2010-01-01 | BWBR0016249 | Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen

This commit is contained in:
Coornhert 2010-01-01 12:00:00 +00:00
parent 5446516f4f
commit 3a466aaee5

View file

@ -51,9 +51,13 @@ In het kader van de risicobenadering zijn steeds die stoffen bepalend die een ri
#### 1.3.3. Vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen
De risicobenadering voor het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen is uitgewerkt in de door de minister van VROM vastgestelde circulaires voor het transport van aardgas onder hoge druk en voor het transport van brandbare vloeistoffen van toepassing. Hierbij gaat het om de circulaire 'Zonering langs hogedruk aardgastransportleidingen' van 26 november 1984 en de circulaire 'Bekendmaking van beleid ten behoeve van de zonering langs transportleidingen voor brandbare vloeistoffen van de K1-, K2- en K3-categorie' van 24 april 1991. Deze circulaires blijven van toepassing. Hetzelfde geldt voor de veiligheidsafstanden die zijn opgenomen in deel E van het Structuurschema Buisleidingen.
Op 19 augustus 2009 heeft het kabinet het ontwerp-Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) toegezonden aan de Tweede Kamer. Dat ontwerpbesluit is op 28 augustus 2009 voorgepubliceerd in de Staatscourant (Stcrt. 2009, nr. 12819). Het ontwerpbesluit regelt onder meer de externe-veiligheidsaspecten van buisleidingen. Het externe-veiligheidsbeleid voor buisleidingen wordt daarmee in lijn gebracht met het beleid voor inrichtingen en voor vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor. De regels in het ontwerpbesluit zijn gericht tot de exploitant van een buisleiding en het bevoegd gezag voor de ruimtelijke ordening.
Bij het vervoer van deze gevaarlijke stoffen door buisleidingen is de systematiek voor de toepassing van de risicobenadering wezenlijk anders dan die voor de andere vormen van vervoer. De systematiek bij buisleidingen is in belangrijke mate vergelijkbaar met die voor categoriale inrichtingen. Door middel van vaste veiligheidsafstanden gekoppeld aan het soort leiding en type maatregelen is direct af te leiden welke scheiding tussen risicobron en kwetsbare objecten gewenst is. Dit laat onverlet dat de omvang van de zone ook door middel van berekeningen kan worden vastgesteld.
Op grond van het Bevb zal voor buisleidingen voor gevaarlijke stoffen de risicobenadering gaan gelden. Dit houdt in dat voorzien wordt in een basisveiligheidsniveau voor elke burger in de vorm van een grenswaarde en richtwaarde voor het plaatsgebonden risico en dat een verantwoordingsplicht gaat gelden voor het bevoegd gezag voor de ruimtelijke ordening ten aanzien van het groepsrisico.
De beleidsinformatie die is opgenomen in de circulaires voor het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen is inmiddels verouderd. Het gaat hierbij om de circulaire Zonering langs hogedruk aardgastransportleidingen' van 26 november 1984 en de circulaire Bekendmaking van beleid ten behoeve van de zonering langs transportleidingen voor brandbare vloeistoffen van de K1-, K2- en K3-categorie' van 24 april 1991.
Ten aanzien van de veiligheidsafstanden die zijn opgenomen in deel E van het Structuurschema Buisleidingen (Kamerstukken II, 19841985, 17 375, nrs. 3738) voor leidingstroken zal in de Structuurvisie buisleidingen een nader besluit worden genomen. Die structuurvisie wordt in 2010 verwacht.
#### 1.3.4. Blootgestelde groepen
@ -414,6 +418,26 @@ Ook deze opsomming is niet limitatief.
#### 6.1.3. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen rondom Basisnet Weg en Basisnet Water
Bij de in paragraaf 6.1.2 genoemde omgevingsbesluiten die ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken langs wegen en vaarwegen die deel uitmaken van Basisnet Weg of Basisnet Water kan de berekening van het plaatsgebonden risico achterwege blijven.
Bij Basisnet Weg gelden namelijk de afstanden die in bijlage 5 bij deze circulaire zijn opgenomen. Op deze afstanden mag het plaatsgebonden risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen niet meer bedragen dan 10^-6 per jaar. Voor de situaties waarin de afstand 0 is vermeld, betekent dit dat het plaatsgebonden risico vanwege dat vervoer op het midden van de weg niet meer mag bedragen dan 10^-6 per jaar.
Ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen langs binnenvaarwegen die deel uitmaken van Basisnet Water zijn in bijlage 6 bij deze circulaire de vaarwegen onderverdeeld in rode en zwarte vaarwegen. Op zowel rode als zwarte vaarwegen worden veel brandbare vloeistoffen getransporteerd. Op zwarte vaarwegen wordt alleen gebruik gemaakt van binnenvaartschepen en op de rode vaarwegen bovendien van zeeschepen. Bij rode en zwarte vaarwegen is er, met name uit pragmatische overwegingen, voor gekozen om lijnen vast te stellen die vrijwel overeen komen met de rand van de vaarweg. Deze gelden als risicolijn waar het plaatsgebonden risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over die vaarweg niet meer mag bedragen dan 10^-6 per jaar. Tussen deze risicolijnen is bebouwing in beginsel niet toegestaan. De ligging van de risicolijn zal in 2010 in digitale kaarten worden vastgelegd. Tot die tijd kan de ligging van de risicolijn worden opgevraagd bij de Dienst Verkeer en Scheepvaart van Rijkswaterstaat. Voor niet in bijlage 6 genoemde vaarwegen, die door de binnenvaart worden gebruikt voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, gelden geen afstanden. Op die vaarwegen mag er van uit worden gegaan dat het plaatsgebonden risico op het water kleiner is dan 10^-6 per jaar.
Voor veel locaties langs vaarwegen is het onwaarschijnlijk dat het vervoer van gevaarlijke stoffen in de toekomst dusdanig zal groeien dat het plaatsgebonden risico van 10^-6 per jaar daadwerkelijk de risicolijn zal bereiken. In bijzondere omstandigheden is afwijking van de risicolijnen dan ook mogelijk. Voorwaarde daarbij is dat uit het advies van Rijkswaterstaat blijkt dat ook gelet op de vervoersverwachtingen voor de desbetreffende vaarweg het plaatsgebonden risico ter hoogte van het te bouwen object of de bouwplannen niet meer bedraagt dan 10^-6. Dit advies laat overigens de mogelijke noodzakelijke toestemming van de vaarwegbeheerder in verband met andere aspecten dan externe veiligheid bijvoorbeeld in het kader van de Waterwet onverlet.
Voor alle in paragraaf 6.1.2 genoemde omgevingsbesluiten die ter inzage worden gelegd na 1 januari 2010 dienen de bijlagen 5 en 6 te worden toegepast, op de wijze als hierboven vermeld.
De beoordeling en verantwoording van het groepsrisico, bedoeld in paragraaf 4.3, dient alleen plaats te vinden bij de omgevingsbesluiten die in paragraaf 6.1.2 in de onderdelen a tot en met c zijn genoemd. Dit laat uiteraard onverlet dat bij de voorbereiding van de aldaar in de onderdelen d tot en met h genoemde besluiten moet worden voldaan aan eisen van een zorgvuldige (ruimtelijke) besluitvorming. Indien het besluit daartoe aanleiding geeft, zal het bestuursorgaan dat het besluit vaststelt derhalve in de motivering moeten ingaan op de mogelijke gevolgen van dat besluit voor het groepsrisico.
Wat de berekening van het groepsrisico betreft dient voor bestemmingsplannen, inpassingsplannen en projectbesluiten die na 1 januari 2010 ter inzage worden gelegd en die betrekking hebben op de omgeving van de in de bijlagen 5 en 6 genoemde wegen en vaarwegen, uit te worden gegaan van de in die bijlagen vermelde vervoercijfers. Die vervoercijfers zijn gebaseerd op een maximale benutting van de groeiruimte voor het vervoer. De in bijlage 5 vermelde vervoercijfers hebben alleen betrekking op LPG. Dit laat onverlet dat de omvang van het invloedsgebied mede wordt bepaald door andere gevaarlijke stoffen. Het invloedsgebied wordt derhalve ook voor de in bijlage 5 genoemde wegen bepaald door de gevaarlijke stof die over de betreffende weg wordt vervoerd met grootste 1% letaliteitsgrens (voor het begrip invloedsgebied zie paragraaf 4.3, noot 16).
Gegevens omtrent het gerealiseerde vervoer kunnen eventueel worden betrokken bij de planning van de te nemen veiligheidsverhogende maatregelen.
Voor niet in bijlage 6 genoemde binnenvaarwegen behoeft het groepsrisico niet beoordeeld en verantwoord te worden, omdat de hoeveelheden gevaarlijke stoffen die over deze vaarwegen worden vervoerd niet of nauwelijks van invloed zijn op het groepsrisico.
Indien het ontwerp voor een bestemmingsplan, inpassingsplan of projectbesluit ter inzage is gelegd vóór 1 januari 2010, dan wordt het aan het oordeel van het bestuursorgaan dat het plan of besluit vaststelt, overgelaten of de motivering van dat plan of besluit met het oog op de verantwoording van het groepsrisico alsnog wordt aangepast aan de in de bijlagen 5 en 6 bij deze circulaire opgenomen vervoercijfers. Dit laat uiteraard onverlet dat een dergelijk plan of besluit moet voldoen aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening respectievelijk een goede ruimtelijke onderbouwing, zoals beschreven in paragraaf 4.3.
### 6.2. Andere mogelijke toepassing van de risicobenadering
De risicobenadering wordt idealiter ook toegepast zonder dat daaraan een bepaald besluit ten grondslag ligt, bijvoorbeeld bij bestaande infrastructuur. Het initiatief hiervoor rust bij de beheerder van de infrastructuur. In ieder geval zal de minister van VenW zorgdragen voor een periodieke inventarisatie van de risico's rond de door het Rijk beheerde infrastructuur. Dit sluit aan bij de werkzaamheden in het kader van de zogenaamde risicoatlassen.
@ -454,8 +478,8 @@ Tot nu toe circuleerden in beleidsnota's over externe veiligheid verschillende l
## Bijlage 5. Tabel afstanden en vervoerscijfers Basisnet weg
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
## Bijlage 6. Tabel vaarwegen en bijbehorende vervoerscijfers Basisnet water
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
¹
Voor de rode vaarwegen moeten GR-berekeningen worden uitgevoerd met de aantallen binnenvaart- plus zeeschepen. Voor zwarte vaarwegen moeten GR-berekeningen worden uitgevoerd met alleen de aantallen binnenvaartschepen.