2006-05-24 | BWBR0008975 | Besluit diëtist, ergotherapeut, logopedist, mondhygiënist, oefentherapeut, orthoptist en podotherapeut

This commit is contained in:
Coornhert 2006-05-24 12:00:00 +00:00
parent af85312fd6
commit 39ad8190be

View file

@ -21,7 +21,8 @@ In dit besluit wordt verstaan onder:
a. Centraal register opleidingen hoger onderwijs: het register als bedoeld in artikel 6.13 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
b. instelling: een instelling als bedoeld in artikel 1.8 dan wel aangewezen krachtens artikel 1.11 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
c. studiepunt: 40 uren studie;
d. hoofdfase: de laatste 84 studiepunten in het geval van een driejarige opleiding dan wel de laatste 126 studiepunten in het geval van een vierjarige opleiding.
d. hoofdfase: de laatste 84 studiepunten in het geval van een driejarige opleiding dan wel de laatste 126 studiepunten in het geval van een vierjarige opleiding;
e. preventieve mondzorg: primaire preventie met betrekking tot de mondzorg en secundaire en tertiaire preventie op het gebied van de parodontologie en cariologie.
## Hoofdstuk II. DIËTIST
@ -182,57 +183,104 @@ b. het onderzoeken van een persoon of het geven van logopedisch advies aan een p
**2.** De verwijzing, bedoeld in het eerste lid, onder *a*, geschiedt schriftelijk, is gedateerd en ondertekend door de betrokken arts of tandarts en bevat ten minste de door deze, voor het door de logopedist onderzoeken en behandelen van de patiënt, relevant geachte diagnostische gegevens.
## Hoofdstuk V. MONDHYGIËNIST
## Hoofdstuk V
### Paragraaf 1. Titel
### Artikel 14
Het recht tot het voeren van de titel van mondhygiënist is voorbehouden aan degene aan wie een getuigschrift is uitgereikt waaruit blijkt dat betrokkene met goed gevolg het afsluitende examen heeft afgelegd van een opleiding voor mondhygiëne die is opgenomen in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs en die voldoet aan het in de artikelen 15 en 16 gestelde.
Het recht tot het voeren van de titel van mondhygiënist is voorbehouden aan degene aan wie een getuigschrift is uitgereikt waaruit blijkt dat betrokkene met goed gevolg het afsluitende examen heeft afgelegd van een opleiding voor mondzorgkunde die is opgenomen in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs en die voldoet aan de artikelen 15 en 16.
### Paragraaf 2. Opleiding
### Artikel 15
Een opleiding als bedoeld in artikel 14 omvat ten minste de volgende onderdelen:
**1.**
a. het centrale vakgebied mondhygiëne, omvattende ten minste:
De opleiding, bedoeld in artikel 14, omvat zowel theoretisch als praktisch onderwijs, dat gericht is op het verwerven van kennis van en inzicht en vaardigheid in de volgende aspecten van de mondzorgkundige beroepsuitoefening in het kader van het gebied van deskundigheid, bedoeld in artikel 17:
1°. onderzoeken en behandelen van de patiënt in het kader van het gebied van deskundigheid zoals omschreven in artikel 17;
2°. theorie en praktijk van de mondhygiëne;
3°. tandheelkundige gezondheidsvoorlichting en -opvoeding;
b. de beroepsvoorbereidende periode in het werkveld en klinische patiëntenbehandeling;
c. het medische vakgebied, waaronder medische basisvakken, tandheelkundige basisvakken, parodontologie, radiologie, farmacologie, voedingsleer alsmede preventieve en sociale tandheelkunde;
d. vakken op het gebied van de gedrags- en maatschappijwetenschappen, waaronder psychologie, sociologie, pedagogiek, gesprekstechnieken, voorlichtingskunde en didactiek;
e. ondersteunende vakken, waaronder organisatie van de gezondheidszorg, gezondheidsrecht, beroepsoriëntatie en praktijkvoering, ethiek met betrekking tot het beroep van mondhygiënist, methoden en technieken van wetenschappelijk onderzoek alsmede kwaliteitszorg.
a. professionele mondzorgkundige vorming;
b. communicatie en voorlichting;
c. onderzoek en diagnose van problemen op het gebied van de preventieve mondzorg en het op basis daarvan opstellen en uitvoeren van een behandelplan;
d. instellen en handhaven van een optimale mondgezondheid;
e. beginselen van de mondzorg;
f. praktijkvoering.
**2.** Het praktische onderwijs omvat in ieder geval stage in het werkveld inzake het toepassen van tijdens de studie verworven kennis, inzicht en vaardigheden met betrekking tot het gebied van deskundigheid, bedoeld in artikel 17, onder toezicht van een tandarts of mondhygiënist.
### Artikel 16
**1.** De in artikel 15, onder *b*, bedoelde beroepsvoorbereidende periode omvat het in het werkveld toepassen van tijdens de studie verworven kennis, inzicht en vaardigheden met betrekking tot het gebied van deskundigheid van de mondhygiënist zoals omschreven in artikel 17, eerste lid, onder *a*.
**1.**
**2.** De in artikel 15, onder *b*, bedoelde klinische patiëntenbehandeling is een aan de instelling gebonden onderwijsactiviteit, waarbij studenten oefenen op patiënten of proefpersonen.
Het aspect professionele mondzorgkundige vorming is zodanig ingericht dat de betrokkene in staat is tot:
**3.** De beroepsvoorbereidende periode en de klinische patiëntenbehandeling vinden plaats onder begeleiding van een daartoe door de instelling aangewezen docent en worden doorgebracht onder toezicht van een tandarts of mondhygiënist.
a. het verwerven en verwerken van relevante informatie;
b. het uitoefenen van het beroep van mondhygiënist overeenkomstig de geldende professionele standaard en de stand van de wetenschap;
c. het onderkennen van en omgaan met ethische vraagstukken die zich voordoen bij de mondzorgkundige handeling;
d. het verstrekken van doelgerichte informatie aan de patiënt;
e. het handelen vanuit een juist begrip van wettelijke regelingen en andere regelingen betreffende de mondzorgkundige beroepsuitoefening;
f. de evaluatie van eigen handelen, op grond waarvan eigen beperkingen worden herkend en erkend.
**4.** De beroepsvoorbereidende periode en de klinische patiëntenbehandeling omvatten 30 studiepunten die behaald worden in de tweede helft van de opleiding; de beroepsvoorbereidende periode is gelijkelijk verdeeld over twee verschillende instellingen van gezondheidszorg, waaronder een tandartspraktijk.
**2.**
Het aspect communicatie en voorlichting is zodanig ingericht dat de betrokkene in staat is tot:
a. het effectief communiceren met de patiënt en, in daarvoor in aanmerking komende gevallen, met diens naaste betrekkingen;
b. het communiceren met andere beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg;
c. het geven van voorlichting aan de patiënt met betrekking tot gedrag en behandeling op het gebied van de preventieve mondzorg.
**3.**
Het aspect onderzoek en diagnose van problemen op het gebied van de preventieve mondzorg en het op basis daarvan opstellen en uitvoeren van een behandelplan is zodanig ingericht dat de betrokkene in staat is tot:
a. het in het kader van het mondzorgkundige onderzoek bij de patiënt afnemen van een anamnese, omvattende diens tandheelkundige, medische, persoonlijke en sociaal-culturele achtergronden teneinde de implicaties van algemene gezondheidsafwijkingen en geneesmiddelengebruik voor het uitvoeren van de mondzorgkundige behandeling te kunnen beoordelen;
b. het diagnostiseren van aandoeningen op het gebied van parodontologie en cariologie;
c. het in de mond signaleren van zichtbare afwijkingen van het normale beeld;
d. het in opdracht van een tandarts uitvoeren van tandheelkundig beeldvormend diagnostisch onderzoek en het nemen van maatregelen gericht op bescherming tegen ioniserende straling;
e. het opstellen van een behandelplan en het verwijzen van de patiënt naar een tandarts of arts indien dit in het belang van diens gezondheid noodzakelijk is.
**4.**
Het aspect instellen en handhaven van een optimale mondgezondheid is zodanig ingericht dat de betrokkene in staat is tot:
a. het geven van tandheelkundige gezondheidsvoorlichting;
b. het treffen van preventieve maatregelen voor het handhaven of het bevorderen van de mondgezondheid;
c. het toepassen van mondzorgkundige behandelingen die aandoeningen van het gebit en de het gebit omringende weefsels voorkomen, verminderen dan wel opheffen;
d. het indiceren van de behandeling van primaire cariës en in opdracht van een tandarts restaureren van primaire caviteiten met plastische vulmaterialen;
e. het in opdracht van een tandarts toepassen van lokale anesthesie door het geven van injecties ten behoeve van geleidings- of infiltratie-anesthesie.
**5.**
Het aspect beginselen van de mondzorg is zodanig ingericht dat de betrokkene:
a. inzicht verwerft in de epidemiologie en de behoefte aan preventieve mondzorg van de bevolking als geheel en de daartoe te hanteren interventiemogelijkheden;
b. in staat is tot het stellen van prioriteiten voor te verlenen preventieve mondzorg in overeenstemming met de beschikbare middelen, de behandelingsnoodzaak en de eigen vraag naar zorg van de patiënt;
c. inzicht verwerft in de structuur en financiering van de gezondheidszorg gericht op de mondzorg.
**6.**
Het aspect praktijkvoering is zodanig ingericht dat de betrokkene in staat is tot:
a. het voeren van overleg en samenwerken binnen het mondzorgteam en andere beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg;
b. het doelmatig vastleggen van relevante gegevens omtrent de patiënt en de behandeling;
c. het treffen van praktijkhygiënische maatregelen;
d. het hanteren van de uitgangspunten voor de organisatie en een doelmatige opzet van een mondzorgpraktijk.
### Paragraaf 3. Deskundigheid
### Artikel 17
**1.**
Tot het gebied van deskundigheid van de mondhygiënist wordt gerekend:
a. het op verwijzing van een tandarts:
a. het onderzoeken en beoordelen van de staat van het gebit van de patiënt en van de weefsels die het gebit omringen met betrekking tot plaque-gerelateerde aandoeningen, en het op basis van de verkregen gegevens vaststellen van de diagnose en opstellen van een behandelplan;
b. het screenen op tandheelkundige afwijkingen of andere afwijkingen betreffende de mondgezondheid en het zo nodig verwijzen naar tandarts of arts;
c. het met uitzondering van de in onderdeel e, onder 3°, bedoelde preparatie van primaire caviteiten toepassen van mondzorgkundige behandelingen, strekkende tot het voorkomen of herstellen van aandoeningen van het gebit en tot het opheffen of verminderen van aandoeningen van de weefsels die het gebit omringen;
d. het geven van tandheelkundige gezondheidsvoorlichting aan een persoon, met als doel het stimuleren van gedrag dat de mondgezondheid bevordert;
e. het bij daarvoor in aanmerking komende patiënten in opdracht van een tandarts:
1°. onderzoeken en beoordelen van de staat van het gebit van de patiënt en van de weefsels die het gebit omringen, en op basis van de verkregen gegevens opstellen van een behandelplan;
2°. toepassen van mondhygiënische behandelingen, strekkende tot het voorkomen van aandoeningen aan het gebit en tot het opheffen of verminderen van aandoeningen van de weefsels die het gebit omringen, waaronder het aanbrengen van fissuurverzegelingen, het verwijderen van tandsteen, tandplaque en aanslag, het gladmaken van worteloppervlakken en het polijsten van vullingen en tandoppervlakken, met daarvoor geëigende mondhygiënische apparatuur en instrumenten en het uitwendig aanbrengen van ziektenbestrijdende middelen op de weefsels die het gebit omringen;
3°. in daarvoor in aanmerking komende gevallen in diens opdracht toepassen van ioniserende straling in het kader van het onderzoek, bedoeld onder 1°, of van lokale anesthesie door het geven van injecties ter ondersteuning van het onderzoek, bedoeld onder 1°, of van de behandeling, bedoeld onder 2°;
b. het geven van tandheelkundige gezondheidsvoorlichting en -opvoeding aan een persoon, met als doel het stimuleren van gedrag dat de mondgezondheid bevordert;
c. het uitwendig op het gebit aanbrengen van andere dan de onder *a*, ten tweede, genoemde tandbederfvoorkomende middelen.
**2.** De verwijzing, bedoeld in het eerste lid, onder *a*, geschiedt schriftelijk, is gedateerd en ondertekend door de betrokken tandarts en bevat ten minste de door deze, voor het door de mondhygiënist onderzoeken en behandelen van de patiënt, relevant geachte diagnostische gegevens.
1°. toepassen van ioniserende straling in het kader van het onderzoek, bedoeld onder a;
2°. toepassen van lokale anesthesie door het geven van injecties met door Onze Minister aan te wijzen middelen ten behoeve van geleidings- of infiltratie-anesthesie ter ondersteuning van het onderzoek, bedoeld onder a, of van de behandeling, bedoeld onder c, en onder 3°;
3°. behandelen van primaire caviteiten door middel van preparatie ten behoeve van restauratie met plastische vulmaterialen.
## Hoofdstuk VI. OEFENTHERAPEUT