepen;
e. bepalingen met betrekking tot betalingen door de Staat aan de kredietinstelling;
e. bepalingen met betrekking tot betalingen door de Staat aan de bank;
f. een bepaling inzake de duur en beëindiging van de overeenkomst tot borgtocht;
g. een bepaling, dat de kredietinstelling uiterlijk tien weken na de beschikking tot het verlenen van een borgstelling, behoudens voorafgaande schriftelijke verlenging door Onze Minister, aantoont dat de opdrachtgever en de scheepswerf terzake van de opdracht een contract hebben zonder opschortende voorwaarden en dat de opdrachtgever terzake van de opdracht een of meer betalingen heeft gedaan;
g. een bepaling, dat de bank uiterlijk tien weken na de beschikking tot het verlenen van een borgstelling, behoudens voorafgaande schriftelijke verlenging door Onze Minister, aantoont dat de opdrachtgever en de scheepswerf terzake van de opdracht een contract hebben zonder opschortende voorwaarden en dat de opdrachtgever terzake van de opdracht een of meer betalingen heeft gedaan;
h. de wijze van vaststelling van de subsidie.
**3.**
@ -132,7 +132,7 @@ a. de betaling van een provisie met inachtneming van een bij ministeriële regel
b. het verschaffen van inlichtingen omtrent het beheer van de kredieten;
c. de terugvordering van de kredieten en de uitwinning van zekerheden;
d. aanvragen tot betaling;
e. melding aan Onze Minister van een verzoek tot verlening van surséance van betaling of tot faillietverklaring van de kredietinstelling, de scheepswerf of de opdrachtgever.
e. melding aan Onze Minister van een verzoek tot verlening van surséance van betaling of tot faillietverklaring van de bank, de scheepswerf of de opdrachtgever.
### Artikel 11