2007-01-01 | BWBR0005806 | Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992

This commit is contained in:
Coornhert 2007-01-01 12:00:00 +00:00
parent b8b6f4bdd1
commit 3a843a02d8

View file

@ -109,21 +109,24 @@ In afwijking van artikel 10, tweede lid, en artikel 19, derde lid, van de Algeme
a. moet de belasting, indien deze verschuldigd is:
1°. ter zake van de registratie, worden betaald voordat het kenteken op naam is gesteld;
2°. ter zake van de aanvang van het gebruik van de weg, worden betaald vóór de aanvang van dat gebruik;
1°. ter zake van de registratie van een personenauto of motorrijwiel, worden betaald voordat het kenteken op naam is gesteld;
2°. ter zake van de registratie van een bestelauto, worden betaald binnen een maand na het tijdstip waarop het kenteken op naam is gesteld;
3°. ter zake van de aanvang van het gebruik van de weg, worden betaald vóór de aanvang van dat gebruik;
b. wordt de aangifte gelijktijdig met de betaling gedaan.
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ingevolge welke de belasting in afwijking van het tweede lid, onderdeel a, onder 2°, niet behoeft te worden betaald vóór de aanvang van het gebruik van de weg.
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ingevolge welke de belasting in afwijking van het tweede lid, onderdeel a, onder 3°, niet behoeft te worden betaald vóór de aanvang van het gebruik van de weg.
**4.** Indien in een geval als bedoeld in het derde lid, degene die de feitelijke beschikking heeft over een niet geregistreerde personenauto, een niet geregistreerd motorrijwiel of een niet geregistreerde bestelauto bij controle door ambtenaren van de rijksbelastingdienst of door opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering niet aannemelijk maakt dat de belasting is betaald, dient de belasting terstond te worden betaald.
### Artikel 7
Indien de aanvraag voor de opgave van een kenteken geschiedt door een ander dan degene op wiens naam het kenteken wordt gesteld, is, in afwijking van artikel 19, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, die ander gehouden de belasting op aangifte te voldoen namens degene op wiens naam het kenteken wordt gesteld.
**1.** Indien voor een personenauto of een motorrijwiel de aanvraag voor de opgave van een kenteken geschiedt door een ander dan degene op wiens naam het kenteken wordt gesteld, is, in afwijking van artikel 19, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, die ander gehouden de belasting op aangifte te voldoen namens degene op wiens naam het kenteken wordt gesteld.
**2.** Degene die voor een personenauto, een motorrijwiel of een bestelauto een aanvraag doet voor de opgave van een kenteken, is gehouden daarbij voor dat motorrijtuig het bedrag aan belasting ingevolge de artikelen 9 tot en met 9c op te geven.
### Artikel 8
In afwijking van artikel 6, tweede lid, onderdeel *a*, onder 1°, kan de inspecteur een ondernemer die voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden en die in het kader van zijn bedrijfsuitoefening regelmatig om opgave van een kenteken verzoekt voor personenauto's, motorrijwielen of bestelauto's waarvan het kenteken op naam van een ander wordt gesteld, op aanvraag bij voor bezwaar vatbare beschikking toestaan de belasting per tijdvak te voldoen.
In afwijking van artikel 6, tweede lid, onderdeel *a*, onder 1°, kan de inspecteur een ondernemer die voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden en die in het kader van zijn bedrijfsuitoefening regelmatig om opgave van een kenteken verzoekt voor personenautos of motorrijwielen waarvan het kenteken op naam van een ander wordt gesteld, op aanvraag bij voor bezwaar vatbare beschikking toestaan de belasting per tijdvak te voldoen.
### Afdeling 2. Tarief
@ -260,6 +263,44 @@ Ingeval van constatering van het gebruik van de weg met een personenauto, een mo
**2.** Vrijstelling van belasting wordt verleend voor personenauto's, motorrijwielen en bestelauto's die op grond van artikel II van de Wet van 2 december 1982, houdende voorlopige voorzieningen in verband met de voorgenomen intrekking van het Koninklijk besluit van 10 april 1939 (*Stb.* 181) (*Stb.* 1982, 733) niet behoeven te worden geregistreerd in het in artikel 1, tweede lid, bedoelde register.
### Artikel 13a
**1.** Vrijstelling van belasting wordt verleend voor bestelautos die op naam worden gesteld van een ondernemer als bedoeld in artikel 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968, die de bestelauto meer dan bijkomstig gebruikt in het kader van zijn onderneming. De vrijstelling wordt niet verleend indien het ondernemerschap voor de omzetbelasting voortvloeit uit het bepaalde in artikel 7, zesde lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968.
**2.** Voor een bestelauto die door een ondernemer als bedoeld in het eerste lid voor een langere dan een bij ministeriële regeling vast te stellen periode ter beschikking wordt gesteld aan een andere persoon, wordt de vrijstelling slechts verleend indien deze andere persoon, behoudens de tenaamstelling, voldoet aan de voorwaarden en beperkingen voor de vrijstelling.
**3.** Indien tijdens de eerste vijf jaren na het tijdstip waarop de bestelauto is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 1, tweede lid, niet of niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden en beperkingen voor de vrijstelling, wordt vanaf dat moment het bedrag waarvan vrijstelling is verleend, nadat dit is verminderd overeenkomstig artikel 10, als belasting verschuldigd. De verschuldigd geworden belasting wordt door de ondernemer, bedoeld in het eerste lid, op aangifte voldaan binnen een maand na het tijdstip waarop niet of niet langer aan de voorwaarden en beperkingen voor de vrijstelling wordt voldaan.
**4.** Indien bij wijziging van de tenaamstelling van de bestelauto overigens voldaan blijft worden aan de voorwaarden en beperkingen van de vrijstelling blijft, onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen, het derde lid buiten toepassing. Alsdan treedt degene op wiens naam het kenteken wordt gesteld, vanaf het moment van de wijziging van de tenaamstelling voor de toepassing van dit artikel in de plaats van degene op wiens naam het kenteken daarvoor was gesteld.
**5.** Ingeval een bestelauto waarvoor vrijstelling is verleend op de voet van dit artikel in een zodanige staat wordt gebracht dat het een personenauto is, zijn de artikelen 1, derde lid, en 12a van overeenkomstige toepassing.
**6.** Indien één of meer personen worden vervoerd in de laadruimte van een bestelauto, vormt dit een verzuim ter zake waarvan de inspecteur aan degene die de bestelauto feitelijk ter beschikking heeft, een boete van € 453 kan opleggen. De bevoegdheid tot het opleggen van de boete vervalt door het verloop van een jaar na het constateren van het verzuim, bedoeld in de vorige volzin.
**7.** Het tweede tot en met zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van bestelautos waarvoor teruggaaf van belasting is verleend ingevolge artikel 15b, zoals dat artikel luidde van 1 juli 2005 tot de datum van inwerkingtreding van dit artikel.
### Artikel 13b
**1.**
In afwijking van artikel 13a, derde lid, is het bedrag waarvan vrijstelling is verleend niet als belasting verschuldigd indien:
a. de tenaamstelling van het kenteken in het register, bedoeld in artikel 1, tweede lid, wordt beëindigd omdat de bestelauto buiten Nederland wordt gebracht;
b. de tenaamstelling van het kenteken in het register, bedoeld in artikel 1, tweede lid, wordt beëindigd omdat de bestelauto wordt gesloopt; of
c. de bestelauto is gestolen en een melding van diefstal van de bestelauto is geplaatst in het register, bedoeld in artikel 1, tweede lid.
**2.**
Het bedrag waarvan vrijstelling is verleend wordt, met overeenkomstige toepassing van artikel 10, alsnog als belasting verschuldigd:
a. op het moment van de tenaamstelling van het kenteken, indien na toepassing van het eerste lid, onderdeel a of b, het kenteken dat voor de bestelauto is opgegeven opnieuw wordt tenaamgesteld;
b. op het moment van de hernieuwde aanvang van het gebruik met de bestelauto van de weg in de zin van de Wegenverkeerswet 1994, indien na toepassing van het eerste lid, onderdeel a of b, de bestelauto feitelijk ter beschikking staat van een in Nederland wonende natuurlijke persoon of gevestigd lichaam, zonder dat het kenteken opnieuw te naam is gesteld;
c. op het moment van de verwijdering van de melding van diefstal uit het register, indien na toepassing van het eerste lid, onderdeel c, de bestelauto wordt teruggevonden, met dien verstande dat geen belasting verschuldigd is als het kenteken op dat moment nog op naam staat van degene aan wie de vrijstelling is verleend en deze de teruggevonden bestelauto aansluitend opnieuw in gebruik neemt binnen de voorwaarden van de vrijstelling. In het laatste geval blijven de feiten die zich hebben voorgedaan in de periode dat de bestelauto was gestolen buiten beschouwing voor de vraag, of aan de voorwaarden en beperkingen van de vrijstelling wordt voldaan.
**3.** Bij de toepassing van het tweede lid zijn de artikelen 5, 6, en 12b van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat bij de toepassing van het tweede lid, onderdeel c, de belasting wordt voldaan binnen een maand na de verwijdering van de melding van diefstal uit het register.
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van dit artikel.
### Artikel 14
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kan, onder daarbij te stellen voorwaarden en beperkingen, vrijstelling van belasting worden verleend voor uit een ander land afkomstige personenauto's, motorrijwielen en bestelauto's die voor specifieke doeleinden, dan wel onder specifieke omstandigheden naar Nederland zijn gebracht.
@ -268,6 +309,10 @@ Ingeval van constatering van het gebruik van de weg met een personenauto, een mo
### Afdeling 2. Teruggaaf
### Artikel 14a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 15
**1.**
@ -320,37 +365,13 @@ i. zijn ingericht voor geldtransport en als zodanig uiterlijk kenbaar zijn.
### Artikel 15b
**1.** Indien de belasting met betrekking tot een bestelauto is geheven van een ondernemer als bedoeld in artikel 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968, die de bestelauto meer dan bijkomstig bezigt in het kader van zijn onderneming, wordt op aanvraag teruggaaf van belasting verleend, indien bij deze aanvraag een verklaring wordt overgelegd dat de bestelauto meer dan bijkomstig in het kader van de onderneming zal worden gebruikt.
**1.** Wanneer degene die gehouden is voor een bestelauto de belasting op aangifte te voldoen voor die bestelauto in aanmerking komt voor een teruggaaf van belasting op grond van artikel 15 of 15a, wordt de teruggaaf niet verleend dan nadat de belasting op aangifte is voldaan, met dien verstande dat de belasting die op aangifte moet worden voldaan, kan worden verrekend met het bedrag van de teruggaaf indien daar in de aangifte om wordt verzocht.
**2.** De teruggaaf wordt verleend aan degene op wiens naam het kenteken is gesteld.
**3.** De inspecteur beslist op de aanvraag bij voor bezwaar vatbare beschikking.
**4.** De aanspraak op teruggaaf voor een bestelauto ontstaat op het tijdstip waarop de bestelauto is ingeschreven in het in artikel 1, tweede lid, bedoelde register.
**5.** De teruggaaf wordt verleend indien vast staat dat op het tijdstip waarop de bestelauto is ingeschreven in het in artikel 1, tweede lid, bedoelde register wordt voldaan aan de voorwaarden en beperkingen voor teruggaaf als bedoeld in het eerste lid.
**6.** Indien tijdens de eerste vijf jaren na het tijdstip waarop de bestelauto is ingeschreven in het in artikel 1, tweede lid, bedoelde register, niet of niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden en beperkingen voor teruggaaf, bedoeld in het eerste lid, wordt vanaf het moment dat hieraan niet of niet langer wordt voldaan het teruggegeven bedrag, nadat dit is verminderd overeenkomstig artikel 10 als belasting verschuldigd.
**7.** Indien de bestelauto in gebruikte staat wordt ingeschreven in het in artikel 1, tweede lid, bedoelde register, worden de in het zesde lid genoemde vijf jaren verminderd met de tijdsduur die op het tijdstip van de inschrijving is verstreken na het tijdstip waarop de bestelauto voor het eerst in gebruik is genomen.
**8.** De verschuldigd geworden belasting wordt door degene aan wie de teruggaaf is verleend, op aangifte voldaan binnen een maand na het tijdstip waarop niet of niet langer aan de voorwaarden en beperkingen voor teruggaaf, als bedoeld in het eerste lid, wordt voldaan.
**9.** Bij wijziging van de tenaamstelling van de bestelauto blijven, op daartoe gedaan gezamenlijk verzoek van degene op wiens naam het kenteken wordt gesteld en degene op wiens naam het kenteken daarvoor was gesteld, het zesde, zevende en achtste lid buiten toepassing indien overigens voldaan blijft worden aan de voorwaarden en beperkingen waaronder de teruggaaf is verleend. Bij inwilliging van het verzoek treedt degene op wiens naam het kenteken wordt gesteld vanaf het moment van de wijziging van de tenaamstelling voor de toepassing van dit artikel in de plaats van degene op wiens naam het kenteken daarvoor was gesteld. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.
**10.** In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt voor een bestelauto die door een ondernemer als bedoeld in het eerste lid voor een langere dan bij ministeriële regeling vast te stellen periode ter beschikking wordt gesteld aan een derde, slechts teruggaaf verleend indien deze derde overigens voldoet aan het gestelde in het eerste lid, en het geen ondernemerschap betreft in de zin van artikel 15c.
**11.** Artikel 1, derde lid, is van overeenkomstige toepassing ingeval een bestelauto waarvoor teruggaaf is verleend op de voet van dit artikel in een zodanige staat wordt gebracht dat het een personenauto is.
**12.** Indien bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt tengevolge waarvan ten onrechte teruggaaf van belasting is verleend, vormt dit een verzuim ter zake waarvan de inspecteur degene op wiens naam de teruggaaf is verleend, een boete van ten hoogste € 4537 kan opleggen.
**13.** Indien een of meer personen worden vervoerd in de laadruimte van een bestelauto, vormt dit een verzuim ter zake waarvan de inspecteur aan degene die de bestelauto feitelijk ter beschikking heeft een boete van € 453 kan opleggen. De bevoegdheid tot het opleggen van de boete vervalt door verloop van een jaar na het constateren van het in de vorige volzin bedoelde verzuim.
**14.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van dit artikel.
### Artikel 15c
De teruggaaf bedoeld in artikel 15b wordt niet verleend indien het ondernemerschap voor de omzetbelasting voortvloeit uit het bepaalde in artikel 7, zesde lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968.
Vervallen
### Artikel 16
@ -374,7 +395,7 @@ De teruggaaf bedoeld in artikel 15b wordt niet verleend indien het ondernemersch
**1.**
In afwijking van artikel 15, vierde lid, artikel 15a, achtste en tiende lid, artikel 15b, zesde lid, en artikel 16, zesde lid, is het teruggegeven bedrag niet als belasting verschuldigd indien:
In afwijking van artikel 15, vierde lid, artikel 15a, achtste en tiende lid, en artikel 16, zesde lid, is het teruggegeven bedrag niet als belasting verschuldigd indien:
a. de tenaamstelling van het kenteken in het in artikel 1, tweede lid, bedoelde register wordt beëindigd omdat het motorrijtuig buiten Nederland wordt gebracht;
b. de tenaamstelling van het kenteken in het in artikel 1, tweede lid, bedoelde register wordt beëindigd omdat het motorrijtuig wordt gesloopt; of