2009-01-01 | BWBR0020420 | Besluit prudentiële regels Wft

This commit is contained in:
Coornhert 2009-01-01 12:00:00 +00:00
parent 9f7ed5f9e0
commit 3964605435

View file

@ -59,10 +59,10 @@ b. is geregistreerd overeenkomstig artikel 124b;
*groepsbestuurder:* ieder die binnen een groep het beleid bepaalt;
*groep van verbonden wederpartijen:* ten minste twee personen die:
*groep van verbonden wederpartijen:* ten minste twee personen die uit een oogpunt van de te lopen risicos als een geheel moeten worden beschouwd omdat zij:
a. met elkaar zijn verbonden in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur; of
b. uit een oogpunt van de te lopen risicos als een geheel moeten worden beschouwd omdat zij zodanig onderling verbonden zijn dat, indien een van hen financiële problemen zou ondervinden, in elk geval een van de anderen waarschijnlijk in betalingsproblemen zou komen;
b. zodanig onderling verbonden zijn dat, indien een van hen financiële problemen zou ondervinden, in elk geval een van de anderen waarschijnlijk in betalingsproblemen zou komen;
*grote posities:* niet naar risico gewogen activa en posten buiten de balanstelling ten aanzien van een wederpartij of groep van verbonden wederpartijen waarvan de waarde ten minste tien procent van het toetsingsvermogen bedraagt, uitgezonderd:
@ -245,7 +245,7 @@ e. de in onderdeel 6 van Bijlage A genoemde overige antecedenten.
De Nederlandsche Bank verkrijgt inzicht in de in artikel 5 bedoelde voornemens, handelingen en antecedenten op grond van:
a. door betrokkene verstrekte gegevens en inlichtingen;
b. van de Landelijke Officier van Justitie verkregen gegevens uit de politieregisters;
b. door de Landelijke Officier van Justitie verstrekte politiegegevens;
c. gegevens uit de registratie, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet documentatie vennootschappen;
d. gegevens en inlichtingen, verkregen van de Belastingdienst;
e. gegevens en inlichtingen, verkregen van Nederlandse of buitenlandse overheidsinstanties dan wel van Nederlandse of buitenlandse van overheidswege aangewezen instanties die belast zijn met het toezicht op financiële markten of op personen die op die markten werkzaam zijn;
@ -327,9 +327,9 @@ d. andere werknemers of andere personen die in haar opdracht op structurele basi
### Artikel 14
**1.** Een entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, levensverzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 11, eerste lid, beschikt met het oog op een integere uitoefening van het bedrijf over procedures en maatregelen met betrekking tot de acceptatie van cliënten.
**1.** Een kredietinstelling, levensverzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 11, eerste lid, beschikt met het oog op een integere uitoefening van het bedrijf over procedures en maatregelen met betrekking tot de acceptatie van cliënten.
**2.** Onverminderd het bepaalde ingevolge de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme beschikt een kredietinstelling, natura-uitvaartverzekeraar, levensverzekeraar, schadeverzekeraar of bijkantoor als bedoeld in het eerste lid, over procedures en maatregelen met betrekking tot het vaststellen van de identiteit van cliënten en van de verificatie daarvan. De kredietinstelling, levensverzekeraar, onderscheidenlijk het bijkantoor, accepteert een cliënt niet indien de identiteit niet is vastgesteld overeenkomstig het daarvoor opgestelde beleid.
**2.** Onverminderd het bepaalde ingevolge de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme beschikt een kredietinstelling, levensverzekeraar of bijkantoor als bedoeld in het eerste lid, over procedures en maatregelen met betrekking tot het vaststellen van de identiteit van cliënten en van de verificatie daarvan. De kredietinstelling, levensverzekeraar, onderscheidenlijk het bijkantoor, accepteert een cliënt niet indien de identiteit niet is vastgesteld overeenkomstig het daarvoor opgestelde beleid.
**3.** De financiële onderneming, bedoeld in het tweede lid, onderscheidenlijk het bijkantoor, beschikt met het oog op een integere uitoefeningvan het bedrijf over organisatorische en administratieve procedures en maatregelen die betrekking hebben op risicoclassificaties ten aanzien van cliënten, producten of diensten.
@ -408,7 +408,7 @@ De bedrijfsvoering van een clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie,
Het organisatieonderdeel, bedoeld in het eerste lid, van een bank als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, of 3:23, tweede lid, van de wet die in Nederland beleggingsdiensten mag verlenen of beleggingsactiviteiten mag verrichten, heeft voorts als taak:
a. het adviseren van de personen die verantwoordelijk zijn voor het verlenen van beleggingsdiensten of het verrichten beleggingsactiviteiten bij de naleving van wettelijke regels en interne regels;
a. het adviseren van de personen die verantwoordelijk zijn voor het verlenen van beleggingsdiensten of het verrichten van beleggingsactiviteiten bij de naleving van wettelijke regels en interne regels;
b. het toezien op de deugdelijkheid en effectiviteit van de interne regels en procedures;
c. het beoordelen van de effectiviteit van de procedures die zijn opgesteld en maatregelen die zijn genomen om gesignaleerde onvolkomenheden bij de naleving van wettelijke regels en interne regels op te heffen; en
d. het ten minste jaarlijks rapporteren aan de personen die het dagelijks beleid van de bank bepalen en aan het orgaan, indien aanwezig, dat is belast met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de bank inzake aangelegenheden met betrekking tot de naleving van wettelijke regels en interne regels. In de jaarlijkse rapportage wordt met name vermeld of maatregelen zijn genomen in het geval van gesignaleerde tekortkomingen.
@ -580,7 +580,7 @@ De artikelen 29 tot en met 31 zijn niet van toepassing op het uitbesteden van we
**1.**
Een clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, of verzekeraar als bedoeld in artikel 3:29, eerste lid, 3:41, 3:42, 3:43, tweede lid, of 3:49 van de wet geeft schriftelijk aan de Nederlandsche Bank kennis van het voornemen tot een wijziging van:
Een clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, of verzekeraar als bedoeld in artikel 3:29, eerste lid, 3:42, 3:43, tweede lid, of 3:49 van de wet geeft schriftelijk aan de Nederlandsche Bank kennis van het voornemen tot een wijziging van:
a. de personen die het dagelijks beleid van de financiële onderneming bepalen of het beleid van de financiële onderneming bepalen of mede bepalen; en
b. indien van toepassing, de personen die onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de financiële onderneming.
@ -634,34 +634,30 @@ g. indien van toepassing, het adres van een in een andere staat gelegen bijkanto
### Artikel 36
**1.**
Een clearinginstelling, kredietinstelling of verzekeraar als bedoeld in artikel 3:29, tweede lid, 3:41, 3:42 of 3:43, eerste lid, van de wet geeft schriftelijk aan de Nederlandsche Bank kennis van het voornemen tot een wijziging van:
de personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor bepalen.
**1.** Een clearinginstelling, kredietinstelling of verzekeraar als bedoeld in artikel 3:29, eerste lid, 3:42 of 3:43, eerste lid, van de wet geeft schriftelijk aan de Nederlandsche Bank kennis van het voornemen tot een wijziging van de personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor bepalen.
**2.** Artikel 33, tweede tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 37
**1.** Een clearinginstelling, kredietinstelling of verzekeraar als bedoeld in artikel 3:29, tweede lid, van de wet met zetel in Nederland die haar bedrijf uitoefent vanuit een in een andere lidstaat gelegen bijkantoor geeft schriftelijk aan de Nederlandsche Bank en de toezichthoudende instantie van die lidstaat kennis van een wijziging in het adres van het bijkantoor.
**1.** Een clearinginstelling, kredietinstelling of verzekeraar als bedoeld in artikel 3:29, eerste lid, van de wet met zetel in Nederland die haar bedrijf uitoefent vanuit een in een andere lidstaat gelegen bijkantoor geeft schriftelijk aan de Nederlandsche Bank en de toezichthoudende instantie van die lidstaat kennis van een wijziging in het adres van het bijkantoor.
**2.** Onverminderd het eerste lid, geeft een kredietinstelling als bedoeld in artikel 3:29, tweede lid, van de wet, met zetel in Nederland die haar bedrijf uitoefent vanuit een in een andere lidstaat gelegen bijkantoor geeft schriftelijk aan de Nederlandsche Bank en de toezichthoudende instantie van die lidstaat kennis van een wijziging met betrekking tot de toepasselijkheid van een depositogarantiestelsel op het bijkantoor.
**2.** Onverminderd het eerste lid, geeft een kredietinstelling als bedoeld in artikel 3:29, eerste lid, van de wet, met zetel in Nederland die haar bedrijf uitoefent vanuit een in een andere lidstaat gelegen bijkantoor geeft schriftelijk aan de Nederlandsche Bank en de toezichthoudende instantie van die lidstaat kennis van een wijziging met betrekking tot de toepasselijkheid van een depositogarantiestelsel op het bijkantoor.
**3.** De financiële onderneming geeft van een wijziging als bedoeld in het eerste of tweede lid kennis binnen twee weken nadat de wijziging zich heeft voorgedaan.
**4.** Een clearinginstelling of kredietinstelling als bedoeld in artikel 3:29, tweede lid, van de wet die haar bedrijf uitoefent vanuit een in een andere lidstaat gelegen bijkantoor geeft schriftelijk kennis aan de Nederlandsche Bank en de toezichthoudende instantie van die lidstaat van het voornemen de uitoefening van haar bedrijf vanuit het in de andere lidstaat gelegen bijkantoor te staken. De clearinginstelling of kredietinstelling geeft geen uitvoering aan het voornemen gedurende de eerste vier weken na de kennisgeving.
**4.** Een clearinginstelling of kredietinstelling als bedoeld in artikel 3:29, eerste lid, van de wet die haar bedrijf uitoefent vanuit een in een andere lidstaat gelegen bijkantoor geeft schriftelijk kennis aan de Nederlandsche Bank en de toezichthoudende instantie van die lidstaat van het voornemen de uitoefening van haar bedrijf vanuit het in de andere lidstaat gelegen bijkantoor te staken. De clearinginstelling of kredietinstelling geeft geen uitvoering aan het voornemen gedurende de eerste vier weken na de kennisgeving.
### Artikel 38
**1.** Een levensverzekeraar of schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 3:29 van de wet die zijn bedrijf uitoefent door middel van een buiten Nederland gelegen bijkantoor geeft schriftelijk kennis aan de Nederlandsche Bank van het voornemen tot wijziging van de vertegenwoordiger.
**1.** Een levensverzekeraar of schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 3:29, eerste lid, van de wet die zijn bedrijf uitoefent door middel van een buiten Nederland gelegen bijkantoor geeft schriftelijk kennis aan de Nederlandsche Bank van het voornemen tot wijziging van de vertegenwoordiger.
**2.**
De financiële onderneming geeft geen uitvoering aan het voornemen voordat de Nederlandsche Bank heeft ingestemd met de wijziging. De Nederlandsche Bank neemt een besluit omtrent instemming:
a. binnen zes weken na ontvangst van de kennisgeving; of
b. indien de Nederlandsche Bank binnen twee weken na ontvangst van de kennisgeving om nadere gegevens heeft verzocht, binnen vier weken na ontvangst van die gegevens, doch uiterlijk binnen dertien weken na ontvangst van de kennisgeving..
b. indien de Nederlandsche Bank binnen twee weken na ontvangst van de kennisgeving om nadere gegevens heeft verzocht, binnen vier weken na ontvangst van die gegevens, doch uiterlijk binnen dertien weken na ontvangst van de kennisgeving.
**3.**
@ -683,9 +679,9 @@ d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs.
### Artikel 39
**1.** Een levensverzekeraar of natura-uitvaartverzekeraar als bedoeld in artikel 3:42, 3:43, tweede lid, 3:48, onderscheidenlijk 3:52 van de wet, geeft schriftelijk kennis aan de Nederlandsche Bank van een voornemen tot een wijziging van de overeenkomsten die hij voornemens is te sluiten.
**1.** Een levensverzekeraar of natura-uitvaartverzekeraar als bedoeld in artikel 3:42, 3:43, tweede lid, 3:48, eerste lid, onderscheidenlijk 3:52 van de wet, geeft schriftelijk kennis aan de Nederlandsche Bank van een voornemen tot een wijziging van de overeenkomsten die hij voornemens is te sluiten.
**2.** Een schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 3:42, 3:43, tweede lid, 3:48 van de wet, die vanuit een vestiging in een lidstaat diensten naar Nederland verricht, geeft aan de Nederlandsche Bank kennis van het voornemen tot een wijziging van de in Nederland gelegen risicos die hij voornemens is te dekken.
**2.** Een schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 3:42, 3:43, tweede lid, 3:48, eerste lid, van de wet, die vanuit een vestiging in een lidstaat diensten naar Nederland verricht, geeft aan de Nederlandsche Bank kennis van het voornemen tot een wijziging van de in Nederland gelegen risicos die hij voornemens is te dekken.
**3.** Een entiteit voor risico-acceptatie of een herverzekeraar als bedoeld in artikel 3:49 van de wet, geeft schriftelijk kennis aan de Nederlandsche Bank van een voornemen tot een wijziging van de risicos die zij onderscheidenlijk hij voornemens is te dekken.
@ -711,7 +707,7 @@ c. een opgave van de naam en het adres van de schaderegelaar, bedoeld in artikel
**1.**
In afwijking van de artikelen 3:36, tweede lid, en 3:43, eerste lid, van de wet is het schadeverzekeraars toegestaan in de uitoefening van hun bedrijf, naast de risicos die behoren tot de branche waarvoor de vergunning is verleend, tevens risicos te verzekeren die behoren tot andere branches, met uitzondering van de branches Krediet en Borgtocht, indien deze risicos naar het oordeel van de Nederlandsche Bank als bijkomende risicos kunnen worden beschouwd, omdat zij:
In afwijking van de artikelen 3:36, derde lid, en 3:43, eerste lid, van de wet is het schadeverzekeraars toegestaan in de uitoefening van hun bedrijf, naast de risicos die behoren tot de branche waarvoor de vergunning is verleend, tevens risicos te verzekeren die behoren tot andere branches, met uitzondering van de branches Krediet en Borgtocht, indien deze risicos naar het oordeel van de Nederlandsche Bank als bijkomende risicos kunnen worden beschouwd, omdat zij:
a. samenhangen met het hoofdrisico dat behoort tot de branche waarvoor de vergunning is verleend;
b. betrekking hebben op het belang of gevaarsobject dat is verzekerd tegen het hoofdrisico; en
@ -790,7 +786,7 @@ b. indien de Nederlandsche Bank binnen twee weken na ontvangst van de kennisgevi
Het minimumbedrag aan eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet bedraagt:
a. € 5 miljoen voor een bank als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet die geen bank als bedoeld in onderdeel b is, of voor een clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet;
b. € 2,5 miljoen voor een bank als bedoeld in artikel 2:13 van de wet;
b. € 2,5 miljoen voor een bank als bedoeld in artikel 2:13 van de wet die in hoofdzaak haar bedrijf maakt van het verlenen van beleggingsdiensten of het verrichten van beleggingsactiviteiten;
c. € 225.000 voor een beheerder als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet die geen beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten is en die een vermogen van ten minste € 250 miljoen beheert;
d. € 125.000 voor een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet of voor een beheerder als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet die geen beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten is en die een vermogen van minder dan € 250 miljoen beheert;
e. € 300.000 voor een beleggingsmaatschappij als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet die een instelling voor collectieve belegging in effecten is en die geen aparte beheerder heeft;
@ -807,8 +803,8 @@ m. € 1 miljoen voor een elektronischgeldinstelling als bedoeld in artikel 3:53
Het eerste lid is niet van toepassing op beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet die geen andere beleggingsdienst mogen verlenen dan de beleggingsdienst, bedoeld in onderdeel a of d van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de wet, en geen nevendiensten als bedoeld in onderdeel a van de definitie van nevendienst in artikel 1:1 van de wet verrichten, indien zij beschikken over:
a. een beroepsaansprakelijkheidsverzekering of een daarmee vergelijkbare voorziening die de aansprakelijkheid dekt van de beleggingsonderneming wegens fouten, verzuimen of nalatigheden begaan in de uitoefening van diens beroep en voorgevallen op het grondgebied waarop de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is, voor een bedrag van ten minste € 1.000.000 per schadegeval en ten minste € 1.500.000 per jaar voor alle schadegevallen gezamenlijk; of
b. een combinatie van een beroepsaansprakelijkheidsverzekering of een daarmee vergelijkbare voorziening als bedoeld in onderdeel a die resulteert in een dekking die ten minste gelijkwaardig is aan € 50.000 of onderdeel a.
a. een beroepsaansprakelijkheidsverzekering of een daarmee vergelijkbare voorziening die de aansprakelijkheid dekt van de beleggingsonderneming wegens fouten, verzuimen of nalatigheden begaan in de uitoefening van diens beroep en voorgevallen op het grondgebied waarop de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is, voor een bedrag van ten minste € 1.120.200 per schadegeval en ten minste € 1.680.300 per jaar voor alle schadegevallen gezamenlijk; of
b. een combinatie van een bedrag aan eigen vermogen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen g of h en een beroepsaansprakelijkheidsverzekering als bedoeld in onderdeel a die resulteert in een dekking die ten minste gelijkwaardig is aan € 50.000 of onderdeel a.
**3.**
@ -860,7 +856,7 @@ Voor schadeverzekeraars als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdelen f en
### Artikel 50
**1.** Het minimumbedrag aan eigen vermogen van een beheerder van een instelling voor collectieve beleggingen in effecten als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, van een beheerder als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet die geen beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten is en die een vermogen van minder dan € 250 miljoen beheert, van een beleggingsmaatschappij als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, van een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, van een clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet of van een kredietinstelling als bedoeld in artikel 2:13, 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, wordt gevormd door de waarde van de vermogensbestanddelen, bedoeld in artikel 91, tweede lid, onderdelen a tot en met g.
**1.** Het minimumbedrag aan eigen vermogen van een beheerder van een instelling voor collectieve beleggingen in effecten als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, van een beheerder als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet die geen beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten is en die een vermogen van minder dan € 250 miljoen beheert, van een beleggingsmaatschappij als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, van een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, van een clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet of van een bank als bedoeld in artikel 2:13, eerste lid, 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, wordt gevormd door de waarde van de vermogensbestanddelen, bedoeld in artikel 91, tweede lid, onderdelen a tot en met g.
**2.** Artikel 89, eerste en tweede lid, onderdeel a, is van overeenkomstige toepassing.
@ -872,7 +868,7 @@ Voor schadeverzekeraars als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdelen f en
### Artikel 52
**1.** Het minimumbedrag van het garantiefonds van een herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet of van een bijkantoor als bedoeld in artikel 3:55a, eerste lid, of 3:54, derde lid, van de wet wordt gevormd door de waarde van de vermogensbestanddelen, bedoeld in de artikelen 95, tweede lid, 96 en 97, eerste lid, voor zover dit lid niet de meerwaarden op grond van winstverwachtingen betreft, verminderd met de waarde van de posten, bedoeld in artikel 95, derde lid.
**1.** Het minimumbedrag van het garantiefonds van een herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet of van een bijkantoor als bedoeld in artikel 3:55a, eerste lid, of 3:54, derde lid, van de wet wordt gevormd door de waarde van de vermogensbestanddelen, bedoeld in de artikelen 95, tweede lid, 96 en 97, eerste lid, voor zover dit lid de meerwaarden in verband met onderwaardering van activa betreft, verminderd met de waarde van de posten, bedoeld in artikel 95, derde lid.
**2.** De artikelen 89, 95, vierde en vijfde lid, en 98, eerste, derde en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
@ -1022,6 +1018,18 @@ c. de vorderingswaarde van afgeleide financiële instrumenten als bedoeld in bij
**6.** De vorderingswaarde van retrocessieovereenkomsten, omgekeerde retrocessieovereenkomsten, opgenomen effectenleningen, verstrekte effectenleningen, opgenomen grondstoffenleningen, verstrekte grondstoffenleningen, transacties met afwikkeling op lange termijn of margeleningstransacties mag, met instemming van de Nederlandsche Bank, worden bepaald op grond van de door de Nederlandsche Bank te stellen regels, bedoeld in het vijfde lid, aanhef en onderdeel c.
**7.**
Op verzoek van een bank, beleggingsonderneming of clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:57, eerst lid, van de wet, kan de Nederlandsche Bank een risicogewicht van nul toestaan voor een actief of post buiten de balanstelling van de hiervoor bedoelde financiële ondernemingen indien het betreft vorderingen op hun moederondernemingen, dochterondernemingen, dochterondernemingen van hun moederondernemingen of ondernemingen waarmee zij verbonden zijn door een betrekking als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de richtlijn geconsolideerde jaarrekening, indien:
a. de vordering bestaat op een andere bank, beleggingsonderneming of clearinginstelling, een financiële holding, een financiële instelling, of een onderneming die nevendiensten verricht, en deze ondernemingen betrokken zijn in het bedrijfseconomische toezicht;
b. de in onderdeel a bedoelde onderneming onderdeel uitmaakt van dezelfde volledige consolidatie;
c. de in onderdeel a bedoelde onderneming aan dezelfde risicobeoordeling, meet- en controleprocedures is onderworpen;
d. de in onderdeel a bedoelde onderneming haar zetel heeft in Nederland; en
e. de bank, beleggingsonderneming of clearinginstelling aantoont dat geen feitelijke of juridische belemmeringen aanwezig of te voorzien zijn die een onmiddellijke overdracht van toetsingsvermogen of terugbetaling van schulden door de in onderdeel a bedoelde ondernemingen aan haar kan verhinderen.
**8.** Het zevende lid is niet van toepassing op de vermogensbestanddelen, bedoeld in de artikelen 91, tweede lid, en 92, tweede en derde lid.
### Artikel 61a
**1.** Bij de toekenning van een risicogewicht aan een categorie activa of posten buiten de balanstelling kan een bank, beleggingsonderneming of clearinginstelling als bedoeld in artikel 60, eerste lid, een kredietbeoordeling van een door de Nederlandsche Bank of door een toezichthoudende instantie van een andere lidstaat ingevolge paragraaf 10.5 erkend kredietbeoordelingsbureau of, ingeval van vorderingen op centrale overheden en centrale banken, erkende kredietbeoordelingen van een exportkredietverzekeraar op een consistente wijze gebruiken. De Nederlandsche Bank stelt nadere regels met betrekking tot het gebruik van een kredietbeoordeling als bedoeld in de vorige volzin.
@ -1059,7 +1067,7 @@ b. niet meer bedraagt dan € 15 miljoen.
### Artikel 62a
**1.** Het solvabiliteitsvereiste ter dekking van het operationeel risico, bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdeel d, is niet van toepassing op beleggingsondernemingen waarvan het minimumbedrag aan eigen vermogen op grond van artikel 48, aanhef en onderdeel h, € 50.000 bedraagt of clearinginstellingen.
**1.** Het solvabiliteitsvereiste ter dekking van het operationeel risico, bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdeel d, is niet van toepassing op beleggingsondernemingen waarvan het minimumbedrag aan eigen vermogen op grond van artikel 48, aanhef en onderdeel g of h, € 50.000 bedraagt of clearinginstellingen.
**2.**
@ -1119,7 +1127,7 @@ b. de bank kan aantonen dat een aanzienlijk deel van haar activiteiten op het ge
**2.** Tot het beheerde vermogen wordt gerekend het vermogen van de beleggingsinstellingen waarover de beheerder het beheer voert met inbegrip van de delen van het vermogen waarvan hij het beheer heeft uitbesteed, uitgezonderd de delen van het vermogen waarvan het beheer door derden aan hem is uitbesteed.
**3.** Artikel 60, vierde tot en met zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
**3.** Artikel 60, derde tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 64
@ -1215,7 +1223,7 @@ Het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge van een natura-uitvaartverzekeraar als
a. voor zover het verzekeringen betreft waarbij door de natura-uitvaartverzekeraar beleggingsrisico wordt gelopen: de uitkomst van de berekening, bedoeld in artikel 65, eerste lid, onderdeel a;
b. voor zover het verzekeringen betreft waarbij door de natura-uitvaartverzekeraar geen beleggingsrisico wordt gelopen en waarbij de beheerslasten voor een periode van meer dan vijf jaar zijn vastgelegd: de uitkomst van de berekening, bedoeld in artikel 65, eerste lid, onderdeel b;
c. voor zover het uitstaande depots ten behoeve van uitvaarten betreft: een procent van het depotbedrag;
d. voor zover het verzekeringen met risicokapitaal betreft: 0,3 procent van het risicokapitaal bij overlijden, vermenigvuldigd met de verhouding, welke ten minste vijftig procent bedraagt, tussen het risicokapitaal verminderd met het bedrag van de overdrachten uit hoofde van herverzekering en het risicokapitaal in het afgelopen boekjaar; en
d. voor alle verzekeringen: 0,3 procent van het risicokapitaal bij overlijden, vermenigvuldigd met de verhouding, welke ten minste vijftig procent bedraagt, tussen het risicokapitaal verminderd met het bedrag van de overdrachten uit hoofde van herverzekering en het risicokapitaal in het afgelopen boekjaar; en
e. voor zover het aanvullende verzekeringen betreft: achttien procent van de in het afgelopen boekjaar geboekte premies en van de in rekening gebrachte poliskosten, voor zover deze premies en kosten niet meer bedragen dan € 10 miljoen, vermeerderd met zestien procent van deze premies en kosten, voor zover deze meer bedragen dan € 10 miljoen. De uitkomst van de berekening, bedoeld in de vorige volzin, wordt vermenigvuldigd met de verhouding, welke ten minste vijftig procent bedraagt, tussen de uitkeringen die voor eigen rekening komen van de natura-uitvaartverzekeraar na overdracht uit hoofde van herverzekering en de bruto uitkeringen in het laatste boekjaar.
**2.** Artikel 65, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
@ -1529,8 +1537,6 @@ b. waarbij een kwantitatieve waarde, die losstaat van het driemaandsgemiddelde v
**4.** Indien een toezichthoudende instantie van een andere lidstaat een kredietbeoordelingsbureau heeft erkend, erkent de Nederlandsche Bank het kredietbeoordelingsbureau zonder toetsing.
**5.** De Nederlandsche Bank draagt zorg voor de inschrijving van een erkend kredietbeoordelingsbureau in het register, bedoeld in artikel 1:107, eerste lid, van de wet.
### Artikel 88a
De Nederlandsche Bank erkent, op aanvraag, al dan niet voor bepaalde tijd, de kredietbeoordelingen van een exportkredietverzekeraar, indien de kredietbeoordelingen voldoen aan de criteria opgenomen in bijlage VI, deel 1, punt 6, van de herziene richtlijn banken.
@ -1539,7 +1545,7 @@ De Nederlandsche Bank erkent, op aanvraag, al dan niet voor bepaalde tijd, de kr
### Artikel 89
**1.** Bij de berekening van het toetsingsvermogen, bedoeld in de artikelen 90 tot en met 94, of de aanwezige solvabiliteitsmarge, bedoeld in de artikelen 95 tot en met 98, wordt per afzonderlijke post rekening gehouden met het voorzienbare bedrag van de daarover verschuldigde belastingen. De vermogensbestanddelen, bedoeld in artikel 91, tweede lid, onderdelen a tot en met j, of 95, tweede lid, staan onmiddellijk en zonder beperkingen ter beschikking van de desbetreffende financiële onderneming.
**1.** Bij de berekening van het toetsingsvermogen, bedoeld in de artikelen 90 tot en met 94, of de aanwezige solvabiliteitsmarge, bedoeld in de artikelen 95 tot en met 98, wordt per afzonderlijke post rekening gehouden met het voorzienbare bedrag van de daarover verschuldigde belastingen. De vermogensbestanddelen, bedoeld in artikel 91, tweede lid, onderdelen a tot en met j, of 95, tweede lid, alsmede de waarden die tegenover die vermogensbestanddelen staan, staan onmiddellijk en zonder beperkingen ter beschikking van de desbetreffende financiële onderneming.
**2.**
@ -1609,7 +1615,7 @@ b. het gestorte deel op schuldtitels met onbepaalde looptijd en andere financier
1°. aflossing slechts plaatsvindt indien de Nederlandsche Bank daartoe, op verzoek van de financiële onderneming, instemming verleent;
2°. de schuldovereenkomst bepaalt dat de financiële onderneming de rentebetaling over de schuld mag uitstellen;
3°. de documenten inzake de uitgifte van de schuldtitels bepalen dat schuld en niet betaalde rente kunnen worden gebruikt om verliezen op te vangen, terwijl de financiële onderneming haar werkzaamheden kan voorzetten; en
3°. de documenten inzake de uitgifte van de schuldtitels bepalen dat schuld en niet betaalde rente kunnen worden gebruikt om verliezen op te vangen, terwijl de financiële onderneming haar werkzaamheden kan voortzetten; en
4°. de vorderingen van de crediteur volledig achtergesteld zijn bij die van alle niet-achtergestelde crediteuren;
c. cumulatief preferente aandelen met onbepaalde looptijd, voor zover deel uitmakend van het gestorte kapitaal;
d. het verschil, indien positief, van de som van de waardeaanpassingen en voorzieningen die samenhangen met de verwachte verliesposten in verband met de activa en posten buiten de balanstelling, bedoeld in artikel 71, eerste lid, onderdelen a tot en met d, en de som van die verwachte verliesposten berekend ingevolge artikel 75, eerste lid, onderdelen a en c, indien de financiële onderneming paragraaf 10.2 toepast en dit verschil in aanmerking genomen wordt tot ten hoogste 0,6 procent van het totaal van de naar risico gewogen activa en posten buiten de balanstelling, met dien verstande dat bij de berekening van de naar risico gewogen activa en posten buiten de balanstelling niet de securitisatieposities waaraan een risicogewicht van 1250 procent is toegekend in aanmerking worden genomen; de waardeaanpassingen en voorzieningen worden slechts op grond van dit onderdeel als toetsingsvermogen van de financiële onderneming in aanmerking genomen; en
@ -1778,7 +1784,7 @@ c. wordt de waarde van de vermogensbestanddelen, bedoeld in artikel 96, onderdel
### Artikel 102
**1.** De waarde van de grote posities van een bank of beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:57, zevende lid, of 3:58, eerste lid, van de wet of van een clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:57, zevende lid, of 3:61, eerste lid, van de wet, met inbegrip van de waarde van de grote posities van haar bijkantoren in een staat die geen lidstaat is, bedraagt ten aanzien van een wederpartij of groep van verbonden wederpartijen niet meer dan 25 procent van haar toetsingsvermogen.
**1.** De waarde van de grote posities van een bank of beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:57, zesde lid, of 3:58, eerste lid, van de wet of van een clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:57, zesde lid, of 3:61, eerste lid, van de wet, met inbegrip van de waarde van de grote posities van haar bijkantoren in een staat die geen lidstaat is, bedraagt ten aanzien van een wederpartij of groep van verbonden wederpartijen niet meer dan 25 procent van haar toetsingsvermogen.
**2.** De totale waarde van de grote posities van een financiële onderneming als bedoeld in het eerste lid bedraagt niet meer dan achthonderd procent van haar toetsingsvermogen.
@ -1788,7 +1794,7 @@ c. wordt de waarde van de vermogensbestanddelen, bedoeld in artikel 96, onderdel
### Artikel 103
**1.** De waarde van de onroerende zaken, bedrijfsmiddelen, deelnemingen in ondernemingen die geen financiële ondernemingen zijn, en kredieten aan ondernemingen die geen financiële ondernemingen zijn, indien daarin deelnemingen worden gehouden, verminderd met de waarde van eventueel gestelde zekerheden, van een bank als bedoeld in artikel 3:57, zevende lid, of 3:58, eerste lid, van de wet of van een clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:57, zevende lid, of 3:61, eerste lid, van de wet bedraagt niet meer dan haar toetsingsvermogen, verminderd met het overig kapitaal, bedoeld in artikel 93.
**1.** De waarde van de onroerende zaken, bedrijfsmiddelen, deelnemingen in ondernemingen die geen financiële ondernemingen zijn, en kredieten aan ondernemingen die geen financiële ondernemingen zijn, indien daarin deelnemingen worden gehouden, verminderd met de waarde van eventueel gestelde zekerheden, van een bank als bedoeld in artikel 3:57, zesde lid, of 3:58, eerste lid, van de wet of van een clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:57, zesde lid, of 3:61, eerste lid, van de wet bedraagt niet meer dan haar toetsingsvermogen, verminderd met het overig kapitaal, bedoeld in artikel 93.
**2.** Onverminderd het eerste lid, bedraagt de waarde van onroerende zaken van een financiële onderneming als bedoeld in het eerste lid, anders dan voor eigen gebruik, niet meer dan 25 procent van haar toetsingsvermogen.
@ -1803,7 +1809,7 @@ b. een onroerende zaak die zij heeft verhuurd voor een periode van twee jaar of
### Artikel 104
**1.** Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten, instelling voor collectieve belegging in effecten die een beleggingsmaatschappij is, of bewaarder die is verbonden aan een instelling voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 3:57, zevende lid, van de wet verstrekt geen kredieten voor rekening van derden, stelt zich niet garant en gaat geen borgtochtverplichtingen aan.
**1.** Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten, instelling voor collectieve belegging in effecten die een beleggingsmaatschappij is, of bewaarder die is verbonden aan een instelling voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 3:57, zesde lid, van de wet verstrekt geen kredieten voor rekening van derden, stelt zich niet garant en gaat geen borgtochtverplichtingen aan.
**2.** Een financiële onderneming als bedoeld in het eerste lid verkoopt geen financiële instrumenten die de instelling voor collectieve belegging in effecten niet in eigendom heeft.
@ -1819,7 +1825,7 @@ c. leningen met als doel de verwerving van vreemde valuta waardoor de netto schu
**1.**
Een elektronischgeldinstelling als bedoeld in artikel 3:57, zevende lid, of 3:58, eerste lid, van de wet houdt, ter dekking van haar financiële verplichtingen die met uitstaand elektronisch geld verband houden, uitsluitend de volgende activa aan, gewaardeerd tegen de historische kostprijs of de actuele waarde, naar gelang welke het laagst is:
Een elektronischgeldinstelling als bedoeld in artikel 3:57, zesde lid, of 3:58, eerste lid, van de wet houdt, ter dekking van haar financiële verplichtingen die met uitstaand elektronisch geld verband houden, uitsluitend de volgende activa aan, gewaardeerd tegen de historische kostprijs of de actuele waarde, naar gelang welke het laagst is:
a. activa die voldoende liquide zijn, waaraan ingevolge artikel 61, derde lid, onderdeel a, een risicogewicht van nul procent is toegekend;
b. onmiddellijk opvraagbare depositos bij een bank met zetel in Nederland, in een andere lidstaat, of in een ingevolge artikel 3:2, eerste lid, onderdeel c, onder 2°, van de wet aangewezen staat; en
@ -1942,7 +1948,9 @@ c. direct bij een centrale bank beleenbaar papier tegen de beleningswaarde.
**1.** Een entiteit voor risico-acceptatie als bedoeld in artikel 3:67, eerste lid, of artikel 3:68a, eerste lid, van de wet, een herverzekeraar als bedoeld in artikel 3:67, eerste lid, of 3:68a, eerste lid, van de wet, of een levensverzekeraar of schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 3:67, eerste lid, of 3:68, eerste lid, van de wet, of een natura-uitvaartverzekeraar als bedoeld in artikel 3:67, eerste lid, of 3:69, eerste lid, van de wet houdt, met inachtneming van artikel 427, derde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek de technische voorzieningen, bedoeld in artikel 435, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, aan voor zover deze op haar onderscheidenlijk hem van toepassing zijn.
**2.** Een verzekeraar als bedoeld in het eerste lid die zijn jaarrekening opstelt overeenkomstig de internationale jaarrekeningstandaarden houdt voor de branche Krediet, in plaats van een egalisatievoorziening, een egalisatiereserve aan. De verzekeraar kan afwijken van de indeling, bedoeld in het artikel 435, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, of de berekening van de technische voorzieningen, bedoeld in de artikelen 115 tot en met 119, indien de internationale jaarrekeningstandaarden zulks voorschrijven.
**2.** Een schadeverzekeraar als bedoeld in het eerste lid die zijn jaarrekening opstelt overeenkomstig de internationale jaarrekeningstandaarden houdt voor de branche Krediet, in plaats van een egalisatievoorziening, een egalisatiereserve aan. Voor de toepassing van dit besluit wordt de egalisatiereserve aangemerkt als technische voorziening.
**3.** Een entiteit voor risico-acceptatie of een verzekeraar als bedoeld in het eerste lid kan afwijken van de indeling, bedoeld in artikel 435, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, of van de berekening van de technische voorzieningen, bedoeld in de artikelen 115 tot en met 119, indien de internationale jaarrekeningstandaarden zulks voorschrijven.
### Artikel 114a
@ -2261,7 +2269,7 @@ a. balans- en resultatengegevens alsmede aanvullende financiële gegevens ten be
b. andere gegevens ten behoeve van het toezicht op de naleving van de regels met betrekking tot:
1°. de solvabiliteit ingevolge artikel 3:57, eerste lid, 3:58, eerste lid, of 3:61, eerste lid, van de wet;
2°. het aanhouden van balansposten en posten buiten de balanstelling ingevolge artikel 3:57, zevende lid, 3:58, eerste lid, of 3:61, eerste lid, van de wet; en
2°. het aanhouden van balansposten en posten buiten de balanstelling ingevolge artikel 3:57, zesde lid, 3:58, eerste lid, of 3:61, eerste lid, van de wet; en
3°. de liquiditeit ingevolge artikel 3:63, eerste lid, 3:64 of 3:65 van de wet.
**2.**