2025-02-04 | BWBR0041193 | Uitvoeringsbesluit Wwft 2018
This commit is contained in:
parent
16caf0f676
commit
3a7fca0ceb
1 changed files with 10 additions and 114 deletions
|
|
@ -16,7 +16,6 @@ citeertitel: Uitvoeringsbesluit Wwft 2018
|
|||
|
||||
In dit besluit wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
- *aanbieder:* aanbieder als bedoeld in artikel 23b van de wet;
|
||||
- *betaalinstrument:* betaalinstrument in de zin van artikel 4, onderdeel 14, van de richtlijn betaaldiensten;
|
||||
- *eigendomsbelang:* recht op uitkering uit het vermogen van een rechtspersoon of personenvennootschap, waaronder de winst of de reserves, of op overschot na vereffening;
|
||||
- *geldtransfer:* geldtransfer in de zin van artikel 4, onderdeel 22, van de richtlijn betaaldiensten;
|
||||
|
|
@ -29,17 +28,7 @@ In dit besluit wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
### Artikel 1a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De bij de registratie aan te leveren gegevens, bedoeld in artikel 23c, eerste lid, van de wet zijn in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. contactgegevens van de aanbieder;
|
||||
b. gegevens met betrekking tot de bedrijfsvoering en de zeggenschapsstructuur van de aanbieder;
|
||||
c. gegevens met betrekking tot personen die het beleid van de aanbieder bepalen of mede bepalen alsmede personen die al dan niet middellijk een gekwalificeerde deelneming houden in de aanbieder;
|
||||
d. gegevens die verband houden met de naleving van de wet of de Sanctiewet 1977;
|
||||
e. overige bij ministeriële regeling te bepalen gegevens.
|
||||
|
||||
**2.** De gegevens bedoeld in het eerste lid kunnen nader worden uitgewerkt bij ministeriële regeling.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Nadere uitwerking definities politiek prominente personen en uiteindelijk belanghebbende
|
||||
|
||||
|
|
@ -138,86 +127,37 @@ e. in het geval van een trust, de volgende natuurlijke personen:
|
|||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
De Nederlandsche Bank stelt vast of de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in artikel 23h, tweede lid, van de wet buiten twijfel staat op basis van diens voornemens, handelingen en antecedenten.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
De Nederlandsche Bank neemt bij de vaststelling, bedoeld in artikel 5, in ieder geval de antecedenten genoemd in bijlage 2 in aanmerking.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De Nederlandsche Bank verkrijgt inzicht in de in artikel 5 bedoelde voornemens, handelingen en antecedenten op grond van:
|
||||
|
||||
a. door betrokkene verstrekte gegevens en inlichtingen;
|
||||
b. door de Landelijke Officier van Justitie verstrekte politiegegevens;
|
||||
c. gegevens uit de registratie, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet controle op rechtspersonen;
|
||||
d. gegevens en inlichtingen, verkregen van de Belastingdienst;
|
||||
e. gegevens en inlichtingen, verkregen van Nederlandse of buitenlandse overheidsinstanties dan wel van Nederlandse of buitenlandse van overheidswege aangewezen instanties die belast zijn met het toezicht op financiële markten of op personen die op die markten werkzaam zijn;
|
||||
f. ambtsberichten van het Openbaar Ministerie;
|
||||
g. inlichtingen, verkregen van door betrokkene opgegeven referenties;
|
||||
h. gegevens uit openbare bronnen;
|
||||
i. inlichtingen, verkregen van curatoren of bewindvoerders met betrekking tot faillissementen, surseances, schuldsaneringen, bewindvoeringen of noodregelingen waarbij de in artikel 1c bedoelde persoon betrokken is geweest;
|
||||
j. inlichtingen, verkregen van organisaties van huidige of voormalige beroepsgenoten van betrokkene; of
|
||||
k. gegevens en inlichtingen, verkregen uit andere bij ministeriële regeling aan te wijzen bronnen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Indien de gegevens of inlichtingen, verkregen overeenkomstig het eerste lid, de Nederlandsche Bank aanleiding geven tot nader onderzoek, kan de Nederlandsche Bank ook inlichtingen inwinnen en gegevens opvragen bij andere personen of instanties dan genoemd in dat lid. De Nederlandsche Bank stelt de betrokkene in dat geval vooraf schriftelijk in kennis van:
|
||||
|
||||
a. de reden van het nadere onderzoek;
|
||||
b. de personen of instanties bij wie nadere gegevens of inlichtingen zullen worden ingewonnen; en
|
||||
c. de aard van de nadere gegevens of inlichtingen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De betrouwbaarheid van de betrokkene staat niet buiten twijfel indien:
|
||||
|
||||
a. deze onherroepelijk veroordeeld is terzake van een misdrijf, genoemd in onderdeel 1 van bijlage 2, waarbij sinds het onherroepelijk worden van de uitspraak minder dan acht jaren zijn verstreken;
|
||||
b. deze veroordeeld is terzake van een misdrijf, genoemd in onderdeel 1 van bijlage 2, waarbij de uitspraak nog niet onherroepelijk is of waarbij sinds het onherroepelijk worden van de uitspraak acht of meer jaren zijn verstreken;
|
||||
c. deze veroordeeld is terzake van een overtreding van artikel 69 van de Algemene wet inzake de rijksbelastingen of artikel 65 van de Invorderingswet 1990, waarbij betrokkene veroordeeld is tot een gevangenisstraf of boete; of
|
||||
d. deze een vergrijpboete van meer dan € 62.500 opgelegd heeft gekregen terzake van een feit, genoemd in onderdeel 5 van bijlage 2, en het besluit waarbij de vergrijpboete is opgelegd onherroepelijk is geworden of waarbij ten minste de rechter in eerste aanleg uitspraak heeft gedaan.
|
||||
|
||||
**2.** De Nederlandsche Bank kan op grond van de omstandigheden of belangen, genoemd in artikel 9, afwijken van het eerste lid, ten aanzien van de onderdelen b, c en d.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
De Nederlandsche Bank neemt bij de vaststelling van de betrouwbaarheid in aanmerking:
|
||||
|
||||
a. het onderlinge verband tussen de aan een antecedent ten grondslag liggende gedraging of gedragingen en de overige omstandigheden van het geval;
|
||||
b. de belangen die de wet beoogt te beschermen; en
|
||||
c. de overige belangen van de aanbieder en de betrokkene.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Integere en beheerste bedrijfsvoering
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
Een aanbieder beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot het tegengaan van verstrengeling van belangen van:
|
||||
|
||||
a. personen die het beleid van de aanbieder bepalen of mede bepalen;
|
||||
b. indien van toepassing, bestuurders van de aanbieder of een rechtspersoon of vennootschap van dezelfde groep;
|
||||
c. indien van toepassing, personen die belast zijn met de compliancefunctie of auditfunctie of lid zijn van een orgaan belast met het intern toezicht op de aanbieder;
|
||||
d. indien van toepassing, andere werknemers of personen die in opdracht van de aanbieder werkzaamheden verrichten met een taak of functie waarin belangenverstrengeling zich redelijkerwijs zou kunnen voordoen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 10a
|
||||
|
||||
Een aanbieder draagt er zorg voor dat het beleid, bedoeld in artikel 23j, eerste lid, van de wet, wordt vertaald in procedures en maatregelen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De bedrijfsvoering van een aanbieder bestaat ten minste uit:
|
||||
|
||||
a. een duidelijke, evenwichtige en adequate organisatiestructuur; en
|
||||
b. een duidelijke, evenwichtige en adequate verdeling van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden.
|
||||
|
||||
**2.** De bedrijfsvoering is afgestemd op de aard en de omvang van de integriteitsrisico’s van de aanbieder.
|
||||
|
||||
**3.** De bedrijfsvoering wordt op inzichtelijke wijze vastgelegd.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
|
|
@ -241,48 +181,4 @@ Het ligt in de rede dat transacties die in verband met witwassen of financieren
|
|||
|
||||
## Bijlage 2. Bijlage antecedenten
|
||||
|
||||
*Bijlage behorend bij artikel 6*
|
||||
|
||||
Bij vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van een poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:
|
||||
|
||||
Bij vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, mislukte uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:
|
||||
|
||||
Wetboek van Strafrecht:
|
||||
|
||||
Algemene wet inzake de rijksbelastingen (AWR):
|
||||
|
||||
Opiumwet:
|
||||
|
||||
Wet op de economische delicten (WED):
|
||||
|
||||
Door de WED strafbaar gestelde gedragingen, met name verbodsbepalingen uit de financiële toezichtswetgeving en overtreding van de artikelen 2, 3, eerste lid, 4, eerste lid, 5, eerste en derde lid, 8, 16, 17, tweede lid, 23, eerste en tweede lid, 33 en 34 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.
|
||||
|
||||
Wet wapens en munitie:
|
||||
|
||||
Wegenverkeerswet 1994:
|
||||
|
||||
Algemene Douanewet
|
||||
|
||||
Invorderingswet 1990
|
||||
|
||||
Buitenlandse strafbepalingen
|
||||
|
||||
Onder veroordelingen worden ook verstaan veroordelingen in het buitenland wegens overtreding van een of meer in het buitenland geldende strafbepalingen, vergelijkbaar met de hierboven genoemde.
|
||||
|
||||
Betrokkene heeft een transactie als bedoeld in artikel 74 van het WvSr, artikel 76 van de AWR of artikel 10:15 van de Algemene Douanewet gedaan ter zake van een of meer van de hiervoor onder 2.1 genoemde strafbare feiten. Onder transacties wordt ook verstaan een daarmee vergelijkbare overeenkomst met betrekking tot niet-vervolging ter zake van met de hiervoor bedoelde vergelijkbare strafbare feiten in het buitenland, gesloten met de daartoe bevoegde autoriteit.
|
||||
|
||||
Betrokkene wordt ter zake van een of meer van de hiervoor onder 2.1 genoemde strafbare feiten niet of niet verder vervolgd of voorwaardelijk niet of niet verder vervolgd, of is vrijgesproken of ontslagen van rechtsvervolging.
|
||||
|
||||
Onder al dan niet voorwaardelijk sepot, niet verdere vervolging, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging worden ook verstaan soortgelijke uitspraken en maatregelen in het buitenland ter zake van overtreding van een of meer daar geldende strafbepalingen vergelijkbaar met de hiervoor genoemde.
|
||||
|
||||
Andere feiten of omstandigheden die redelijkerwijs voor de Nederlandsche Bank van belang kunnen zijn voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van betrokkene, zoals blijkend uit door tot de opsporing van strafbare feiten bevoegde ambtenaren opgemaakte processen-verbaal of rapporten die erop wijzen dat betrokkene betrokken is (geweest) bij een of meer van de onder 2.1 genoemde strafbare feiten. Onder processen-verbaal of rapporten wordt ook verstaan soortgelijke documenten met gelijke bewijskracht, opgemaakt door tot de opsporing van strafbare feiten bevoegde ambtenaren in het buitenland ter zake van daar geldende strafbepalingen, vergelijkbaar met de onder 2.1 genoemde.
|
||||
|
||||
Andere feiten of omstandigheden die wijzen op betrokkenheid van betrokkene bij één of meer financiële gedragingen, voor zover die redelijkerwijs voor de Nederlandsche Bank van belang kunnen zijn voor de beoordeling van diens betrouwbaarheid.
|
||||
|
||||
Andere feiten of omstandigheden die wijzen op betrokkenheid van betrokkene bij één of meer gedragingen ter zake waarvan in Nederlandse of buitenlandse financiële toezichtswetgeving regels zijn gesteld, welke gedraging of gedragingen die redelijkerwijs voor de Nederlandsche Bank van belang kunnen zijn voor de beoordeling van diens betrouwbaarheid.
|
||||
|
||||
Aan betrokkene is op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen een vergrijpboete opgelegd ter zake van één of meer van de hieronder genoemde strafbare feiten:
|
||||
|
||||
Aan de huidige of één van de voormalige werkgevers of enige vennootschap of rechtspersoon, waarbij betrokkene een functie bekleedt of bekleedde als beleidsbepalende of medebeleidsbepalende persoon, feitelijke zeggenschap in het bestuur uitoefent of uitoefende of anderszins (mede)verantwoordelijk is of was voor het beleid, is op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen een vergrijpboete opgelegd ter zake van één of meer van de hieronder genoemde strafbare feiten:
|
||||
|
||||
Andere feiten of omstandigheden die wijzen op betrokkenheid van betrokkene bij één of meer gedragingen op fiscaal gebied die redelijkerwijs voor de Nederlandsche Bank van belang kunnen zijn voor de beoordeling van diens betrouwbaarheid.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue