2018-07-28 | BWBR0023066 | Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties
This commit is contained in:
parent
f6f3c3bf76
commit
3a92c535db
1 changed files with 1 additions and 3 deletions
|
|
@ -62,8 +62,6 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
1°. kwalificatie als bedoeld in artikel 9, onder a tot en met d, die door het daartoe bij of krachtens wet in een andere betrokken staat dan Nederland bevoegde gezag is afgegeven ter afsluiting van een overwegend in de gebieden waarop de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is of Zwitserland gevolgde beroepsopleiding; of
|
||||
2°. kwalificatie als bedoeld in artikel 9, onder a tot en met d, die door het daartoe bij of krachtens wet in een derde land bevoegde gezag is afgegeven, indien de migrerende beroepsbeoefenaar in het betrokken beroep een beroepservaring van ten minste drie jaar heeft opgedaan op het grondgebied van een betrokken staat anders dan Nederland die de betrokken kwalificatie heeft erkend en indien die betrokken staat deze beroepservaring bevestigt;
|
||||
|
||||
**persoonsgegeven**: persoonsgegeven als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet bescherming persoonsgegevens;
|
||||
|
||||
**proeve van bekwaamheid**: toets afgenomen of aanvaard door Onze minister die het aangaat, inzake de beroepskennis, -vaardigheden en -competenties van de migrerende beroepsbeoefenaar, die tot doel heeft te beoordelen of de migrerende beroepsbeoefenaar de bekwaamheid bezit om in Nederland een gereglementeerd beroep uit te oefenen, en die betrekking heeft op de vakgebieden die niet worden bestreken door de opleiding die de migrerende beroepsbeoefenaar heeft gevolgd en die wezenlijk zijn voor de uitoefening van het beroep in Nederland, en waaronder mede kan zijn begrepen kennis van de beroepsregels die in Nederland op de betrokken activiteiten van toepassing zijn, waarbij in aanmerking wordt genomen dat de migrerende beroepsbeoefenaar in de betrokken staat van oorsprong of herkomst een gekwalificeerde beroepsbeoefenaar is;
|
||||
|
||||
**richtlijn**: Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PbEU L 255), zoals deze laatstelijk gewijzigd is bij Richtlijn 2013/55/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013 tot wijziging van Richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties en Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt («de IMI-verordening») (PbEU 2013, L 354)»;
|
||||
|
|
@ -437,7 +435,7 @@ b. informatie over opleidingscursussen van de dienstverrichter voor zover noodza
|
|||
De regels betreffen onder meer:
|
||||
|
||||
a. de procedures voor de aanvraag en afgifte van een Europese beroepskaart;
|
||||
b. de verwerking van persoonsgegevens in verband met een afgegeven Europese beroepskaart of de verkrijging van een Europese beroepskaart, waaronder bijzondere persoonsgegevens in verband met artikel 4 sexies van de richtlijn;
|
||||
b. de verwerking van persoonsgegevens in verband met een afgegeven Europese beroepskaart of de verkrijging van een Europese beroepskaart, waaronder bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in paragraaf 3.1 onderscheidenlijk paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming in verband met artikel 4 sexies van de richtlijn;
|
||||
c. indien de richtlijn en de daarop berustende bepalingen daartoe aanleiding geven, dat indien Onze minister die het aangaat kennis neemt van de indiening in een andere betrokken staat van een aanvraag voor een Europese beroepskaart voor de toegang tot of uitoefening van het beroep in Nederland, en de aanvrager tevens op grond van deze wet een aanvraag heeft ingediend voor de toegang tot of uitoefening van het beroep in Nederland inzake hetzelfde gereglementeerde beroep, Onze minister die het aangaat besluit laatstgenoemde aanvraag niet te behandelen dan wel buiten behandeling te stellen, in afwijking van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht; en
|
||||
d. indien de richtlijn en de daarop berustende bepalingen daartoe aanleiding geven, dat een termijn voor het geven van een beschikking in afwijking van artikel 4:15 van de Algemene wet bestuursrecht niet wordt opgeschort.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue