2013-12-18 | BWBR0020379 | Besluit maatschappelijke ondersteuning

This commit is contained in:
Coornhert 2013-12-18 12:00:00 +00:00
parent 0e1a729b4e
commit 3bb7b1ef52

View file

@ -24,7 +24,10 @@ b. inkomen:
c. maatschappelijke opvang: maatschappelijk opvang, vrouwenopvang daaronder niet begrepen;
d. peiljaar: het tweede kalenderjaar voorafgaande aan het jaar waarin aan een persoon maatschappelijke ondersteuning is verleend;
e. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
f. grondslag sparen en beleggen: de grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001.
f. grondslag sparen en beleggen: de grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001;
g. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
h. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
i. vermogen: vermogen als bedoeld in artikel 1.1.
### Artikel 1.1
@ -209,11 +212,11 @@ De persoon aan wie maatschappelijke ondersteuning is verleend, betaalt de eigen
### Artikel 4.2
**1.** Het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, bedraagt het inkomen over het peiljaar, vermeerderd met 8% van de grondslag sparen en beleggen over het peiljaar van de ongehuwde verzekerde dan wel 8% van de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, over het peiljaar van de gehuwde verzekerden.
**1.** Het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, bedraagt het inkomen over het peiljaar van de ongehuwde persoon aan wie maatschappelijke ondersteuning is verleend, onderscheidenlijk van de gehuwde personen tezamen, vermeerderd met 8% van het vermogen van de ongehuwde persoon aan wie maatschappelijke ondersteuning is verleend, onderscheidenlijk 8% van de opgetelde vermogens van de persoon aan wie maatschappelijke ondersteuning is verleend en zijn echtgenoot.
**2.** Inkomen dat in het buitenland wordt belast, dan wel is vrijgesteld van belasting op grond van bepalingen van internationaal recht, wordt mede in aanmerking genomen als ware dit aan de Nederlandse belastingwetgeving onderworpen.
**3.** Op aanvraag van de persoon aan wie maatschappelijke ondersteuning is verleend vindt, in afwijking van het eerste lid, een voorlopige vaststelling van het bijdrageplichtig inkomen plaats op grond van het inkomen en de grondslag sparen en beleggen van het lopende jaar, indien redelijkerwijs te verwachten is dat het bijdrageplichtig inkomen in het lopende jaar ten minste € 1816 lager zal zijn dan het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in het eerste lid.
**3.** Op aanvraag van de persoon aan wie maatschappelijke ondersteuning is verleend vindt, in afwijking van het eerste lid, een voorlopige vaststelling van het bijdrageplichtig inkomen plaats op grond van het inkomen en het vermogen van het lopende jaar, indien redelijkerwijs te verwachten is dat het bijdrageplichtig inkomen in het lopende jaar ten minste € 1816 lager zal zijn dan het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in het eerste lid.
**4.** Indien het derde lid is toegepast, vindt na afloop van het jaar definitieve vaststelling van het bijdrageplichtig inkomen over dat jaar plaats. Indien daarbij blijkt dat het bijdrageplichtig inkomen in het lopende jaar minder dan € 1816 lager is geweest dan het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in het eerste lid, vindt definitieve vaststelling plaats overeenkomstig het eerste lid.
@ -225,7 +228,7 @@ Voor de toepassing van de artikelen 4.1 en 4.2 wordt een wijziging in de burgerl
### Artikel 4.4
**1.** Indien ten aanzien van de ongehuwde of gehuwde verzekerden geen inkomen beschikbaar is, wordt de bijdrage vastgesteld op het bedrag per vier weken, bedoeld in artikel 4.1, eerste lid.
**1.** Indien ten aanzien van de ongehuwde of gehuwde personen aan wie maatschappelijke ondersteuning is verleend geen inkomen beschikbaar is, wordt de bijdrage vastgesteld op het bedrag per vier weken, bedoeld in artikel 4.1, eerste lid.
**2.** Indien na de vaststelling van de eigen bijdrage uit een alsnog beschikbaar gekomen inkomen of uit een wijziging van een inkomen, blijkt dat de eigen bijdrage tot een te hoog of te laag bedrag is vastgesteld, herziet het CAK de eigen bijdrage met inachtneming van het beschikbaar gekomen inkomen dan wel van die wijziging.