From 3bb4021a252bfef05e046ed68d3afb87d5feac76 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sat, 1 May 2004 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2004-05-01 | BWBR0006405 | Besluit draagkrachtcriteria rechtsbijstand --- .../BWBR0006405/README.md | 69 ++++++++++++------- 1 file changed, 46 insertions(+), 23 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-draagkrachtcriteria-rechtsbijstand/BWBR0006405/README.md b/amvb/besluit-draagkrachtcriteria-rechtsbijstand/BWBR0006405/README.md index cb2a73fdcdc..1fb4a4d1a65 100644 --- a/amvb/besluit-draagkrachtcriteria-rechtsbijstand/BWBR0006405/README.md +++ b/amvb/besluit-draagkrachtcriteria-rechtsbijstand/BWBR0006405/README.md @@ -28,7 +28,7 @@ Indien de rechtzoekende minderjarig is, wordt ter bepaling van de draagkracht he a. de minderjarige 16 jaar of ouder en uitwonend is; b. de minderjarige thuiswonend is en de ouder(s) geen kinderbijslag voor hem ontvangen; -c. de rechtsbijstand waarvoor de toevoeging wordt verzocht, betrekking heeft op een geschil met de ouder(s). +c. de rechtsbijstand waarvoor een toevoeging wordt aangevraagd, betrekking heeft op een geschil met de ouder(s). ### Artikel 3 @@ -36,7 +36,9 @@ Bij de bepaling van de draagkracht van natuurlijke personen die een bedrijf of z ### Artikel 4 -Bij de vaststelling van de draagkracht worden in aanmerking genomen het vermogen alsmede alle regelmatige inkomsten van de rechtzoekende voorzover deze ingevolge artikel 6 niet buiten beschouwing worden gelaten en, overeenkomstig het bepaalde in artikel 34, derde lid, van de wet, van degene met wie hij een gezamenlijke huishouding voert. +**1.** Bij de vaststelling van de draagkracht worden in aanmerking genomen het vermogen alsmede alle regelmatige inkomsten van de rechtzoekende voorzover deze ingevolge artikel 6 niet buiten beschouwing worden gelaten en, overeenkomstig het bepaalde in artikel 34, derde lid, van de wet, van degene met wie hij een gezamenlijke huishouding voert. + +**2.** Indien een voorwaardelijke toevoeging is verleend in een zaak betreffende een aanmerkelijk financieel belang, wordt bij de vaststelling van de financiële draagkracht het inkomen en vermogen in aanmerking genomen op het tijdstip van de aanvraag om verlening van een toevoeging, tenzij dit inkomen of vermogen ten gevolge van de definitieve afhandeling in de desbetreffende zaak is gewijzigd. In dat laatste geval worden de uitkomsten van de zaak betrokken bij de vaststelling van de financiële draagkracht. ## Hoofdstuk II. De vaststelling van de draagkracht in het inkomen en vermogen @@ -50,14 +52,14 @@ Bij de vaststelling van de draagkracht worden in aanmerking genomen het vermogen Bij de vaststelling van het inkomen wordt: -a. ten aanzien van de periodiek genoten inkomsten uitgegaan van de hoogte van deze inkomsten over een of meer van de gebruikelijke betalingsperioden, voorafgaand aan het tijdstip waarop het verzoek om rechtsbijstand werd gedaan; -b. ten aanzien van de niet-periodiek genoten inkomsten uitgegaan van de hoogte van deze inkomsten over de twaalf maanden voorafgaand aan het tijdstip waarop het verzoek om rechtsbijstand werd gedaan. +a. ten aanzien van de periodiek genoten inkomsten uitgegaan van de hoogte van deze inkomsten over een of meer van de gebruikelijke betalingsperioden, voorafgaand aan het tijdstip waarop de aanvraag om de verlening van rechtsbijstand is ingediend; +b. ten aanzien van de niet-periodiek genoten inkomsten uitgegaan van de hoogte van deze inkomsten over de twaalf maanden voorafgaand aan het tijdstip waarop de aanvraag om de verlening van rechtsbijstand is ingediend. **3.** Bij natuurlijke personen die een bedrijf of zelfstandig een beroep uitoefenen, wordt voor de vaststelling van het inkomen uitgegaan van het inkomen in het jaar voorafgaand aan het jaar van de aanvraag. **4.** De in het tweede en derde lid bedoelde inkomsten worden herleid tot een maandinkomen. -**5.** Indien zich onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop het verzoek om rechtsbijstand werd gedaan, wijzigingen in de hoogte van de inkomsten bedoeld in het tweede en derde lid hebben voorgedaan, wordt daarmee bij de vaststelling van het inkomen rekening gehouden. +**5.** Indien zich onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop de aanvraag om de verlening van rechtsbijstand werd ingediend, wijzigingen in de hoogte van de inkomsten bedoeld in het tweede en derde lid hebben voorgedaan, wordt daarmee bij de vaststelling van het inkomen rekening gehouden. ### Artikel 6 @@ -86,21 +88,21 @@ c. het bedrag dat de gemeente op de rechtzoekende verhaalt in het kader van de W ### Artikel 7a -**1.** Bij het vaststellen van het inkomen wordt een bedrag van f175,– van het netto-inkomen vrijgesteld voor het bepalen van de inkomensgrenzen, genoemd in artikel 34, eerste lid, van de wet. +**1.** Bij het vaststellen van het inkomen wordt een bedrag van € 80,– van het netto-inkomen vrijgesteld voor het bepalen van de inkomensgrenzen, genoemd in artikel 34, eerste lid, van de wet. -**2.** Bij het vaststellen van het inkomen wordt een bedrag van f105,– van het netto-inkomen vrijgesteld voor het bepalen van de hoogte van de eigen bijdrage, bedoeld in artikel 35, derde lid, van de wet. Indien het resultaat van deze berekening een bedrag is dat hoger is dan het hoogste inkomensbedrag, genoemd in artikel 35, derde lid, onder l, is de hoogste eigen bijdrage verschuldigd, mits de overschrijding van het hoogste inkomensbedrag niet groter is dan f70,– +**2.** Bij het vaststellen van het inkomen wordt een bedrag van € 48,– van het netto-inkomen vrijgesteld voor het bepalen van de hoogte van de eigen bijdrage, bedoeld in artikel 35, derde lid, van de wet. Indien het resultaat van deze berekening een bedrag is dat hoger is dan het hoogste inkomensbedrag, genoemd in artikel 35, derde lid, onder l, is de hoogste eigen bijdrage verschuldigd, mits de overschrijding van het hoogste inkomensbedrag niet groter is dan € 32,– ### Paragraaf 2. De draagkracht in het vermogen ### Artikel 8 -**1.** Voor de vaststelling van het vermogen van de rechtzoekende wordt uitgegaan van de toestand zoals deze is op het tijdstip dat het verzoek om rechtsbijstand wordt gedaan. +**1.** Voor de vaststelling van het vermogen van de rechtzoekende wordt uitgegaan van de toestand zoals deze is op het tijdstip dat de aanvraag om verlening van rechtsbijstand wordt ingediend. -**2.** Indien het verzoek betrekking heeft op een natuurlijke persoon, die een bedrijf of zelfstandig een beroep uitoefent, gaat het bureau uit van de toestand van het vermogen op 31 december van het jaar voorafgaand aan de aanvraag. +**2.** Indien de aanvraag betrekking heeft op een natuurlijke persoon, die een bedrijf of zelfstandig een beroep uitoefent, gaat de raad uit van de toestand van het vermogen op 31 december van het jaar voorafgaand aan de aanvraag. ### Artikel 9 -**1.** Voor de vaststelling van het vermogen worden als bezittingen in aanmerking genomen: giro-, bank- en spaartegoeden, kasgelden en cheques, effecten, onroerende zaken, ondernemingsvermogen, hypothecaire en andere vorderingen, het aandeel in onverdeelde boedels, alsmede overige bezittingen, ter beoordeling van het bureau, voorzover zij een aanzienlijke waarde vertegenwoordigen. +**1.** Voor de vaststelling van het vermogen worden als bezittingen in aanmerking genomen: giro-, bank- en spaartegoeden, kasgelden en cheques, effecten, onroerende zaken, ondernemingsvermogen, hypothecaire en andere vorderingen, het aandeel in onverdeelde boedels, alsmede overige bezittingen, ter beoordeling van de raad, voorzover zij een aanzienlijke waarde vertegenwoordigen. **2.** @@ -113,7 +115,7 @@ b. schulden die betrekking hebben op bijzondere uitgaven die de rechtzoekende ge Voor de vaststelling van het vermogen worden niet in aanmerking genomen: -a. de waarde in vrij opgeleverde staat van de eigen woning die de rechtzoekende bewoont of, in geval van opheffing van de gezamenlijke huishouding, bewoond heeft voor zover deze waarde, na aftrek van het nog niet afgeloste bedrag van de daarop gevestigde hypotheek of hypotheken, minder dan f 75 000 bedraagt; +a. a. de waarde, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Wet waardering onroerende zaken, van de eigen woning die de rechtzoekende bewoont of, in geval van opheffing van de gezamenlijke huishouding, bewoond heeft voorzover deze waarde, na aftrek van het nog niet afgeloste bedrag van de daarop gevestigde hypotheek of hypotheken, minder dan € 65 344 bedraagt; b. de waarde van vermogensbestanddelen die niet dan onder voor de rechtzoekende onredelijk bezwarende of belastende voorwaarden te gelde kunnen worden gemaakt. **4.** Voor de vaststelling van het vermogen wordt niet in aanmerking genomen een geheel of een gedeelte van het vermogen dat door de rechtzoekende of degene met wie de rechtzoekende een gezamenlijke huishouding voert is gereserveerd ten behoeve van oudedagsvoorziening, mits op de dag dat de aanvraag om verlening van de toevoeging is ingediend de leeftijd van één van beiden 65 jaar of ouder is. In het jaarplan, bedoeld in artikel 7 van de wet, wordt inzicht verschaft in het terzake gevoerde beleid. @@ -126,26 +128,47 @@ b. de waarde van vermogensbestanddelen die niet dan onder voor de rechtzoekende **2.** Met toevoegingen die aan degene met wie de rechtzoekende een gezamenlijke huishouding voert zijn verleend, wordt uitsluitend rekening gehouden, indien de aanvrager daar om verzoekt en het een zaak betreft waarin geen onderling tegenstrijdige belangen aan de orde zijn. -**3.** Indien de eigen bijdrage bij een volgende toevoeging zonder toepassing van het in het eerste lid bedoelde kortingspercentage lager is dan met toepassing van dit percentage, legt het bureau de laagste eigen bijdrage op. Alsdan vangt de termijn, genoemd in het eerste lid, aan op het moment waarop de toevoeging is verleend, waarbij de laagste eigen bijdrage is opgelegd. +**3.** Indien de eigen bijdrage bij een volgende toevoeging zonder toepassing van het in het eerste lid bedoelde kortingspercentage lager is dan met toepassing van dit percentage, legt de raad de laagste eigen bijdrage op. Alsdan vangt de termijn, genoemd in het eerste lid, aan op het moment waarop de toevoeging is verleend, waarbij de laagste eigen bijdrage is opgelegd. ### Artikel 11 **1.** -Het bureau legt geen bijdrage als bedoeld in artikel 35 van de wet op aan de volgende categorieën personen van wie het vermogen binnen de grenzen van artikel 34, tweede lid van de wet blijft: +De raad legt geen bijdrage als bedoeld in artikel 35 van de wet op aan de volgende categorieën personen van wie het vermogen binnen de grenzen van artikel 34, tweede lid van de wet blijft: a. personen die uitsluitend zijn aangewezen op verstrekkingen zoals weergegeven in zowel de Regeling opvang asielzoekers als de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 1997; b. personen die rechtens van hun vrijheid zijn beroofd en die geen inkomsten meer hebben uit een dienstbetrekking, beroep of bedrijf, sociale verzekering of sociale voorziening; -c. personen die zijn aangewezen op een zorgvoorziening op grond van Wet gemeentelijke zorg voor houders van een voorwaardelijke vergunning tot verblijf. +c. personen die zijn aangewezen op een zorgvoorziening op grond van Wet gemeentelijke zorg voor houders van een voorwaardelijke vergunning tot verblijf; +d. personen die een vordering in kort geding instellen tegen een beslissing als bedoeld in artikel 38, vijfde lid, derde volzin, van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen. -**2.** Het bureau legt geen eigen bijdrage als bedoeld in artikel 35 van de wet op aan minderjarigen ten behoeve van wie een bijzonder curator is benoemd als bedoeld in artikel 250, Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. +**2.** De raad legt geen eigen bijdrage als bedoeld in artikel 35 van de wet op aan minderjarigen ten behoeve van wie een bijzonder curator is benoemd als bedoeld in artikel 250, Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. -**3.** Indien de rechtzoekende geen inkomen en vermogen heeft, kan het bureau beslissen geen eigen bijdrage als bedoeld in artikel 35 van de wet op te leggen. In het jaarplan, bedoeld in artikel 7 van de wet, wordt inzicht verschaft in het terzake gevoerde beleid. +**3.** Indien de rechtzoekende geen inkomen en vermogen heeft, kan de raad beslissen geen eigen bijdrage als bedoeld in artikel 35 van de wet op te leggen. In het jaarplan, bedoeld in artikel 7 van de wet, wordt inzicht verschaft in het terzake gevoerde beleid. ### Artikel 11a De eigen bijdrage van degene die uitsluitend een ouderdomspensioen op grond van de Algemene ouderdomswet ontvangt en van degene die 65 jaar of ouder is en die krachtens de Wet werk en bijstand een uitkering wegens een onvolledige pensioenopbouw ontvangt, is gelijk aan het bedrag, genoemd in het derde lid, onder a, van artikel 35 van de wet, mits het vermogen van betrokkene binnen de grenzen van artikel 34, tweede lid van de wet blijft. +### Artikel 11b + +De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 35 van de wet, is gelijk aan het bedrag, genoemd in het derde lid, onder a, van dat artikel, mits het vermogen van betrokkene, waarbij rekening wordt gehouden met het inkomen en vermogen van de personen, bedoeld in artikel 34, derde lid van de wet, binnen de grenzen van artikel 34, tweede lid, van de wet blijft, indien rechtsbijstand wordt verleend: + +a. in hoger beroep tegen de afwijzing van het verzoek om toepassing van de schuldsaneringsregeling, bedoeld in artikel 292 van de Faillissementswet; +b. in de periode waarin de rechtzoekende in staat van faillissement verkeert; +c. in de periode waarin de schuldsaneringsregeling, bedoeld in Titel III van de Faillissementswet, van toepassing is; +d. in de periode gedurende welke een schriftelijk vastgelegd akkoord met betrekking tot een buitengerechtelijke schuldsanering, ondertekend door alle schuldeisers en de schuldenaar, overeenkomstig de daarin opgenomen verplichtingen wordt uitgevoerd en waarin in ieder geval zijn opgenomen: + +1º. alle vorderingen van de schuldeisers alsmede een opgave van de inkomsten en het vermogen van de schuldenaar; +2º. een beschrijving van het saneringsplan; +3º. het bedrag dat buiten de boedel wordt gelaten en is berekend overeenkomstig het rekenmodel dat door de rechter-commissaris in het faillissement wordt gebruikt voor de berekening van het inkomen, bedoeld in artikel 295 van de Faillissementswet; +4º. de verplichting voor de schuldenaar om de schulden opgenomen in het saneringsplan binnen een zo kort mogelijke termijn te betalen; +5º. de termijn gedurende welke het saneringsplan van kracht is met een maximum van drie jaar, en +6º. dat, indien een organisatie de sanering begeleidt, deze telkens na verloop van zes maanden ten behoeve van de schuldeisers een verslag uitbrengt over de uitvoering van het saneringsplan alsmede een voorstel doet over de aanpassing van het bedrag dat buiten de boedel wordt gelaten. + +### Artikel 11c + +De raad legt geen eigen bijdrage als bedoeld in artikel 35, eerste lid van de wet op aan de rechtzoekende die met het oog op de toepassing van artikel 51a van het Wetboek van Strafvordering als benadeelde partij zijn schade wil vorderen. + ### Artikel 12 Indien de rechtzoekende overeenkomstig artikel 35, eerste lid, van de wet blijkens een betalingsbewijs een eigen bijdrage heeft voldaan, wordt deze, indien de rechtsbijstand op basis van een toevoeging wordt voortgezet, op de daarvoor vastgestelde eigen bijdrage in mindering gebracht. @@ -154,7 +177,7 @@ Indien de rechtzoekende overeenkomstig artikel 35, eerste lid, van de wet blijke ### Artikel 13 -**1.** De verklaring over de financiële draagkracht, bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet, wordt afgegeven op een formulier waarvan het model wordt vastgesteld door Onze Minister. +**1.** De verklaring over de financiële draagkracht, bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet, wordt afgegeven op een formulier. **2.** De verklaring is geldig gedurende zes maanden na de datum van afgifte, tenzij wijziging van de omstandigheden aanleiding geeft tot het verlangen van een nieuwe verklaring. @@ -166,29 +189,29 @@ Indien de rechtzoekende overeenkomstig artikel 35, eerste lid, van de wet blijke ### Artikel 14 -Indien de rechtzoekende een rechtspersoon is, kan bij de indiening van het verzoek om toevoeging worden volstaan met de overlegging van de meest recente jaarrekening aan het bureau. Desgewenst kan het bureau van de rechtspersoon verlangen andere bescheiden over te leggen. +Indien de rechtzoekende een rechtspersoon is, kan bij de indiening van de aanvraag om toevoeging worden volstaan met de overlegging van de meest recente jaarrekening aan de raad. Desgewenst kan de raad van de rechtspersoon verlangen andere bescheiden over te leggen. ### Artikel 15 -Indien de rechtzoekende uitsluitend een uitkering geniet ingevolge de Wet werk en bijstand of uitsluitend verstrekkingen ontvangt ingevolge de Regeling opvang asielzoekers, kan bij de indiening van het verzoek om toevoeging worden volstaan met de overlegging van een verklaring van de rechtzoekende hieromtrent en van een desbetreffend bewijsstuk. De verklaring wordt opgesteld overeenkomstig een door Onze Minister vast te stellen model. Desgewenst kan het bureau van de rechtzoekende verlangen andere bescheiden over te leggen. +Indien de rechtzoekende uitsluitend een uitkering geniet ingevolge de Wet werk en bijstand of uitsluitend verstrekkingen ontvangt ingevolge de Regeling opvang asielzoekers, kan bij de indiening van de aanvraag om toevoeging worden volstaan met de overlegging van een verklaring van de rechtzoekende hieromtrent en van een desbetreffend bewijsstuk. Desgewenst kan de raad van de rechtzoekende verlangen andere bescheiden over te leggen. ## Hoofdstuk V. Inkomens- en vermogenstoets bij verlengde spreekuurvoorziening ### Artikel 16 -**1.** Alvorens rechtsbijstand wordt verleend overeenkomstig het bepaalde in artikel 19 onder *b* van de wet legt de rechtzoekende een door hem ondertekende verklaring over waarin hij mededeelt dat zijn inkomen en vermogen blijven beneden de financiële grenzen die zijn gesteld ter verkrijging van rechtsbijstand in de zin van de wet. +**1.** Alvorens rechtsbijstand wordt verleend overeenkomstig het bepaalde in artikel 19 onder b van de wet legt de rechtzoekende een door hem ondertekende verklaring over waarin hij mededeelt dat zijn inkomen en vermogen blijven beneden de financiële grenzen die zijn gesteld ter verkrijging van rechtsbijstand in de zin van de wet. **2.** De rechtsbijstandverlener kan van de rechtzoekende ter staving van zijn verklaring aanvullende bescheiden verlangen. -**3.** Desgevraagd zendt de rechtsbijstandverlener een kopie van de verklaring waarvan het model door Onze Minister wordt vastgesteld aan het bureau. +**3.** Desgevraagd zendt de rechtsbijstandverlener een kopie van de verklaring aan de raad. -**4.** Het bureau betrekt de verklaring bij de steekproef als bedoeld in artikel 17, alsmede, indien de rechtzoekende aansluitend rechtsbijstand verzoekt op basis van een toevoeging, bij de beoordeling van dat verzoek. +**4.** De raad betrekt de verklaring bij de steekproef als bedoeld in artikel 17, alsmede, indien de rechtzoekende aansluitend een aanvraag om een toevoeging doet, bij de beoordeling van die aanvraag. ## Hoofdstuk VI. Opvragen van gegevens bij de belastingdienst ### Artikel 17 -Het bureau vraagt in een door Onze Minister te bepalen regelmaat en omvang bij wijze van steekproef gegevens op bij de administratie van de belastingen. +De raad vraagt in een door Onze Minister te bepalen regelmaat en omvang bij wijze van steekproef gegevens op bij de administratie van de belastingen. ## Hoofdstuk VII. Slotbepalingen