2024-01-01 | BWBR0003420 | Wet op het primair onderwijs

This commit is contained in:
Coornhert 2024-01-01 12:00:00 +00:00
parent 4fdcf3f5e6
commit 3b5daebc21

View file

@ -3439,103 +3439,31 @@ d. op welke wijze en aan de hand van welke criteria de met het experiment beoogd
### Artikel 180a
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
- *leerplichtige ontheemde jongere:* jongere als bedoeld in artikel 2, eerste lid van de Leerplichtwet 1969 op wie artikel 5 van die wet niet van toepassing is en op wie de tijdelijke bescherming van toepassing is van artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit, of artikel 7 van de Richtlijn van toepassing is of is geweest;
- *Richtlijn:* Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (PbEU 2001, L 212);
- *tijdelijke onderwijsvoorziening:* tijdelijke basisschool of tijdelijke uitbreiding van een basisschool, niet zijnde een school voor speciaal basisonderwijs, gericht op het geven en doen geven van onderwijs aan leerplichtige ontheemde jongeren met als doel een zo spoedig mogelijke doorstroom van leerlingen naar een school voor basisonderwijs, school voor speciaal basisonderwijs, school voor speciaal onderwijs, school voor voortgezet speciaal onderwijs, school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of school voortgezet onderwijs, niet zijnde het onderwijs gegeven aan een tijdelijke onderwijsvoorziening;
- *Uitvoeringsbesluit:* Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan (PbEU 2022, L 071).
Vervallen
### Artikel 180b
**1.** Het bevoegd gezag kan een tijdelijke onderwijsvoorziening inrichten.
**2.** Het bevoegd gezag meldt de inrichting van een tijdelijke onderwijsvoorziening onverwijld bij Onze Minister.
**3.** Na een melding, als bedoeld in het tweede lid, stelt het bevoegd gezag binnen twee maanden een inrichtingsplan op voor de tijdelijke onderwijsvoorziening en zendt het plan aan Onze Minister.
**4.**
Het inrichtingsplan, bedoeld in het derde lid, bevat in ieder geval een beschrijving van:
a. de wijze waarop de tijdelijke onderwijsvoorziening zal worden ingericht;
b. de wijze waarop de tijdelijke onderwijsvoorziening toewerkt naar de doorstroom van leerlingen naar een school voor basisonderwijs, school voor speciaal basisonderwijs, school voor speciaal onderwijs, school voor voortgezet speciaal onderwijs, school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of een school voortgezet onderwijs, niet zijnde het onderwijs gegeven aan een tijdelijke onderwijsvoorziening;
c. de wijze waarop ten aanzien van de tijdelijke onderwijsvoorziening zal worden voldaan aan de zorgplicht, bedoeld in artikel 4c;
d. het personeelsbeleid, bedoeld in artikel 12, derde lid, voor zover dat betrekking heeft op de tijdelijke onderwijsvoorziening;
e. de invulling van het onderwijsprogramma, bedoeld in artikel 180c.
**5.** Bij de inrichting van het onderwijs wijkt het bevoegd gezag niet af van het inrichtingsplan.
**6.** Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op de wijziging van het inrichtingsplan.
**7.** Het eerste lid is niet van toepassing op een school waarvan de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is als bedoeld in artikel 10a, eerste en vierde lid.
**8.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de melding, bedoeld in het tweede lid, en over het inrichtingsplan bedoeld in het vierde lid.
Vervallen
### Artikel 180c
**1.**
Het bevoegd gezag stelt voor de tijdelijke onderwijsvoorziening een onderwijsprogramma vast, dat in ieder geval:
a. het ononderbroken ontwikkelingsproces van de leerlingen bevordert en borgt dat zij kunnen doorstromen naar een basisschool of speciale school voor basisonderwijs, niet zijnde een tijdelijke onderwijsvoorziening;
b. actief burgerschap en sociale cohesie bevordert, als bedoeld in artikel 8, derde lid;
c. zo veel mogelijk gericht is op de inhoud van het onderwijs, bedoeld in artikel 9, waarbij in ieder geval altijd aandacht wordt besteed aan:
1°. zintuigelijke en lichamelijke oefening,
2°. Nederlandse taal,
3°. rekenen en wiskunde.
d. het sociaal en emotioneel welbevinden van de leerlingen bevordert.
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de inhoud van het onderwijsprogramma, waarbij kan worden afgeweken van de artikelen 8 en 9.
Vervallen
### Artikel 180d
**1.**
Indien een vacature voor het geven van onderwijs in een tijdelijke onderwijsvoorziening niet kan worden vervuld door de benoeming van een leraar die bevoegd is tot het geven van schoolonderwijs als bedoeld in artikel 3, kan het onderwijs aan een tijdelijke onderwijsvoorziening niet langer dan strikt noodzakelijk en voor ten hoogste twee jaren, in afwijking van artikel 3, eerste lid, onderdeel b, ook worden gegeven door:
a. studenten van een opleiding leidend tot een getuigschrift als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b.1°;
b. degene die bevoegd is het geven van voortgezet onderwijs op grond van de Wet voortgezet onderwijs 2020, met dien verstande dat het onderwijs niet gegeven kan worden door degene bedoeld in artikel 7.14 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
c. een onderwijsondersteunende functionaris als bedoeld in artikel 3a.
**2.** Het bevoegd gezag draagt zorg voor schriftelijke afspraken met degene, bedoeld in het eerste lid, waarin wordt verklaard dat betrokkene zich inspant om binnen twee jaren alsnog te voldoen aan de eisen opgenomen in artikel 3.
**3.**
Het eerste lid is niet van toepassing op het onderwijs in:
1°. Nederlands;
2°. rekenen en wiskunde;
3°. zintuigelijke en lichamelijke oefening;
4°. actief burgerschap en sociale cohesie.
**4.** Het bevoegd gezag legt ten aanzien van elke leraar in een tijdelijke onderwijsvoorziening vast over welke opleiding en ervaring degene die wordt benoemd of tewerkgesteld beschikt.
**5.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld.
Vervallen
### Artikel 180e
**1.** Het onderwijs aan een tijdelijke onderwijsvoorziening kan op afstand worden verzorgd.
**2.** Voor zover de aard van het afstandsonderwijs zich daar niet tegen verzet, is het bepaalde bij of krachtens deze wet ook van toepassing op het afstandsonderwijs.
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het afstandsonderwijs.
Vervallen
### Artikel 180f
Bij ministeriële regeling kunnen, zo nodig in afwijking van hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald, voor een tijdelijke onderwijsvoorziening regels worden gesteld over:
a. de eindtoets;
b. het doorstroomperspectief;
c. het schoolplan, bedoeld in artikel 12;
d. de schoolgids, bedoeld in artikel 13;
e. activiteiten voor leerlingen met een grote achterstand in de Nederlandse taal als bedoeld in artikel 158;
f. de plaatsing van leerlingen op een tijdelijke onderwijsvoorziening.
Vervallen
### Artikel 180g
Een krachtens deze paragraaf vast te stellen ministeriële regeling wordt niet eerder vastgesteld dan twee weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Vervallen
#### Afdeling 13. Overige bepalingen
@ -3662,17 +3590,6 @@ f. het bij het bevoegd gezag in rekening brengen van de kosten van werkloosheids
**8.** Op het participatiefonds is de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen van toepassing.
### Artikel 190a
**1.**
Op de bekostiging worden in mindering gebracht de kosten van werkloosheidsuitkeringen alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de Ziektewet. De eerste volzin is uitsluitend van toepassing indien het participatiefonds:
a. voor 1 augustus 2022 niet heeft ingestemd met het voor zijn rekening nemen van de uitkeringskosten genoemd in de aanhef van dit artikel; en
b. de gegevensbestanden met betrekking tot de te verrekenen uitkeringskosten in de maanden maart 2022 tot en met juli 2022 aan Onze Minister heeft aangeleverd dan wel kenbaar gemaakt heeft om de uitkeringskosten genoemd in de aanhef van dit artikel in mindering te willen laten brengen op de bekostiging.
**2.** Dit artikel vervalt een jaar nadat het in werking is getreden.
### Artikel 191
**1.**