2006-12-13 | BWBR0013180 | Besluit Inlichtingenbureau gemeenten
This commit is contained in:
parent
a74197cea7
commit
3a4bb833c6
1 changed files with 11 additions and 5 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit Inlichtingenbureau gemeenten
|
|||
bwb_id: BWBR0013180
|
||||
type: AMvB
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2003-10-10'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2006-11-27'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0013180
|
||||
citeertitel: Besluit Inlichtingenbureau gemeenten
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -48,11 +48,17 @@ De opgaven en inlichtingen, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de WWB, artik
|
|||
|
||||
a. burgemeester en wethouders van andere gemeenten: gegevens betreffende de verstrekte bijstand of uitkering op grond van de WWB, de IOAW, de IOAZ of de WWIK;
|
||||
b. het UWV: gegevens betreffende de inkomsten uit arbeid of uitkering op grond van verzekeringen en wetten die door het UWV worden uitgevoerd;
|
||||
c. de belastingdienst: gegevens betreffende vermogen als bedoeld in artikel 34 van de WWB, artikel 8 van de IOAZ en artikel 7 van de WWIK, en de voorlopige teruggaaf, bedoeld in de Wet inkomstenbelasting 2001;
|
||||
d. de Informatie Beheer Groep: gegevens betreffende de verstrekte studiefinanciering en tegemoetkoming op grond van de Wet studiefinanciering 2000 en de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, en inschrijvingen bij instellingen voor onderwijs als bedoelde in voornoemde wetten.
|
||||
c. de rijksbelastingdienst: gegevens betreffende vermogen als bedoeld in artikel 34 van de WWB, artikel 8 van de IOAZ en artikel 7 van de WWIK, de voorlopige teruggaaf, bedoeld in de Wet inkomstenbelasting 2001, bankrekeningnummers en de toegepaste heffingskortingen;
|
||||
d. de Informatie Beheer Groep: gegevens betreffende de verstrekte studiefinanciering en tegemoetkoming op grond van de Wet studiefinanciering 2000 en de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, en inschrijvingen bij instellingen voor onderwijs als bedoelde in voornoemde wetten;
|
||||
e. de zorgverzekeraars in de zin van de artikelen 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet of van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten: gegevens betreffende betaling van premie voor de zorgverzekering, met dien verstande dat dit onderdeel uitsluitend betrekking heeft op de opgaven en inlichtingen, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de WWB;
|
||||
f. de Dienst Wegverkeer, bedoeld in artikel 4a van de Wegenverkeerswet 1994: gegevens uit het kentekenregister, bedoeld in artikel 42 van die wet.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald in welke gevallen tijdelijk, gedurende een periode van maximaal twee jaar, ook aan en door andere instanties, genoemd in artikel 64, eerste lid, van de WWB, artikel 45, eerste lid, van de IOAW, artikel 45, eerste lid, van de IOAZ of artikel 40, eerste lid, van de WWIK, dan de in het eerste lid genoemde, opgaven en inlichtingen door tussenkomst van het Inlichtingenbureau worden gevraagd onderscheidenlijk verstrekt.
|
||||
|
||||
### Artikel 3a
|
||||
|
||||
De verstrekking van gegevens, bedoeld in artikel 43, eerste lid, van de WWIK, door burgemeester en wethouders aan de adviserende instelling die in het kader van de uitvoering van de WWB burgemeester en wethouders van advies dient, vindt plaats door tussenkomst van het Inlichtingenbureau voor zover het betreft gegevens over verstrekte uitkeringen op grond van de WWIK ten behoeve van de uitvoering van aan deze instantie in het kader van de WWIK opgedragen taken.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.** De gegevensuitwisseling, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen b tot en met d, gebeurt elektronisch.
|
||||
|
|
@ -118,9 +124,9 @@ Het Inlichtingenbureau draagt zorg voor een doeltreffende voorlichting over zijn
|
|||
|
||||
**3.** Onze Minister stelt jaarlijks vóór 1 december het budget voor de uitvoeringskosten van de het Inlichtingenbureau voor het eerstvolgende kalenderjaar vast. Hij kan besluiten dit budget te wijzigen. Het Inlichtingenbureau gaat met betrekking tot de uitvoering van zijn wettelijke taken geen verplichtingen aan en doet geen uitgaven die leiden tot overschrijden van het vastgestelde budget. Wanneer het budget niet is vastgesteld vóór 1 januari van het kalenderjaar waarop de begroting betrekking heeft, is het Inlichtingenbureau bevoegd, teneinde zijn activiteiten gaande te houden, te beschikken over ten hoogste een derde gedeelte van het budget dat laatstelijk voor een geheel jaar is vastgesteld. Onze Minister kan besluiten dat het Inlichtingenbureau in een geval als bedoeld in de vorige zin, kan beschikken over meer dan een derde gedeelte van het budget dat laatstelijk voor een geheel jaar is vastgesteld.
|
||||
|
||||
**4.** Het Inlichtingenbureau stelt jaarlijks een jaarverslag en een jaarrekening op en biedt deze vóór 15 maart van het kalenderjaar volgend op het jaar waarop deze betrekking hebben aan Onze Minister aan. Het Inlichtingenbureau beschrijft in zijn jaarverslag de taakuitoefening en het gevoerde beleid in het afgelopen jaar en legt in zijn jaarrekening rekening en verantwoording af over het financieel beheer, alsmede over de rechtmatigheid en doelmatigheid van de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 2, eerste lid, in het verstreken boekjaar. De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door het Inlichtingenbureau aangewezen accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Deze verklaring heeft mede betrekking op de rechtmatige besteding van de middelen door het Inlichtingenbureau. De accountant voegt bij de verklaring tevens een verslag van zijn bevindingen over de vraag of het beheer en de organisatie van het Inlichtingenbureau voldoen aan eisen van doelmatigheid.
|
||||
**4.** Het Inlichtingenbureau stelt jaarlijks een jaarverslag en een jaarrekening op en biedt deze vóór 15 maart van het kalenderjaar volgend op het jaar waarop deze betrekking hebben aan Onze Minister aan. Het Inlichtingenbureau beschrijft in zijn jaarverslag de taakuitoefening, het gevoerde beleid en de doelmatigheid van de uitvoering van de taken bedoeld in artikel 2, eerste lid, in het afgelopen jaar en legt in zijn jaarrekening rekening en verantwoording af over het financieel beheer, alsmede over de rechtmatigheid van genoemde taken in het verstreken boekjaar. De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door het Inlichtingenbureau aangewezen accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Deze verklaring heeft mede betrekking op de rechtmatige besteding van de middelen door het Inlichtingenbureau. De accountant voegt bij de verklaring tevens een verslag van zijn bevindingen over de vraag of het beheer en de organisatie van het Inlichtingenbureau voldoen aan de eisen van doelmatigheid.
|
||||
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de inhoud en de indiening van de begroting en ontwerpen daarvan, het jaarplan, het jaarverslag, de jaarrekening, de verklaring, bedoeld in het vierde lid, en het aan die verklaring ten grondslag liggende onderzoek.
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de inhoud en de indiening van de begroting en ontwerpen daarvan, de kwartaalverslagen, het jaarplan, het jaarverslag, de jaarrekening, de verklaring, bedoeld in het vierde lid, en het aan die verklaring ten grondslag liggende onderzoek.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue