2003-08-01 | BWBR0013891 | Comptabiliteitswet 2001

This commit is contained in:
Coornhert 2003-08-01 12:00:00 +00:00
parent ce44dd4f9d
commit 39d625dbbf

View file

@ -94,7 +94,7 @@ b. instrumenten die ter bereiking van die doelstellingen worden ingezet;
c. meerjarig beschikbare bedragen voor het aangaan van verplichtingen;
d. meerjarig beschikbare bedragen voor het verrichten van programma-uitgaven;
e. meerjarig beschikbare bedragen voor het verrichten van apparaatsuitgaven;
f. meerjarig bedragen die aan ontvangsten zijn geraamd.
f. meerjarige bedragen die aan ontvangsten zijn geraamd.
**2.** Het meerjarige inzicht dient, uitgaande van jaar t als begrotingsjaar, betrekking te hebben op het jaar t-2 tot en met het jaar t+4, dat wil zeggen op de periode lopende van twee jaar voorafgaand tot en met vier jaar volgend op het begrotingsjaar.
@ -219,7 +219,7 @@ c. het totaal van de geraamde kapitaaluitgaven en van de geraamde kapitaalontvan
Onze Minister van Financiën maakt tegen een ontwerp-begroting bezwaar, voor zover:
a. deze hem met het oog op het algemene financiële beleid of het doelmatige beheer van 's Rijks gelden niet toelaatbaar voorkomen;
a. deze hem met het oog op het algemene financiële beleid of het doelmatige beheer van 's Rijks gelden niet toelaatbaar voorkomt;
b. de in een ontwerp-begroting opgenomen bedragen niet in een redelijke verhouding staan tot de doelstellingen van het beleid dat aan die begroting ten grondslag ligt.
**3.** Indien Onze Minister van Financiën tegen een ontwerp-begroting geen bezwaar heeft, dan biedt hij Ons het daarop gebaseerde voorstel van wet tot vaststelling van de begroting ter indiening bij de Tweede Kamer aan.
@ -302,7 +302,9 @@ b. de inrichting van het afzonderlijk onderdeel van de toelichting bij de voorst
**3.** Onze Minister van Financiën stelt zo nodig nadere regels met betrekking tot baten-lastendiensten in het algemeen, dan wel één of enkele baten-lastendiensten in het bijzonder.
**4.** Onze Minister van Financiën kan regels stellen met betrekking tot de informatie die in de begroting wordt opgenomen over de zelfstandige bestuursorganen als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, en over de rechtspersonen als bedoeld in artikel 91, eerste lid, onder d, van deze wet.
**4.** Onze Minister van Financiën kan regels stellen met betrekking tot de informatie die in de begroting wordt opgenomen over de zelfstandige bestuursorganen als bedoeld in het vijfde lid, en over de rechtspersonen als bedoeld in artikel 91, eerste lid, onder d, van deze wet.
**5.** In het vierde lid wordt verstaan onder zelfstandige bestuursorganen: bestuursorganen van de centrale overheid die bij de wet, krachtens de wet bij algemene maatregel van bestuur of krachtens de wet bij ministeriële regeling met openbaar gezag zijn bekleed, en die niet hiërarchisch ondergeschikt zijn aan een minister.
## Hoofdstuk II. Het begrotingsbeheer en de bedrijfsvoering van het Rijk
@ -534,7 +536,7 @@ b. het kasbeheer.
### Artikel 38
**1.** Onze Minister van Financiën stelt regels met betrekking tot het financiële beheer, het materieelbeheer en de administraties die ten behoeve van dat beheer worden bijgehouden.
**1.** Onze Minister van Financiën stelt regels met betrekking tot het financieel beheer, het materieelbeheer en de administraties die ten behoeve van dat beheer worden bijgehouden.
**2.**
@ -565,7 +567,7 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorschriften word
### Artikel 42
**1.** Onze Minister van Financiën is verantwoordelijk voor het toezicht op de inrichting van de administraties, bedoeld in artikel 21, tweede lid, (oud artikel 20, eerste lid) en voor het toezicht op de wijze waarop deze worden bijgehouden.
**1.** Onze Minister van Financiën is verantwoordelijk voor het toezicht op de inrichting van de administraties, bedoeld in artikel 21, tweede lid, en voor het toezicht op de wijze waarop deze worden bijgehouden.
**2.** Onze Minister van Financiën is verantwoordelijk voor het toezicht op de inrichting van de controle die plaatsvindt in het kader van de uitvoering van de begrotingen.
@ -593,7 +595,7 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorschriften word
### Artikel 44a
Zelfstandige bestuursorganen als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, en rechtspersonen als bedoeld in artikel 91, eerste lid, onder d, van deze wet verschaffen aan Onze Minister periodiek informatie over de door hen te leveren en geleverde prestaties.
zelfstandige bestuursorganen als bedoeld in artikel 18, vijfde lid, en rechtspersonen als bedoeld in artikel 91, eerste lid, onder d, van deze wet verschaffen aan Onze Minister periodiek informatie over de door hen te leveren en geleverde prestaties.
## Hoofdstuk V. De verantwoording van het Rijk
@ -648,10 +650,10 @@ De toelichting bij de verantwoordingsstaat biedt per beleidsartikel in elk geval
a. algemene en indien van toepassing nader geoperationaliseerde doelstellingen die zijn nagestreefd en in de mate waarin deze zijn gerealiseerd;
b. instrumenten die ter bereiking van de doelstellingen zijn ingezet;
c. meerjarig bedragen van de aangegane verplichtingen;
d. meerjarig bedragen van de verrichte programma-uitgaven;
e. meerjarig bedragen van de verrichte apparaatsuitgaven;
f. meerjarig bedragen van de gerealiseerde ontvangsten;
c. meerjarige bedragen van de aangegane verplichtingen;
d. meerjarige bedragen van de verrichte programma-uitgaven;
e. meerjarige bedragen van de verrichte apparaatsuitgaven;
f. meerjarige bedragen van de gerealiseerde ontvangsten;
waarbij voor de onderdelen c tot en met f voor het verslagjaar t ter vergelijking de overeenkomstige ramingen uit de ontwerp-begroting daarnaast worden gesteld. Opmerkelijke verschillen worden toegelicht.
@ -742,7 +744,7 @@ Onze Minister van Financiën zendt uiterlijk op 21 april van het jaar volgend op
**2.** Indien de derde woensdag van mei valt in een periode waarin de Tweede Kamer der Staten-Generaal in verband met de verkiezing van de leden van die Kamer niet in vergadering bijeenkomt, wordt als datum van inzending van de in het eerste lid bedoelde bescheiden aangehouden de tweede woensdag na de eerste samenkomst van de nieuw gekozen Tweede Kamer.
**3.** Gelijktijdig met deze stukken zendt Onze Minister van Financiën in voorkomende gevallen aan de Tweede Kamer een overzicht van de jaarverslagen, van de slotwetsvoorstellen en van de voorstellen van een indemniteitswet die niet uiterlijk op de derde woensdag van mei aan de Tweede Kamer worden gezonden, met de reden daarvan.
**3.** Gelijktijdig met deze stukken zendt Onze Minister van Financiën in voorkomende gevallen aan de Tweede Kamer een overzicht van de jaarverslagen, van de slotwetsvoorstellen en van de voorstellen van een indemniteitswet die niet uiterlijk op de woensdag, bedoeld in het eerste dan wel het tweede lid, aan de Tweede Kamer worden gezonden, met de reden daarvan.
**4.** In voorkomende gevallen zendt Onze betrokken Minister, in een aanvulling op het betrokken jaarverslag, zijn standpunt inzake het in artikel 89, derde lid, bedoelde bezwaar van de Algemene Rekenkamer zo spoedig mogelijk, doch in elk geval vóór de behandeling van het jaarverslag door de Tweede Kamer, aan de Tweede Kamer.
@ -752,7 +754,7 @@ Onze Minister van Financiën zendt uiterlijk op 21 april van het jaar volgend op
Decharge aan Onze Ministers wordt verleend aan de hand van de betrokken jaarverslagen door daartoe strekkende uitspraken van elk van de beide Kamers der Staten-Generaal.
Decharge wordt niet eerder verleend dan nadat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer, bedoeld in artikel 83, tweede lid, is ontvangen en het betrokken slotwetsvoorstel, en in voorkomende gevallen een voorstel van een indemniteitswet, is aangenomen.
Decharge wordt niet eerder verleend dan nadat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer, bedoeld in artikel 83, derde lid, is ontvangen en het betrokken slotwetsvoorstel, en in voorkomende gevallen een voorstel van een indemniteitswet, is aangenomen.
**2.**
@ -772,7 +774,7 @@ Het jaarverslag wordt vervolgens door de voorzitter van de Eerste Kamer aan Onze
**1.** Onze Minister van Financiën kan regels stellen met betrekking tot de totstandkoming en de inrichting van de jaarverslagen en de departementale saldibalansen.
**2.** Onze Minister van Financiën kan regels stellen met betrekking tot de informatie die in de jaarverslagen wordt opgenomen over de zelfstandige bestuursorganen als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, en over de rechtspersonen als bedoeld in artikel 91, eerste lid, onder d, van deze wet.
**2.** Onze Minister van Financiën kan regels stellen met betrekking tot de informatie die in de jaarverslagen wordt opgenomen over de zelfstandige bestuursorganen, bedoeld in artikel 18, vijfde lid, en over de rechtspersonen als bedoeld in artikel 91, eerste lid, onder d, van deze wet.
## Hoofdstuk VI. De accountantscontrole bij het Rijk
@ -824,7 +826,7 @@ De accountantsdienst onderzoekt:
a. of de centrale administratie aansluit op de administraties, bedoeld in artikel 21, tweede lid;
b. of de centrale administratie voldoet aan de eisen, gesteld in artikel 26, tweede lid;
c. of de in het Financieel jaarverslag van het Rijk opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten aansluit op verantwoordingsstaten die zijn opgenomen in de jaarverslagen, bedoeld in artikel 51;
c. of de in het Financieel jaarverslag van het Rijk opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten aansluit op de verantwoordingsstaten die zijn opgenomen in de jaarverslagen, bedoeld in artikel 51;
d. of het Financieel jaarverslag en de Saldibalans van het Rijk overeenkomstig de voorschriften zijn opgesteld;
e. of de Saldibalans van het Rijk aansluit op de departementale saldibalansen.