diff --git a/ministeriele-regeling/uitvoeringsregeling-glb-2023/BWBR0047444/README.md b/ministeriele-regeling/uitvoeringsregeling-glb-2023/BWBR0047444/README.md index 62da37c4aeb..a7840858058 100644 --- a/ministeriele-regeling/uitvoeringsregeling-glb-2023/BWBR0047444/README.md +++ b/ministeriele-regeling/uitvoeringsregeling-glb-2023/BWBR0047444/README.md @@ -431,7 +431,7 @@ b. het ontwerp van het voedselbos; en c. wanneer en wat voor voedsel de eetbare soorten zullen opleveren. j. *grasklaver*, onder de volgende voorwaarden: -1°. van 1 april tot 1 juli wordt de oppervlakte van het betreffende perceel volledig zichtbaar bedekt waarvan minimaal 25% met gras en minimaal 25% met klaver; en +1°. van 1 juni tot 1 augustus wordt de oppervlakte van het betreffende perceel volledig zichtbaar bedekt waarvan minimaal 25% met gras en minimaal 25% met klaver; en 2°. gras en klaver zijn gelijkmatig verdeeld over het perceel. k. *strokenteelt*, onder de volgende voorwaarden: @@ -452,7 +452,7 @@ a. *onderzaai vanggewas,* onder de volgende voorwaarden: 4°. het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen of biociden op het perceel is na de oogst van de hoofdteelt niet toegestaan. b. *groenbedekking,* onder de volgende voorwaarden: -1°. de landbouwer teelt een gewas uit de gewassenlijst ‘groenbemesters / vanggewassen’ als bedoeld in bijlage 1, waarbij gedurende de gehele periode van 1 januari tot 1 maart waarbij de oppervlakte van het betreffende perceel voor minimaal 80% zichtbaar bedekt is met het aangegeven gewas; +1°. de landbouwer teelt een gewas uit de gewassenlijst ‘groenbemesters / vanggewassen’ als bedoeld in bijlage 1, waarbij gedurende de gehele periode van 1 januari tot 1 maart de oppervlakte van het betreffende perceel voor minimaal 80% zichtbaar bedekt is met het aangegeven gewas; 2°. uitsluitend pleksgewijze toepassing van gewasbeschermingsmiddelen of biociden is toegestaan, op maximaal 10 procent van de oppervlakte van het betreffende landbouwareaal; 3°. de groenbedekking wordt mechanisch ondergewerkt voorafgaand aan de hoofdteelt in het betreffende aanvraagjaar, zonder doodspuiten of branden van het gewas; en 4°. het gewas mag doodvriezen. @@ -663,7 +663,7 @@ De landbouwer die aanspraak maakt op de betaling voor de eco-regeling, bedoeld i a. voldoet per uitgevoerde eco-activiteit aan de desbetreffende voorwaarden, bedoeld in de artikelen 18 tot en met 24; b. heeft voor de subsidiabele hectares per regio een minimaal aantal punten volgens de verdeelsleutel, bedoeld in bijlage 2, onderdeel C, behaald voor de verbetering van klimaat, bodem en lucht, water, landschap en biodiversiteit gedifferentieerd naar regio als bedoeld in bijlage 2, onderdeel B; -c. heeft voor de subsidiabele hectares minimaal een waarde op het niveau van het tarief brons behaald, als bedoeld in artikel 27, vierde lid; en +c. heeft voor de uit te betalen subsidiabele hectares minimaal een waarde op het niveau van het tarief brons behaald, als bedoeld in artikel 27, vierde lid; en d. is verantwoordelijk voor de uitvoering van de eco-activiteiten op de subsidiabele hectares die op de peildatum bij hem in gebruik zijn. **2.** Onverminderd artikel 10, tweede lid, onderdeel b en derde lid, onderdeel b, geeft de landbouwer, uiterlijk op de in bijlage 2 genoemde datum, aan welke eco-activiteiten op welke percelen zullen worden uitgevoerd. Wanneer deze uiterste datum op een zaterdag, zondag of een algemeen erkende feestdag als bedoeld in de Algemene termijnenwet eindigt, wordt deze verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is. @@ -788,12 +788,16 @@ d. het aantal schapen of geiten van 6 maanden en ouder te vermenigvuldigen met 0 ### Artikel 32 +**1.** + Een landbouwer die deelneemt aan één of meer van de onder artikel 2, eerste en tweede lid, bedoelde regelingen, neemt de volgende bepalingen in acht: a. de beheerseisen, bedoeld in artikel 12 van verordening (EU) 2021/2115, opgenomen in bijlage 3; b. de normen voor het in goede landbouw- en milieuconditie houden van landbouwareaal, bedoeld in artikel 13 van verordening (EU) 2021/2115, opgenomen in bijlage 4; en c. de sociale conditionaliteiten, bedoeld in artikel 14 van verordening (EU) 2021/2115, opgenomen in bijlage 4a. +**2.** Percelen die zijn gecertificeerd overeenkomstig verordening (EU) 2018/848 of in omschakeling zijn naar biologisch worden geacht te voldoen aan de in het eerste lid, onderdeel b, en Bijlage IV bedoelde GLMC-normen 1, 3, 4, 5, 6, 7 en 10 voor het in goede landbouw- en milieuconditie houden van landbouwareaal. + ### Artikel 33 **1.** Het bewustmakingsmechanisme, bedoeld in artikel 85, derde lid, tweede alinea, van verordening (EU) 2021/2116, houdt in dat de minister, op grond van de beoordeling van de niet-naleving van een conditionaliteit die, gelet op haar geringe ernst, omvang en duur, in naar behoren gemotiveerde gevallen geen aanleiding geeft tot een verlaging of uitsluiting, aan de landbouwer eerst een waarschuwing geeft voor zover geen sprake is van een herhaling. @@ -971,6 +975,13 @@ b. het opleggen van een administratieve sanctie in de vorm van een verlaging van **8.** In afwijking van het derde lid wordt de administratieve sanctie bij overtreding van artikel 9, tweede lid, toegepast op de henneppercelen. +**9.** + +Indien bij een landbouwer meerdere niet-nalevingen zijn geconstateerd die zien op de volgende overtredingen, wordt alleen de hoogste administratieve sanctie opgelegd: + +a. het opgeven van een perceel of landschapselement dat op de peildatum geheel of gedeeltelijk niet ter beschikking van de landbouwer staat; of +b. het niet melden van het geheel of gedeeltelijk of niet volgens de voorwaarden uitvoeren van een eco-activiteit. + ### Artikel 43 Wanneer een perceel landbouwgrond in het betrokken kalenderjaar wordt overgedragen, worden de administratieve sancties, bedoeld in artikel 42, opgelegd aan de actieve landbouwer, bedoeld in artikel 5, die op de peildatum het perceel landbouwgrond ter beschikking heeft. @@ -1005,7 +1016,7 @@ c. de begunstigde te goeder trouw heeft gehandeld. ### Artikel 48 -**1.** De minister kan afwijken van de artikelen 5, 10, eerste en zevende lid, 11, eerste lid, 13, tweede lid, 18, onderdelen f en j, 19, onderdeel b, 23, onderdelen d en e, 40 en 41, voor zover de toepassing van deze artikelen gelet op het doel ervan zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. +**1.** De minister kan afwijken van de artikelen 5, 10, eerste lid, 13, tweede lid, 18, onderdelen f en j, 19, onderdeel b, 23, onderdelen d en e, 40 en 41, voor zover de toepassing van deze artikelen gelet op het doel ervan zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. **2.** De minister kan, rekening houdend met de financiële belangen van de Unie, voorts afwijken van artikel 42, voor zover de toepassing van dit artikel gelet op het doel ervan zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.