diff --git a/amvb/reglement-dienst-buitenlandse-zaken/BWBR0004052/README.md b/amvb/reglement-dienst-buitenlandse-zaken/BWBR0004052/README.md index 1788a409ec0..db91e53fd81 100644 --- a/amvb/reglement-dienst-buitenlandse-zaken/BWBR0004052/README.md +++ b/amvb/reglement-dienst-buitenlandse-zaken/BWBR0004052/README.md @@ -673,8 +673,7 @@ De arbeidsduur bedraagt gemiddeld ten hoogste 36 uur per week. De werktijd wordt a. de ambtenaar van 57 jaar of ouder wiens gemiddelde wekelijkse werktijd op basis van artikel 38 is teruggebracht; b. de ambtenaar die op basis van artikel 45b betaald ouderschapsverlof geniet; -c. de ambtenaar die op basis van artikel 46 buitengewoon verlof van lange duur geniet; -d. de ambtenaar aan wie op basis van artikel 97, derde lid, gedeeltelijk ontslag is verleend. +c. de ambtenaar die op basis van artikel 46 buitengewoon verlof van lange duur geniet. **3.** Het aantal te werken uren per jaar bedraagt: het aantal kalenderdagen per jaar verminderd met het aantal zaterdagen en zondagen en niet op zaterdag of zondag vallende feestdagen, genoemd in het zevende lid, onder a, in dat jaar, vermenigvuldigd met 7,2 en vervolgens vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor. @@ -796,7 +795,7 @@ Vervallen **1.** De ambtenaar heeft jaarlijks aanspraak op vakantie met behoud van bezoldiging. -**2.** De aanspraak op vakantie wordt uitgedrukt in hele uren. +**2.** De aanspraak op vakantie wordt uitgedrukt in hele uren, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen wettelijke vakantie-uren en bovenwettelijke vakantie-uren. **3.** @@ -805,11 +804,11 @@ De omvang van de aanspraak op vakantie is afhankelijk van: a. de leeftijd van de ambtenaar; b. de arbeidsduur van de ambtenaar. -**4.** Voor de ambtenaar met een volledige arbeidsduur bedraagt de aanspraak op vakantie 165,6 uren per kalenderjaar. +**4.** Voor de ambtenaar met een volledige arbeidsduur bedraagt de aanspraak op vakantie 144 wettelijke vakantie-uren en 21,6 bovenwettelijke vakantie-uren per kalenderjaar. **5.** -De op grond van het vierde lid geldende aanspraak op vakantie wordt verhoogd volgens onderstaande tabel afhankelijk van de leeftijd die de ambtenaar in het desbetreffende kalenderjaar bereikt. +De op grond van het vierde lid geldende aanspraak op vakantie wordt met bovenwettelijke vakantie-uren verhoogd volgens onderstaande tabel afhankelijk van de leeftijd die de ambtenaar in het desbetreffende kalenderjaar bereikt. | Leeftijd | Verhoging | | --- | --- | @@ -831,51 +830,55 @@ De op grond van het vierde lid geldende aanspraak op vakantie wordt verhoogd vol Het negende lid is niet van toepassing, indien geheel of gedeeltelijk geen dienst wordt verricht wegens: a. genoten vakantie; -b. ziekte, voor zover de verhindering tot dienstverrichting korter duurt dan 26 weken, waarbij een hervatting van de dienstverrichting gedurende vier weken of minder geen nieuwe periode van 26 weken inluidt; +b. ziekteverlof; c. zwangerschaps- en bevallingsverlof als bedoeld in artikel 45a, derde en vierde lid; d. verblijf in militaire dienst wegens herhalingsoefeningen; -e. verlof verleend op basis van artikel 42a, 43a, 43c, 43d, 43e, 45c of 45d; +e. verlof verleend op basis van artikel 42a, 43a, 43c, 43d, 43e, 45, 45c of 45d van dit besluit of op basis van hoofdstuk 5, afdeling 2, van de Wet arbeid en zorg; f. het minder uren werken op basis van de in artikel 40 bedoelde regels. **11.** In afwijking van het tiende lid, onder b, heeft de ambtenaar gedurende de periode dat artikel 54f, eerste lid, onderdeel i, q of r, toepassing vindt, geen aanspraak op vakantie. **12.** Met ingang van de dag dat de ambtenaar van 57 jaar of ouder op grond van artikel 38 gedeeltelijk geen dienst verricht, vervalt de in het vijfde lid bedoelde verhoging van de vakantieaanspraak. -**13.** Indien het belang van de dienst zich daartegen niet verzet, kan op aanvraag van de ambtenaar eenmaal per kalenderjaar zijn aanspraak op vakantie worden verlaagd. Het aantal uren vakantie waarmee de aanspraak kan worden verlaagd, bedraagt ten hoogste het aantal uren vakantie waarop de ambtenaar over het desbetreffende kalenderjaar aanspraak heeft, verminderd met: 144 uur vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor. Zo nodig vindt afronding naar boven op hele uren plaats. - -**14.** Aanvragen als bedoeld in het dertiende lid worden voor 1 november van het lopende kalenderjaar ingediend. Onze Minister geeft op of na 1 november gelijktijdig beschikkingen op de voor die datum ingediende aanvragen. - -**15.** De ambtenaar wordt voor elk uur vakantie waarmee zijn aanspraak op vakantie overeenkomstig het dertiende en zeventiende lid wordt verlaagd, een vergoeding toegekend ten bedrage van het salaris per uur dat hij geniet op de krachtens het veertiende lid vastgestelde datum. - -**16.** Indien de ambtenaar de vergoeding, genoemd in het vijftiende lid, volledig inzet ten behoeve van levensloopverlof als bedoeld in artikel 47, bedraagt, in afwijking van het dertiende lid, het aantal uren waarmee de aanspraak op vakantie kan worden verlaagd ten hoogste het aantal uren waarop de ambtenaar over het desbetreffende kalenderjaar aanspraak heeft, verminderd met: 108 uur vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor. Zo nodig vindt afronding naar boven op hele uren plaats. - -**17.** Met inachtneming van de beperkingen die door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties krachtens artikel 34g van het Algemeen Rijksambtenarenreglement zijn gesteld aan het sparen voor levensloopverlof, verlaagt het bevoegd gezag op aanvraag van de ambtenaar het aantal vakantie-uren dat met toepassing van artikel 41a, zevende en achtste lid, is overgeboekt, indien de vergoeding voor die uren volledig wordt ingezet ten behoeve van levensloopverlof als bedoeld in artikel 47. De ambtenaar doet de aanvraag gelijktijdig met de aanvraag om te sparen voor levensloopverlof. - ### Artikel 41a **1.** De ambtenaar is vrij te bepalen wanneer hij vakantie opneemt, voor zover de belangen van de dienst zich daartegen niet verzetten. -**2.** De ambtenaar dient in elk kalenderjaar ten minste 108 uur vakantie op te nemen waarvan ten minste 72 uur over een aaneengesloten periode indien voor hem een volledige arbeidsduur geldt en tot in evenredigheid lagere getallen indien voor hem een onvolledige arbeidsduur geldt. +**2.** Het bevoegd gezag stelt de ambtenaar ieder jaar in de gelegenheid in ieder geval de wettelijke vakantie-uren op te nemen. -**3.** Aan een ambtenaar kan op zijn aanvraag worden toegestaan, in enig kalenderjaar meer uren vakantie op te nemen dan zijn aanspraak tot en met het lopende jaar bedraagt, met dien verstande, dat de opgenomen vakantie de aanspraak tot en met het lopende jaar nimmer met meer dan 57,6 uren mag overschrijden. Voor de ambtenaar met onvolledige arbeidsduur wordt het in de vorige volzin bedoelde aantal uren van de maximaal toegestane overschrijding verminderd naar evenredigheid van de arbeidsduur. De in een kalenderjaar teveel genoten vakantie wordt in mindering gebracht op de aanspraak op vakantie over het eerstvolgende jaar. +**3.** Aan een ambtenaar kan op zijn aanvraag worden toegestaan, in enig kalenderjaar meer uren vakantie op te nemen dan zijn aanspraak tot en met het lopende jaar bedraagt, met dien verstande, dat de opgenomen vakantie de aanspraak tot en met het lopende jaar nimmer met meer dan 57,6 uren mag overschrijden. Voor de ambtenaar met onvolledige arbeidsduur wordt het in de vorige volzin bedoelde aantal uren van de maximaal toegestane overschrijding verminderd naar evenredigheid van de arbeidsduur. De in een kalenderjaar teveel genoten vakantie wordt in mindering gebracht op de aanspraak op wettelijke vakantie-uren over het eerstvolgende jaar. **4.** De ambtenaar meldt het voornemen vakantie op te nemen ruimschoots van tevoren. -**5.** Tenzij gewichtige redenen van dienstbelang zich hiertegen verzetten, is het de ambtenaar toegestaan op het voornemen vakantie op te nemen, terug te komen, dan wel het opnemen niet voort te zetten. De eerste volzin geldt in geval van ziekte of ongeval alleen indien de ambtenaar die ziekte of dat ongeval aantoont. +**5.** Tenzij gewichtige redenen van dienstbelang zich hiertegen verzetten, is het de ambtenaar toegestaan op het voornemen vakantie op te nemen, terug te komen, dan wel het opnemen niet voort te zetten. **6.** Wanneer dringende redenen van dienstbelang dat noodzakelijk maken, kan de aan de ambtenaar verleende toestemming vakantie op te nemen worden ingetrokken, zowel vóór als tijdens de vakantie. Indien de ambtenaar ten gevolge van het intrekken van de toestemming vakantie op te nemen geldelijke schade lijdt, wordt deze hem vergoed. -**7.** Niet-opgenomen vakantie, waaronder eventuele van vorige jaren overgeboekte vakantie, wordt naar het volgende kalenderjaar overgeboekt tot een maximum van de aanspraak van de ambtenaar over een vol kalenderjaar berekend volgens artikel 41, eerste tot en met twaalfde lid, verminderd met de in het tweede lid van dit artikel bedoelde vakantie. +**7.** Indien een ambtenaar verlof als bedoeld in artikel 42, eerste lid, onder a, geniet, is het hem toegestaan het opnemen van vakantie niet voort te zetten. Indien het bevoegd gezag hier om verzoekt, dient de ambtenaar de ziekte of het ongeval aan te tonen. -**8.** In individuele gevallen kan in een bepaald kalenderjaar worden afgeweken van de overeenkomstig het zevende lid maximaal naar een volgend kalenderjaar over te boeken vakantie-aanspraken. +### Artikel 41aa + +**1.** De aanspraak op wettelijke vakantie-uren vervalt na verloop van één jaar na de laatste dag van het kalenderjaar waarin de aanspraak is ontstaan. + +**2.** Indien de ambtenaar redelijkerwijs niet in staat is geweest de wettelijke vakantie-uren binnen de in het eerste lid genoemde termijn op te nemen, staat het bevoegd gezag toe dat van het eerste lid wordt afgeweken. In dit geval vervalt de aanspraak alsnog na verloop van vijf jaren na de laatste dag van het kalenderjaar waarin de aanspraak is ontstaan. + +**3.** De aanspraak op bovenwettelijke vakantie-uren vervalt na verloop van vijf jaren na de laatste dag van het kalenderjaar waarin deze aanspraak is ontstaan. + +### Artikel 41ab + +**1.** Tenzij het belang van de dienst zich daartegen verzet, kan het bevoegd gezag op aanvraag van de ambtenaar eenmaal per kalenderjaar zijn aanspraak op bovenwettelijke vakantie-uren van dat kalenderjaar verlagen. + +**2.** Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt voor 1 november van het lopende kalenderjaar ingediend. + +**3.** De ambtenaar wordt een vergoeding toegekend voor elk uur waarmee zijn aanspraak op bovenwettelijke vakantie-uren overeenkomstig het eerste lid wordt verlaagd, ten bedrage van het salaris per uur dat hij geniet op de eerste dag van de maand waarin hij de aanvraag doet. ### Artikel 41b -**1.** Indien de ambtenaar op de datum van zijn ontslag nog aanspraak heeft op vakantie, wordt hem voor ieder uur vakantie dat hij niet heeft opgenomen een vergoeding toegekend ten bedrage van het salaris per uur dat de ambtenaar direct voorafgaand aan zijn ontslag genoot. De vergoeding wordt berekend over ten hoogste twee maal de aanspraak op vakantie over een vol kalenderjaar, uitgaande van het salaris en de arbeidsduur zoals die direct voorafgaand aan het ontslag voor de ambtenaar golden en de leeftijd welke hij bereikt in het kalenderjaar waarin de dienstbetrekking wordt beëindigd. +**1.** Indien de ambtenaar op de datum van zijn ontslag nog aanspraak heeft op vakantie, wordt hem voor ieder uur vakantie dat hij niet heeft opgenomen een vergoeding toegekend ten bedrage van het salaris per uur dat de ambtenaar direct voorafgaand aan zijn ontslag genoot. **2.** Indien op de dag van zijn ontslag blijkt dat de ambtenaar teveel vakantie heeft genoten, is hij voor ieder uur teveel genoten vakantie een bedrag schuldig ten bedrage van het salaris per uur. -**3.** In geval van overgang zonder onderbreking naar een andere functie binnen de rijksdienst in de loop van een kalenderjaar kan de ambtenaar er – in zoverre in afwijking van het eerste lid – voor kiezen de vakantie-aanspraken van het lopende kalenderjaar die niet genoten zijn, te behouden. Daarbij wordt vakantie die in het lopende kalenderjaar genoten is in mindering gebracht op de aanspraken in dat jaar. +**3.** Indien de ambtenaar een aanstelling in tijdelijke dienst heeft en hij zonder onderbreking een nieuwe aanstelling binnen de rijksdienst krijgt, behoudt de ambtenaar in afwijking van het eerste lid de vakantieaanspraken die niet genoten zijn. ### Artikel 41c @@ -889,12 +892,16 @@ Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot de artikelen 41 tot en met ### Artikel 42 +**1.** + Onverminderd het bepaalde in de hoofdstukken VI en X, geniet verlof: a. de ambtenaar die uit hoofde van ziekte of ongeval verhinderd is dienst te verrichten; b. de ambtenaar die als militair, dan wel als vrijwillige ambtenaar als bedoeld in artikel 1, onder d, van het Besluit rechtspositie vrijwillige politie, in werkelijke dienst is; c. de ambtenaar die zich bevindt in een van de omstandigheden, genoemd in artikel 20b van het ARAR. +**2.** De ambtenaar die ingevolge het eerste lid, onder a, verlof geniet, kan, onverminderd artikel 41a, zevende lid, vakantie opnemen. + ### Artikel 42a **1.** Indien de rijksdienst in Nederland op een daartoe aangewezen kerkelijke of niet-kerkelijke, landelijk, regionaal of plaatselijk erkende feest- of gedenkdag is gesloten, geniet de ambtenaar verlof voor zover het dienstbelang niet anders vereist. @@ -1390,7 +1397,7 @@ b. zijn bezoldiging na herplaatsing, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de **1.** -De ambtenaar, bedoeld in artikel 54a, tweede lid, die voor 1 januari 2015 is herplaatst, ontvangt bij voortdurende arbeidsongeschiktheid gedurende hoogstens vijf jaar een uitkering van 70% van het verschil tussen: +De ambtenaar, bedoeld in artikel 54a, tweede lid, ontvangt bij voortdurende arbeidsongeschiktheid gedurende hoogstens vijf jaar een uitkering van 70% van het verschil tussen: a. zijn bezoldiging, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering zoals die zou zijn geweest op de dag voor zijn herplaatsing indien de ambtenaar op die dag niet ongeschikt zou zijn geweest tot werken, en b. zijn bezoldiging na herplaatsing verminderd met eventuele daarna volgende verhogingen op grond van artikel 7 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, en vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering. @@ -1462,8 +1469,6 @@ De aanvullende uitkering, bedoeld in het zevende lid, eindigt: a. met ingang van de dag waarop de gewezen ambtenaar de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt; of b. met ingang van de dag volgende op die waarop de gewezen ambtenaar is overleden. -**11.** De gewezen ambtenaar aan wie eervol ontslag is verleend op grond van artikel 97, heeft slechts recht op doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging of aanvullende uitkering voorzover deze tezamen met de aanvullende uitkering, bedoeld in artikel 4 van het FPU-reglement basis- en aanvullende uitkering, de laatstgenoten bezoldiging niet overschrijdt. - ### Artikel 54c **1.** De ambtenaar die ongeschikt is zijn arbeid te verrichten wegens een dienstongeval of een beroepsziekte maar niet door een beroepsincident, wordt op zijn aanvraag voor de toepassing van dit hoofdstuk gelijkgesteld met de ambtenaar die ongeschikt is zijn arbeid te verrichten wegens een beroepsincident. @@ -1603,11 +1608,11 @@ b. de gewezen ambtenaar wegens ziekte ongeschikt is geworden een naar aard en om ### Artikel 57a -**1.** Tenzij anders is bepaald, zijn de bepalingen van dit hoofdstuk niet van toepassing in de periode van 15 april 2013 tot en met 31 december 2015. +**1.** Tenzij anders is bepaald, zijn de bepalingen van dit hoofdstuk niet van toepassing in de periode van 15 april 2013 tot en met 31 december 2016. **2.** -Hoofdstuk VIIbis van het Algemeen Rijksambtenarenreglement is van overeenkomstige toepassing in de periode van 15 april 2013 tot en met 31 december 2015, met dien verstande dat: +Hoofdstuk VIIbis van het Algemeen Rijksambtenarenreglement is van overeenkomstige toepassing in de periode van 15 april 2013 tot en met 31 december 2016, met dien verstande dat: a. een ambtenaar voor wie een plaatsingsduur is vastgesteld, niet overeenkomstig hoofdstuk VIIbis van het Algemeen Rijksambtenarenreglement verplichte VWNW-kandidaat wordt maar ter beschikking wordt gehouden tenzij: @@ -1824,9 +1829,9 @@ b. wordt in plaats van «de wet en het plaatselijk gebruik», genoemd in het twe De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, bedraagt per jaar: -a. voor de basisbedrijfshulpverlener: € 220,00; -b. voor de allroundbedrijfshulpverlener: € 440,00; -c. voor de bedrijfshulpverlener die is aangewezen om leidinggevende taken met betrekking tot bedrijfshulpverlening uit te oefenen: € 660,00. +a. voor de basisbedrijfshulpverlener: € 231,27; +b. voor de allroundbedrijfshulpverlener: € 462,53; +c. voor de bedrijfshulpverlener die is aangewezen om leidinggevende taken met betrekking tot bedrijfshulpverlening uit te oefenen: € 693,81. **3.** De aanspraak op de vergoeding wordt berekend naar het bedrag van de vergoeding, bedoeld in het tweede lid, op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van het jaar waarin betrokkene bedrijfshulpverlener was. De vergoeding voor een gedeelte van een jaar wordt berekend naar evenredigheid van het aantal hele maanden dat de aanwijzing tot bedrijfshulpverlener heeft geduurd. @@ -1834,9 +1839,9 @@ c. voor de bedrijfshulpverlener die is aangewezen om leidinggevende taken met be De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, ontvangt vijf jaar na diens aanwijzing tot bedrijfshulpverlener en vervolgens elke vijf jaar daarna zolang de aanwijzing duurt, een jubileumtoeslag ten bedrage van: -a. € 360,00 na vijf jaar; -b. € 440,00 na tien jaar; -c. € 525,00 na vijftien jaar en na elke vijf jaar daaropvolgend. +a. € 378,44 na vijf jaar; +b. € 462,53 na tien jaar; +c. € 551,89 na vijftien jaar en na elke vijf jaar daaropvolgend. **5.** In afwijking van artikel 23 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 worden taken in het kader van de bedrijfshulpverlening die in opdracht van het bevoegd gezag als overwerk worden verricht, vergoed voor alle aangewezen ambtenaren en uitsluitend met een bedrag in geld, met dien verstande dat voor elk uur overwerk een vergoeding wordt toegekend ten bedrage van 125% van het salaris per uur, behorende bij het maximumsalaris van salarisschaal 7. @@ -2222,11 +2227,7 @@ c. op aanvraag van de ambtenaar. ### Artikel 97 -**1.** Aan de ambtenaar die ontslag vraagt met het oog op een uitkering op grond van de Wet kaderregeling vut overheidspersoneel en een ontslaguitkering van de Stichting Pensioenfonds ABP ten aanzien van overheidspersoneel, wordt ontslag verleend indien het bestuur van de Stichting fonds vrijwillig vervroegd uittreden overheidspersoneel en het bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP op grond van een desbetreffende aanvraag hebben vastgesteld dat na het te verlenen ontslag recht bestaat op een uitkering. Het ontslag gaat niet eerder in dan met ingang van de dag waarop het recht op de in de vorige volzin bedoelde uitkering ontstaat. - -**2.** Op aanvraag van de ambtenaar kan het in het eerste lid bedoelde ontslag ook voor een gedeelte van de voor hem geldende arbeidsduur worden verleend, tenzij de belangen van de dienst zich hiertegen verzetten. Het gedeelte van dit ontslag bedraagt ten minste 10% van de arbeidsduur. Ontslag voor een gedeelte van de arbeidsduur waaruit reeds eerder gedeeltelijk ontslag met het oog op de in het eerste lid bedoelde uitkering heeft plaatsgevonden bedraagt ten minste 10% van de oorspronkelijke arbeidsduur. - -**3.** Artikel 96, tweede tot en met vijfde lid, is zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. +Vervallen ### Artikel 98 @@ -2933,6 +2934,12 @@ Met uitzondering van de in artikel 22, tweede lid, genoemde ambtenaren, wordt de **3.** Indien de ambtenaar op het moment van inwerkingtreding van genoemd besluit, korter dan één jaar als bedrijfshulpverlener is aangewezen, wordt het verschil, bedoeld in het tweede lid, vermenigvuldigd met de breuk van het aantal maanden dat hij is aangewezen als bedrijfshulpverlener in de teller en twaalf in de noemer. +### Artikel 149h + +**1.** In afwijking van artikel 41, tweede lid, wordt ten aanzien van aanspraak op vakantie-uren die vóór 1 januari 2016 is ontstaan geen onderscheid gemaakt tussen wettelijke en bovenwettelijke vakantie-uren; deze aanspraak vervalt op 1 januari 2021. + +**2.** Onverminderd artikel 41ab, eerste lid, kan het bevoegd gezag op aanvraag van de ambtenaar eenmaal per kalenderjaar zijn aanspraak op vakantie-uren die vóór 1 januari 2016 is ontstaan, met ten hoogste 22 vakantie-uren per kalenderjaar verlagen indien de ambtenaar een volledige werktijd heeft. Heeft de ambtenaar een andere werktijd, dan wordt dit aantal vermenigvuldigd met de voor hem geldende arbeidsduurfactor. Bij toepassing van de eerste volzin is artikel 41ab, tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing + ### Artikel 150 Dit besluit kan worden aangehaald als Reglement Dienst Buitenlandse Zaken (afgekort: RDBZ).