2013-01-01 | BWBR0013817 | Wet op het BTW-compensatiefonds
This commit is contained in:
parent
82ae0ccaf4
commit
3a5b333f24
1 changed files with 7 additions and 32 deletions
|
|
@ -31,36 +31,11 @@ j. de inspecteur: de inspecteur van de rijksbelastingdienst die bevoegd is voor
|
|||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
**1.** Er is een BTW-compensatiefonds.
|
||||
**1.** Er is in de departementale begroting van het Ministerie van Financiën een artikel met de omschrijving BTW-compensatiefonds.
|
||||
|
||||
**2.** Het fonds is een begrotingsfonds als bedoeld in artikel 9 van de Comptabiliteitswet 2001.
|
||||
**2.** Onze Minister kan nadere regels stellen ter bepaling van de wijze van uitkering van een bijdrage uit het fonds en het verstrekken van voorschotten.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister voert het beheer over de begroting van het fonds.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Het fonds wordt gevoed door voor ieder uitkeringsjaar bij wet een bedrag aan middelen van het Rijk ten behoeve van het fonds af te zonderen.
|
||||
|
||||
Onze Minister kan nadere regels stellen ter bepaling van de wijze van voeding van het fonds.
|
||||
|
||||
**5.** Ten gunste van de begroting van het fonds van enig jaar wordt het gerealiseerde batig saldo van het fonds van het voorafgaande jaar gebracht.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
De uitgaven van het fonds worden gevormd door:
|
||||
|
||||
a. bijdragen;
|
||||
b. de uitgaven ten behoeve van het beheer van het fonds.
|
||||
|
||||
Onze Minister kan nadere regels stellen ter bepaling van de wijze van uitkering van het fonds en het verstrekken van voorschotten.
|
||||
|
||||
**7.** Ten laste van de begroting van het fonds van enig jaar wordt het gerealiseerde nadelig saldo van het fonds van het voorafgaande jaar gebracht.
|
||||
|
||||
**8.** In afwijking van artikel 2, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 bevat de begroting van het fonds geen ramingen van de verplichtingen. Artikel 53, eerste lid, aanhef en onder c, is niet van toepassing.
|
||||
|
||||
**9.** De inspecteur verstrekt de gegevens die nodig zijn ten behoeve van het beheer van het fonds.
|
||||
|
||||
**10.**
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Onze Minister kan nadere regels stellen met betrekking tot de minimale hoogte van de bijdragen uit het fonds.
|
||||
|
||||
|
|
@ -68,9 +43,9 @@ Onze Minister kan daarbij nadere regels stellen met betrekking tot de toepassing
|
|||
|
||||
Onze Minister kan voorts nadere regels stellen met betrekking tot een verevening van de in de vorige volzin bedoelde uitgekeerde hogere bijdragen in een kalenderjaar met bijdragen over daarop volgende kalenderjaren voorzover laatstbedoelde bijdragen de minimale hoogte van de bijdragen uit het fonds in die jaren overtreffen.
|
||||
|
||||
**11.** Onze Minister kan nadere regels stellen met betrekking tot de toepassing van een vereveningsfactor in verband met de budgettaire verwerking van bijdragen die niet samenhangen met betalingen op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968.
|
||||
**4.** Onze Minister kan nadere regels stellen met betrekking tot de toepassing van een vereveningsfactor in verband met de budgettaire verwerking van bijdragen die niet samenhangen met betalingen op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968.
|
||||
|
||||
**12.** Een krachtens dit artikel vastgestelde ministeriële regeling treedt niet eerder in werking dan acht weken na de datum van de plaatsing in de Staatscourant. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal.
|
||||
**5.** Een krachtens dit artikel vastgestelde ministeriële regeling treedt niet eerder in werking dan acht weken na de datum van de plaatsing in de Staatscourant. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
|
|
@ -121,9 +96,9 @@ Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de bijdrage ingeval de goederen
|
|||
|
||||
**3.** Na afloop van het kalenderjaar stelt de inspecteur de bijdrage over dat jaar op grond van de bepalingen van deze wet bij beschikking vast. Het verschil tussen de bij de in de vorige volzin bedoelde beschikking vastgestelde bijdrage en de over het kalenderjaar verstrekte voorschotten wordt zes maanden na het kalenderjaar uitbetaald, teruggevorderd dan wel verrekend met omzetbelasting die verschuldigd is op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968, met inachtneming van het bepaalde in artikel 2, tiende lid, over de minimale hoogte van de bijdrage.
|
||||
|
||||
**4.** Indien uiterlijk vijf jaren na het einde van het kalenderjaar blijkt dat bijdrage over dat jaar is verstrekt tot een hoger of lager bedrag dan waarop het publiekrechtelijk lichaam of regionaal openbaar lichaam op grond van deze wet recht heeft, stelt de inspecteur de hoogte van de bijdrage over het desbetreffende kalenderjaar vast bij beschikking en wordt het verschil met de over dat kalenderjaar verstrekte bijdrage uitbetaald, teruggevorderd dan wel verrekend met omzetbelasting en de daarover berekende heffingsrente. Voor de toepassing van dit lid wordt rente berekend op grond van het vijfde lid beschouwd als bijdrage.
|
||||
**4.** Indien uiterlijk vijf jaren na het einde van het kalenderjaar blijkt dat bijdrage over dat jaar is verstrekt tot een hoger of lager bedrag dan waarop het publiekrechtelijk lichaam of regionaal openbaar lichaam op grond van deze wet recht heeft, stelt de inspecteur de hoogte van de bijdrage over het desbetreffende kalenderjaar vast bij beschikking en wordt het verschil met de over dat kalenderjaar verstrekte bijdrage uitbetaald, teruggevorderd dan wel verrekend met omzetbelasting en de daarover berekende belastingrente. Voor de toepassing van dit lid wordt rente berekend op grond van het vijfde lid beschouwd als bijdrage.
|
||||
|
||||
**5.** In de gevallen bedoeld in het vierde lid wordt rente berekend. Hoofdstuk VA van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is van overeenkomstige toepassing als ware de bijdrage omzetbelasting, met dien verstande dat rente wordt berekend met ingang van de eerste dag van de zevende kalendermaand volgend op het kalenderjaar waarop het recht op bijdrage betrekking heeft.
|
||||
**5.** In de gevallen, bedoeld in het vierde lid, wordt belastingrente berekend met overeenkomstige toepassing van de artikelen 30h, 30ha en 30hb van de Algemene wet inzake rijksbelastingen als ware de bijdrage omzetbelasting, met dien verstande dat rente niet eerder wordt berekend dan met ingang van de eerste dag van de zevende maand volgend op het kalenderjaar waarop het recht op bijdrage betrekking heeft.
|
||||
|
||||
**6.** Hetgeen voor de omzetbelasting onherroepelijk komt vast te staan, geldt mede ten aanzien van de toepassing van deze wet.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue