2008-09-15 | BWBR0013267 | Besluit SUWI

This commit is contained in:
Coornhert 2008-09-15 12:00:00 +00:00
parent 14e6d5bed5
commit 39eceb54af

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit SUWI
bwb_id: BWBR0013267
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2005-12-16'
datum_inwerkingtreding: '2008-09-15'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0013267
citeertitel: Besluit SUWI
---
@ -37,7 +37,9 @@ r. ZW: Ziektewet;
s. ZVW: Zorgverzekeringswet;
t. College zorgverzekeringen: het College voor zorgverzekeringen, genoemd in artikel 58, eerste lid, van de ZVW;
u. zorgautoriteit: de Nederlandse Zorgautoriteit, bedoeld in de Wet marktordening gezondheidszorg;
v. eigenrisicodrager: de werkgever aan wie op grond van artikel 40 van de Wfsv toestemming is verleend het risico te dragen van de betalingen, bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de Wfsv.
v. eigenrisicodrager: de werkgever aan wie op grond van artikel 40 van de Wfsv toestemming is verleend het risico te dragen van de betalingen, bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de Wfsv;
w. gebruikers: de CWI, het UWV, de SVB en de colleges van burgemeester en wethouders;
x. elektronische voorzieningen: elektronische voorzieningen als bedoeld in artikel 62, tweede lid, van de Wet SUWI.
## Hoofdstuk 2. CWI
@ -63,15 +65,11 @@ b. de uitzetting van de vreemdeling is gelast, tenzij die uitzetting ingevolge d
### Artikel 2.2
De overdracht van een aanvraag aan het UWV van een uitkering op grond van de WW of van de aangifte van werkloosheid op grond van artikel 26, eerste lid, onderdeel a, van voornoemde wet, vindt plaats binnen acht werkdagen na deze aangifte.
Vervallen
### Artikel 2.3
**1.** De overdracht van een aanvraag van algemene bijstand op grond van de WWB dan wel van een uitkering op grond van de IOAW of de IOAZ vindt plaats binnen acht werkdagen nadat de aanvraag door de CWI in ontvangst is genomen.
**2.** Burgemeester en wethouders kunnen, in overeenstemming met de CWI, de in het eerste lid bedoelde termijn van acht werkdagen verlengen. Indien burgemeester en wethouders de bedoelde termijn verlengen, dragen zij zorg voor adequate bekendmaking daarvan.
**3.** Bij de melding, bedoeld in artikel 44, tweede lid, van de WWB, artikel 16a, tweede lid, van de IOAW of artikel 16a, tweede lid, van de IOAZ wordt door de CWI of, bij een aanvraag als bedoeld in artikel 63a, tweede of derde lid, artikel 11a, tweede lid, van de IOAW of artikel 11a, tweede lid, van de IOAZ, door burgemeester en wethouders met de belanghebbende een afspraak gemaakt voor een gesprek waarin de aanvraag in ontvangst wordt genomen. Door de CWI onderscheidenlijk burgemeester en wethouders wordt bevorderd dat het gesprek op een zo kort mogelijke termijn na de melding plaatsheeft.
Vervallen
## Hoofdstuk 3. Verrichten andere taken CWI, UWV en SVB
@ -318,12 +316,30 @@ j. *loongerelateerde gegevens*: lonen, aantal SV-dagen, aantal verloonde uren, i
### Artikel 5.2
**1.** In de bijlage bij dit besluit wordt voor de polisadministratie een overzicht gegeven van de opgenomen gegevens, voor welk doel die gegevens worden verwerkt en hoe die gegevens worden verkregen.
**1.** In bijlage I bij dit besluit wordt voor de polisadministratie een overzicht gegeven van de opgenomen gegevens, voor welk doel die gegevens worden verwerkt en hoe die gegevens worden verkregen.
**2.** De bijlage, bedoeld in het eerste lid, kan bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, en na overleg met het Centraal bureau voor de statistiek, worden gewijzigd, voorzover deze wijziging geen wijziging tot gevolg heeft van de lijst van gegevens in artikel 5.1.
**2.** Bijlage I kan bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, en na overleg met het Centraal bureau voor de statistiek, worden gewijzigd, voorzover deze wijziging geen wijziging tot gevolg heeft van de lijst van gegevens in artikel 5.1.
### Paragraaf 5.1a. Eenmalige uitvraag van gegevens
### Artikel 5.2a
**1.** In bijlage II bij dit besluit wordt vermeld welke soort gegevens op grond van de artikelen 28, derde lid, 33a, tweede lid, en 35, vijfde lid, van de Wet SUWI, 14, eerste lid, van de IOAW, 14, eerste lid, van de IOAZ, en 53a, eerste lid, van de WWB niet van de belanghebbende worden verkregen en uit welke bron deze gegevens afkomstig zijn.
**2.** De CWI informeert de belanghebbende over de soort gegevens, bedoeld in het eerste lid, op het moment dat hij een aanvraag als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de Wet SUWI indient.
**3.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald, dat tot een in die regeling genoemd tijdstip bepaalde onderdelen van bijlage II voor bepaalde bestuursorganen met betrekking tot bepaalde taken niet van toepassing zijn.
**4.** Bij regeling van Onze Minister, voor zover het gegevens betreft die afkomstig zijn van de rijksbelastingdienst in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, wordt nader bepaald voor welke gegevens het eerste lid van toepassing is.
### Artikel 5.2b
**1.** Indien een betrokkene op wie de gegevens betrekking hebben bij het indienen van de aanvraag, bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de Wet SUWI, vaststelt, dat de gegevens niet juist of niet volledig zijn, kan hij de CWI verzoeken zorg te dragen voor verbetering, aanvulling of verwijdering van deze gegevens.
**2.** Indien de CWI voor de verwerking van die gegevens geen verantwoordelijke in de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens is, zendt de CWI het verzoek onverwijld naar de verantwoordelijke in de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens om dit aan te merken als een verzoek als bedoeld in artikel 36 van de Wet bescherming persoonsgegevens of een daarmee op grond van toepasselijke wetgeving gelijk te stellen verzoek.
**3.** Bij het desbetreffende gegeven wordt aangetekend, dat het gegeven in onderzoek is.
### Paragraaf 5.2. Bepalingen over gegevensuitwisseling voor opsporing en toezicht
### Artikel 5.3
@ -332,17 +348,13 @@ De melding, bedoeld in artikel 61 van de Wet SUWI, geschiedt kosteloos.
### Artikel 5.4
De CWI, het UWV en de SVB zijn bevoegd uit eigen beweging en verplicht op verzoek uit de onder hun verantwoordelijkheid gevoerde administraties kosteloos aan de door Onze Minister aangewezen ambtenaren, die zijn belast met het toezicht op de naleving van de Wet arbeid vreemdelingen, de Arbeidsomstandighedenwet, de Arbeidstijdenwet, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs, de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, de Wet op de loonvorming en de Wet gelijke behandeling mannen en vrouwen gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor het toezicht op de naleving en de uitvoering van die wetten.
De CWI, het UWV, de SVB en de colleges van burgemeester en wethouders zijn bevoegd uit eigen beweging en verplicht op verzoek uit de onder hun verantwoordelijkheid gevoerde administraties voor de taken, bedoeld in artikel 62, eerste lid, van de Wet SUWI kosteloos aan de door Onze Minister aangewezen ambtenaren, die zijn belast met het toezicht op de naleving van de Wet arbeid vreemdelingen, de Arbeidsomstandighedenwet, de Arbeidstijdenwet, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs, de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, de Wet op de loonvorming en de Wet gelijke behandeling mannen en vrouwen gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor het toezicht op de naleving en de uitvoering van die wetten.
### Artikel 5.5
**1.** Voor het verstrekken van gegevens en inlichtingen, bedoeld in artikel 72 van de Wet SUWI, aan de ambtenaren, bedoeld in artikel 5.4, en de opsporingsambtenaren, bedoeld in artikel 85, tweede lid, van de Wet SUWI, maken de CWI, het UWV, de SVB en het Inlichtingenbureau gebruik van Suwinet, voorzover die gegevens noodzakelijk zijn voor het toezicht op de naleving van de genoemde wetten respectievelijk voor de opsporing van feiten strafbaar gesteld bij de Wet SUWI of enig andere wet.
**1.** Voor het verstrekken van gegevens en inlichtingen als bedoeld in artikel 72 van de Wet SUWI en artikel 5.4, aan de ambtenaren, bedoeld in artikel 5.4 en de opsporingsambtenaren, bedoeld in artikel 85, tweede lid, van de Wet SUWI, maken de CWI, het UWV, de SVB en de colleges van burgemeester en wethouders gebruik van elektronische voorzieningen als bedoeld in paragraaf 5.6, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor het toezicht op de naleving van de in artikel 5.4 genoemde wetten, respectievelijk voor de opsporing van feiten strafbaar gesteld bij de Wet SUWI of enig andere wet.
**2.** Voor het verstrekken van gegevens, bedoeld in artikel 73, zesde lid, van de Wet SUWI aan de CWI, het UWV, de SVB en de colleges van burgemeester en wethouders, maken de ambtenaren en de opsporingsambtenaren, bedoeld in het eerste lid, gebruik van Suwinet, voorzover die gegevens noodzakelijk zijn voor het toezicht op de naleving van de genoemde wetten respectievelijk voor de opsporing van feiten strafbaar gesteld bij de Wet SUWI of enig andere wet.
**3.** De gegevensverstrekking, bedoeld in het eerste en tweede lid, vindt plaats overeenkomstig het Gegevensregister Suwi.
**4.** Bij ministeriële regeling wordt het Gegevensregister Suwi vastgesteld met inachtneming van de gegevensverstrekking, bedoeld in het eerste en tweede lid.
**2.** Voor het verstrekken van gegevens als bedoeld in artikel 73, zesde lid, van de Wet SUWI aan de CWI, het UWV, de SVB en de colleges van burgemeester en wethouders, maken de ambtenaren en opsporingsambtenaren gebruik van elektronische voorzieningen als bedoeld in paragraaf 5.6.
### Artikel 5.5a
@ -376,7 +388,8 @@ Het UWV is bevoegd uit eigen beweging en verplicht op verzoek uit de onder zijn
a. aan het vervangingsfonds, bedoeld in artikel 1 van het Besluit vervangingsfonds, de gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van zijn taak op grond van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op de expertisecentra;
b. aan het participatiefonds, bedoeld in artikel 1 van het Besluit participatiefonds, de gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van zijn taak op grond van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op de expertisecentra;
c. aan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de gegevens die noodzakelijk zijn voor de bekostiging van onderwijsinstellingen;
d. aan de Sociaal Economische Raad de gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van bij of krachtens enige wet aan die Raad opgedragen taken.
d. aan de Sociaal Economische Raad de gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van bij of krachtens enige wet aan die Raad opgedragen taken;
e. aan de colleges van burgemeester en wethouders de gegevens die noodzakelijk zijn ten behoeve van de registratie van gegevens, bedoeld in artikel 118h van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 8.3.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs en artikel 162b van de Wet op de expertisecentra in verband met de doorverwijzing van vroegtijdige schoolverlaters naar onderwijs of arbeidsmarkt.
### Artikel 5.10
@ -470,8 +483,75 @@ Eigenrisicodragers, die het risico dragen van de betaling van uitkeringen aan pe
### Paragraaf 5.6. Elektronische voorzieningen
### Artikel 5.19
Ten behoeve van de gegevensverwerking, bedoeld in artikel 62 van de Wet SUWI, worden de elektronische voorzieningen in ieder geval benut:
a. om de gebruikers en derde partijen te faciliteren bij de raadpleging en aanlevering van de gegevens met het oog op eenmalige gegevensuitvraag en de inrichting van hun administraties daarbij;
b. voor eenduidige informatieverstrekking aan de betrokkene op wie de gegevens betrekking hebben door gebruikers.
### Artikel 5.20
Bij ministeriële regeling wordt in het Gegevensregister SUWI bepaald:
a. dat gegevens met behulp van de elektronische voorzieningen worden uitgewisseld;
b. welke soort gegevens en documenten het daarbij betreft;
c. wie de verantwoordelijke is in de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens;
d. welke gegevens aan de betrokkene op wie de gegevens betrekking hebben worden gepresenteerd en op welke wijze.
### Artikel 5.21
**1.**
De CWI voert ten behoeve van de gezamenlijke zorg voor de instandhouding van de elektronische voorzieningen de volgende beheertaken uit:
a. de inrichting van een centrale elektronische voorziening;
b. de inrichting van een gemeenschappelijke faciliteit voor de toegangsbeveiliging;
c. de ondersteuning van de gebruikers bij het beheer en gebruik van de centrale elektronische voorzieningen;
d. het, na overleg met de gebruikers, doen van voorstellen aan Onze Minister over de wijziging van de ministeriële regelingen op grond van deze paragraaf.
**2.** De CWI belast een afzonderlijk en herkenbaar organisatieonderdeel met de taken, bedoeld in het eerste lid.
**3.** De gebruikers zorgen, ten behoeve van het beheer en gebruik van onderdelen van de elektronische voorzieningen, voor de inrichting van een decentrale elektronische voorziening en de aansluiting daarvan op de centrale elektronische voorziening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.
**4.** Bij ministeriële regeling worden, in de vorm van het Stelselontwerp gezamenlijke elektronische voorzieningen SUWI, regels gesteld over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het eerste en derde lid.
### Artikel 5.22
**1.** De gebruikers dragen op uniforme wijze zorg voor de beveiliging van de gegevensverwerking door middel van de elektronische voorzieningen tegen inbreuken op de beschikbaarheid, de integriteit en de vertrouwelijkheid.
**2.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over deze beveiliging.
### Artikel 5.23
**1.** De elektronische voorzieningen worden tevens gebruikt voor de verwerking van gegevens als bedoeld in artikel 62, tweede lid, tweede zin, van de Wet SUWI indien er een overeenkomst is gesloten tussen één van de gebruikers, voor zover die tot de gegevensverstrekking of het opvragen van de gegevens bevoegd is, en een derde partij. De overeenkomst heeft in ieder geval betrekking op de gegevens die worden verstrekt en de stelselmatigheid van de verstrekking en de voorwaarden voor het gebruik van die gegevens.
**2.** In geval één van de partijen bij een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid een college van burgemeester en wethouders is kan een rechtspersoon die de gemeente vertegenwoordigt namens het college van burgemeester en wethouders als partij optreden.
**3.** Op de gegevensverstrekking, bedoeld in dit artikel, is artikel 5.20 van overeenkomstige toepassing.
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid.
### Paragraaf 5.7. Inlichtingenbureau
### Artikel 5.24
**1.** Het Inlichtingenbureau is bewerker in de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens voor het verwerken van gegevens die bij of krachtens enige wet door tussenkomst van het Inlichtingenbureau aan of door colleges van burgemeester en wethouders worden verstrekt, voor zover artikel 62 van de Wet SUWI van toepassing is.
**2.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald welke gegevens door het Inlichtingenbureau worden verwerkt en onder welke voorwaarden het Inlichtingenbureau als bewerker voor colleges van burgemeester en wethouders optreedt.
### Artikel 5.25
**1.** De kosten van het Inlichtingebureau voor de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 5.24, eerste lid, komen ten laste van de daartoe door Onze Minister toegekende rijksbijdrage.
**2.** Het Inlichtingenbureau stelt hiertoe elk jaar een begroting en een jaarplan voor het komende kalenderjaar vast en biedt deze vóór een door Onze Minister vast te stellen datum aan hem aan.
**3.** Onze Minister stelt jaarlijks vóór 1 december het budget voor de uitvoeringskosten van het Inlichtingenbureau voor het eerstvolgende kalenderjaar vast. Hij kan besluiten dit budget te wijzigen. Het Inlichtingenbureau gaat met betrekking tot de uitvoering van zijn wettelijke taken geen verplichtingen aan en doet geen uitgaven die leiden tot een overschrijding van het vastgestelde budget. Wanneer het budget niet is vastgesteld vóór 1 januari van het kalenderjaar waarop de begroting betrekking heeft, is het Inlichtingenbureau bevoegd, teneinde zijn activiteiten gaande te houden, te beschikken over ten hoogste een derde gedeelte van het budget dat laatstelijk voor een geheel jaar is vastgesteld. Onze Minister kan besluiten dat het Inlichtingenbureau in een geval als bedoeld in de vorige zin, kan beschikken over meer dan een derde gedeelte van het budget dat laatstelijk voor een geheel jaar is vastgesteld.
**4.** Het Inlichtingenbureau stelt jaarlijks een jaarverslag en een jaarrekening op en biedt deze vóór 15 maart van het kalenderjaar volgend op het jaar waarop deze betrekking hebben aan Onze Minister aan. Het Inlichtingenbureau beschrijft in zijn jaarverslag de taakuitoefening, het gevoerde beleid en de doelmatigheid van de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 5.24, eerste lid, in het afgelopen jaar en legt in zijn jaarrekening rekening en verantwoording af over het financieel beheer, alsmede over de rechtmatigheid van genoemde taken in het verstreken boekjaar. De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door het Inlichtingenbureau aangewezen accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Deze verklaring heeft mede betrekking op de rechtmatige besteding van de middelen door het Inlichtingenbureau. De accountant voegt bij de verklaring tevens een verslag van zijn bevindingen over de vraag of het beheer en de organisatie van het Inlichtingenbureau voldoen aan de eisen van doelmatigheid.
**5.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de inhoud en de indiening van de begroting en ontwerpen daarvan, het jaarplan, tussentijdse verslagen, het jaarverslag, de jaarrekening, de verklaring, bedoeld in het vierde lid, en het aan die verklaring ten grondslag liggende onderzoek.
## Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
### Artikel 6.1
@ -486,4 +566,6 @@ Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2002, met uitzondering va
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit SUWI.
## Bijlage . als bedoeld in
## Bijlage I. als bedoeld in
## Bijlage II. als bedoeld in