diff --git a/wet/wet-verplichte-beroepspensioenregeling/BWBR0018831/README.md b/wet/wet-verplichte-beroepspensioenregeling/BWBR0018831/README.md index d7162e4fcd9..eaf23845924 100644 --- a/wet/wet-verplichte-beroepspensioenregeling/BWBR0018831/README.md +++ b/wet/wet-verplichte-beroepspensioenregeling/BWBR0018831/README.md @@ -20,7 +20,7 @@ Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaa – aanspraakgerechtigde: persoon die begunstigde is voor een nog niet ingegaan pensioen; – accountant: een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek; -– afkoop: iedere handeling waardoor pensioenaanspraken en pensioenrechten hun pensioenbestemming verliezen, behoudens in geval van toepassing van artikel 129 of artikel 3:160 van de Wet op het financieel toezicht; +– afkoop: iedere handeling waardoor pensioenaanspraken en pensioenrechten hun pensioenbestemming verliezen, behoudens in geval van toepassing van de artikelen 66, zesde lid, 129 of 214a, tweede lid, of van artikel 3A:85 van de Wet op het financieel toezicht; – arbeidsongeschiktheidspensioen: een geldelijke, vastgestelde uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van de beroepsgenoot of gewezen beroepsgenoot, waarop recht bestaat nadat de arbeidsongeschiktheid 104 weken heeft geduurd of, indien er sprake is van een beroepsgenoot in loondienst, waarop recht bestaat na afloop van de periode bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Ziektewet of, indien de beroepsgenoot Ziektewetuitkering ontvangt, na afloop van de periode bedoeld in artikel 29, vijfde en tiende lid, van de Ziektewet; – basispensioenregeling: de collectieve beroepspensioenregeling of het deel van de beroepspensioenregeling waaraan de beroepsgenoot op basis van de beroepspensioenregeling gehouden is om deel te nemen; – beëindiging van de deelneming: het beëindigen van de pensioenverwerving op basis van de beroepspensioenregeling anders dan door: @@ -140,7 +140,7 @@ De Wet op het financieel toezicht is niet van toepassing op de verhouding tussen ### Artikel 4a -**1.** Voor zover een algemeen pensioenfonds als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet voor de uitvoering van een of meerdere beroepspensioenregelingen een afgescheiden vermogen aanhoudt is hetgeen bij of krachtens de artikelen 1 tot en met 34, 36 tot en met 105a, 109a, 115 tot en met 118, 120 tot en met 214 is bepaald van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat daarbij voor beroepspensioenfonds wordt gelezen: algemeen pensioenfonds. +**1.** Voor zover een algemeen pensioenfonds als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet voor de uitvoering van een of meerdere beroepspensioenregelingen een afgescheiden vermogen aanhoudt is hetgeen bij of krachtens de artikelen 1 tot en met 34, 36 tot en met 105a, 109a, 115 tot en met 118, 120 tot en met 214a is bepaald van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat daarbij voor beroepspensioenfonds wordt gelezen: algemeen pensioenfonds. **2.** @@ -217,9 +217,9 @@ b. een door de beroepspensioenvereniging gewaarmerkt afschrift van de getekende ### Artikel 7 -**1.** Zolang de verplichtstelling duurt zijn de artikelen 7, derde en vierde lid, tot en met artikel 214 en de daarop berustende bepalingen van toepassing. +**1.** Zolang de verplichtstelling duurt zijn de artikelen 7, derde en vierde lid, tot en met artikel 214a en de daarop berustende bepalingen van toepassing. -**2.** Na beëindiging van de verplichtstelling blijven de artikelen 7, derde en vierde lid, tot en met artikel 214 en de daarop berustende bepalingen van toepassing voorzover ze betrekking hebben op de periode waarover de verplichtstelling duurde. +**2.** Na beëindiging van de verplichtstelling blijven de artikelen 7, derde en vierde lid, tot en met artikel 214a en de daarop berustende bepalingen van toepassing voorzover ze betrekking hebben op de periode waarover de verplichtstelling duurde. **3.** De deelnemers leven de beroepspensioenregeling en de daarop gebaseerde besluiten na. @@ -528,7 +528,10 @@ c. de rechten en verplichtingen met betrekking tot vrijwillige pensioenregelinge In de uitvoeringsovereenkomst wordt vastgelegd hoe de betaling van de premies door de beroepsgenoot aan de pensioenuitvoerder geschiedt, waarbij aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: -a. een beroepsgenoot voldoet uiterlijk binnen een maand na afloop van elk kwartaal de premie welke over dat kwartaal is verschuldigd, aan de pensioenuitvoerder; +a. een beroepsgenoot voldoet de premie aan de pensioenuitvoerder uiterlijk binnen: + +1°. twee maanden na afloop van elke maand waarover de premie verschuldigd is indien de pensioenuitvoerder op basis van actuele loonsomgegevens zijn administratie voert; of +2°. een maand na afloop van elk kwartaal waarover de premie verschuldigd is; b. wanneer de premie op basis van een langere termijn dan een kwartaal wordt vastgesteld en in rekening gebracht, is deze termijn ten hoogste gelijk aan een jaar en voldoet de beroepsgenoot uiterlijk binnen een maand na afloop van elk kwartaal een vierde gedeelte van de verschuldigde jaarpremie op basis van een schatting van de pensioenuitvoerder, aan de pensioenuitvoerder; en c. de totale jaarpremie wordt uiterlijk binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar voldaan aan de pensioenuitvoerder. @@ -585,6 +588,15 @@ b. intern toezicht is. **2.** +Door de pensioenuitvoerder mogen de volgende werkzaamheden niet worden uitbesteed: + +a. taken en werkzaamheden van personen die het dagelijks beleid bepalen, daaronder mede verstaan het vaststellen van beleid en het afleggen van verantwoording over het gevoerde beleid; +b. het opstellen van en toezien op het strategisch beleid ten aanzien van vermogensbeheer; +c. werkzaamheden waarvan uitbesteding de verantwoordelijkheid van de uitvoerder voor de organisatie en beheersing van bedrijfsprocessen en het toezicht daarop kan ondermijnen; +d. indien de uitbesteding een belemmering kan vormen voor een adequaat toezicht op de naleving van het bij of krachtens de Wet verplichte beroepspensioenregeling bepaalde. + +**3.** + Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen: a. werkzaamheden worden aangewezen die niet mogen worden uitbesteed; @@ -657,7 +669,7 @@ e. informatie over een variabele uitkering. **1.** -De pensioenuitvoerder verstrekt de deelnemer bij beëindiging van de deelneming: +Voor zover van toepassing verstrekt de pensioenuitvoerder de deelnemer bij beëindiging van de deelneming: a. een opgave van de opgebouwde pensioenaanspraken op grond van artikel 66; b. informatie over toeslagverlening; @@ -804,7 +816,7 @@ c. informatie over het herstelplan of geactualiseerd herstelplan; d. het pensioenreglement; en e. de uitvoeringsovereenkomst. -**3.** In het bestuursverslag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, neemt een beroepspensioenfonds informatie op over de haalbaarheidstoets en de reële dekkingsgraad. +**3.** In het bestuursverslag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, neemt een beroepspensioenfonds informatie op over de haalbaarheidstoets en de reële dekkingsgraad. Een pensioenuitvoerder neemt in het bestuursverslag informatie op over de totale waarde en de bestemming van de pensioenaanspraken die vervallen, bedoeld in artikel 66, zesde lid. **4.** Indien de deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner of pensioengerechtigde hierom verzoekt verstrekt de pensioenuitvoerder de in het eerste en tweede lid bedoelde informatie en stukken elektronisch of schriftelijk. @@ -877,23 +889,25 @@ b. elektronisch om instemming is gevraagd en hij niet heeft ingestemd met elektr **1.** Er is een pensioenregister, ingericht en in stand gehouden door de pensioenuitvoerders, dat tot doel heeft op duidelijke en begrijpelijke wijze de aanspraakgerechtigde of de pensioengerechtigde in de gelegenheid te stellen gegevens over zijn pensioenaanspraken en pensioenrechten te raadplegen, waarbij deze gegevens, voor zover het ouderdomspensioen betreft, tevens weergegeven worden op basis van een pessimistisch scenario, een verwacht scenario en een optimistisch scenario. Het pensioenregister heeft verder tot doel inzicht te geven in de hoogte van het te bereiken pensioen, de keuzes ten aanzien van het pensioen, waaronder de mogelijkheid tot omzetting in een variabele uitkering, en de gevolgen van deze keuzes en van belangrijke gebeurtenissen op het pensioen van de aanspraakgerechtigde of de pensioengerechtigde. Onder pensioenaanspraken en pensioenrechten in de zin van dit artikel worden tevens verstaan aanspraken op ouderdomspensioen en recht op ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet. -**2.** De pensioenuitvoerder verstrekt op verzoek van de aanspraakgerechtigde of de pensioengerechtigde tijdig zijn gegevens met betrekking tot pensioenaanspraken en pensioenrechten door middel van het pensioenregister. +**2.** Het pensioenregister heeft mede tot doel op verzoek de pensioenuitvoerder te informeren bij welke andere pensioenuitvoerder een gewezen deelnemer pensioenaanspraken opbouwt ten behoeve van de toepassing van artikel 81a. -**3.** De Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, verstrekt op verzoek van de aanspraakgerechtigde of de pensioengerechtigde tijdig zijn gegevens over verzekeringstijdvakken en daarop gebaseerde aanspraak op ouderdomspensioen en recht op ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet door middel van het pensioenregister. +**3.** De pensioenuitvoerder verstrekt op verzoek van de aanspraakgerechtigde of de pensioengerechtigde tijdig zijn gegevens met betrekking tot pensioenaanspraken en pensioenrechten door middel van het pensioenregister. -**4.** De gegevens die op grond van het tweede en derde lid worden verstrekt door middel van het pensioenregister worden in dat kader uitsluitend gebruikt voor het in het eerste lid omschreven doel. +**4.** De Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, verstrekt op verzoek van de aanspraakgerechtigde of de pensioengerechtigde tijdig zijn gegevens over verzekeringstijdvakken en daarop gebaseerde aanspraak op ouderdomspensioen en recht op ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet door middel van het pensioenregister. -**5.** Een door Onze Minister aan te wijzen instelling ontwikkelt en beheert het pensioenregister en draagt zorg voor de tijdige verwerking van de gegevens, bedoeld in het tweede en derde lid, en het goed functioneren van het pensioenregister. +**5.** De gegevens die op grond van het derde en vierde lid worden verstrekt door middel van het pensioenregister worden in dat kader uitsluitend gebruikt voor het in het eerste en tweede lid omschreven doel. -**6.** De instelling, bedoeld in het vijfde lid, is verwerker in de zin van de Algemene verordening gegevensbescherming voor het verwerken van de gegevens die door de pensioenuitvoerders en de Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, door middel van het pensioenregister worden verstrekt. +**6.** Een door Onze Minister aan te wijzen instelling ontwikkelt en beheert het pensioenregister en draagt zorg voor de tijdige verwerking van de gegevens, bedoeld in het derde en vierde lid, en het goed functioneren van het pensioenregister. -**7.** De instelling, bedoeld in het vijfde lid, stelt in verband met haar rol als verwerker als bedoeld in het zesde lid een reglement vast waarin regels worden gesteld met betrekking tot het ontwikkelen en beheren van het pensioenregister. Dit reglement bevat in ieder geval regels over de gegevens die verstrekt worden, de wijze waarop deze gegevens verstrekt worden en de bekostiging en beveiliging van het pensioenregister. +**7.** De instelling, bedoeld in het zesde lid, is verwerker in de zin van de Algemene verordening gegevensbescherming voor het verwerken van de gegevens die door de pensioenuitvoerders en de Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, door middel van het pensioenregister worden verstrekt. -**8.** Het reglement alsmede elke wijziging daarvan behoeft de goedkeuring van Onze Minister. +**8.** De instelling, bedoeld in het zesde lid, stelt in verband met haar rol als verwerker als bedoeld in het zevende lid een reglement vast waarin regels worden gesteld met betrekking tot het ontwikkelen en beheren van het pensioenregister. Dit reglement bevat in ieder geval regels over de gegevens die verstrekt worden, de wijze waarop deze gegevens verstrekt worden en de bekostiging en beveiliging van het pensioenregister. -**9.** Hetgeen bij of krachtens hoofdstuk 6 van toepassing is bij het toezicht op de uitvoering van dit artikel door pensioenuitvoerders is van overeenkomstige toepassing op de uitvoering van dit artikel door de instelling, bedoeld in het vijfde lid. +**9.** Het reglement alsmede elke wijziging daarvan behoeft de goedkeuring van Onze Minister. -**10.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel over onder meer de scenario’s, de actualisatie van de te verstrekken gegevens, het opnemen van gegevens met betrekking tot de keuzes ten aanzien van het pensioen en de gevolgen van deze keuzes en van belangrijke gebeurtenissen op het pensioen en de fasering van het opnemen van deze gegevens. +**10.** Hetgeen bij of krachtens hoofdstuk 6 van toepassing is bij het toezicht op de uitvoering van dit artikel door pensioenuitvoerders is van overeenkomstige toepassing op de uitvoering van dit artikel door de instelling, bedoeld in het zesde lid. + +**11.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel over onder meer de scenario’s, de actualisatie van de te verstrekken gegevens, het opnemen van gegevens met betrekking tot de keuzes ten aanzien van het pensioen en de gevolgen van deze keuzes en van belangrijke gebeurtenissen op het pensioen en de fasering van het opnemen van deze gegevens. ### Paragraaf 3. Opbouw, financiering en aanspraken @@ -965,6 +979,8 @@ c. aangewend voor een verzekerde vastgestelde uitkering vanaf de pensioendatum, **5.** Indien de pensioenregeling voorziet in een partnerpensioen op risicobasis behoudt de deelnemer, die na beëindiging van de deelneming recht heeft op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet gedurende de periode dat hij de uitkering ontvangt, aanspraak op partnerpensioen ten behoeve van zijn partner. De hoogte van het partnerpensioen wordt vastgesteld alsof hetzelfde pensioen op opbouwbasis zou zijn overeengekomen, waarbij rekening wordt gehouden met het partnerpensioen verkregen op grond van artikel 73. Dit lid is van overeenkomstige toepassing op de deelnemer, die na beëindiging van de deelneming recht heeft op werkloosheidsuitkering van zijn woonland. +**6.** In afwijking van het eerste en tweede lid en artikel 129 vervallen de pensioenaanspraken van een deelnemer bij beëindiging van de deelneming, indien op basis van de tot het tijdstip van beëindiging opgebouwde aanspraak op ouderdomspensioen de uitkering van het ouderdomspensioen op jaarbasis op de reguliere ingangsdatum niet meer zal bedragen dan € 2,– per jaar. De eerste zin is niet van toepassing indien de deelnemer verhuist naar een andere lidstaat en hij de pensioenuitvoerder daarover bij beëindiging van de deelneming heeft geïnformeerd. + ### Artikel 67 Indien de pensioenregeling voorziet in een partnerpensioen is het opnemen van onbetaald verlof tot een maximum van 18 maanden door de deelnemer tijdens de deelneming niet van invloed op de dekking uit hoofde van het partnerpensioen. @@ -1126,7 +1142,7 @@ b. de mate van variatie uiterlijk op de ingangsdatum van het pensioen wordt vast **2.** Voor de toepassing van het eerste lid blijft in de periode tussen de ingangsdatum van het pensioen en het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, van de uitkering buiten aanmerking het gedeelte dat overeenkomt met het bedrag bedoeld in artikel 18d, derde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964. -**3.** In afwijking in zoverre van het eerste lid, onderdeel b, kan de mate van variatie uiterlijk bij het bereiken van de 65 5/12-jarige leeftijd worden vastgesteld indien het pensioen is ingegaan vóór 1 januari 2016. +**3.** In afwijking in zoverre van het eerste lid, onderdeel b, wordt bij een verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, na de ingang van het pensioen, de mate van variatie uiterlijk vastgesteld bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, zoals die van toepassing was voor deze verhoging. **4.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt bij variabele uitkeringen de mate van variatie vastgesteld uitgaande van de rendementsverwachtingen op de ingangsdatum van het pensioen. Bij variabele uitkeringen blijven aanpassingen buiten aanmerking voor zover deze het gevolg zijn van de omstandigheid dat de opgetreden ontwikkeling van de levensverwachting, de behaalde sterfteresultaten of de behaalde beleggingsresultaten tot hogere of lagere uitkeringen leiden dan op de ingangsdatum van het pensioen het uitgangspunt was. @@ -1199,37 +1215,34 @@ e. in het kader van een verrekening van pensioenrechten bij scheiding de waarde **1.** -De pensioenuitvoerder heeft het recht om op zijn vroegst twee jaar na beëindiging van de deelneming pensioenaanspraken van een gewezen deelnemer af te kopen, indien op basis van de tot het tijdstip van beëindiging opgebouwde aanspraak op ouderdomspensioen de uitkering van het ouderdomspensioen op jaarbasis op de reguliere ingangsdatum minder zal bedragen dan € 474,11 per jaar, tenzij: +De pensioenuitvoerder heeft het recht om bij de ingang van het ouderdomspensioen een aanspraak op ouderdomspensioen en andere aanspraken ten behoeve van de gepensioneerde of zijn nabestaanden af te kopen, indien: -a. dit recht op afkoop in de beroepspensioenregeling en uitvoeringsovereenkomst is beperkt of uitgesloten; of -b. de gewezen deelnemer binnen twee jaar na beëindiging van de deelneming een procedure tot waardeoverdracht is gestart. +a. de uitkering van het ouderdomspensioen op de ingangsdatum minder bedraagt dan € 484,09 per jaar; en +b. de gepensioneerde geen bezwaar maakt tegen de afkoop indien de deelneming is geëindigd voor 1 januari 2007 of de gepensioneerde instemt met de afkoop indien de deelneming is geëindigd vanaf 1 januari 2007. -**2.** Indien de reguliere ingangsdatum van het ouderdomspensioen ligt voor het verstrijken van de in het eerste lid genoemde termijn van twee jaar, heeft de pensioenuitvoerder het recht om bij de ingang van het ouderdomspensioen een aanspraak op ouderdomspensioen en eventuele andere aanspraken ten behoeve van de gepensioneerde of zijn nabestaanden af te kopen, indien de uitkering van het ouderdomspensioen op de ingangsdatum minder bedraagt dan € 474,11 per jaar. +**2.** -**3.** De pensioenuitvoerder die gebruik wil maken van het in het eerste lid bedoelde recht informeert de gewezen deelnemer over zijn besluit hieromtrent binnen zes maanden na afloop van de periode van twee jaar na beëindiging van de deelneming en gaat over tot de uitbetaling van de afkoopwaarde binnen die termijn van zes maanden. +De pensioenuitvoerder heeft het recht om pensioenaanspraken van een gewezen deelnemer af te kopen, indien: -**4.** De pensioenuitvoerder die gebruik wil maken van het in het tweede lid bedoelde recht informeert de gepensioneerde over zijn besluit hieromtrent binnen zes maanden na de ingang van het pensioen en gaat over tot de uitbetaling van de afkoopwaarde binnen die termijn van zes maanden. +a. op basis van de tot het tijdstip van beëindiging van de deelneming opgebouwde aanspraak op ouderdomspensioen de uitkering van het ouderdomspensioen op jaarbasis op de reguliere ingangsdatum, getoetst per 1 januari van dat jaar, minder zal bedragen dan het in het eerste lid, onderdeel a, genoemde bedrag; +b. de gewezen deelnemer geen bezwaar maakt tegen de afkoop indien de deelneming is geëindigd voor 1 januari 2007 of de gewezen deelnemer instemt met de afkoop indien de deelneming is geëindigd vanaf 1 januari 2007; en +c. in geval de deelneming is geëindigd vanaf 1 januari 2018, de pensioenuitvoerder na beëindiging van de deelneming ten minste vijf maal tevergeefs heeft gepoogd de overdrachtswaarde van de pensioenaanspraken van een gewezen deelnemer over te dragen als bedoeld in artikel 81a en na de beëindiging van de deelneming of, indien de deelneming is geëindigd tussen 1 januari 2018 en 1 januari 2019, na 1 januari 2019, ten minste vijf jaar is verstreken. -**5.** De pensioenuitvoerder stelt de afkoopwaarde van de pensioenaanspraken ter beschikking aan de gewezen deelnemer dan wel de gepensioneerde, met uitzondering van de afkoopwaarde van een bijzonder partnerpensioen, die ter beschikking wordt gesteld aan de gewezen partner. +**3.** De pensioenuitvoerder die gebruik wil maken van het in het eerste lid bedoelde recht informeert de gepensioneerde over zijn besluit hierover voor de ingang van het pensioen en gaat over tot uitbetaling van de afkoopwaarde binnen zes maanden na de ingang van het pensioen. -**6.** De pensioenuitvoerder betaalt de uitkering op de dag dat de aanspraken of rechten vervallen in verband met de afkoop. +**4.** De pensioenuitvoerder stelt de afkoopwaarde ter beschikking aan de gepensioneerde dan wel de gewezen deelnemer, met uitzondering van de afkoopwaarde van een bijzonder partnerpensioen, die ter beschikking wordt gesteld aan de gewezen partner. -**7.** +**5.** De pensioenuitvoerder betaalt de uitkering op de dag dat de aanspraken of rechten vervallen in verband met de afkoop. -De pensioenuitvoerder kan na de in het derde lid bedoelde termijn van 2 jaar en zes maanden afkopen indien: +**6.** Het in het eerste lid, onderdeel a, genoemde bedrag wordt telkens gewijzigd met ingang van 1 januari op basis van de consumentenprijsindex Alle Huishoudens, zoals berekend door het Centraal Bureau voor de Statistiek. De wijziging wordt bepaald door de procentuele wijziging die dat indexcijfer over de maand oktober, voorafgaand aan de aanpassing, heeft ondergaan ten opzichte van de maand oktober van het daaraan voorafgaande jaar. Het gewijzigde bedrag wordt door of namens Onze Minister meegedeeld in de Staatscourant. -a. de gewezen deelnemer of gepensioneerde daarmee instemt; en -b. de hoogte van het ouderdomspensioen op jaarbasis per 1 januari van dat jaar lager is dan het in het eerste lid bedoelde grensbedrag. +**7.** De pensioenuitvoerder waarborgt met betrekking tot perioden van opbouw vanaf 1 januari 2007 bij de vaststelling van de afkoopwaarde door vaststelling van een afkoopvoet dat geen onderscheid gemaakt wordt tussen mannen en vrouwen waarbij voldaan wordt aan het vereiste van collectieve actuariële gelijkwaardigheid. -**8.** Het in het eerste en tweede lid genoemde bedrag wordt telkens gewijzigd met ingang van 1 januari op basis van de consumentenprijsindex Alle Huishoudens, zoals berekend door het Centraal Bureau voor de Statistiek. De wijziging wordt bepaald door de procentuele wijziging die dat indexcijfer over de maand oktober, voorafgaand aan de aanpassing heeft ondergaan ten opzichte van de maand oktober van het daaraan voorafgaande jaar. Het gewijzigde bedrag wordt door of namens Onze Minister bekend gemaakt in de Staatscourant. +**8.** Elk beding strijdig met dit artikel is nietig. -**9.** De pensioenuitvoerder waarborgt met betrekking tot perioden van opbouw vanaf 1 januari 2007 bij de vaststelling van de afkoopwaarde door vaststelling van een afkoopvoet dat geen onderscheid gemaakt wordt tussen mannen en vrouwen waarbij voldaan wordt aan het vereiste van collectieve actuariële gelijkwaardigheid. +**9.** Indien de pensioenuitvoerder wil afkopen op of na de reguliere ingangsdatum van het ouderdomspensioen en het moment waarop de pensioenuitvoerder wil afkopen ligt voor of op de datum waarop het ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet ingaat, dan heeft de betrokkene het recht ervoor te kiezen dat het ouderdomspensioen waarop de afkoop betrekking heeft, ingaat op de eerste dag van de maand volgend op de datum waarop het ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet ingaat. De pensioenuitvoerder koopt af op het moment dat het ouderdomspensioen waarop de afkoop betrekking heeft ingaat. Artikel 74, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing. -**10.** Elk beding strijdig met dit artikel is nietig. - -**11.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen er nadere regels worden gesteld aan het vaststellen van de afkoopwaarde, bedoeld in het zesde lid. - -**12.** Indien de pensioenuitvoerder door toepassing van dit artikel wil afkopen op of na de reguliere ingangsdatum van het ouderdomspensioen, en het moment waarop de pensioenuitvoerder wil afkopen, ligt voor of op de datum waarop het ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet ingaat, dan heeft de gewezen deelnemer het recht ervoor te kiezen dat het ouderdomspensioen waarop de afkoop betrekking heeft, ingaat op de eerste dag van de maand volgend op de datum waarop het ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet ingaat. De pensioenuitvoerder koopt af op het moment dat het ouderdomspensioen waarop de afkoop betrekking heeft ingaat. Artikel 74, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing. +**10.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het vaststellen van de afkoopwaarde. ### Artikel 79 @@ -1244,7 +1257,7 @@ De pensioenuitvoerder kan na de in het tweede lid bedoelde termijn het partnerpe a. de nabestaande daarmee instemt; en b. indien de hoogte van het partnerpensioen of wezenpensioen op jaarbasis per 1 januari van dat jaar lager is dan het op basis van artikel 78 bepaalde bedrag. -**4.** Artikel 78, zesde en negende tot en met elfde lid, is van overeenkomstige toepassing. +**4.** Artikel 78, vijfde, zevende, achtste en tiende lid, is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 80 @@ -1259,7 +1272,7 @@ De pensioenuitvoerder kan na de in het tweede lid bedoelde termijn afkopen indie a. de gewezen partner daarmee instemt; en b. indien de hoogte van het partnerpensioen op jaarbasis per 1 januari van dat jaar lager is dan het op basis van artikel 78 bepaalde bedrag. -**4.** Artikel 78, zesde en negende tot en met elfde lid, is van overeenkomstige toepassing. +**4.** Artikel 78, vijfde, zevende, achtste en tiende lid, is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 80a @@ -1279,13 +1292,34 @@ b. indien de hoogte van het partnerpensioen op jaarbasis per 1 januari van dat j ### Artikel 81 -**1.** Voor de toepassing van de artikelen 82 tot en met 100 wordt onder ontvangende pensioenuitvoerder mede verstaan een pensioenfonds als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet. +**1.** Voor de toepassing van de artikelen 81a tot en met 100 wordt onder ontvangende pensioenuitvoerder mede verstaan een pensioenfonds als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet. **2.** Bij regeling van Onze Minister kunnen instellingen worden aangewezen jegens wie een pensioenuitvoerder een verplichting tot waardeoverdracht heeft. -**3.** Waardeoverdracht is slechts mogelijk in de in de artikelen 82 tot en met 100 bedoelde situaties. +**3.** Waardeoverdracht is slechts mogelijk in de in de artikelen 81a tot en met 100 bedoelde situaties. -**4.** Voor de toepassing van de artikelen 82 tot en met 100 wordt onder een beroepspensioenfonds dat optreedt als ontvangende pensioenuitvoerder mede verstaan een pensioenfonds als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet. +**4.** Voor de toepassing van de artikelen 81a tot en met 100 wordt onder een beroepspensioenfonds dat optreedt als ontvangende pensioenuitvoerder mede verstaan een pensioenfonds als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet. + +### Artikel 81a + +**1.** + +De pensioenuitvoerder heeft het recht om na beëindiging van de deelneming de overdrachtswaarde van de pensioenaanspraken van een gewezen deelnemer over te dragen indien: + +a. op basis van de opgebouwde aanspraak op ouderdomspensioen de uitkering van het ouderdomspensioen op jaarbasis op de reguliere ingangsdatum minder zal bedragen dan het op basis van artikel 78 bepaalde bedrag; +b. de pensioenuitvoerder bij de toepassing van dit lid niet een lager maximum hanteert dan het in onderdeel a bedoelde bedrag; +c. de opgebouwde aanspraak geen nettopensioen betreft; en +d. de waardeoverdracht ertoe strekt het de gewezen deelnemer mogelijk te maken pensioenaanspraken te verwerven bij de ontvangende pensioenuitvoerder van de nieuwe beroepspensioenregeling of de werkgever. + +**2.** De ontvangende pensioenuitvoerder is verplicht de overdrachtswaarde aan te wenden ter verwerving van pensioenaanspraken voor de deelnemer. + +**3.** De ontvangende pensioenuitvoerder waarborgt dat de actuariële waarde van de door de deelnemer te verwerven pensioenaanspraken ten minste gelijk is aan de op dezelfde grondslagen berekende waarde van de over te dragen pensioenaanspraken. + +**4.** De overdragende en ontvangende pensioenuitvoerder brengen in het kader van de waardeoverdracht geen kosten in rekening bij de gewezen deelnemer. + +**5.** Elk beding strijdig met dit artikel is nietig. + +**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over dit artikel onder meer over de berekening van de overdrachtswaarde. ### Artikel 82 @@ -1296,7 +1330,7 @@ De pensioenuitvoerder is verplicht om na een verzoek van de gewezen deelnemer to a. er sprake is van een individuele beëindiging van de deelneming; en b. die waardeoverdracht ertoe strekt het de gewezen deelnemer mogelijk te maken pensioenaanspraken te verwerven bij de ontvangende pensioenuitvoerder van de nieuwe beroepspensioenregeling of de werkgever; -tenzij sprake is van een van de in de artikelen 83, 83a en 84 omschreven situaties. +tenzij sprake is van een van de in de artikelen 83, 83a en 84 omschreven situaties of het pensioenaanspraken betreft waarvoor de pensioenuitvoerder artikel 81a toepast. Indien het verzoek van de gewezen deelnemer tot waardeoverdracht partnerpensioen betreft is voor de waardeoverdracht van dit partnerpensioen tevens vereist dat de partner die begunstigde is voor het partnerpensioen met de waardeoverdracht instemt. Indien het verzoek van de gewezen deelnemer tot waardeoverdracht nettopensioen betreft is voor de waardeoverdracht van dit nettopensioen tevens vereist dat de ontvangende pensioenuitvoerder een regeling voor nettopensioen uitvoert. @@ -1323,7 +1357,7 @@ De in artikel 82 genoemde plicht tot waardeoverdracht geldt niet zolang: a. de overdragende of ontvangende pensioenuitvoerder een beroepspensioenfonds is waarbij gezien de beleidsdekkingsgraad de technische voorzieningen niet meer volledig door waarden worden gedekt; of b. de overdragende of ontvangende pensioenuitvoerder een verzekeraar is: -1°. waarop de noodregeling als bedoeld in artikel 3:160 van de Wet op het financieel toezicht, van toepassing is; of +1°. ten aanzien waarvan een besluit als bedoeld in artikel 3A:85 van de Wet op het financieel toezicht is genomen; of 2°. die failliet is. ### Artikel 83a @@ -2177,6 +2211,14 @@ c. de soliditeit van het beroepspensioenfonds, waaronder wordt verstaan: 2°. het beheersen van andere risico’s die de soliditeit van het beroepspensioenfonds kunnen aantasten; d. het beheersen van de financiële positie over de lange termijn door periodiek een haalbaarheidstoets te maken. +### Artikel 138a + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 138b + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Artikel 139 **1.** @@ -2280,7 +2322,7 @@ b. de deskundigheid en betrouwbaarheid van het bestuur. ### Artikel 145 -Wanneer een beroepspensioenregeling eindigt tijdens een periode waarin de beleidsdekkingsgraad van het beroepspensioenfonds ligt onder de bij of krachtens artikel 126 gestelde eisen ten aanzien van het minimaal vereist eigen vermogen: +Wanneer een beroepspensioenregeling eindigt en er geen sprake meer is van verwerving van pensioen tijdens een periode waarin de beleidsdekkingsgraad van het beroepspensioenfonds ligt onder de bij of krachtens artikel 126 gestelde eisen ten aanzien van het minimaal vereist eigen vermogen: a. stelt het beroepspensioenfonds de toezichthouder hiervan op de hoogte; b. gaat het beroepspensioenfonds binnen een door de toezichthouder te stellen termijn over tot het verzekeren bij een verzekeraar, overdragen aan een verzekeraar of onderbrengen bij een beroepspensioenfonds van de pensioenverplichtingen op basis van een procedure welke ter kennis en instemming van de toezichthouder wordt gebracht; en @@ -2526,7 +2568,7 @@ b. de toezichthouder. ### Artikel 171 -**1.** De toezichthouder kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van een overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 8, 21, 22, 23, 25, 26, 35, 36, 38, 39, eerste lid, 39, zevende lid, voor zover het betreft de overeenkomstige toepassing van artikel 39, eerste lid, 43, 44, 46 tot en met 59, 60, 61, tweede en vierde lid, 62, 63, 63a, 69, 72, 73, 74, 75, 75b, 78, derde tot en met zesde, negende en elfde lid, 79, tweede lid, 80, tweede lid, 80a, derde, vierde en zevende lid, 82, eerste tot en met vijfde en zevende lid, 85, tweede en derde lid, 91, tweede en zevende lid, 92, tweede en zevende lid, 93, eerste lid, 94, eerste en tweede lid, 95, 99, 102, tweede lid, 104, 105, 106, 107, 108, 109a, 110 tot en met 110h, 113, 114, 115, 116, 117, 118, 123, 124, 125, 125a, 129, 130, 131, 132, 133, 134, 135, 138, 140, 141, 142, eerste, tweede, derde, vijfde en zesde lid, 145, 162, 164, 165, eerste tot en met vierde lid, 166, eerste lid, 167, vijfde lid, 191, 193, 197, derde en vierde lid, 198 en van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht. +**1.** De toezichthouder kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van een overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 8, 21, 22, 23, 25, 26, 35, 36, 38, 39, eerste lid, 39, zevende lid, voor zover het betreft de overeenkomstige toepassing van artikel 39, eerste lid, 43, 44, 46 tot en met 59, 60, 61, tweede en vierde lid, 62, 63, 63a, 69, 72, 73, 74, 75, 75b, 78, derde tot en met zesde, negende en elfde lid, 79, tweede lid, 80, tweede lid, 80a, derde, vierde en zevende lid, 81a, tweede, derde, vierde en zesde lid, 82, eerste tot en met vijfde en zevende lid, 85, tweede en derde lid, 91, tweede en achtste lid, 92, tweede en zevende lid, 93, eerste lid, 94, eerste en tweede lid, 95, 99, 102, tweede lid, 104, 105, 106, 107, 108, 109a, 110 tot en met 110h, 113, 114, 115, 116, 117, 118, 123, 124, 125, 125a, 129, 130, 131, 132, 133, 134, 135, 138, 140, 141, 142, eerste, tweede, derde, vijfde en zesde lid, 145, 162, 164, 165, eerste tot en met vierde lid, 166, eerste lid, 167, vijfde lid, 191, 193, 197, derde en vierde lid, 198 en van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht. **2.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid. @@ -2672,6 +2714,10 @@ Het is een pensioeninstelling uit een andere lidstaat verboden bijdragen te aanv a. een daartoe verleende vergunning van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de pensioeninstelling uit een andere lidstaat haar zetel heeft; en b. de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de pensioeninstelling zetel heeft in kennis te hebben gesteld van het voornemen een beroepspensioenregeling uit te voeren voor een in Nederland gevestigde zelfstandige of beroepsgenoot. +### Artikel 193a + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Artikel 194 **1.** De toezichthouder informeert, binnen twee maanden na de datum van ontvangst van gegevens als bedoeld in artikel 26, tweede lid, de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de pensioeninstelling uit een andere lidstaat haar zetel heeft en die deze gegevens hebben verstrekt, over de bepalingen van de Nederlandse sociale en arbeidswetgeving die van toepassing zijn op de beroepspensioenregeling waaraan wordt bijgedragen door de in Nederland gevestigde zelfstandige of beroepsgenoot. @@ -2770,6 +2816,8 @@ b. indien de vertrouwelijke gegevens of inlichtingen zijn verkregen van de ander **4.** Artikel 198, eerste lid, laat onverlet de toepasselijkheid van de bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering welke betrekking hebben op het als getuige of als partij in een comparitie van partijen dan wel als deskundige in burgerlijke zaken afleggen van een verklaring omtrent gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van zijn ingevolge deze wet opgedragen taak, voorzover het gaat om vertrouwelijke gegevens of inlichtingen omtrent een pensioenuitvoerder die in staat van faillissement is verklaard of op grond van een rechterlijke uitspraak is ontbonden. De vorige volzin is niet van toepassing op vertrouwelijke gegevens of inlichtingen die betrekking hebben op een onderneming die betrokken is of betrokken is geweest bij een poging de desbetreffende pensioenuitvoerder in staat te stellen zijn activiteiten voort te zetten. +**5.** De toezichthouder kan, in afwijking van artikel 198, eerste lid, gegevens over het aantal deelnemers bij een pensioenuitvoerder verstrekken aan de op grond van artikel 62, zesde lid, aangewezen instelling. + ### Artikel 201 **1.** De toezichthouder kan, in afwijking van artikel 198, vertrouwelijke gegevens of inlichtingen verkregen bij de uitvoering van de hem ingevolge deze wet opgedragen taak, verstrekken aan een instantie die is belast met de uitoefening van strafvorderlijke bevoegdheden of aan een deskundige die door een dergelijke instantie met een opdracht is belast, voor zover de verlangde gegevens of inlichtingen noodzakelijk zijn voor de uitvoering van die opdracht. @@ -2969,6 +3017,29 @@ Onze Minister zendt binnen drie jaar na inwerkingtreding van de Wet verbeterde p ### Artikel 214a +**1.** Artikel 66, zesde lid, is van toepassing indien de deelneming eindigt vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel E, van de Wet waardeoverdracht klein pensioen. + +**2.** Indien de deelneming is geëindigd voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel E, van de Wet waardeoverdracht klein pensioen heeft de pensioenuitvoerder het recht om pensioenaanspraken van een gewezen deelnemer te laten vervallen indien op basis van de tot het tijdstip van beëindiging opgebouwde aanspraak op ouderdomspensioen de uitkering van het ouderdomspensioen op jaarbasis op de reguliere ingangsdatum niet meer zal bedragen dan € 2,– per jaar. De pensioenuitvoerder die gebruik maakt van het recht, bedoeld in de eerste zin, informeert de gewezen deelnemers hierover. + +**3.** Artikel 81a is van toepassing indien de deelneming is geëindigd of eindigt vanaf 1 januari 2018. + +**4.** + +Indien de deelneming is geëindigd voor 1 januari 2018: + +a. is artikel 81a van toepassing indien voldaan wordt aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden; +b. geldt de in artikel 82, eerste lid, opgenomen uitzondering voor de toepassing van artikel 81a niet; en +c. zijn de artikelen 110a, derde lid, aanhef en onderdeel d, en 110e, derde lid, aanhef en onderdeel f: + +1°. voor zover het betreft de gehele of gedeeltelijke overdracht van de verplichtingen van het beroepspensioenfonds, van toepassing op het beleid van het beroepspensioenfonds ten aanzien van de toepassing van artikel 81a; en +2°. voor zover het betreft de overname van verplichtingen door het beroepspensioenfonds, niet van toepassing bij de overname van verplichtingen door het beroepspensioenfonds als gevolg van de toepassing van artikel 81a of artikel 70a van de Pensioenwet. + +**5.** Indien de deelneming is geëindigd voor 1 januari 2018 heeft de pensioenuitvoerder, in afwijking van de artikelen 77 en 78, het recht om op zijn vroegst twee jaar na beëindiging van de deelneming pensioenaanspraken van een gewezen deelnemer af te kopen, indien op basis van de tot het tijdstip van beëindiging van de deelneming opgebouwde aanspraak op ouderdomspensioen de uitkering van het ouderdomspensioen op jaarbasis op de reguliere ingangsdatum, getoetst per 1 januari van dat jaar, minder zal bedragen dan het in artikel 78, eerste lid, onderdeel a, genoemde bedrag, tenzij de gewezen deelnemer binnen twee jaar na beëindiging van de deelneming een procedure tot waardeoverdracht is gestart. De pensioenuitvoerder die gebruik wil maken van dit recht informeert de gewezen deelnemer over zijn besluit hieromtrent binnen zes maanden na afloop van de periode van twee jaar na beëindiging van de deelneming en gaat over tot uitbetaling van de afkoopwaarde binnen die termijn van zes maanden. Artikel 78, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing. + +**6.** In afwijking van het vijfde lid en de artikelen 77 en 78, tweede lid, heeft de pensioenuitvoerder tot 1 juli 2019 het recht om pensioenaanspraken van een gewezen deelnemer af te kopen indien de deelneming is geëindigd in 2017 of 2018 en op basis van de tot het tijdstip van beëindiging opgebouwde aanspraak op ouderdomspensioen de uitkering van het ouderdomspensioen op jaarbasis op de reguliere ingangsdatum niet meer zal bedragen dan € 2,– per jaar. Bij toepassing van deze bepaling is artikel 19b, vierde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 214b + Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Artikel 215