From 3ba06a746eabe5dd746cead038b7c4fac5e53cc0 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 21 Apr 2006 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2006-04-21 | BWBR0004189 | Wet op de architectentitel --- .../BWBR0004189/README.md | 47 ++++++++++++++----- 1 file changed, 34 insertions(+), 13 deletions(-) diff --git a/wet/wet-op-de-architectentitel/BWBR0004189/README.md b/wet/wet-op-de-architectentitel/BWBR0004189/README.md index fad91e50e13..09352a44b06 100644 --- a/wet/wet-op-de-architectentitel/BWBR0004189/README.md +++ b/wet/wet-op-de-architectentitel/BWBR0004189/README.md @@ -28,7 +28,7 @@ EEG-richtlijn: de richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 10 ju **1.** Er is een architectenregister, in deze wet verder aan te duiden als het register. -**2.** In het register wordt op verzoek ingeschreven als architect, als stedebouwkundige, als tuin- en landschapsarchitect of als interieurarchitect degene, die voldoet aan de bij of krachtens deze wet gestelde eisen. +**2.** In het register wordt op verzoek ingeschreven als architect, als stedenbouwkundige, als tuin- en landschapsarchitect of als interieurarchitect degene, die voldoet aan de bij of krachtens deze wet gestelde eisen. **3.** Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze andere Ministers, voorschriften geven omtrent de inrichting van het register. @@ -46,7 +46,7 @@ EEG-richtlijn: de richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 10 ju **1.** Onze Minister benoemt en ontslaat de voorzitter en de leden van het bestuur van het bureau, na overleg met Onze andere Ministers. -**2.** Het bestuur bestaat in meerderheid uit personen die de beroepen van architect, stedebouwkundige, tuin- en landschapsarchitect of interieurarchitect uitoefenen dan wel hebben uitgeoefend. +**2.** Het bestuur bestaat in meerderheid uit personen die de beroepen van architect, stedenbouwkundige, tuin- en landschapsarchitect of interieurarchitect uitoefenen dan wel hebben uitgeoefend. ### Artikel 5 @@ -74,9 +74,15 @@ Het bureau bepaalt het bedrag van de tarieven, bedoeld in de artikelen 3, derde Inschrijving in het register als architect wordt verleend aan degene die voldoet aan een van de volgende eisen: -a. in het bezit van een getuigschrift van een opleiding bouwkunde op het gebied van de techniek aan een in de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde universiteit; +a. in het bezit zijn van: + +1°. het getuigschrift van een masteropleiding op het gebied van architectuur aan een in de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde universiteit; +2°. het getuigschrift van een opleiding bouwkunde op het gebied van de techniek verbonden aan een in de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde universiteit; b. in het bezit zijn van het op grond van artikel 29 van de Nijverheidsonderwijswet uitgereikte eindgetuigschrift Hoger Bouwkunst Onderricht; -c. in het bezit zijn van het op grond van artikel 29 van de Wet op het voortgezet onderwijs uitgereikte einddiploma van een Academie van Bouwkunst, het op grond van artikel 34, derde lid, van de Wet op het hoger beroepsonderwijs uitgereikte getuigschrift van een opleiding voor beroepen op het terrein van architectuur en stedebouw dan wel het getuigschrift van een met een goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een voortgezette opleiding bouwkunst verbonden aan een in de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde hogeschool; +c. in het bezit zijn van: + +1°. het getuigschrift van een masteropleiding op het gebied van architectuur aan een in de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde hogeschool; +2°. het op grond van artikel 29 van de Wet op het voortgezet onderwijs uitgereikte einddiploma van een Academie van Bouwkunst, het op grond van artikel 34, derde lid, van de Wet op het hoger beroepsonderwijs uitgereikte getuigschrift van een opleiding voor beroepen op het terrein van architectuur en stedenbouw dan wel het getuigschrift van een voortgezette opleiding bouwkunst verbonden aan een in de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde hogeschool; d. in het bezit zijn van het op grond van artikel 29 van de Nijverheidsonderwijswet uitgereikte getuigschrift Voortgezet Bouwkunst Onderricht; e. met goed gevolg een door de Architectenraad ingesteld architectenexamen hebben afgelegd vóór de datum waarop voor de eerste maal het examen, bedoeld in dit lid onder *g*, kan worden afgelegd; f. in het bezit zijn van het diploma van de Stichting Instituut voor Architectuur I.V.A., afgegeven na een op ten minste vierjarige basis ingerichte opleiding van deze stichting waarmee uiterlijk op 5 augustus 1988 is begonnen, en van een attest, afgegeven door Onze Minister, waaruit blijkt dat de betrokkene een door of vanwege Onze Minister ingesteld onderzoek dat een beoordeling behelst van de plannen die de betrokkene tijdens een feitelijke praktijk van ten minste zes jaar op het gebied van de architectuur heeft gemaakt en uitgevoerd, met goed gevolg heeft doorstaan, dan wel in het bezit zijn van het diploma van genoemde Stichting, dat is behaald ter afsluiting van een opleiding waarmee na 5 augustus 1988 is begonnen, mits die opleiding naar het oordeel van Onze Minister voldoet aan de eisen van de artikelen 3 en 4 van de EEG-richtlijn; @@ -99,15 +105,21 @@ Onze Minister beslist op een aanvraag om erkenning als bedoeld in artikel 9, eer **1.** -Inschrijving in het register als stedebouwkundige wordt verleend aan degene die voldoet aan een van de volgende eisen: +Inschrijving in het register als stedenbouwkundige wordt verleend aan degene die voldoet aan een van de volgende eisen: -a. in het bezit van een getuigschrift van een opleiding bouwkunde op het gebied van de techniek aan een in de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde universiteit; +a. in het bezit zijn van: + +1°. het getuigschrift van een masteropleiding op het gebied van stedenbouw aan een in de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde universiteit; +2°. het getuigschrift van een opleiding bouwkunde op het gebied van de techniek aan een in de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde universiteit; b. in het bezit zijn van het op grond van artikel 29 van de Nijverheidsonderwijswet uitgereikte einddiploma Stedebouwkundig Hoger Onderricht; c. in het bezit zijn van het op grond van artikel 29 van de Wet op het voortgezet onderwijs uitgereikte einddiploma Stedebouwkundig Hoger Onderricht; -d. in het bezit zijn van het op grond van artikel 29 van de Wet op het voortgezet onderwijs uitgereikte einddiploma van een Academie van Bouwkunst, het op grond van artikel 34, derde lid, van de Wet op het hoger beroepsonderwijs uitgereikte getuigschrift van een opleiding voor beroepen op het terrein van architectuur en stedebouw dan wel het getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een voortgezette opleiding bouwkunst verbonden aan een in de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde hogeschool; -e. met goed gevolg hebben afgelegd een overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk VI ingericht en afgenomen examen voor stedebouwkundigen of daarvan, wegens ten genoegen van Onze Minister aangetoonde uitzonderlijke bekwaamheid, van Onze Minister ontheffing hebben verkregen; -f. met goed gevolg hebben afgelegd het examen ter afsluiting van een door Onze Minister en na het horen van de representatief te achten beroepsorganisaties van stedebouwkundigen, aangewezen opleiding; -g. in het bezit zijn van een ten aanzien van het beroep van stedebouwkundige afgegeven EG-verklaring als bedoeld in de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma's dan wel in de Algemene wet erkenning EG-beroepsopleidingen; +d. in het bezit zijn van: + +1°. het getuigschrift van een masteropleiding op het gebied van stedenbouw verbonden aan een in de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde hogeschool; +2°. het op grond van artikel 29 van de Wet op het voortgezet onderwijs uitgereikte einddiploma van een Academie van Bouwkunst, het op grond van artikel 34, derde lid, van de Wet op het hoger beroepsonderwijs uitgereikte getuigschrift van een opleiding voor beroepen op het terrein van architectuur en stedenbouw dan wel het getuigschrift van een voortgezette opleiding bouwkunst verbonden aan een in de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde hogeschool; +e. met goed gevolg hebben afgelegd een overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk VI ingericht en afgenomen examen voor stedenbouwkundigen of daarvan, wegens ten genoegen van Onze Minister aangetoonde uitzonderlijke bekwaamheid, van Onze Minister ontheffing hebben verkregen; +f. met goed gevolg hebben afgelegd het examen ter afsluiting van een door Onze Minister en na het horen van de representatief te achten beroepsorganisaties van stedenbouwkundigen, aangewezen opleiding; +g. in het bezit zijn van een ten aanzien van het beroep van stedenbouwkundige afgegeven EG-verklaring als bedoeld in de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma's dan wel in de Algemene wet erkenning EG-beroepsopleidingen; h. in het bezit zijn van een der door Onze Minister al dan niet op verzoek van een belanghebbende aangewezen diploma's die door instellingen in het buitenland, waaronder niet zijn begrepen instellingen, gevestigd in de lidstaten van de Europese Unie of de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte dan wel in Zwitserland, zijn of worden verstrekt. **2.** Onze Minister kan nadere regels geven over de inrichting welke degene die op grond van het voldoen aan een der eisen bedoeld in het eerste lid, onder *a* tot en met *d*, inschrijving in het register wenst te verkrijgen aan zijn opleiding moet hebben gegeven. @@ -118,8 +130,14 @@ h. in het bezit zijn van een der door Onze Minister al dan niet op verzoek van e Inschrijving in het register als tuin- en landschapsarchitect wordt verleend aan degene die voldoet aan een van de volgende eisen: -a. in het bezit zijn van een getuigschrift van een opleiding landschapsarchitectuur op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving aan een in de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde universiteit; -b. in het bezit zijn van het op grond van artikel 29 van de Wet op het voortgezet onderwijs uitgereikte einddiploma van een Academie van Bouwkunst, waaraan een afdeling Landschapsarchitectuur is verbonden, het op grond van artikel 34, derde lid, van de Wet op het hoger beroepsonderwijs uitgereikte getuigschrift van een opleiding voor beroepen op het terrein van architectuur en stedebouw dan wel het getuigschrift van een voortgezette opleiding bouwkunst verbonden aan een in de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde hogeschool; +a. in het bezit zijn van: + +1°. het getuigschrift van een masteropleiding op het gebied van landschapsarchitectuur aan een in de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde universiteit; +2°. het getuigschrift van een opleiding landschapsarchitectuur op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving aan een in de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde universiteit; +b. in het bezit zijn van: + +1°. het getuigschrift van een masteropleiding op het gebied van landschapsarchitectuur verbonden aan een in de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde hogeschool; +2°. het op grond van artikel 29 van de Wet op het voortgezet onderwijs uitgereikte einddiploma van een Academie van Bouwkunst, waaraan een afdeling Landschapsarchitectuur is verbonden, het op grond van artikel 34, derde lid, van de Wet op het hoger beroepsonderwijs uitgereikte getuigschrift van een opleiding voor beroepen op het terrein van architectuur en stedenbouw dan wel het getuigschrift van een voortgezette opleiding bouwkunst verbonden aan een in de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde hogeschool; c. vóór 1 september 1970 zijn afgestudeerd in de richting tuin- en landschapsarchitectuur aan de rijkslandbouwuniversiteit te Wageningen; d. vóór 1 januari 1953 zijn erkend door de commissie ter erkenning van tuin- en landschapsarchitecten, ingesteld door de Bond van Nederlandse Tuin- en Landschapsarchitecten (BNT); e. met goed gevolg vóór 1 februari 1968 een examen voor tuin- en landschapsarchitect hebben afgelegd voor een door Onze Minister van Landbouw en Visserij daartoe benoemde examencommissie; @@ -139,7 +157,10 @@ Inschrijving in het register als interieurarchitect wordt verleend aan degene di a. in het bezit zijn van een getuigschrift van een opleiding bouwkunde op het gebied van de techniek aan een in de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde universiteit; b. in het bezit zijn van het op grond van artikel 29 van de Wet op het voortgezet onderwijs uitgereikte einddiploma van een Academie van Bouwkunst, het op grond van artikel 34, derde lid, van de Wet op het hoger beroepsonderwijs uitgereikte getuigschrift van een opleiding voor beroepen op het terrein van architectuur en stedebouw dan wel het getuigschrift van een voortgezette opleiding bouwkunst verbonden aan een in de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde hogeschool; -c. in het bezit zijn van het op grond van artikel 29 van de Nijverheidsonderwijswet of op grond van artikel 29 van de Wet op het voortgezet onderwijs uitgereikte einddiploma van een Academie voor Beeldende Kunsten, afdeling architectonische vormgeving, dan wel het getuigschrift van een opleiding op het gebied van de architectonische vormgeving verbonden aan een in de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde hogeschool; +c. in het bezit zijn van: + +1°. het getuigschrift van een opleiding Vormgeving van het Domein Beeldende Kunst en Vormgeving verbonden aan een in de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde hogeschool; +2°. het op grond van artikel 29 van de Nijverheidsonderwijswet of op grond van artikel 29 van de Wet op het voortgezet onderwijs uitgereikte einddiploma van een Academie voor Beeldende Kunsten, afdeling architectonische vormgeving, dan wel het getuigschrift van een opleiding op het gebied van de architectonische vormgeving verbonden aan een in de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde hogeschool; d. met goed gevolg hebben afgelegd een overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk VI ingericht en afgenomen examen voor interieurarchitect of daarvan, wegens ten genoegen van Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur aangetoonde uitzonderlijke bekwaamheid, van genoemde minister ontheffing hebben verkregen; e. met goed gevolg hebben afgelegd het examen ter afsluiting van een door Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur en na het horen van de representatief te achten beroepsorganisaties van interieurarchitecten, aangewezen opleiding; f. in het bezit zijn van een ten aanzien van het beroep van interieurarchitect afgegeven EG-verklaring als bedoeld in de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma's dan wel in de Algemene wet erkenning EG-beroepsopleidingen;