2026-02-28 | BWBR0011823 | Vreemdelingenwet 2000

This commit is contained in:
Coornhert 2026-02-28 12:00:00 +00:00
parent dca22203c7
commit 3b0ac5ed34

View file

@ -2279,7 +2279,7 @@ f. de uitvoering van:
**6.**
De verstrekking van gegevens betreffende de vingerafdrukken van de vreemdeling uit de vreemdelingenadministratie in de gevallen bedoeld in het vijfde lid, onderdeel c, ten behoeve van de opsporing en vervolging van strafbare feiten vindt slechts plaats in geval van een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten en na schriftelijke machtiging van de rechter-commissaris op vordering van de officier van justitie:
De verstrekking van gegevens betreffende de gezichtsopname of de vingerafdrukken van de vreemdeling uit de vreemdelingenadministratie in de gevallen bedoeld in het vijfde lid, onderdeel c, ten behoeve van de opsporing en vervolging van strafbare feiten vindt slechts plaats in geval van een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten en na schriftelijke machtiging van de rechter-commissaris op vordering van de officier van justitie:
a. indien er een redelijk vermoeden bestaat dat de verdachte een vreemdeling is, of
b. in het belang van het onderzoek en het opsporingsonderzoek op een dood spoor is beland, dan wel snel resultaat geboden is bij de opheldering van het misdrijf.
@ -2401,11 +2401,7 @@ Een vreemdeling aan wie de verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 of arti
### Artikel 115
**1.** De bevoegdheid van Onze Minister om op grond van artikel 106a een gezichtsopname en vingerafdrukken van een vreemdeling af te nemen en te verwerken, vervalt twaalf jaar na de inwerkingtreding van de wet van 11 december 2013 tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met de uitbreiding van biometrische kenmerken in de vreemdelingenketen in verband met het verbeteren van de identiteitsvaststelling van de vreemdeling (Stb. 2014, 2).
**2.** De in de vreemdelingenadministratie opgenomen gegevens, bedoeld in artikel 107, eerste lid, onderdeel a, worden twaalf jaar na de inwerkingtreding van de in het eerste lid bedoelde wet van 11 december 2013 vernietigd.
**3.** Onze Minister bevordert dat uiterlijk drie maanden na het tijdstip, bedoeld in het eerste en het tweede lid, een voorstel van wet bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal wordt ingediend, waarbij de wijzigingen die in deze wet zijn aangebracht door artikel I, onderdelen A, D en E, van de in het eerste lid bedoelde wet van 11 december 2013, ongedaan worden gemaakt.
Vervallen
### Artikel 116