2008-05-22 | BWBR0012288 | Vreemdelingencirculaire 2000 (C)

This commit is contained in:
Coornhert 2008-05-22 12:00:00 +00:00
parent e1fdecf53c
commit 3a7ad1d1f6

View file

@ -3818,131 +3818,67 @@ Ten aanzien van asielzoekers uit Angola is geen besluit genomen in de zin van ar
### [3]. Het asielbeleid ten aanzien van Armenië
#### 1. Datum
Deze versie van deze landenparagraaf treedt in werking op de dag waarop C24 van kracht wordt.
#### 2. Achtergrond
#### 1. Achtergrond
Deze landenparagraaf bevat het landgebonden asielbeleid voor Armenië. Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid van C1 tot en met C23 en kan niet worden gezien als een uitzonderingsregeling. De algemene wet- en regelgeving blijft steeds de basis voor de individuele beoordeling van een asielaanvraag.
De beleidsconclusies in deze landenparagraaf zijn mede gebaseerd op het algemeen ambtsbericht van de Minister van BuZa van 17 december 2005 over de situatie in Armenië.
#### 3. Besluitmoratorium
#### 2. Besluitmoratorium
Ten aanzien van asielzoekers uit Armenië geldt geen besluit in de zin van artikel 43 Vw.
#### 4. Groepen van personen die verhoogde aandacht vragen
#### 3. Groepen van personen die verhoogde aandacht vragen
##### 4.1. Etnische Azeri
##### 3.1. Etnische Azeri en etnisch gemengde gezinnen
Uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa blijkt dat verreweg de meeste etnische Azeri Armenië al tussen 1988 en 1990 hebben verlaten naar aanleiding van de oorlog om Nagorny Karabach. Zij zijn over het algemeen naar één van de voormalige Sovjetstaten zoals Rusland, Belarus, Azerbeidzjan, Oekraïne en Georgië getrokken. De etnische Azeri die heden nog woonachtig zijn in Armenië, maken deel uit van een gemengd echtpaar (van wie in de meeste gevallen de man etnisch Armeens is en de vrouw etnisch Azeri), zijn kind van een gemengd echtpaar of zijn alleenstaande vrouwen. Het gaat hierbij om enkele honderden personen.
Uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa blijkt dat na 1988 vrijwel de gehele Azerbeidzjaanse minderheid, als gevolg van het conflict in Nagorny Karabach, uit Armenië is vertrokken. In de afgelopen jaren is geen informatie bekend geworden die zou duiden op vervolging van Azeri zijdens de overheid of intolerantie van de kant van de Armeense bevolking jegens hen.
Gelet op het mogelijke tijdsverloop sinds het vertrek van de etnische Azeri zal eerst worden bezien of de vreemdeling niet inmiddels in het bezit is van het staatsburgerschap van één van die deelrepublieken van de voormalige Sovjet-Unie.
##### 3.2. Leden van politieke oppositiepartijen
Voorzover betrokkene de Armeense nationaliteit heeft, zal een beroep op gebeurtenissen vóór 1992, gelet op het tijdsverloop, niet snel leiden tot de conclusie dat er aanleiding is voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Immers, indien de vreemdeling voor 1992 is vertrokken en daarna geruime tijd buiten Armenië heeft verbleven, zal niet snel aannemelijk gemaakt kunnen worden dat de vreemdeling thans nog te vrezen zou hebben in Armenië.
De vrijheid van vereniging en vergadering wordt in de grondwet gegarandeerd. Niettemin komt uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa naar voren dat oppositiepartijen te maken kunnen krijgen met tegenwerking van de autoriteiten. Er is sprake van invallen, arrestaties, een bomaanslag en brandstichting. Soms is er sprake van dodelijk geweld. Arrestaties en veroordelingen kunnen een politiek karakter dragen.
Bij de beoordeling van het asielrelaas wordt meegewogen dat, blijkens het ambtsbericht van de Minister van BuZa van 17 maart 2003 over de situatie in Armenië, etnische Azeri die tijdens het conflict om Nagorny Karabach in Armenië zijn blijven wonen worden, beschouwd als Armeens staatsburger en met de daarmee verbonden rechten en plichten. Tevens meldt eerder genoemd ambtsbericht dat er geen gevallen bekend zijn over discriminatie of geweld door de overheid of burgers tegen deze in Armenië verblijvende Azeri.
##### 3.3. Vrouwen
Gelet op de berichtgeving in het ambtsbericht van de Minister van BuZa, dat geen nadere informatie bekend is omtrent de positie van een etnische Azeri bij terugkeer naar Armenië wordt bij zaken, waarbij de asielzoeker voor 1992 is vertrokken, eerder aangenomen dat bij terugkeer een schending plaatsvindt van het gestelde in artikel 3 EVRM.
Het algemene beleid, zoals onder andere weergegeven in C2/2.11, C2/3.2 en C14/4.3 is van toepassing.
Naarmate de etnische Azeri echter recenter uit Armenië is vertrokken, zal hij (meer) gemotiveerd moeten aangeven aan welke behandeling hij bij terugkeer in het land van herkomst bloot zal worden gesteld en dat die behandeling waar hij aan bloot gesteld zal worden, een behandeling is als bedoeld in artikel 3 EVRM.
##### 3.4. Dienstplichtigen en deserteurs
Het verschil in behandeling tussen personen die voor 1992 zijn vertrokken en personen die recenter zijn vertrokken is gelegen in de informatie uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa, dat etnische Azeri die na 1992 in Armenië zijn gebleven doorgaans geheel in de maatschappij geïntegreerd zijn.
Het algemene beleid, zoals weergegeven in C2/2.12 is van toepassing.
Etnische Azeri, van wie gelet op het vorenstaande geconcludeerd wordt dat zij bij terugkeer een reëel risico lopen op schending van het gestelde in artikel 3 EVRM, kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
##### 4.2. Gemengd gehuwden
Gelet op hetgeen is vermeld in het ambtsbericht van de Minister van BuZa over de positie van gemengd gehuwden in Armenië, wordt geconcludeerd dat er voor hen bij terugkeer niet op voorhand sprake is van schending van het gestelde in artikel 3 EVRM.
Immers, uit het ambtsbericht is gebleken dat de etnische Azeri die thans nog in Armenië verblijven geen problemen ondervinden, en dat in toenemende mate sprake is van een gematigde opstelling tegenover etnische Azeri. Voorts blijkt uit het ambtsbericht inzake Staatsburgerschap- en Vreemdelingenwetgeving van 14 augustus 2002 dat ook etnisch Azeri mannen met een Armeense vrouw voor staatsburgerschap in aanmerking kunnen komen.
Vorenstaande geldt zowel in gevallen waar de man etnisch Azeri is als ook in gevallen waar de vrouw etnisch Azeri is.
Weliswaar is het blijkens het meest recente ambtsbericht mogelijk dat gemengd gehuwden die zich in Armenië vestigen, te maken krijgen met lokale weerstand, maar dat is onvoldoende om te concluderen dat daarom reeds op voorhand een reëel risico bestaat op schending van het gestelde in artikel 3 EVRM.
Personen met een gemengd huwelijk zullen derhalve gemotiveerd moeten aangeven aan welke behandeling zij bij terugkeer in het land van herkomst bloot zullen worden gesteld en dat die behandeling waar zij aan bloot gesteld zullen worden, een behandeling is als bedoeld in artikel 3 EVRM.
Personen met een gemengd huwelijk, van wie gelet op het vorenstaande geconcludeerd wordt dat zij bij terugkeer een reëel risico lopen op schending van het gestelde in artikel 3 EVRM, kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
##### 4.3. Kinderen uit een gemengd huwelijk
Voor wat betreft kinderen (minderjarig of meerderjarig) uit een gemengd huwelijk is van belang dat de etniciteit doorgaans wordt doorgegeven via de vaderlijke lijn. In beginsel houdt dat in dat een kind van een Armeense Azeri vader, zelf ook etnisch Armeens is en dat een kind van een Azeri vader, zelf ook etnisch Azeri is.
Uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa blijkt dat met betrekking tot in Armenië woonachtige kinderen uit een gemengd huwelijk, in Armenië geen sprake meer is van discriminatie van overheidswege en zijn er geen gevallen bekend van kinderen van gemengde afkomst, die problemen hebben ondervonden, die uitsluitend gerelateerd waren aan hun etnische afkomst.
Gelet op vorenstaande is de enkele omstandigheid dat betrokkene (minder- of meerderjarig) kind is van ouders van gemengde afkomst als hierboven bedoeld, onvoldoende om te concluderen dat sprake is van vervolging op grond van etniciteit in de zin van het Vluchtelingenverdrag, noch dat op voorhand een reëel risico bestaat op schending van het gestelde in artikel 3 EVRM.
Voor de beoordeling van aanvragen van kinderen, die geboren zijn uit een gemengd huwelijk, die Nederland zijn ingereisd met beide ouders, is naast vorenstaande tevens het gestelde ten aanzien van gemengd gehuwden van belang.
Indien een kind van een etnisch Armeense vader langdurig bij zijn alleenstaande etnisch Azeri moeder heeft verbleven (zonder aanwezigheid van de vader), dan kan een dergelijk kind als etnisch Azeri worden aangemerkt. Bij deze beoordeling is tevens van belang de beheersing van het Azeri, alsmede het bezit van identiteitsdocumenten met een Azeri naam, en/of het gebied waaruit het kind afkomstig is dan wel waar het langdurig (met zijn moeder) heeft verbleven.
Vorenstaande kan overeenkomstig worden toegepast op een kind van een etnisch Azeri vader, die langdurig bij zijn alleenstaande etnisch Armeense moeder heeft verbleven (zonder aanwezigheid van de vader).
Indien een kind op grond van vorenstaande wordt aangemerkt als etnisch Armeens, dan is met betrekking tot de toets of sprake kan zijn van vluchtelingschap dan wel mogelijke schending van het gestelde in artikel 3 EVRM het algemene asielbeleid van toepassing.
Indien een kind op grond van vorenstaande wordt aangemerkt als etnisch Azeri, dan is met betrekking tot de toets of sprake kan zijn van vluchtelingschap dan wel mogelijke schending van het gestelde in artikel 3 EVRM van belang hetgeen hiervoor is beschreven met betrekking tot gemengd gehuwden.
##### 4.4. Vrouwen
Het normale beleid, zoals onder andere weergegeven in C2/2.11, C2/3.2 en C14/4.3 is van toepassing.
##### 4.5. Dienstplichtigen en deserteurs
Het normale beleid, zoals weergegeven in C2/2.12 is van toepassing.
De strafmaten voor dienstweigering en desertie, zoals vermeld in het ambtsbericht, zijn niet als onevenredig zwaar aan te merken. Dit geldt ook voor dienstplichtigen die op onvrijwillige basis naar Nagorny Karabach zijn gezonden.
Ten aanzien van Armenië heeft zich niet de situatie voorgedaan dat militaire acties in totaliteit door de internationale gemeenschap zijn veroordeeld als strijdig met de grondbeginselen voor humaan gedrag of met de fundamentele normen die gelden tijdens een gewapend conflict.
Dienstweigeraars en deserteurs uit Armenië komen in beginsel niet in aanmerking voor verlening van een verblijfsvergunning asiel.
#### 5. Traumatabeleid
#### 4. Traumatabeleid
Het algemene beleid, zoals weergegeven in C2/4.2 is van toepassing. Voor het overige zijn er met betrekking tot Armenië geen bijzonderheden.
#### 6. Categoriale bescherming
#### 5. Categoriale bescherming
Asielzoekers uit Armenië komen niet op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel (zie C2/5).
#### 7. Verdere beleidsconclusies en aandachtspunten
#### 6. Verdere beleidsconclusies en aandachtspunten
##### 7.1. Vlucht- en/of vestigingsalternatief
##### 6.1. Vlucht- en/of vestigingsalternatief
Het algemene beleid, zoals weergegeven in C4/2.2 is van toepassing.
##### 7.2. Veilig land van herkomst
##### 6.2. Veilig land van herkomst
Armenië wordt niet beschouwd als veilig land van herkomst.
##### 7.3. Veilig derde land / land van eerder verblijf
##### 6.3. Veilig derde land / land van eerder verblijf
Armenië wordt niet beschouwd als veilig derde land.
Ten aanzien van de beoordeling van de vraag of er een land van eerder verblijf is, wordt opgemerkt dat het mogelijk is dat betrokkene, indien hij ten tijde van de voormalige Sovjet-Unie uit de toenmalige deelrepubliek Armenië is vertrokken en niet in het bezit is gesteld van het staatsburgerschap van één van deze voormalige deelrepublieken, maar anderszins legaal verblijf had.
Dit wordt meegewogen bij de beoordeling van de aanvraag ingevolge artikel 31, tweede lid, onder i, Vw (zie C4/3.9).
Indien uit het relaas van betrokkene, de (doorlopende) duur van de verblijfsvergunning of uit onderzoek door de Minister van BuZa niet valt af te leiden dat de asielzoeker duurzame bescherming zal genieten in het land van eerder verblijf, dan wordt geen toepassing gegeven aan artikel 31, tweede lid, onder i, Vw.
##### 7.4. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
##### 6.4. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Het beleid zoals neergelegd in C4/3.11.3 is van toepassing. Voor de procedure omtrent getuigen van oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid wordt verwezen naar C11/3.1.
##### 7.5. Nationaliteit of staatsburgerschap
##### 6.5. Nationaliteit of staatsburgerschap
Veel Armeniërs zijn, op het moment dat de Sovjet-Unie nog als staat bestond, uit de toenmalige deelrepubliek Armenië vertrokken, veelal naar één van de andere deelrepublieken van de voormalige Sovjet-Unie. Nadat de voormalige Sovjet-Unie ophield te bestaan (december 1991), hebben velen het staatsburgerschap verkregen van één van deze later zelfstandig geworden republieken.
Veel Armeniërs zijn, op het moment dat de Sovjet-Unie nog als staat bestond, uit de toenmalige deelrepubliek Armenië vertrokken, veelal naar één van de andere deelrepublieken van de voormalige Sovjet-Unie. Nadat de voormalige Sovjet-Unie ophield te bestaan (december 1991) hebben velen het staatsburgerschap verkregen van één van deze later zelfstandig geworden republieken.
Voor de voorwaarden ter vaststelling van het staatsburgerschap in de republieken van de voormalige Sovjet-Unie wordt verwezen naar het ambtsbericht van het Ministerie van BuZa inzake Staatsburgerschap- en Vreemdelingenwetgeving in de republieken van de voormalige Sovjet-Unie van 14 augustus 2002.
#### 8. Opvangmogelijkheden Amvs
Uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa komt naar voren dat de familiebanden en -tradities in Armenië nog relatief sterk zijn, zodat de meeste minderjarigen zoveel mogelijk binnen de familie zullen worden opgevangen. Voor de opvang van alleenstaande minderjarige kinderen zijn weliswaar voorzieningen, doch de kwaliteit is doorgaans vanwege gebrek aan financiën slecht te noemen.
#### 7. Opvangmogelijkheden Amvs
Ten aanzien van Amvs uit Armenië kan niet op voorhand worden geconcludeerd dat adequate opvang aanwezig is. De aanwezigheid van adequate opvang dient per individueel geval te worden vastgesteld. Het algemene beleid is van toepassing. Bij de feitelijke terugkeer moet de toegang tot een concrete opvangplaats geregeld zijn, tenzij betrokkene zich zelfstandig kan handhaven.
#### 9. Vertrekmoratorium
#### 8. Vertrekmoratorium
Ten aanzien van asielzoekers uit Armenië geldt geen besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw.
@ -4942,10 +4878,22 @@ Vreemdelingen die reeds voorafgaand aan de instelling van het vertrekmoratorium
Asielzoekers die al een herhaalde aanvraag hebben ingediend welke niet in de AC-procedure is afgedaan, hebben al opvang en hoeven zich dus niet te melden.
##### 3.4. Homoseksuelen
##### 3.5. Dienstplichtigen en deserteurs
#### 4. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Het beleid zoals neergelegd in C4/3.11.3 is van toepassing. Voor de procedure omtrent getuigen van oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid wordt verwezen naar C11/3.1.
#### 5. Categoriale bescherming
#### 6. Verdere beleidsconclusies en aandachtspunten
#### 7. Opvangmogelijkheden Amvs
#### 8. Vertrekmoratorium
### [11]. Het asielbeleid ten aanzien van Irak
#### 1. Achtergrond