1997-12-01 | BWBR0009024 | Besluit opleidingseisen en deskundigheidsgebied radiodiagnostisch laborant en radiotherapeutisch laborant

This commit is contained in:
Coornhert 1997-12-01 12:00:00 +00:00
parent a9eb20cfc4
commit 3b68fe6df6

View file

@ -20,7 +20,7 @@ citeertitel: Besluit opleidingseisen en deskundigheidsgebied radiodiagnostisch l
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. Registratie instellingen en opleidingen: het register, bedoeld in artikel 6.13 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
a. Centraal register opleidingen hoger onderwijs: het register, bedoeld in artikel 6.13 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
b. instelling: een instelling als bedoeld in artikel 1.8 dan wel aangewezen krachtens artikel 1.11 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
c. studiepunt: veertig uren studie.
@ -28,7 +28,7 @@ c. studiepunt: veertig uren studie.
### Artikel 2
**1.** Het recht tot het voeren van de titel van radiodiagnostisch laborant is voorbehouden aan degene aan wie een getuigschrift is uitgereikt waaruit blijkt dat betrokkene met goed gevolg het afsluitende examen heeft afgelegd van een opleiding voor medisch beeldvormende en radiotherapeutische technieken die is opgenomen in de Registratie instellingen en opleidingen en die voldoet aan het in de artikelen 3 en 4 gestelde, alsmede aan degene aan wie door een door Onze Minister krachtens artikel 5, eerste lid, aangewezen examenorganisatie een getuigschrift is uitgereikt waaruit blijkt dat betrokkene met goed gevolg voor de door die examenorganisatie ingestelde examencommissie het examen voor radiodiagnostisch laborant heeft afgelegd.
**1.** Het recht tot het voeren van de titel van radiodiagnostisch laborant is voorbehouden aan degene aan wie een getuigschrift is uitgereikt waaruit blijkt dat betrokkene met goed gevolg het afsluitende examen heeft afgelegd van een opleiding voor medisch beeldvormende en radiotherapeutische technieken die is opgenomen in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs en die voldoet aan het in de artikelen 3 en 4 gestelde, alsmede aan degene aan wie door een door Onze Minister krachtens artikel 5, eerste lid, aangewezen examenorganisatie een getuigschrift is uitgereikt waaruit blijkt dat betrokkene met goed gevolg voor de door die examenorganisatie ingestelde examencommissie het examen voor radiodiagnostisch laborant heeft afgelegd.
**2.** Het recht tot het voeren van de titel van radiotherapeutisch laborant is voorbehouden aan degene aan wie het in het eerste lid bedoelde getuigschrift ter zake van medisch beeldvormende en radiotherapeutische technieken is uitgereikt, alsmede aan degene aan wie door een door Onze Minister krachtens artikel 5, eerste lid, aangewezen examenorganisatie een getuigschrift is uitgereikt waaruit blijkt dat betrokkene met goed gevolg voor de door die examenorganisatie ingestelde examencommissie het examen voor radiotherapeutisch laborant heeft afgelegd.
@ -138,7 +138,7 @@ c. wetskennis.
De kandidaat wordt slechts tot de in artikel 8, tweede lid, onder a, b en c, bedoelde examenonderdelen toegelaten, indien hij overlegt:
a. een diploma van een ingevolge de Wet voortgezet onderwijs 2020 bekostigde openbare of bekostigde of aangewezen bijzondere school of afdeling voor h.a.v.o., hetzij het Staatsdiploma h.a.v.o., hetzij een door een door Onze Minister krachtens artikel 5, eerste lid, aangewezen examenorganisatie met een van deze bescheiden gelijkgesteld diploma, getuigschrift of verklaring, of een zodanig stuk ten aanzien waarvan Onze Minister heeft verklaard dat het overleggen daarvan in het gegeven geval voldoende is;
a. een diploma van een ingevolge de Wet op het voortgezet onderwijs bekostigde openbare of bekostigde of aangewezen bijzondere school of afdeling voor h.a.v.o., hetzij het Staatsdiploma h.a.v.o., hetzij een door een door Onze Minister krachtens artikel 5, eerste lid, aangewezen examenorganisatie met een van deze bescheiden gelijkgesteld diploma, getuigschrift of verklaring, of een zodanig stuk ten aanzien waarvan Onze Minister heeft verklaard dat het overleggen daarvan in het gegeven geval voldoende is;
b. een bewijsstuk waaruit blijkt dat de kandidaat onderricht heeft gevolgd in de in artikel 8, tweede lid, onder a, b, en c, genoemde examenonderdelen met een gezamenlijke studielast van 42 studiepunten.
**2.**
@ -229,7 +229,7 @@ c. wetskennis.
De kandidaat wordt slechts tot de in artikel 17, tweede lid, onder a, b en c, bedoelde examenonderdelen toegelaten, indien hij overlegt:
a. een diploma van een ingevolge de Wet voortgezet onderwijs 2020 bekostigde openbare of bekostigde of aangewezen bijzondere school of afdeling voor h.a.v.o., hetzij het Staatsdiploma h.a.v.o., hetzij een door een door Onze Minister krachtens artikel 5, eerste lid, aangewezen examenorganisatie met een van deze bescheiden gelijkgesteld diploma, getuigschrift of verklaring, of een zodanig stuk ten aanzien waarvan Onze Minister heeft verklaard dat het overleggen daarvan in het gegeven geval voldoende is;
a. een diploma van een ingevolge de Wet op het voortgezet onderwijs bekostigde openbare of bekostigde of aangewezen bijzondere school of afdeling voor h.a.v.o., hetzij het Staatsdiploma h.a.v.o., hetzij een door een door Onze Minister krachtens artikel 5, eerste lid, aangewezen examenorganisatie met een van deze bescheiden gelijkgesteld diploma, getuigschrift of verklaring, of een zodanig stuk ten aanzien waarvan Onze Minister heeft verklaard dat het overleggen daarvan in het gegeven geval voldoende is;
b. een bewijsstuk waaruit blijkt dat de kandidaat onderricht heeft gevolgd in de in artikel 17, tweede lid, onder a,b, en c, genoemde examenonderdelen met een gezamenlijke studielast van 42 studiepunten.
**2.**