diff --git a/amvb/dagloonbesluit-werknemersverzekeringen/BWBR0033471/README.md b/amvb/dagloonbesluit-werknemersverzekeringen/BWBR0033471/README.md index 50dc32c34fd..6823a7467e9 100644 --- a/amvb/dagloonbesluit-werknemersverzekeringen/BWBR0033471/README.md +++ b/amvb/dagloonbesluit-werknemersverzekeringen/BWBR0033471/README.md @@ -21,34 +21,36 @@ In dit besluit wordt verstaan onder: a. *aangiftetijdvak:* het tijdvak van vier weken dan wel één maand waarop de aangifte waarop de ingehouden loonbelasting wordt afgedragen, betrekking heeft danwel, indien de werkgever over een afwijkend tijdvak aangifte doet, het tijdvak waarover loon is betaald van één maand of vier weken of herleid tot één maand of vier weken; b. *arbeidsongeschikt(heid):* arbeidsongeschikt(heid) als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de WAO of volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid en gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid als bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de Wet WIA; c. *arbeidsurenverlies:* het arbeidsurenverlies, bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de WW; -d. *gebroken aangiftetijdvak:* een aangiftetijdvak dat deels binnen en deels buiten de referteperiode, bedoeld in de artikelen 2, 12b en 13, valt; -e. *het UWV:* het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; -f. *minimumjeugdloonpercentage:* een percentage als bedoeld in artikel 8, derde lid, van de WML; -g. *minimumloon:* het minimumloon per maand, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de WML, gedeeld door 21,75; -h. *uitkering:* een uitkering op grond van de ZW, de WW, de Wet WIA, de WAO of de Wazo, met uitzondering van een uitkering op grond van artikel 4:2b van de Wazo; -i. *reguliere WW-uitkering:* een uitkering op grond van de WW, niet zijnde een uitkering op grond van artikel 18 of op grond van hoofdstuk IV van die wet; -j. *verlof:* een tussen de werkgever en werknemer voor een gedeelte of het geheel van de arbeidstijd overeengekomen tijdvak, waarin de werknemer geen arbeid jegens de werkgever verricht, met uitzondering van verlof als bedoeld in de artikelen 3:1 en 3:2 van de Wazo; -k. *WAO:* +d. *arbeidsvoorwaardenbedrag:* het aan de werknemer toegekende en in geld uitgedrukte toekomstige loonbestanddeel, niet zijnde een afzonderlijke opbouw van vakantiebijslag, dat is opgebouwd ingevolge afspraken in de individuele of collectieve arbeidsovereenkomst, voor zover dit toekomstige loonbestanddeel kan leiden tot loon als bedoeld in artikel 16 van de Wfsv; +e. *bedrag dat als loon is uitbetaald ten laste van een arbeidsvoorwaardenbedrag:* het door de werkgever als loon in de zin van artikel 16 van de Wfsv uitbetaalde bedrag ten laste van een arbeidsvoorwaardenbedrag voor zover dit loon belastbaar is op grond van de Wet op de loonbelasting 1964; +f. *gebroken aangiftetijdvak:* een aangiftetijdvak dat deels binnen en deels buiten de referteperiode, bedoeld in de artikelen 2, 12b en 13, valt; +g. *het UWV:* het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; +h. *minimumjeugdloonpercentage:* een percentage als bedoeld in artikel 8, derde lid, van de WML; +i. *minimumloon:* het minimumloon per maand, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de WML, gedeeld door 21,75; +j. *uitkering:* een uitkering op grond van de ZW, de WW, de Wet WIA, de WAO of de Wazo, met uitzondering van een uitkering op grond van artikel 4:2b van de Wazo; +k. *reguliere WW-uitkering:* een uitkering op grond van de WW, niet zijnde een uitkering op grond van artikel 18 of op grond van hoofdstuk IV van die wet; +l. *verlof:* een tussen de werkgever en werknemer voor een gedeelte of het geheel van de arbeidstijd overeengekomen tijdvak, waarin de werknemer geen arbeid jegens de werkgever verricht, met uitzondering van verlof als bedoeld in de artikelen 3:1 en 3:2 van de Wazo; +m. *WAO:* Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering; -l. *WAO-dagloon:* het dagloon, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de WAO; -m. *WAO-vervolgdagloon:* het vervolgdagloon, bedoeld in artikel 21b van de WAO; -n. *Wazo:* +n. *WAO-dagloon:* het dagloon, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de WAO; +o. *WAO-vervolgdagloon:* het vervolgdagloon, bedoeld in artikel 21b van de WAO; +p. *Wazo:* Wet arbeid en zorg; -o. *Wazo-dagloon:* het dagloon, bedoeld in 3:13, tweede lid, en 4:2b, vierde lid, van de Wazo; -p. *Wet WIA:* +q. *Wazo-dagloon:* het dagloon, bedoeld in 3:13, tweede lid, en 4:2b, vierde lid, van de Wazo; +r. *Wet WIA:* Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen; -q. *WIA-dagloon:* het dagloon, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de Wet WIA; -r. *Wfsv:* +s. *WIA-dagloon:* het dagloon, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de Wet WIA; +t. *Wfsv:* Wet financiering sociale verzekeringen; -s. *WML:* +u. *WML:* Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag; -t. *WW:* +v. *WW:* Werkloosheidswet; -u. *WW-dagloon:* het dagloon, bedoeld in artikel 1b, eerste lid, van de WW; -v. *ziek/ziekte:* ongeschikt(heid) tot het verrichten van zijn of haar arbeid als bedoeld in artikel 19, eerste of tweede lid, van de ZW; -w. *ZW:* +w. *WW-dagloon:* het dagloon, bedoeld in artikel 1b, eerste lid, van de WW; +x. *ziek/ziekte:* ongeschikt(heid) tot het verrichten van zijn of haar arbeid als bedoeld in artikel 19, eerste of tweede lid, van de ZW; +y. *ZW:* Ziektewet; -x. *ZW-dagloon:* het dagloon, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de ZW. +z. *ZW-dagloon:* het dagloon, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de ZW. **2.** Voor de toepassing van dit besluit is maandag de eerste dag van de kalenderweek en zijn de eerste vijf dagen van de kalenderweek dagloondagen. @@ -86,9 +88,8 @@ b. op of na de dag waarop het tijdvak van 52 weken, bedoeld in artikel 19aa, ee Onder loon wordt in dit hoofdstuk verstaan loon in de zin van artikel 16 van de Wfsv, genoten in de referteperiode met dien verstande dat niet onder loon worden begrepen: a. uitkeringen op grond van de Wet WIA, de WAO, de WW en de uitkeringen die naar aard en strekking met deze uitkeringen overeenkomen, met uitzondering van een uitkering op grond van artikel 18 van de WW; -b. de aanvullingen en de toeslagen op grond van de Toeslagenwet, bedoeld in artikel 16, tweede lid, onderdeel a, van de Wfsv; -c. een eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de loonbelasting 1964 ten aanzien waarvan de werkgever met toestemming van de inspecteur van de rijksbelastingdienst geen correctiebericht als bedoeld in artikel 28a van de laatstgenoemde wet heeft ingediend; en -d. een uitkering die de werknemer heeft genoten op grond van de aanspraak, bedoeld in artikel 39d van de Wet op de loonbelasting 1964, zonder dat er sprake is van onbetaald extra verlof. +b. de aanvullingen en de toeslagen op grond van de Toeslagenwet, bedoeld in artikel 16, tweede lid, onderdeel a, van de Wfsv; en +c. een eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de loonbelasting 1964 ten aanzien waarvan de werkgever met toestemming van de inspecteur van de rijksbelastingdienst geen correctiebericht als bedoeld in artikel 28a van de laatstgenoemde wet heeft ingediend. **2.** In afwijking van het eerste lid wordt, indien artikel 18 van de WW van toepassing is, onder loon verstaan het in het eerste lid bedoelde loon dat is genoten in de dienstbetrekking waaruit de werknemer werkloos is geworden. @@ -106,41 +107,33 @@ d. een uitkering die de werknemer heeft genoten op grond van de aanspraak, bedoe Het dagloon van een uitkering op grond van de WW is de uitkomst van de volgende berekening: -[(A-B) x 108/100 + C] / D +(A – B + C) / D waarbij: -A staat voor het loon dat de werknemer in de referteperiode heeft genoten bij alle werkgevers die vakantiebijslag reserveren; +A staat voor het loon dat de werknemer in de referteperiode heeft genoten bij alle werkgevers; -B staat voor de bedragen aan vakantiebijslag die de werknemer in de referteperiode heeft genoten; +B staat voor de bedragen aan vakantiebijslag die in de referteperiode als loon zijn uitbetaald ten laste van een opgebouwd bedrag en de bedragen die in die periode als loon zijn uitbetaald ten laste van een arbeidsvoorwaardenbedrag; -C staat voor het loon dat de werknemer in de referteperiode heeft genoten bij alle werkgevers die geen vakantiebijslag reserveren; en +C staat voor de in de referteperiode opgebouwde bedragen ten behoeve van vakantiebijslag dan wel ten behoeve van een arbeidsvoorwaardenbedrag; en D staat voor 261 indien de referteperiode een duur van één jaar heeft. Indien er sprake is van een afwijkende referteperiode staat D voor het aantal dagloondagen in de referteperiode. **2.** -In een gebroken aangiftetijdvak worden de factoren A, B en C berekend door het loon of de vakantiebijslag in dat tijdvak te vermenigvuldigen met de breuk Y/Z. Waarbij: +In een gebroken aangiftetijdvak worden de factoren A, B, en C berekend door het loon, de bedragen voor opbouw of opname van vakantiebijslag of de bedragen voor opbouw of opname van een arbeidsvoorwaardenbedrag in dat tijdvak te vermenigvuldigen met de breuk Y/Z. Waarbij: Z staat voor het aantal dagloondagen in het gebroken aangiftetijdvak binnen de dienstbetrekking of de uitkeringsverhouding; en Y staat voor het aantal dagloondagen van Z dat binnen de referteperiode valt. Indien Z nul is, wordt de uitkomst van deze berekening op nihil gesteld. -**3.** +**3.** Indien artikel 3, derde lid, van toepassing is, staat C tevens voor het ziekengeld uitgekeerd tussen de elkaar opvolgende dienstbetrekkingen bedoeld in dat derde lid. -Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt onder een werkgever die geen vakantiebijslag reserveert een werkgever verstaan die: +**4.** Indien artikel 18 van de WW van toepassing is en de dienstbetrekking of de inkomensverhouding met de elkaar opvolgende dienstbetrekkingen waaruit de werknemer werkloos is geworden, een of meer aangiftetijdvakken kent waarin geen loon is genoten anders dan vanwege verlof of werkstaking, staat D, in afwijking van het eerste lid, voor het aantal dagloondagen van de aangiftetijdvakken waarin loon is genoten of waarin geen loon is genoten vanwege verlof of werkstaking. -a. de vakantiebijslag periodiek bij iedere loonbetaling uitbetaalt; -b. de vakantiebijslag als onderdeel van het periodieke loon betaalt; of -c. de vakantiebijslag voldoet overeenkomstig artikel 18, eerste lid, van de WML. +**5.** Indien de referteperiode voor de dagloonvaststelling van een reguliere WW-uitkering een of meer kalendermaanden kent waarin geen loon is genoten anders dan vanwege verlof of werkstaking, dan staat D, in afwijking van het eerste lid, voor het aantal dagloondagen van de kalendermaanden waarin loon is genoten of waarin geen loon is genoten vanwege verlof of werkstaking. Het in een aangiftetijdvak genoten loon wordt, voor zover het binnen de referteperiode is genoten, toegerekend aan de kalendermaand waarin de laatste dag van het aangiftetijdvak ligt. Een kalendermaand ligt binnen de referteperiode, indien één of meer dagloondagen van de kalendermaand binnen de referteperiode vallen. -**4.** Indien artikel 3, derde lid, van toepassing is, staat C tevens voor het ziekengeld uitgekeerd tussen de elkaar opvolgende dienstbetrekkingen bedoeld in dat derde lid. - -**5.** Indien artikel 18 van de WW van toepassing is en de dienstbetrekking of de inkomensverhouding met de elkaar opvolgende dienstbetrekkingen waaruit de werknemer werkloos is geworden, een of meer aangiftetijdvakken kent waarin geen loon is genoten anders dan vanwege verlof of werkstaking, staat D, in afwijking van het eerste lid, voor het aantal dagloondagen van de aangiftetijdvakken waarin loon is genoten of waarin geen loon is genoten vanwege verlof of werkstaking. - -**6.** Indien de referteperiode voor de dagloonvaststelling van een reguliere WW-uitkering een of meer kalendermaanden kent waarin geen loon is genoten anders dan vanwege verlof of werkstaking, dan staat D, in afwijking van het eerste lid, voor het aantal dagloondagen van de kalendermaanden waarin loon is genoten of waarin geen loon is genoten vanwege verlof of werkstaking. Het in een aangiftetijdvak genoten loon wordt, voor zover het binnen de referteperiode is genoten, toegerekend aan de kalendermaand waarin de laatste dag van het aangiftetijdvak ligt. Een kalendermaand ligt binnen de referteperiode, indien één of meer dagloondagen van de kalendermaand binnen de referteperiode vallen. - -**7.** +**6.** Indien het aantal dagloondagen op grond van het eerste lid nul is, dan is het dagloon, in afwijking van het eerste lid, de uitkomst van de volgende berekening: @@ -152,7 +145,7 @@ E staat voor het overeengekomen loon in het aangiftetijdvak waarin het arbeidsur F staat voor het aantal dagloondagen in het aangiftetijdvak waarin het arbeidsurenverlies is ingetreden dan wel, indien het een aangiftetijdvak van een maand betreft, voor 21,75. -**8.** +**7.** Indien het loon in de referteperiode geheel of gedeeltelijk heeft bestaan uit ziekengeld, is voor de toepassing van het eerste lid het ziekengeld de som van de uitkomst van de volgende berekening per aangiftetijdvak: @@ -287,9 +280,8 @@ c. de werknemer, bedoeld in artikel 4:2b, eerste lid, van de Wazo. Onder loon wordt in dit hoofdstuk verstaan loon in de zin van artikel 16 van de Wfsv, genoten in de referteperiode uit de dienstbetrekking waaruit de werknemer ziek is geworden of waaruit het recht op uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, of artikel 4:2b van de Wazo is ontstaan, met dien verstande dat niet onder loon worden begrepen: a. uitkeringen op grond van de Wet WIA, de WAO, de WW en de uitkeringen die naar aard en strekking met deze uitkeringen overeenkomen, met uitzondering van een uitkering op grond van artikel 18 van de WW; -b. de aanvullingen en de toeslagen op grond van de Toeslagenwet, bedoeld in artikel 16, tweede lid, onderdeel a, van de Wfsv; -c. een eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de loonbelasting 1964 ten aanzien waarvan de werkgever met toestemming van de inspecteur van de rijksbelastingdienst geen correctiebericht als bedoeld in artikel 28a van de laatstgenoemde wet heeft ingediend; en -d. een uitkering die de werknemer heeft genoten op grond van de aanspraak, bedoeld in artikel 39d van de Wet op de loonbelasting 1964, zonder dat er sprake is van onbetaald extra verlof. +b. de aanvullingen en de toeslagen op grond van de Toeslagenwet, bedoeld in artikel 16, tweede lid, onderdeel a, van de Wfsv; en +c. een eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de loonbelasting 1964 ten aanzien waarvan de werkgever met toestemming van de inspecteur van de rijksbelastingdienst geen correctiebericht als bedoeld in artikel 28a van de laatstgenoemde wet heeft ingediend. **2.** @@ -315,43 +307,35 @@ c. de werknemer gedurende de tussen de elkaar opvolgende dienstbetrekkingen ligg Het dagloon van uitkeringen op grond van de ZW en de Wazo is de uitkomst van de volgende berekening: -[(A-B) x 108/100 + C] / D +(A – B + C) / D waarbij: -A staat voor het loon dat de werknemer in de referteperiode heeft genoten bij een werkgever die vakantiebijslag reserveert; +A staat voor het loon dat de werknemer in de referteperiode heeft genoten bij een werkgever; -B staat voor de bedragen aan vakantiebijslag die de werknemer in de referteperiode heeft genoten; +B staat voor de bedragen aan vakantiebijslag die in de referteperiode als loon zijn uitbetaald ten laste van een opgebouwd bedrag en de bedragen die in die periode als loon zijn uitbetaald ten laste van een arbeidsvoorwaardenbedrag; -C staat voor het loon dat de werknemer in de referteperiode heeft genoten bij een werkgever die geen vakantiebijslag reserveert; en +C staat voor de in de referteperiode opgebouwde bedragen ten behoeve van vakantiebijslag dan wel ten behoeve van een arbeidsvoorwaardenbedrag; en -D staat voor 261 dan wel, indien de dienstbetrekking waaruit de werknemer ziek is geworden of waaruit recht op uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, of artikel 4:2b van de Wazo is ontstaan, is aangevangen na aanvang maar voor het einde van de referteperiode, voor het aantal dagloondagen vanaf en met inbegrip van de dag waarop de dienstbetrekking is aangevangen tot en met de laatste dag van de referteperiode. +D staat voor 261 dan wel, indien de dienstbetrekking waaruit de werknemer ziek is geworden of waaruit recht op uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, of artikel 4:2b van de Wazo is ontstaan, is aangevangen na aanvang maar voor het einde van de referteperiode, voor het aantal dagloondagen vanaf en met inbegrip van de dag waarop de dienstbetrekking is aangevangen tot en met de laatste dag van de referteperiode. **2.** -In een gebroken aangiftetijdvak worden de factoren A, B en C berekend door het loon of de vakantiebijslag in dat tijdvak te vermenigvuldigen met de breuk Y/Z. Waarbij: +In een gebroken aangiftetijdvak worden de factoren A, B en C berekend door het loon, de bedragen voor opbouw of opname van vakantiebijslag of de bedragen voor opbouw of opname van een arbeidsvoorwaardenbedrag in dat tijdvak te vermenigvuldigen met de breuk Y/Z. Waarbij: Z staat voor het aantal dagloondagen in het gebroken aangiftetijdvak binnen de dienstbetrekking of de uitkeringsverhouding; en Y staat voor het aantal dagloondagen van Z dat binnen de referteperiode valt. Indien Z nul is, wordt de uitkomst van deze berekening op nihil gesteld. -**3.** +**3.** D staat, indien de dienstbetrekking waaruit de werknemer ziek is geworden of waaruit recht op uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, of artikel 4:2b van de Wazo is ontstaan, één of meer aangiftetijdvakken kent waarin geen loon is genoten anders dan vanwege verlof, werkstaking, arbeidsongeschiktheid of ziekte, in afwijking van het eerste lid, voor het aantal dagloondagen van de aangiftetijdvakken waarin wel loon is genoten. -Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt onder een werkgever die geen vakantiebijslag reserveert een werkgever verstaan die: +**4.** D staat, indien de dienstbetrekking waaruit de werknemer ziek is geworden of waaruit recht op uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, of artikel 4:2b van de Wazo is ontstaan, is aangevangen na afloop van de referteperiode, in afwijking van het eerste lid, voor het aantal dagloondagen vanaf en met inbegrip van de dag waarop de dienstbetrekking is aangevangen tot de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken, bedoeld in artikel 29, derde lid, van de ZW of de dag waarop het recht op een uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, of artikel 4:2b van de Wazo is ontstaan en A, B en C staan in dat geval, in zoverre in afwijking van artikel 12c, voor het loon respectievelijk de vakantiebijslag genoten in deze dienstbetrekking. Dit lid is van overeenkomstige toepassing op de situatie, bedoeld in artikel 12c, tweede, derde en vierde lid. -a. de vakantiebijslag periodiek bij iedere loonbetaling uitbetaalt; -b. de vakantiebijslag als onderdeel van het periodieke loon betaalt; of -c. de vakantiebijslag voldoet overeenkomstig artikel 18, eerste lid, van de WML. +**5.** Indien artikel 12c, tweede, derde of vierde lid, van toepassing is, staat C tevens voor het ziekengeld uitgekeerd tussen de elkaar opvolgende dienstbetrekkingen, bedoeld in dat tweede, derde of vierde lid, en staat D voor het aantal dagloondagen vanaf en met inbegrip van de dag waarop de eerste van de elkaar opvolgende dienstbetrekkingen, bedoeld in dat tweede, derde of vierde lid, is aangevangen tot en met de laatste dag van de referteperiode. -**4.** D staat, indien de dienstbetrekking waaruit de werknemer ziek is geworden of waaruit recht op uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, of artikel 4:2b van de Wazo is ontstaan, één of meer aangiftetijdvakken kent waarin geen loon is genoten anders dan vanwege verlof, werkstaking, arbeidsongeschiktheid of ziekte, in afwijking van het eerste lid, voor het aantal dagloondagen van de aangiftetijdvakken waarin wel loon is genoten. +**6.** -**5.** D staat, indien de dienstbetrekking waaruit de werknemer ziek is geworden of waaruit recht op uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, of artikel 4:2b van de Wazo is ontstaan, is aangevangen na afloop van de referteperiode, in afwijking van het eerste lid, voor het aantal dagloondagen vanaf en met inbegrip van de dag waarop de dienstbetrekking is aangevangen tot de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken, bedoeld in artikel 29, derde lid, van de ZW of de dag waarop het recht op een uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, of artikel 4:2b van de Wazo is ontstaan en A, B en C staan in dat geval, in zoverre in afwijking van artikel 12c, voor het loon respectievelijk de vakantiebijslag genoten in deze dienstbetrekking. Dit lid is van overeenkomstige toepassing op de situatie, bedoeld in artikel 12c, tweede, derde en vierde lid. - -**6.** Indien artikel 12c, tweede, derde of vierde lid, van toepassing is, staat C tevens voor het ziekengeld uitgekeerd tussen de elkaar opvolgende dienstbetrekkingen, bedoeld in dat tweede, derde of vierde lid, en staat D voor het aantal dagloondagen vanaf en met inbegrip van de dag waarop de eerste van de elkaar opvolgende dienstbetrekkingen, bedoeld in dat tweede, derde of vierde lid, is aangevangen tot en met de laatste dag van de referteperiode. - -**7.** - -Indien het aantal dagloondagen op grond van het eerste, vijfde of zesde lid nul is, dan is het dagloon, in afwijking van het eerste lid, de uitkomst van de volgende berekening: +Indien het aantal dagloondagen op grond van het eerste, vierde of vijfde lid nul is, dan is het dagloon, in afwijking van het eerste lid, de uitkomst van de volgende berekening: E/F @@ -433,9 +417,8 @@ b. 100/A keer de gemiddelde uitkering op grond van de ZW per dag, waarop recht b Onder loon wordt in dit hoofdstuk verstaan loon in de zin van artikel 16 van de Wfsv met dien verstande dat niet onder loon wordt begrepen: a. de toeslagen en aanvullingen, bedoeld in artikel 16, tweede lid, onderdeel a, van die wet; -b. een eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de loonbelasting 1964 ten aanzien waarvan de werkgever met toestemming van de inspecteur van de rijksbelastingdienst geen correctiebericht als bedoeld in artikel 28a van de laatstgenoemde wet heeft ingediend; -c. een uitkering die de werknemer heeft genoten op grond van de aanspraak, bedoeld in artikel 39d van de Wet op de loonbelasting 1964, zonder dat er sprake is van onbetaald extra verlof; en -d. een uitkering op grond van hoofdstuk IV van de WW. +b. een eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de loonbelasting 1964 ten aanzien waarvan de werkgever met toestemming van de inspecteur van de rijksbelastingdienst geen correctiebericht als bedoeld in artikel 28a van de laatstgenoemde wet heeft ingediend; en +c. een uitkering op grond van hoofdstuk IV van de WW. ### Artikel 15 @@ -449,21 +432,21 @@ d. een uitkering op grond van hoofdstuk IV van de WW. Het dagloon van uitkeringen op grond van de Wet WIA en de WAO is de uitkomst van de volgende berekening: -[(A–B) x 108/100 + C] / D +(A – B + C) / D waarbij: -A staat voor het loon dat de werknemer in de referteperiode heeft genoten bij een werkgever die vakantiebijslag reserveert; +A staat voor het loon dat de werknemer in de referteperiode heeft genoten bij alle werkgevers; -B staat voor de bedragen aan vakantiebijslag die de werknemer in de referteperiode heeft genoten; +B staat voor de bedragen aan vakantiebijslag die in de referteperiode als loon zijn uitbetaald ten laste van een opgebouwd bedrag en de bedragen die in die periode als loon zijn uitbetaald ten laste van een arbeidsvoorwaardenbedrag; -C staat voor het loon dat de werknemer in de referteperiode heeft genoten bij een werkgever die geen vakantiebijslag reserveert; en +C staat voor de in de referteperiode opgebouwde bedragen ten behoeve van vakantiebijslag dan wel ten behoeve van een arbeidsvoorwaardenbedrag; en D staat voor 261. **2.** -In een gebroken aangiftetijdvak worden de factoren A, B en C berekend door het loon of de vakantiebijslag in dat tijdvak te vermenigvuldigen met de breuk Y/Z waarbij: +In een gebroken aangiftetijdvak worden de factoren A, B en C berekend door het loon, de vakantiebijslag of de bedragen voor opbouw of opname van een arbeidsvoorwaardenbedrag in dat tijdvak te vermenigvuldigen met de breuk Y/Z waarbij: Z staat voor het aantal dagloondagen in het gebroken aangiftetijdvak binnen de dienstbetrekking of de uitkeringsverhouding; en @@ -471,14 +454,6 @@ Y staat voor het aantal dagloondagen van Z dat binnen de referteperiode valt. In **3.** -Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt onder een werkgever die geen vakantiebijslag reserveert een werkgever verstaan die: - -a. de vakantiebijslag periodiek bij iedere loonbetaling uitbetaalt; -b. de vakantiebijslag als onderdeel van het periodieke loon betaalt; of -c. de vakantiebijslag voldoet overeenkomstig artikel 18, eerste lid, van de WML. - -**4.** - Indien het loon in de referteperiode geheel of gedeeltelijk heeft bestaan uit een uitkering wordt voor de toepassing van het eerste lid het bedrag van de uitkering gesteld op de uitkomst van de volgende berekening: ((100 x E) / F) @@ -494,9 +469,9 @@ b. indien het uitkeringspercentage op grond van de ZW, de WAO, hoofdstuk 6 van d c. 100, indien artikel 53 of 63 van de Wet WIA van toepassing is, dan wel d. indien de teller van de factor, bedoeld in artikel 53 of 63 van de Wet WIA lager is, de waarde van die teller. -**5.** +**4.** -Voor zover het vierde lid van toepassing is, wordt voor de toepassing van het eerste lid, het bedrag van de vakantiebijslag behorende bij de uitkeringen bedoeld in het vierde lid, gesteld op de uitkomst van de volgende berekening: +Voor zover het derde lid van toepassing is, wordt voor de toepassing van het eerste lid, het bedrag van de vakantiebijslag behorende bij de uitkeringen bedoeld in het derde lid, gesteld op de uitkomst van de volgende berekening: (100 x G) / H @@ -504,9 +479,9 @@ waarbij: G staat voor de vakantiebijslag die in het in aanmerking te nemen tijdvak is genoten; en -H gelijk is aan de factor F, bedoeld in het vierde lid. +H gelijk is aan de factor F, bedoeld in het derde lid. -**6.** Indien een dienstbetrekking is geëindigd door wederzijds goedvinden van partijen, of opzegging, zonder inachtneming van de geldende opzegtermijn, wordt voor de toepassing van het eerste lid factor D verminderd met het aantal dagloondagen gedurende de periode tussen de laatste dag van die dienstbetrekking en de dag waarop de rechtens geldende opzegtermijn eindigt, voor zover die periode in de referteperiode ligt en worden de factoren A, B en C verminderd met al het loon genoten in de aangiftetijdvakken die volledig liggen binnen die periode. +**5.** Indien een dienstbetrekking is geëindigd door wederzijds goedvinden van partijen, of opzegging, zonder inachtneming van de geldende opzegtermijn, wordt voor de toepassing van het eerste lid factor D verminderd met het aantal dagloondagen gedurende de periode tussen de laatste dag van die dienstbetrekking en de dag waarop de rechtens geldende opzegtermijn eindigt, voor zover die periode in de referteperiode ligt en worden de factoren A, B en C verminderd met al het loon genoten in de aangiftetijdvakken die volledig liggen binnen die periode. ### Artikel 17 @@ -534,17 +509,17 @@ b. gedurende het aangiftetijdvak, bedoeld in het eerste lid, het te vervangen lo **2.** -Het dagloon van de werknemer die in de referteperiode geen loon als bedoeld in artikel 14 of 15 heeft genoten, is, in afwijking van artikel 16, eerste lid, de uitkomst van de volgende berekening: +Het dagloon van de werknemer die in de referteperiode geen loon als bedoeld in artikel 14 of 15 heeft genoten is de uitkomst van de volgende berekening: -[(A–B) x 108/100 + C] / D +(A – B + C) / D waarbij: -A staat voor het loon dat de werknemer voor het intreden van de arbeidsongeschiktheid heeft genoten in het aangiftetijdvak waarin de arbeidsongeschiktheid is ingetreden bij een werkgever die vakantiebijslag reserveert; +A staat voor het loon dat de werknemer voor het intreden van de arbeidsongeschiktheid heeft genoten in het aangiftetijdvak waarin de arbeidsongeschiktheid is ingetreden, bij alle werkgevers; -B staat voor de bedragen aan vakantiebijslag die de werknemer voor het intreden van de arbeidsongeschiktheid heeft genoten in het aangiftetijdvak waarin de arbeidsongeschiktheid is ingetreden; +B staat voor de bedragen aan vakantiebijslag die voor het intreden van de arbeidsongeschiktheid als loon zijn uitbetaald ten laste van een opgebouwd bedrag en de bedragen die voor het intreden van de arbeidsongeschiktheid als loon zijn uitbetaald ten laste van een arbeidsvoorwaardenbedrag in het aangiftetijdvak waarin de arbeidsongeschiktheid is ingetreden; -C staat voor het loon dat de werknemer voor het intreden van de arbeidsongeschiktheid heeft genoten in het aangiftetijdvak waarin de arbeidsongeschiktheid is ingetreden bij een werkgever die geen vakantiebijslag reserveert; en +C staat voor de in de referteperiode opgebouwde bedragen ten behoeve van vakantiebijslag dan wel ten behoeve van een arbeidsvoorwaardenbedrag in het aangiftetijdvak waarin de arbeidsongeschiktheid is ingetreden; en D staat voor het in dat aangiftetijdvak gelegen aantal dagloondagen vanaf en met inbegrip van de dag waarop de dienstbetrekking is aangevangen tot de dag van intreden van de arbeidsongeschiktheid. @@ -742,6 +717,16 @@ b. indien de aanvraag is gedaan op of na 1 juli 2018, het dagloon met inachtnem De artikelen 12c tot en met 12f, zoals deze luiden na de dag van inwerkingtreding van artikel I, onderdelen E tot en met H, van het Besluit van 20 juni 2018 tot wijziging van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen in verband met een andere berekeningswijze van het WW-dagloon in het geval van een lager dagloon door ziekte in de referteperiode en enkele andere wijzigingen (Stb. 2018, 193), zijn niet van toepassing op de werknemer wiens recht op ziekengeld is ontstaan voor die dag van inwerkingtreding. +### Artikel 27e + +**1.** De artikelen 5, 12e, 16 en 18, zoals deze luidden op 31 december 2021, blijven van toepassing op uitkeringen waarvan de eerste rechtdag is gelegen voor 1 januari 2022. + +**2.** Onder eerste rechtdag, bedoeld in het eerste lid, wordt voor de WW de eerste dag van werkloosheid verstaan, voor de Wet WIA en WAO de dag dat recht op uitkering is ontstaan en voor de ZW de eerste dag waarover het ziekengeld wordt uitgekeerd. + +### Artikel 27f + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Artikel 28 Dit besluit berust mede op de artikelen 1b, zesde lid, van de WW en 4:2b, vijfde lid, van de Wazo.