diff --git a/wet/wet-gewasbeschermingsmiddelen-en-biociden/BWBR0021670/README.md b/wet/wet-gewasbeschermingsmiddelen-en-biociden/BWBR0021670/README.md index a98152cddb3..e4b14ad8aaa 100644 --- a/wet/wet-gewasbeschermingsmiddelen-en-biociden/BWBR0021670/README.md +++ b/wet/wet-gewasbeschermingsmiddelen-en-biociden/BWBR0021670/README.md @@ -103,8 +103,6 @@ Er is een College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden. H ### Artikel 4 -**1.** - Het college is belast met: a. het toelaten van gewasbeschermingsmiddelen overeenkomstig hoofdstuk 4 dan wel hoofdstuk 9 van de wet; @@ -113,22 +111,9 @@ c. het bijhouden van het in artikel 42 bedoelde register; d. het verlenen van de in de artikelen 37 en 64 bedoelde vrijstellingen voor proefdoeleinden; en e. andere, bij algemene maatregel van bestuur opgedragen taken, die verband houden met de onder a tot en met d bedoelde taken. -**2.** - -Het college ziet met betrekking tot de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden toe op: - -a. een tijdige voorbereiding en uitvoering; -b. de kwaliteit van de daarbij gebruikte procedures; -c. de zorgvuldige behandeling van personen en instellingen die met het college in aanraking komen; -d. de zorgvuldige behandeling van bezwaar- en beroepschriften en klachten die worden ontvangen. - -**3.** Het college treft voorzieningen, waardoor personen en instellingen, die met het college in aanraking komen, in de gelegenheid worden gesteld om voorstellen tot verbetering van werkwijzen en procedures te doen. - -**4.** In het jaarverslag, bedoeld in artikel 12, tweede lid, doet het college verslag van hetgeen ter uitvoering van het eerste, tweede en derde lid is verricht. - ### Artikel 5 -**1.** Het college bestaat uit vijf leden, de voorzitter daaronder begrepen, en ten hoogste vier plaatsvervangende leden, die door Onze Minister worden benoemd en ontslagen. Leden en plaatsvervangend leden worden benoemd op grond van deskundigheid op het gebied van de taken waarmee het college is belast. Geen personen worden benoemd die aan Onze Ministers ondergeschikt zijn. +**1.** Het college bestaat uit vijf leden, de voorzitter daaronder begrepen, en ten hoogste vier plaatsvervangende leden. De benoeming vindt plaats op grond van deskundigheid op het gebied van de taken waarmee het college is belast. **2.** De leden wijzen uit hun midden een plaatsvervangend voorzitter aan. @@ -136,21 +121,15 @@ d. de zorgvuldige behandeling van bezwaar- en beroepschriften en klachten die wo **4.** De leden en de plaatsvervangend leden hebben op persoonlijke titel zitting in het college en oefenen hun functie uit zonder last of ruggespraak. -**5.** De leden en de plaatsvervangend leden kunnen wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid voor de door hen vervulde functie dan wel wegens andere zwaarwegende in de persoon van de betrokkene gelegen redenen door Onze Minister worden geschorst of tussentijds worden ontslagen. Ontslag kan op eigen verzoek worden verleend. +**5.** Zolang in een vacature niet is voorzien, vormen de overblijvende leden het college, met de bevoegdheid van het volledig college. -**6.** Zolang in een vacature niet is voorzien, vormen de overblijvende leden het college, met de bevoegdheid van het volledig college. +**6.** Leden en plaatsvervangend leden die zijn benoemd ter vervanging van een tussentijds opengevallen plaats, treden af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats zij zijn benoemd, zou moeten aftreden. -**7.** Leden en plaatsvervangend leden die zijn benoemd ter vervanging van een tussentijds opengevallen plaats, treden af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats zij zijn benoemd, zou moeten aftreden. - -**8.** Onze Minister kent de leden van het college een vergoeding toe voor hun werkzaamheden. Deze vergoeding komt ten laste van het college. +**7.** De bezoldiging dan wel schadeloosstelling, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, voor de leden en plaatsvervangende leden van het college komt ten laste van de begroting van het college. ### Artikel 6 -**1.** Een lid van het college vervult geen andere functies die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van zijn functie binnen het college of die de handhaving van zijn onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin kunnen schaden. - -**2.** Een lid van het college meldt het voornemen tot het aanvaarden van een andere functie aan Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. - -**3.** Andere functies worden openbaar gemaakt. Openbaarmaking geschiedt door het ter inzage leggen van een opgave van deze functies bij het college en bij Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. +Vervallen ### Artikel 7 @@ -169,25 +148,19 @@ Het college stelt een bestuursreglement vast, waarin in ieder geval wordt gerege a. de werkwijze van het college en de taakverdeling tussen de leden, en b. overige zaken betrekking hebbende op de uitvoering van het bij of krachtens deze wet gestelde, waaronder de nadere eisen, bedoeld in artikel 2:15 van de Algemene wet bestuursrecht. -**2.** Het reglement behoeft de goedkeuring van Onze Minister. +**2.** Het college kan bij het reglement zijn vertegenwoordiging in en buiten rechte opdragen aan een of meer leden van het college of aan de secretaris. Het kan bepalen dat deze vertegenwoordiging uitsluitend betrekking heeft op bepaalde aangelegenheden. -**3.** De goedkeuring kan worden onthouden wegens strijd met het recht of kan worden onthouden op de grond dat het reglement naar het oordeel van Onze Minister een goede taakuitoefening door het college kan belemmeren. +**3.** Het college kan bij het reglement de uitoefening van daarbij aan te wijzen taken en bevoegdheden opdragen aan een of meer leden of aan de secretaris. -**4.** Het college kan bij het reglement zijn vertegenwoordiging in en buiten rechte opdragen aan een of meer leden van het college of aan de secretaris. Het kan bepalen dat deze vertegenwoordiging uitsluitend betrekking heeft op bepaalde aangelegenheden. +**4.** Vervallen. -**5.** Het college kan bij het reglement de uitoefening van daarbij aan te wijzen taken en bevoegdheden opdragen aan een of meer leden of aan de secretaris. +**5.** Vervallen. **6.** In aanvulling op het eerste lid, onderdeel b, kan het college in een bestuursreglement regels stellen voor het bij een schriftelijke aanvraag overleggen van gegevens op een elektronische gegevensdrager en de aanvrager daartoe verplichten, voorzover een belanghebbende de gegevens niet langs elektronische weg verzendt als bedoeld in artikel 2:15 van de Algemene wet bestuursrecht. ### Artikel 9 -**1.** De directeur en het personeel van het secretariaat zijn ambtenaar in de zin van de Ambtenarenwet, behoudens degene met wie een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is gesloten. - -**2.** Onverminderd artikel 7, tweede lid, is de rechtspositie van de directeur en het personeel van het secretariaat in overeenstemming met de regels die gelden voor ambtenaren die zijn aangesteld bij de ministeries en die behoren tot de sector Rijk, met dien verstande dat waar in deze regels een bevoegdheid is toegekend aan een andere minister dan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, deze bevoegdheid ten aanzien van het personeel van het secretariaat wordt uitgeoefend door de directeur. - -**3.** Het personeel dat werkzaam is ten behoeve van het college staat onder het gezag van het college en legt over werkzaamheden uitsluitend aan het college verantwoording af. - -**4.** Bij algemene maatregel van bestuur kan zo nodig worden afgeweken van de in het tweede lid bedoelde regels. +Vervallen ### Artikel 10 @@ -203,16 +176,10 @@ e. elk jaar dat een gewasbeschermingsmiddel of biocide in verband met de toelati f. het nemen van een besluit tot toelating waarvan een kaderformulering als bedoeld in artikel 62 deel uitmaakt of een verlenging daarvan als bedoeld in artikel 66; en g. het verrichten van andere taken als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel e, voor zover deze taken niet vallen onder de activiteiten, genoemd in de onderdelen a tot en met f. -**2.** De in het eerste lid bedoelde tarieven behoeven de goedkeuring van Onze Minister. - -**3.** Goedkeuring kan worden onthouden wegens strijd met het recht of met het algemeen belang. - -**4.** De in het eerste lid bedoelde tarieven hebben een rechtstreeks verband met de in dat lid bedoelde activiteiten en belopen niet meer dan nodig is ter dekking van de gemaakte kosten die zijn toe te rekenen aan de onderscheiden activiteiten. +**2.** De in het eerste lid bedoelde tarieven hebben een rechtstreeks verband met de in dat lid bedoelde activiteiten en belopen niet meer dan nodig is ter dekking van de gemaakte kosten die zijn toe te rekenen aan de onderscheiden activiteiten. ### Artikel 11 -**1.** - De inkomsten van het college bestaan uit: a. de opbrengsten van de tarieven, bedoeld in artikel 10; @@ -220,70 +187,35 @@ b. vergoedingen voor verrichte diensten; c. bijdragen van het Rijk; d. andere baten, hoe ook genoemd. -**2.** - -Instemming van Onze Minister behoeft een besluit van het college strekkende tot: - -a. het aangaan van geldleningen die een door Onze Minister vast te stellen bedrag te boven gaan; -b. het aangaan van lease-overeenkomsten waarvan de door het college te leveren tegenprestatie een door Onze Minister vast te stellen omvang te boven gaat; -c. het (mede) oprichten van dan wel deelnemen in een rechtspersoon. - -**3.** De artikelen 10.28 tot en met 10.31 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing op de instemming, bedoeld in het tweede lid. - ### Artikel 12 **1.** Het college stelt jaarlijks een werkplan voor het eerstvolgende jaar vast. Het werkplan bevat tevens een visie op de ontwikkelingen voor de eerstvolgende vier jaren met betrekking tot aard en omvang van de aan het college toebedeelde taken en de daaruit voortvloeiende gevolgen voor de organisatie. Het werkplan wordt vóór 1 oktober aan Onze Ministers ter kennis gebracht. -**2.** Het college stelt jaarlijks voor 1 april een jaarverslag op van de werkzaamheden, het gevoerde beleid in het algemeen en de doelmatigheid en doeltreffendheid van zijn werkzaamheden en werkwijze in het bijzonder in het afgelopen kalenderjaar. Het verslag wordt aan Onze Ministers toegezonden en algemeen verkrijgbaar gesteld. +**2.** Indien de goedkeuring wordt onthouden aan de begroting, is het college gerechtigd gedurende ten hoogste zes maanden voor iedere maand gedurende welke de goedkeuring wordt onthouden, uitgaven te doen ter grootte van ten hoogste een twaalfde deel van de begroting van het voorafgaande jaar waarmee is ingestemd. -**3.** Het college stelt jaarlijks een begroting vast voor het volgende kalenderjaar. De begroting bevat ten minste een staat van baten en lasten, een balans en een toelichting op deze stukken. +**3.** Onze Minister kan tevens een onderzoek instellen naar de doelmatigheid van het beheer, de organisatie en het beleid van het college alsmede naar de doeltreffendheid van de uitvoering en het beleid van het college. Desgevraagd geeft het college ten behoeve van dit onderzoek inzage van de boeken en bescheiden en verstrekt het alle inlichtingen die voor dit onderzoek nodig geoordeeld worden. -**4.** De begroting wordt onderbouwd aan de hand van kostencomponenten, prestatie-elementen en een financieel meerjarenplan. De begroting wordt vóór 1 oktober van het voorafgaande kalenderjaar ter goedkeuring aan Onze Minister voorgelegd. - -**5.** Indien gedurende het jaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke en de begrote baten en lasten dan wel inkomsten en uitgaven, doet het college daarvan onverwijld mededeling aan Onze Minister onder vermelding van de oorzaak van de verschillen. Indien de begroting niet toereikend is, legt het college lopende het jaar een wijziging van die begroting ter goedkeuring voor aan Onze Minister. - -**6.** Indien de goedkeuring wordt onthouden aan de begroting, is het college gerechtigd gedurende ten hoogste zes maanden voor iedere maand gedurende welke de goedkeuring wordt onthouden, uitgaven te doen ter grootte van ten hoogste een twaalfde deel van de begroting van het voorafgaande jaar waarmee is ingestemd. - -**7.** Het college dient jaarlijks vóór 1 april bij Onze Minister een jaarrekening in waarin rekening en verantwoording wordt afgelegd over het afgelopen kalenderjaar. De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid en de rechtmatigheid, afgegeven door een door het college, in overleg met Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aangewezen accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Bij de aanwijzing van de accountant wordt bedongen dat aan Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit dan wel aan een door hem aangewezen accountant als bedoeld in het achtste lid op diens verzoek inzicht wordt geboden in de controlewerkzaamheden van de accountant. De jaarrekening behoeft de goedkeuring van Onze Minister. - -**8.** Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit belast een tot de departementale accountantsdienst van zijn departement behorende accountant met een onderzoek naar de controlewerkzaamheden van de accountant, bedoeld in het zevende lid. - -**9.** Het college stelt de in het zevende lid bedoelde stukken algemeen verkrijgbaar. - -**10.** Onze Minister kan tevens een onderzoek instellen naar de doelmatigheid van het beheer, de organisatie en het beleid van het college alsmede naar de doeltreffendheid van de uitvoering en het beleid van het college. Desgevraagd geeft het college ten behoeve van dit onderzoek inzage van de boeken en bescheiden en verstrekt het alle inlichtingen die voor dit onderzoek nodig geoordeeld worden. - -**11.** Onze Minister kan regels stellen over de inrichting van de stukken, bedoeld in het eerste, tweede, derde en zevende lid, alsmede aandachtspunten voor de accountantscontrole. +**4.** Onze Minister kan nadere regels stellen over de inrichting van het werkplan, bedoeld in het eerste lid, alsmede het jaarverslag, de begroting en de jaarrekening bedoeld, in artikel 18, respectievelijk artikel 26, respectievelijk artikel 34 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen. ### Artikel 13 -**1.** Het college verstrekt desgevraagd aan Onze Ministers de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. Onze Ministers kunnen inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig is. - -**2.** Het college geeft bij de verstrekking van de in het eerste lid bedoelde inlichtingen waar nodig aan welke gegevens, voortvloeiend uit de wet, een vertrouwelijk karakter hebben. - -**3.** Onze Minister stelt na overleg met het college een informatiestatuut vast. Het informatiestatuut bevat regels met betrekking tot de informatievoorziening tussen Onze Ministers en het college. +Onze Minister stelt na overleg met het college een informatiestatuut vast. Het informatiestatuut bevat regels met betrekking tot de informatievoorziening tussen Onze Ministers en het college. ### Artikel 14 -Onze Ministers kunnen beleidsregels stellen met betrekking tot de taakuitoefening van het college. +Vervallen ### Artikel 15 -In de Staatscourant worden bekendgemaakt: - -a. de door het college vastgestelde reglementen en tarieven, en -b. de door Onze Ministers opgestelde beleidsregels. +Vervallen ### Artikel 16 -**1.** Indien het college de hem bij deze wet opgedragen taken niet of niet naar behoren uitvoert, kan Onze Minister daarin voorzien. - -**2.** De voorziening wordt, spoedeisende gevallen uitgezonderd, niet eerder getroffen dan nadat het college in de gelegenheid is gesteld om binnen een door Onze Minister te stellen termijn alsnog zijn taak naar behoren uit te voeren. - -**3.** Onze Minister stelt de beide kamers der Staten-Generaal onverwijld in kennis van de door hem getroffen voorziening. +Vervallen ### Artikel 17 -Het college draagt overeenkomstig de voor de Rijksdienst geldende voorschriften zorg voor de nodige technische en organisatorische voorzieningen ter beveiliging van zijn gegevens tegen verlies of aantasting en tegen onbevoegde kennisneming, wijziging en verstrekking van die gegevens. +Vervallen ## Hoofdstuk 3. Algemene verboden