2015-01-01 | BWBR0020421 | Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft

This commit is contained in:
Coornhert 2015-01-01 12:00:00 +00:00
parent 06f1709130
commit 3b1d575c96

View file

@ -269,19 +269,15 @@ In deze paragraaf wordt verstaan onder:
### Artikel 6
**1.**
Een financiëledienstverlener voldoet aan artikel 4:9, tweede lid, van de wet, indien:
a. hij zijn bedrijfsvoering zodanig heeft ingericht dat een vakbekwame financiële dienstverlening aan consumenten of, indien het verzekeringen betreft, cliënten voldoende is gewaarborgd;
b. de werknemers en andere natuurlijke personen die zich onder zijn verantwoordelijkheid rechtstreeks bezighouden met werkzaamheden als bedoeld in artikel 7, daartoe beschikken over:
1°. een geldig, op grond van die artikelen vereist diploma, afgegeven door een door Onze Minister erkend exameninstituut als bedoeld in artikel 11a; dan wel
1°. een geldig, op grond van dat artikel vereist diploma; dan wel
2°. een geldige erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties; en
c. de personen, bedoeld in onderdeel b, voldoen aan de in artikel 11 gestelde eisen.
**2.** Het eerste lid, onderdelen b en c, is niet van toepassing op de gevolmachtigde of ondergevolmachtigde agent.
### Artikel 7
Werknemers en andere natuurlijke personen die zich onder verantwoordelijkheid van een financiëledienstverlener bezighouden met advisering met betrekking tot een in tabel 1 genoemde onderwerp, beschikken daartoe over het ingevolge die tabel vereiste diploma.
@ -292,7 +288,7 @@ Vervallen
### Artikel 9
**1.** Een diploma als bedoeld in artikel 7 wordt afgegeven, indien de ingevolge tabel 1 of 2 aan dat diploma ten grondslag liggende modules alle met goed gevolg zijn afgerond.
**1.** Een diploma als bedoeld in artikel 7 wordt afgegeven, indien de ingevolge tabel 1 aan dat diploma ten grondslag liggende modules alle met goed gevolg zijn afgerond.
**2.** De examens van de modules, bedoeld in het eerste lid, worden afgelegd bij een op grond van artikel 11a erkend exameninstituut.
@ -302,7 +298,7 @@ Vervallen
### Artikel 10
Personen die over een in tabel 3 genoemd diploma beschikken, zijn tevens vakbekwaam te adviseren over het daarbij in de tabel vermelde onderwerp, indien de advisering over dat onderwerp gecombineerd wordt met advisering over het onderwerp waarop het diploma betrekking heeft.
Personen die over een in tabel 2 genoemd diploma beschikken, zijn tevens vakbekwaam te adviseren over het daarbij in de tabel vermelde onderwerp, indien de advisering over dat onderwerp gecombineerd wordt met advisering over het onderwerp waarop het diploma betrekking heeft.
### Artikel 11
@ -314,15 +310,13 @@ Personen die over een in tabel 3 genoemd diploma beschikken, zijn tevens vakbekw
**4.** Indien de houder van een diploma of erkenning op grond van het eerste lid niet langer bevoegd is de in artikel 7 bedoelde werkzaamheden te verrichten, kan hij een bijzonder examen afleggen. Indien dit examen met goed gevolg wordt afgelegd, herleeft de bevoegdheid om de in artikel 7 bedoelde werkzaamheden te verrichten. Vervolgens dient het eerstvolgende periodieke examen uiterlijk 36 maanden na het behalen van het bijzondere examen te worden afgelegd.
**5.** De examens, bedoeld in het eerste en vierde lid, voldoen aan bij ministeriële regeling vast te stellen eindtermen en toetstermen en worden afgelegd bij een op grond van artikel 11a erkend exameninstituut.
**6.** De examens, bedoeld in het eerste en vierde lid, voldoen aan bij ministeriële regeling vast te stellen eindtermen en toetstermen en kunnen, indien Onze Minister daar gelegenheid toe biedt, tevens bij Onze Minister worden afgelegd.
**5.** De examens, bedoeld in het eerste en vierde lid, voldoen aan bij ministeriële regeling vast te stellen eindtermen en toetstermen en worden afgelegd bij een op grond van artikel 11a erkend exameninstituut. Indien Onze Minister daar gelegenheid toe biedt, kunnen deze examens tevens bij Onze Minister worden afgelegd.
### Paragraaf 2.2. Exameninstituten
### Artikel 11a
**1.** Onze Minister erkent een exameninstituut op aanvraag, indien de aanvrager aantoont dat zal worden voldaan aan de artikelen 11b en 11c.
**1.** Onze Minister erkent een exameninstituut op aanvraag, indien de aanvrager aantoont dat zal worden voldaan aan artikel 11b.
**2.** Onze Minister beslist op een aanvraag om erkenning binnen vier maanden nadat de aanvraag is ingediend. De beslissingstermijn kan ten hoogste tweemaal met twee maanden worden verlengd.
@ -334,7 +328,7 @@ Onze Minister kan een erkenning intrekken:
a. op verzoek van het erkende exameninstituut;
b. indien de gegevens en bescheiden die zijn verstrekt ter verkrijging van de erkenning, na de erkenning zodanig onjuist of onvolledig blijken dat de erkenning zou zijn geweigerd, dan wel niet zonder daaraan voorschriften te verbinden zou zijn verleend, indien bij de behandeling van de aanvraag de juiste gegevens volledig bekend waren geweest;
c. indien het exameninstituut niet langer voldoet aan de artikelen 11b en 11c;
c. indien het exameninstituut niet langer voldoet aan artikel 11b;
d. indien het exameninstituut artikel 11d of de aan de erkenning verbonden voorschriften niet naleeft.
**5.** Na intrekking van een erkenning draagt het exameninstituut de administratie inzake certificaten en diplomas over aan Onze Minister. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing, indien de aan de erkenning verbonden termijn eindigt.
@ -356,6 +350,8 @@ f. de maatregelen indien onregelmatigheden worden geconstateerd;
g. de termijn waarbinnen de examenuitslagen worden bekendgemaakt, alsmede de termijn waarbinnen de certificaten en diplomas worden uitgereikt;
h. de interne klachtenprocedure.
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot examenreglementen als bedoeld in het tweede lid.
### Artikel 11c
**1.** Een kandidaat die met goed gevolg het examen voor een module als bedoeld in artikel 9, eerste lid, heeft afgelegd, ontvangt ten bewijze daarvan een certificaat.
@ -366,17 +362,13 @@ h. de interne klachtenprocedure.
### Artikel 11ca
**1.** Het certificaat wordt ondertekend door het exameninstituut dat het examen, bedoeld in artikel 11c, eerste lid, heeft afgenomen.
**1.** Het certificaat wordt afgegeven vanwege Onze Minister en uitgereikt of toegezonden door het exameninstituut dat het examen, bedoeld in artikel 11c, eerste lid, heeft afgenomen.
**2.** Het diploma wordt ondertekend door het exameninstituut dat het laatste examen heeft afgenomen dat benodigd is voor het behalen van het diploma.
**2.** Het diploma wordt afgegeven vanwege Onze Minister en uitgereikt of toegezonden door het exameninstituut dat het laatste examen heeft afgenomen dat benodigd is voor het behalen van het diploma.
**3.** Het certificaat wordt aan de kandidaat uitgereikt of toegezonden door het exameninstituut, bedoeld in het eerste lid.
**3.** Duplicaten van certificaten en diplomas worden uitsluitend door Onze Minister verstrekt. Verstrekking geschiedt tegen betaling van de kostprijs.
**4.** Het diploma wordt aan de kandidaat uitgereikt of toegezonden door het exameninstituut, bedoeld in het tweede lid.
**5.** Duplicaten van certificaten en diplomas worden uitsluitend door Onze Minister verstrekt. Verstrekking geschiedt tegen betaling van de kostprijs.
**6.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de afgifte van certificaten en diplomas of de verstrekking van duplicaten daarvan.
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de afgifte van certificaten en diplomas of de verstrekking van duplicaten daarvan.
### Artikel 11d
@ -404,7 +396,7 @@ h. de interne klachtenprocedure.
Het informatiesysteem inzake beroepskwalificaties, bedoeld in artikel 4:9a, eerste lid, van de wet bevat persoonsgegevens van:
a. kandidaten die beschikken over een diploma als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, of een erkenning als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, onder 2°;
a. kandidaten die beschikken over een diploma als bedoeld in artikel 6, onderdeel b, onder 1°, of een erkenning als bedoeld in artikel 6, onderdeel b, onder 2°;
b. kandidaten die deelnemen aan een examen als bedoeld in artikel 9, tweede lid, of 11, eerste of vierde lid.
**2.**
@ -417,8 +409,8 @@ c. geboorteplaats;
d. geslacht;
e. de afgelegde examens;
f. de resultaten van afgelegde examens;
g. de datum waarop betrokkene een diploma als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, heeft behaald;
h. de datum waarop betrokkene een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, verkrijgt;
g. de datum waarop betrokkene een diploma als bedoeld in artikel 6, onderdeel b, onder 1°, heeft behaald;
h. de datum waarop betrokkene een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 6, onderdeel b, onder 2°, verkrijgt;
i. de datum waarop een examen is afgelegd als bedoeld in artikel 9, tweede lid, of 11, eerste of vierde lid;
j. de datum van de laatste dag van de periode, bedoeld in artikel 11, tweede lid;
k. de naam van het exameninstituut, waar het examen is afgelegd.
@ -464,7 +456,9 @@ a. kosten die verband houden met de ontwikkeling en het beheer van de centrale e
b. kosten die verband houden met de ontwikkeling en het beheer van de examenvragen;
c. kosten die verband houden met de ontwikkeling en het beheer van het informatiesysteem, bedoeld in artikel 4:9a, eerste lid, van de wet;
d. kosten die verband houden met de ontwikkeling en het beheer van de eindtermen en toetstermen, bedoeld in artikel 9, vijfde lid, en artikel 11, vijfde en zesde lid;
e. kosten die verband houden met de controle op een ordelijk verloop van de afname van examens.
e. kosten die verband houden met de controle op een ordelijk verloop van de afname van examens;
f. kosten die verband houden met het faciliteren van inzage in gemaakte examens;
g. kosten die verband houden met de behandeling van klachten die betrekking hebben op de inhoud van de examens.
**3.** Bij ministeriële regeling wordt het tarief vastgesteld dat per examen in rekening wordt gebracht in verband met de in het eerste lid bedoelde kosten. Voorts kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de in het eerste lid genoemde kosten in rekening worden gebracht.
@ -1859,7 +1853,7 @@ h. de looptijd van de overeenkomst;
i. de premie, verschuldigd voor de hoofddekking en, indien de overeenkomst voorziet in een of meer nevenuitkeringen, de premies die voor elk van de nevenuitkeringen zijn verschuldigd en, indien deze premies gedurende de looptijd fluctueren, een zo nauwkeurig mogelijke beschrijving van de wijze waarop ze worden berekend en van de factoren waardoor het beloop ervan wordt bepaald;
j. een opgave of de premie eenmalig is verschuldigd dan wel periodiek;
k. de periode gedurende welke premie verschuldigd is;
l. indien de uitkering wordt uitgedrukt in rechten van deelneming in een beleggingsinstelling of icbe of icbe:
l. indien de uitkering wordt uitgedrukt in rechten van deelneming in een beleggingsinstelling of icbe:
1°. de kosten die worden ingehouden op de premie, bedoeld in onderdeel i, onderverdeeld naar eerste kosten, doorlopende kosten en aan- en verkoopkosten;
2°. de kosten die worden ingehouden op de waarde van de rechten van deelneming, onderverdeeld naar eerste kosten, doorlopende kosten en aan- en verkoopkosten;
@ -2544,11 +2538,14 @@ Artikel 86c is uitsluitend van toepassing op overeenkomsten die zijn aangegaan o
Het eerste lid is niet van toepassing op:
a. provisies die rechtstreeks worden verschaft door de consument of, voor zover het een verzekering betreft, de cliënt of degene die namens hem optreedt, tenzij de hoogte van deze provisies kennelijk onredelijk is gelet op de aard en reikwijdte van de dienstverlening;
b. provisies die noodzakelijk zijn voor het verlenen van de desbetreffende financiële dienst of de desbetreffende financiële dienst mogelijk maken;
c. provisies die worden verschaft door een bemiddelaar of adviseur, niet zijnde een aanbieder of gevolmachtigde agent, aan een andere bemiddelaar of adviseur;
d. relatiegeschenken, voor zover de gezamenlijke waarde daarvan op jaarbasis niet meer bedraagt dan € 100.
b. provisies die worden verschaft door de aanbieder of ontvangen door de bemiddelaar of adviseur voor het bemiddelen of adviseren van een consument die inzake een hypothecair krediet betalingsachterstanden of voorzienbare betalingsachterstanden heeft, mits de provisie geen afbreuk doet aan de kwaliteit van de dienstverlening en de verplichting van de bemiddelaar of adviseur om zich in te zetten voor de belangen van de consument;
c. provisies die noodzakelijk zijn voor het verlenen van de desbetreffende financiële dienst of de desbetreffende financiële dienst mogelijk maken;
d. provisies die worden verschaft door een bemiddelaar of adviseur, niet zijnde een aanbieder of gevolmachtigde agent, aan een andere bemiddelaar of adviseur;
e. relatiegeschenken, voor zover de gezamenlijke waarde daarvan op jaarbasis niet meer bedraagt dan € 100.
**3.**
**3.** De bemiddelaar of adviseur doet op begrijpelijke wijze mededeling van het bestaan en het bedrag van de provisie als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, voordat de desbetreffende financiële dienst wordt verleend, tenzij het bedrag van de provisie op dat moment niet bekend is.
**4.**
Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op personen die ingevolge artikel 2:104, eerste lid, van de wet zijn vrijgesteld van artikel 2:96, eerste lid, van de wet voor zover die personen in Nederland beleggingsdiensten mogen verlenen:
@ -2625,6 +2622,8 @@ k. andere bij ministeriële regeling bepaalde informatie.
**2.** De aanbieder brengt geen andere kosten dan de advieskosten en distributiekosten in rekening bij de consument onderscheidenlijk cliënt voor de werkzaamheden gericht op het tot stand brengen van een overeenkomst met betrekking tot de financiële producten, bedoeld in het eerste lid.
**3.** Het eerste lid is niet van toepassing op het adviseren van een consument die inzake een hypothecair krediet betalingsachterstanden of voorzienbare betalingsachterstanden heeft.
### Artikel 86i
**1.**
@ -2661,13 +2660,16 @@ f. of een bepaalde aanbieder of een bepaalde moedermaatschappij van een aanbiede
Het eerste lid is niet van toepassing op:
a. provisies die worden verschaft door of aan de cliënt of degene die namens hem optreedt; of
b. afsluitprovisies of doorlopende provisies die worden verschaft door of aan een derde of degene die namens hem optreedt, indien:
b. provisies die worden verschaft door de aanbieder of ontvangen door de bemiddelaar of adviseur voor het bemiddelen of adviseren van een consument die inzake een hypothecair krediet betalingsachterstanden of voorzienbare betalingsachterstanden heeft, mits de provisie geen afbreuk doet aan de kwaliteit van de dienstverlening en de verplichting van de bemiddelaar of adviseur om zich in te zetten voor de belangen van de consument;
c. afsluitprovisies of doorlopende provisies die worden verschaft door of aan een derde of degene die namens hem optreedt, indien:
1°. de bemiddelaar of adviseur de cliënt op uitvoerige, accurate en begrijpelijke wijze mededeling doet van het bestaan, de aard en het bedrag of, indien het bedrag niet kan worden achterhaald, de wijze van berekening van de provisie of in geval van provisie in natura de waarde in het economisch verkeer voordat de betreffende dienst wordt verleend; en
2°. het verschaffen van de provisie de kwaliteit van de betreffende dienst ten goede komt en geen afbreuk doet aan de verplichting van de aanbieder, bemiddelaar of adviseur om zich in te zetten voor de belangen van de cliënt;
c. relatiegeschenken, voor zover de gezamenlijke waarde daarvan op jaarbasis niet meer bedraagt dan € 100.
d. relatiegeschenken, voor zover de gezamenlijke waarde daarvan op jaarbasis niet meer bedraagt dan € 100.
**3.** Voor de toepassing van het tweede lid, onderdeel b, wordt onder «consument» in de definities van afsluitprovisie en doorlopende provisie, bedoeld in artikel 1, mede verstaan een cliënt, niet zijnde een consument.
**3.** Voor de toepassing van het tweede lid, onderdeel c, wordt onder «consument» in de definities van afsluitprovisie en doorlopende provisie, bedoeld in artikel 1, mede verstaan een cliënt, niet zijnde een consument.
**4.** De bemiddelaar of adviseur doet op begrijpelijke wijze mededeling van het bestaan en het bedrag van de provisie als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, voordat de desbetreffende financiële dienst wordt verleend, tenzij het bedrag van de provisie op dat moment niet bekend is.
### Artikel 86l
@ -3073,22 +3075,19 @@ c. correspondentie tussen de accountant en de financiële onderneming die rechts
### Artikel 108a
**1.** Een centrale tegenpartij als bedoeld in verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli inzake otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (PbEU 2012, L 201) geeft aan de Nederlandsche Bank schriftelijk kennis van het voornemen tot een substantiële wijziging van de wijze waarop zij invulling geeft aan hetgeen is bepaald in de titels IV en V van die verordening.
**1.**
Met betrekking tot het voornemen, bedoeld in artikel 4:27a, eerste lid, van de wet legt de centrale tegenpartij over:
a. een beschrijving van de voorgenomen wijziging, bedoeld in het eerste lid;
b. gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële Markten redelijkerwijs kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen in de artikelen 36 tot en met 39 van de verordening, bedoeld in het eerste lid, is bepaald.
**2.**
Met betrekking tot het voornemen legt de afwikkelonderneming over:
De centrale tegenpartij geeft geen uitvoering aan het voornemen voordat de Autoriteit Financiële Markten heeft ingestemd met de wijziging. De Autoriteit Financiële Markten neemt een besluit omtrent instemming:
a. een beschrijving van de voorgenomen wijziging, bedoeld in het eerste lid;
b. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank redelijkerwijs kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen in de titels IV en V van de verordening, bedoeld in het eerste lid, is bepaald.
**3.**
De centrale tegenpartij geeft geen uitvoering aan het voornemen voordat de Nederlandsche Bank heeft ingestemd met de wijziging. De Nederlandsche Bank neemt een besluit omtrent instemming:
a. binnen zes weken na ontvangst van de kennisgeving;
b. indien de Nederlandsche Bank binnen twee weken na ontvangst van de kennisgeving om nadere gegevens heeft verzocht, binnen vier weken na ontvangst van die gegevens, doch uiterlijk binnen dertien weken na ontvangst van de kennisgeving; of
c. indien de Nederlandsche Bank de Autoriteit Financiële Markten om advies heeft gevraagd, binnen vier weken na ontvangst van dat advies.
a. binnen zes weken na ontvangst van de kennisgeving; of
b. indien de Autoriteit Financiële Markten binnen twee weken na ontvangst van de kennisgeving om nadere gegevens heeft verzocht, binnen vier weken na ontvangst van die gegevens, doch uiterlijk binnen dertien weken na ontvangst van de kennisgeving.
## Hoofdstuk 10. Aanvullende regels betreffende aanbieden
@ -3916,7 +3915,7 @@ c. risicos ten gevolge van transacties in financiële derivaten die niet op e
### Artikel 135
**1.** In afwijking van artikel 134 kan het beheerde vermogen van een icbe tot ten hoogste vijfentwintig procent worden belegd in geregistreerde gedekte obligaties als bedoeld in het Besluit prudentiële regels Wft van een bepaalde uitgevende bank.
**1.** In afwijking van artikel 134 kan het beheerde vermogen van een icbe tot ten hoogste vijfentwintig procent worden belegd in geregistreerde gedekte obligaties van een bepaalde uitgevende bank.
**2.** Indien het beheerde vermogen van een icbe voor meer dan vijf procent wordt belegd in obligaties als bedoeld in het eerste lid die door één instelling zijn uitgegeven, bedraagt de totale waarde van deze beleggingen niet meer dan tachtig procent van de activa van die uitgevende instelling.
@ -3953,7 +3952,9 @@ a. de samenstelling van de index is gediversifieerd;
b. de index is representatief voor de markt waarop hij betrekking heeft; en
c. de index wordt op passende wijze bekendgemaakt.
**2.** De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag ontheffing verlenen van het eerste lid indien uitzonderlijke marktomstandigheden daartoe aanleiding geven. In dat geval kan het beheerde vermogen van de icbe tot ten hoogste vijfendertig procent worden belegd in aandelen en obligaties van dezelfde uitgevende instelling.
**2.** Artikel 134, derde lid, is niet van toepassing.
**3.** De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag ontheffing verlenen van het eerste lid indien uitzonderlijke marktomstandigheden daartoe aanleiding geven. In dat geval kan het beheerde vermogen van de icbe tot ten hoogste vijfendertig procent worden belegd in aandelen en obligaties van dezelfde uitgevende instelling.
### Artikel 139
@ -4689,7 +4690,7 @@ Een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 4:88, tweede lid, van de wet, b
**1.**
In een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:89, eerste lid, van de wet zijn ten minste bepaald:
In een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:89, tweede lid, van de wet zijn ten minste bepaald:
a. de naar soort onderscheiden diensten die de beleggingsonderneming in het kader van de overeenkomst voor de cliënt zal verrichten;
b. een specificatie van de eventuele beperkingen met betrekking tot de markten waarop transacties in financiële instrumenten ten behoeve van de cliënt zullen worden afgewikkeld;
@ -4791,11 +4792,11 @@ Tot 1 oktober 2007 is artikel 6 niet van toepassing op financiëledienstverlene
### Artikel 171
**1.** Een financiëledienstverlener die onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel E, van het Wijzigingsbesluit financiële markten 2013, over een vergunning beschikte en op dat moment voldeed aan artikel 4:9, tweede lid, van de wet, behoeft gedurende een termijn van 24 maanden, gerekend vanaf de dag waarop genoemd artikel I, onderdeel E, in werking treedt, niet te voldoen aan artikel 6 eerste lid, onderdeel b.
**1.** Een financiëledienstverlener die onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel E, van het Wijzigingsbesluit financiële markten 2013, over een vergunning beschikte en op dat moment voldeed aan artikel 4:9, tweede lid, van de wet, behoeft gedurende een termijn van 24 maanden, gerekend vanaf de dag waarop genoemd artikel I, onderdeel E, in werking treedt, niet te voldoen aan artikel 6, onderdeel b.
**2.** Een financiëledienstverlener die binnen zes maanden, gerekend vanaf de dag waarop artikel I, onderdeel E, van het Wijzigingsbesluit, in werking treedt, een vergunning heeft aangevraagd, behoeft gedurende die zes maanden niet te voldoen aan artikel 6 eerste lid, onderdeel b.
**2.** Een financiëledienstverlener die binnen zes maanden, gerekend vanaf de dag waarop artikel I, onderdeel E, van het Wijzigingsbesluit, in werking treedt, een vergunning heeft aangevraagd, behoeft gedurende die zes maanden niet te voldoen aan artikel 6, onderdeel b.
**3.** Een financiëledienstverlener als bedoeld in het tweede lid die werknemers en andere natuurlijke personen als bedoeld in artikel 6 eerste lid, onderdeel b, in dienst heeft, behoeft gedurende een termijn van 24 maanden, gerekend vanaf de dag waarop artikel I, onderdeel E, van het Wijzigingsbesluit financiële markten 2013, in werking treedt, niet te voldoen aan artikel 6 eerste lid, onderdeel b, voor zover die personen op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van genoemd artikel I, onderdeel E, over een geldig diploma of geldige erkenning van beroepskwalificaties beschikten.
**3.** Een financiëledienstverlener als bedoeld in het tweede lid die werknemers en andere natuurlijke personen als bedoeld in artikel 6, onderdeel b, in dienst heeft, behoeft gedurende een termijn van 24 maanden, gerekend vanaf de dag waarop artikel I, onderdeel E, van het Wijzigingsbesluit financiële markten 2013, in werking treedt, niet te voldoen aan artikel 6, onderdeel b, voor zover die personen op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van genoemd artikel I, onderdeel E, over een geldig diploma of geldige erkenning van beroepskwalificaties beschikten.
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de gelijkstelling van reeds bestaande diplomas met diplomas als bedoeld in artikel 7.
@ -4889,6 +4890,4 @@ De aanwijzingen tussen vierkante haken zijn bedoeld voor de aanbieder van kredie
## Bijlage K. behorend bij
^1 Of daaraan door de FFP tot en met 2002 gelijk gestelde diplomavereisten.
^2 Of anderszins bij de SEH geregistreerd als Erkend Hypotheekadviseur.
Vervallen