From 3bdf909cab133162c370e19d2f0051f7cd2954bc Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sun, 1 Oct 2017 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2017-10-01 | BWBR0012288 | Vreemdelingencirculaire 2000 (C) --- .../BWBR0012288/README.md | 218 ++++++++++-------- 1 file changed, 116 insertions(+), 102 deletions(-) diff --git a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md index adebc2058dc..484f7d8b504 100644 --- a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md +++ b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md @@ -80,17 +80,30 @@ In artikel 3.109 Vb is de rust- en voorbereidingstermijn beschreven. De IND verstrekt tijdens de rust- en voorbereidingstermijn aan de vreemdeling een W-document, als bedoeld in artikel 4.21 Vb. -De rust- en voorbereidingstermijn van een vreemdeling stopt als de vreemdeling op grond van de artikelen 3.109, zevende lid; 3.109b, eerste lid; of 3.109c, eerste lid, Vb, niet (meer) in aanmerking komt of wenst te komen voor de rust- en voorbereidingstermijn. De IND start de algemene asielprocedure van de vreemdeling zo snel mogelijk na het beëindigen van de rust- en voor- bereidingstermijn op grond van artikel 3.109, zevende lid, Vb. +De rust- en voorbereidingstermijn van een vreemdeling stopt als de vreemdeling op grond van de artikelen 3.109, zevende lid; 3.109b, eerste lid; of 3.109c, eerste lid, Vb, niet (meer) in aanmerking komt of wenst te komen voor de rust- en voorbereidingstermijn. De IND start de algemene asielprocedure van de vreemdeling zo snel mogelijk als de vreemdeling op grond van artikel 3.109, zevende lid, Vb niet (meer) in aanmerking komt voor de rust en voorbereidingstermijn. -De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen beslist na overleg met de IND of een vreemdeling die te kennen heeft gegeven een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te willen dienen, een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid (zie artikel 3.77, eerste lid, aanhef en onder c, Vb en paragraaf B1/4.4 Vc). +Op grond van artikel 3.109, zevende lid, Vb komt een vreemdeling onder andere niet in aanmerking voor de rust- en voorbereidingstermijn als hij: + +a. een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid; +b. overlast bezorgt aan vreemdelingen die in een opvangvoorziening verblijven, aan personen die werkzaam zijn in de voorziening of aan anderen. + +De IND beslist of een vreemdeling die te kennen heeft gegeven een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te willen dienen een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid. Voor de beoordeling of de vreemdeling in deze gevallen een gevaar vormt voor de openbare orde, wordt aangesloten bij artikel 3.77, eerste lid, aanhef en onder c, Vb en bij paragraaf B1/4.4 Vc. De veroordeling hoeft niet onherroepelijk te zijn. Voor de beoordeling of de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid wordt verwezen naar paragraaf B1/4.4 Vc. + +Een vreemdeling die op strafrechtelijke gronden zijn vrijheid is ontnomen wordt beschouwd als een gevaar voor de openbare orde als bedoeld in artikel 3.109, zevende lid, aanhef en onder a, Vb. Een vreemdeling die tijdens zijn strafrechtelijke detentie te kennen geeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te willen dienen of na het indienen van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op strafrechtelijke gronden zijn vrijheid wordt ontnomen, komt daarom niet in aanmerking voor de rust- en voorbereidingstermijn. + +Dit geldt ook voor vreemdelingen: + +• van wie de vrijheid is ontnomen ter fine van uit- of overlevering; +• die onder verantwoordelijkheid van de in Nederland gevestigde Internationale Hoven en Tribunalen vallen en van wie de vrijheid is ontnomen; +• die de toegang tot Nederland is geweigerd, op strafrechtelijke gronden hun vrijheid is ontnomen en te kennen geven een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te willen dienen. Er is in ieder geval sprake van overlast, als bedoeld in 3.109, zevende lid, aanhef en onder b, Vb als de vreemdeling: -• andere vreemdelingen die in de opvangvoorziening verblijven lastig valt, of ruzie met hen maakt; -• de medewerkers in de opvangvoorziening lastig valt, of ruzie met hen maakt; +• andere vreemdelingen die in de opvangvoorziening of het aanmeldcentrum verblijven lastig valt, of ruzie met hen maakt; +• de medewerkers in de opvangvoorziening of het aanmeldcentrum lastig valt, of ruzie met hen maakt; • een niet hanteerbaar verslavingsprobleem heeft; • een niet hanteerbaar psychiatrisch probleem heeft; -• personen of bedrijven lastig valt of ruzie met hen maakt in de omgeving van de opvangvoorziening. +• personen of bedrijven lastig valt of ruzie met hen maakt in de omgeving van de opvangvoorziening of het aanmeldcentrum. De grensprocedure en last minute aanvragen kennen afwijkende regels, die beschreven worden in de paragrafen C1/2.5 en C1/2.9 Vc. @@ -134,10 +147,10 @@ De IND zendt de resultaten van onderzoek zo snel mogelijk na ontvangst aan de vr De IND biedt een alleenstaande minderjarige vreemdeling uitsluitend een leeftijdsonderzoek als bedoeld in artikel 3.109d, tweede lid Vb aan als: -– de vreemdeling zijn gestelde minderjarigheid niet met bewijsmiddelen kan aantonen; -– de vreemdeling zijn gestelde minderjarigheid niet anderszins aannemelijk kan maken; -– de uitslag relevant is voor het onderzoek naar welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, of voor de vraag of een alleenstaande minderjarige vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfs- vergunning asiel of regulier voor bepaalde tijd of opvangvoorzieningen van het COA; en -– uit de leeftijdsschouw niet blijkt dat de vreemdeling evident meerderjarig- of minderjarig is. +− de vreemdeling zijn gestelde minderjarigheid niet met bewijsmiddelen kan aantonen; +− de vreemdeling zijn gestelde minderjarigheid niet anderszins aannemelijk kan maken; +− de uitslag relevant is voor het onderzoek naar welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, of voor de vraag of een alleenstaande minderjarige vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfs- vergunning asiel of regulier voor bepaalde tijd of opvangvoorzieningen van het COA; en +− uit de leeftijdsschouw niet blijkt dat de vreemdeling evident meerderjarig- of minderjarig is. Bij het leeftijdsonderzoek worden röntgenopnamen gemaakt van de groeischijven in het hand/polsgebied en van de sleutelbeenderen. Vervolgens wordt door een arts bepaald of de mate van uitrijping van deze groeischijven past bij de door de vreemdeling opgegeven leeftijd. De uitslag van het leeftijdsonderzoek levert een bewijsmiddel op waarmee de vreemdeling zijn gestelde minderjarigheid kan aantonen. @@ -145,8 +158,8 @@ Het leeftijdsonderzoek kan tijdens of na de rust- en voorbereidingstermijn worde De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen en één medewerker van de IND (indien er twee ambtenaren belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen betrokken zijn) of twee medewerkers van de IND (indien er één ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen betrokken is) beoordelen onafhankelijk van elkaar of er sprake is van evidente: -– meerderjarigheid op basis van uiterlijke kenmerken en verklaringen van de vreemdeling die stelt minderjarig te zijn; -– minderjarigheid op basis van uiterlijke kenmerken en verklaringen van de vreemdeling die stelt meerderjarig te zijn. +− meerderjarigheid op basis van uiterlijke kenmerken en verklaringen van de vreemdeling die stelt minderjarig te zijn; +− minderjarigheid op basis van uiterlijke kenmerken en verklaringen van de vreemdeling die stelt meerderjarig te zijn. De ambtenaren zien de vreemdeling apart van elkaar en trekken elk een eigen conclusie. Er dient unaniem geoordeeld te zijn om tot evidente meerder- of minderjarigheid te kunnen concluderen. De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen en de IND zorgt ervoor dat de conclusie dat een vreemdeling evident meerderjarig of evident minderjarig is, wordt opgenomen in het dossier van de vreemdeling. @@ -186,7 +199,7 @@ De IND mag op een later moment dan tijdens de algemene asielprocedure een medisc Naast de situaties zoals hiervoor beschreven onder ‘Uitzonderingen op de rust- en voorbereidings- termijn’, eindigt de rust- en voorbereidingstermijn van rechtswege met de start van de algemene asielprocedure. -De IND beslist na overleg met de Raad voor Rechtsbijstand en het COA op welke datum de algemene asielprocedure van de vreemdeling start. De IND deelt de vreemdeling schriftelijk mede op welke datum de algemene asielprocedure van de vreemdeling start +De IND beslist na overleg met de Raad voor Rechtsbijstand en het COA op welke datum de algemene asielprocedure van de vreemdeling start. De IND deelt de vreemdeling schriftelijk mede op welke datum de algemene asielprocedure van de vreemdeling start. #### 2.3. De algemene asielprocedure @@ -263,7 +276,7 @@ De IND verstrekt een nieuw W-document, indien de IND aan de vreemdeling een nieu Het verloop van de grensprocedure is geregeld in artikel 3, derde tot en met achtste lid Vw en artikel 3.109b Vb. In de grensprocedure worden de artikelen 3.109 en 3.112 tot en met 3.115 Vb overeenkomstig toegepast, tenzij anders is bepaald. -In artikel 3.109 Vb is de rust- en voorbereidingstermijn beschreven. Conform artikel 3.109b, tweede lid Vb kan in de grensprocedure een kortere rust- en voorbereidingstermijn dan zes dagen gelden. De vreemdeling neemt het initiatief hiertoe, waarna in samenspraak met de IND de duur van de rust- en voorbereidingstermijn wordt bepaald. De IND heeft een inspanningsverplichting om volgens het verzoek van de vreemdeling te handelen. +In artikel 3.109 Vb is de rust- en voorbereidingstermijn beschreven. Conform artikel 3.109b, tweede lid Vb kan in de grensprocedure een kortere rust- en voorbereidingstermijn dan zes dagen gelden. De vreemdeling neemt het initiatief hiertoe, waarna in samenspraak met de IND de duur van de rust- en voorbereidingstermijn wordt bepaald. De IND heeft een inspanningsverplichting om volgens het verzoek van de vreemdeling te handelen. De rust- en voorbereidingstermijn is niet van toepassing als de grensprocedure wordt doorlopen terwijl de vreemdeling op strafrechtelijke gronden zijn vrijheid is ontnomen of een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid (zie paragraaf C1/2.2 onder a). De IND toetst tijdens de behandeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voortdurend of de aanvraag conform artikel 3, derde lid Vw binnen de grensprocedure kan worden behandeld. Het uitgangspunt is dat de IND uiterlijk na het nader gehoor, op basis van volledige informatie, aan de vreemdeling kenbaar maakt indien zijn aanvraag niet in de grensprocedure verder kan worden behandeld. Hiervan kan worden afgeweken indien in een eerder of later stadium de relevante informatie voorhanden is. @@ -297,9 +310,9 @@ Dit doet zich onder andere voor indien er nader onderzoek noodzakelijk is naar: Dit kan onder andere door middel van: -– nader onderzoek naar de documenten van de vreemdeling op echtheid of authenticiteit. -– taalanalyse of een ander onderzoek naar de herkomst van de vreemdeling. -– onderzoek naar de leeftijd van de vreemdeling. +− nader onderzoek naar de documenten van de vreemdeling op echtheid of authenticiteit. +− taalanalyse of een ander onderzoek naar de herkomst van de vreemdeling. +− onderzoek naar de leeftijd van de vreemdeling. De IND moet de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de grensprocedure voortvarend behandelen. @@ -614,10 +627,12 @@ Als de vreemdeling uitsluitend een adres in het buitenland heeft, stuurt de IND ### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd -De voornemenprocedure bij intrekking van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd, is hetzelfde als de voornemenprocedure zoals die wordt gevolgd in de verlengde asielprocedure. Paragraaf C1/2.10 Vc is van overeenkomstige toepassing. +De voornemenprocedure bij intrekking van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd, is hetzelfde als de voornemenprocedure zoals die wordt gevolgd in de verlengde asielprocedure. Paragraaf C1/2.10v is van overeenkomstige toepassing. Als de IND ook voornemens is om de vreemdeling een inreisverbod op te leggen, dan maakt de IND dit eveneens kenbaar in het voornemen tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd. +Voordat de IND een voornemen uitbrengt tot intrekking van de verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag juncto artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder j, Vw wordt de vreemdeling in de gelegenheid gesteld tijdens een gehoor hierop te reageren. Dit gehoor wordt uitgevoerd door een ambtenaar van de IND, die gespecialiseerd is in de materie van artikel 1F Vluchtelingenverdrag. + Het gehoor als bedoeld in artikel 41, tweede lid, Vw wordt aangeduid als het intrekkingsgehoor. Artikel 38 Vw en artikel 3.109a Vb en de beleidsregels in paragraaf C1/2.9 Vc onder ‘algemeen’ zijn van overeenkomstige toepassing bij het intrekkingsgehoor. @@ -1006,7 +1021,7 @@ In het kader van de eerste voorwaarde beoordeelt de IND op individuele basis of: Indien de uitsluitingsgrond artikel 1D niet (langer) van toepassing is en de vreemdeling zich niet schuldig heeft gemaakt aan handelingen als bedoeld in de uitsluitingsgrond artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, zijn de bepalingen van het Vluchtelingenverdrag van toepassing. De IND verleent in dat geval een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a, Vw aan de staatloze Palestijnse vreemdeling. -De IND past artikel 1E van het Vluchtelingenverdrag niet toe als **uitsluitingsgrond.** +De IND past artikel 1E van het Vluchtelingenverdrag niet toe als uitsluitingsgrond. De bepalingen van het Vluchtelingenverdrag zijn op grond van artikel 1F van dat verdrag niet van toepassing op een vreemdeling ten aanzien van wie er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat de vreemdeling oorlogsmisdrijven of andere ernstige misdrijven heeft gepleegd. De IND verleent in dat geval de vreemdeling geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (zie paragraaf C2/7.10.2 Vc). @@ -1135,14 +1150,9 @@ c. De vreemdeling dient aannemelijk te maken dat dienstweigering (of desertie) i 2. De vreemdeling heeft een gegronde vrees voor een onevenredige of discriminatoire bestraffing, tenuitvoerlegging van de straf, of een andere discriminatoire behandeling vanwege zijn dienstweigering of desertie op basis van een van de gronden van artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag. Voor deze categorie geldt dat het gewone beleid van toepassing is, zoals hierboven in deze paragraaf uiteengezet is. De IND beoordeelt in zo’n geval derhalve de ernst van de behandeling, waarvoor de vreemdeling te vrezen heeft op grond van de dienstweigering of desertie, met name een behandeling in de zin van artikel 3.36 lid 2, onder b en c, van het Voorschrift Vreemdelingen. 3. De vreemdeling heeft ernstige, onoverkomelijke gewetensbezwaren vanwege zijn godsdienstige of andere diepgewortelde overtuiging, die geleid hebben tot zijn dienstweigering of desertie, terwijl er voor de vreemdeling geen mogelijkheid bestond om ter vervanging van zijn militaire dienst een niet-militaire dienstplicht te vervullen. Dit geldt ook als de vreemdeling gegronde vrees heeft in een conflict te worden ingezet tegen zijn eigen volk of familie. -De IND toetst alle aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd individueel, ook als de vreemdeling eerder door de UNHCR als vluchteling is erkend. +De IND toetst alle aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd individueel en op basis van het toepasselijke asielbeleid, ook als de vreemdeling eerder door de UNHCR op individuele gronden is erkend als Verdragsvluchteling. -De vreemdeling wordt niet verwijderd naar het land van herkomst, als de vertegenwoordiger van de UNHCR in Nederland heeft geoordeeld dat de vreemdeling op grond van zijn individuele verklaringen vluchteling is in de zin van artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag. - -De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, als terugkeer naar een ander land mogelijk is, onder andere op grond van: - -• artikel 30 Vw; of -• artikel 30a, eerste lid aanhef en onder a, of b, of c Vw. +De IND geeft de vreemdeling gelegenheid om informatie inzake de UNHCR erkenning gedurende de procedure in te brengen en betrekt deze informatie kenbaar bij de besluitvorming. De IND neemt geen aanvraag in behandeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van een vreemdeling, die zich voor bescherming meldt bij een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in zijn land van herkomst of een derde land. De vreemdeling wordt door de medewerker van de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging doorverwezen naar de autoriteiten van het land, waar de vreemdeling zich bevindt of naar de UNHCR of UNDP. @@ -1398,22 +1408,26 @@ Indien het minderjarige kind een huwelijk of relatie is aangegaan en er geen spr Het beleid voor biologische minderjarige kinderen is ook van toepassing op minderjarige kinderen uit een eerdere relatie van de referent (voorkinderen) waarbij de biologische afstammingsrelatie is vastgesteld. Voor overkomst van het kind is een toestemmingsverklaring van de achterblijvende ouder noodzakelijk. -Voor meerderjarige kinderen geldt eveneens dat het kind feitelijk moet behoren tot het gezin van de referent. In dit geval moet er sprake zijn van een normale afhankelijkheidsrelatie tussen de referent en het meerderjarige kind en dient de referent aan te tonen dat het meerderjarig kind in het buitenland altijd feitelijk tot zijn gezin heeft behoord en dat die feitelijke gezinsband niet verbroken is. +Voor meerderjarige kinderen geldt eveneens dat het kind in het buitenland feitelijk tot het gezin van referent moet hebben behoord en die feitelijke gezinsband niet verbroken is. -Voor de beoordeling of het meerderjarig kind feitelijk behoort tot het gezin, is het moment van binnenkomst van de referent in Nederland leidend en betrekt de IND ook uitdrukkelijk de gezinssituatie ten tijde van het vertrek van de hoofdpersoon uit het land van herkomst (dan wel land van bestendig verblijf). De IND beoordeelt of zich na binnenkomst van de referent in Nederland omstandigheden hebben voorgedaan waardoor kan worden aangenomen dat de feitelijke gezinsband is verbroken. +Voor het aannemen van gezinsleven tussen ouder(s) en meerderjarige kinderen moet er sprake zijn van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie (more than normal emotional ties) tussen het meerderjarige kind en diens ouder(s). + +In het geval dat het meerderjarige kind jongvolwassen is, neemt de IND gezinsleven aan zonder dat sprake moet zijn van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie. + +Voor de beoordeling of het meerderjarige kind feitelijk behoort tot het gezin, is het moment van binnenkomst van de referent in Nederland leidend en betrekt de IND ook uitdrukkelijk de gezinssituatie ten tijde van het vertrek van de hoofdpersoon uit het land van herkomst (dan wel land van bestendig verblijf). De IND beoordeelt of zich na binnenkomst van de referent in Nederland omstandigheden hebben voorgedaan waardoor kan worden aangenomen dat de feitelijke gezinsband is verbroken. Indien er sprake is van één of meer van de volgende omstandigheden (contra-indicaties), kan in ieder geval worden aangenomen dat het meerderjarige kind niet langer feitelijk tot het gezin van de ouder(s) behoort: -– het kind woont zelfstandig; -– het kind voorziet in eigen onderhoud; -– het kind is een huwelijk of een relatie aangegaan; -– het kind is belast met de zorg voor een buitenechtelijk kind. +− het kind woont zelfstandig; +− het kind voorziet in eigen onderhoud; +− het kind is een huwelijk of een relatie aangegaan; +− het kind is belast met de zorg voor een buitenechtelijk kind. -Wanneer sprake is van één of meerdere contra-indicaties zal per individueel geval beoordeeld worden of de feitelijke gezinsband verbroken is. +Deze contra-indicaties zullen per individueel geval beoordeeld worden. Conclusie van de beoordeling kan zijn dat op het moment van vertrek van de referent het meerderjarig kind niet feitelijk behoorde tot het gezin. Indien deze contra-indicaties zich na het vertrek hebben voorgedaan kan de conclusie zijn dat de feitelijke gezinsband verbroken is. -Anders dan bij biologische kinderen kan bij (meerderjarige en minderjarige) adoptie- en pleegkinderen niet door middel van een DNA-onderzoek worden aangetoond dat de referent en het kind tot elkaar in relatie staan. In deze gevallen moet op een andere manier worden getoetst of er sprake is van een feitelijke gezinsband tussen de referent en het pleegkind. De referent en de vreemdeling moeten dit aannemelijk maken. +Anders dan bij biologische kinderen kan bij adoptie- en pleegkinderen niet door middel van een DNA-onderzoek worden aangetoond dat de referent en het kind tot elkaar in relatie staan. In deze gevallen moet op een andere manier worden getoetst of er sprake is van een feitelijke gezinsband tussen de referent en het pleegkind. De referent en de vreemdeling moeten dit aannemelijk maken. -Bij de beoordeling of het (meerderjarige en minderjarige) pleegkind feitelijk deel uitmaakt van het gezin van de referent, wordt onder meer betrokken: +Bij de beoordeling of het pleegkind feitelijk deel uitmaakt van het gezin van de referent, wordt onder meer betrokken: • de duur en de reden van de opname van het pleegkind in het gezin van de referent; • de (financiële) afhankelijkheid van het pleegkind van referent; @@ -1424,7 +1438,7 @@ In het geval van pleegkinderen worden alle feiten en omstandigheden van voor bin Als de feitelijke gezinsband tussen het pleegkind en de referent is vastgesteld, dan zijn de voorwaarden voor het verbreken van de feitelijke gezinsband voor niet-biologische kinderen gelijk aan die van biologische kinderen. -Indien na aankomst in Nederland wordt geconstateerd dat het pleegkind niet feitelijk behoorde tot het gezin, moet het pleegkind vreemdelingrechtelijk als alleenstaande minderjarige vreemdeling worden beschouwd en behandeld. Het pleegkind, dat door de IND wordt beschouwd als alleenstaande minderjarige vreemdeling, of diens wettelijke vertegenwoordiger moet dan alsnog een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indienen. +Indien na aankomst in Nederland wordt geconstateerd dat het minderjarige pleegkind niet feitelijk behoorde tot het gezin, moet het pleegkind vreemdelingrechtelijk als alleenstaande minderjarige vreemdeling worden beschouwd en behandeld. Het pleegkind, dat door de IND wordt beschouwd als alleenstaande minderjarige vreemdeling, of diens wettelijke vertegenwoordiger moet dan alsnog een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indienen. De IND verleent geen mvv voor gezinshereniging in het kader van nareis, als de achterblijvende biologische ouder(s) geen toestemmingsverklaring heeft afgegeven met het oog op het vertrek van de kinderen naar Nederland. @@ -1962,85 +1976,79 @@ De vreemdeling kan een aanvraag indienen tot het vervangen of vernieuwen van het ### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd -#### 10.1. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid. +#### 10.1. Inleiding -Met het intrekken of niet-verlengen van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling op grond van artikel 32, beoordeelt de IND de situatie zoals die zou zijn geweest als de juiste gegevens op het moment van aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd bekend zouden zijn geweest. +In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die gelden in aanvulling van artikel 32 Vw betreffende de verlenging en de intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. + +In deze paragraaf staat een aantal onderwerpen die voor alle gronden uit artikel 32 Vw gelden. + +Als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur ervan afwijst, beoordeelt de IND op grond van artikel 3.6a Vb ambtshalve, of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de in dit artikel genoemde beperkingen (zie verder paragraaf C1/4.5 Vc onder het kopje ambtshalve toets). + +Als de IND ambtshalve geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleent, beoordeelt de IND op grond van artikel 6.1e Vb ambtshalve, of de vreemdeling in aanmerking komt voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw (zie verder paragraaf C2/3.3 Vc onder het kopje ambtshalve toets), met dien verstande dat in dat geval de ambtshalve beoordeling uitsluitend plaatsvindt indien de vreemdeling de voor die beoordeling relevante medische gegevens en overige bescheiden heeft overgelegd. + +Indien artikel 1F Vluchtelingenverdrag na verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alsnog van toepassing blijkt te zijn, dan geldt het gestelde in paragraaf C2/7.10.2 Vc. + +De ambtshalve toets zoals hierboven is beschreven is van overeenkomstige toepassing. + +#### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid + +Met het intrekken of niet-verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling op grond van artikel 32, eerste lid, onder a, Vw, beoordeelt de IND de situatie zoals die zou zijn geweest als de juiste gegevens op het moment van aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd bekend zouden zijn geweest. Als de IND vaststelt dat een houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd onjuiste gegevens heeft verstrekt of dat over hem door een ander onjuiste gegevens zijn verstrekt, beoordeelt de IND of de vreemdeling op grond van alle beschikbare en geloofwaardige gegevens op grond van artikel 29, eerste en tweede lid, Vw in het bezit moet blijven van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. -Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, onder a Vw, wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van de verblijfsvergunning. +Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, onder a, Vw, wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van de verblijfsvergunning. -Als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd en/of onbepaalde tijd intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, beoordeelt de IND of de vreemdeling op het moment van het beoordelen van de intrekking van de verblijfsvergunning in het land van herkomst een risico loopt op vervolging of schending van artikel 3 EVRM. - -Als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur ervan afwijst, beoordeelt de IND op grond van artikel 3.6a Vb ambtshalve, of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd (zie verder paragraaf C1/3 Vc onder het kopje *ambtshalve toets*). - -Als de IND ambtshalve geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleent, beoordeelt de IND op grond van artikel 6.1e Vb ambtshalve, of de vreemdeling in aanmerking komt voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw (zie verder paragraaf C1/3 Vc onder het kopje *ambtshalve toets*), met dien verstande dat in dat geval de ambtshalve beoordeling uitsluitend plaatsvindt indien de vreemdeling de voor die beoordeling relevante medische gegevens en overige bescheiden heeft overgelegd. - -#### 10.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag blijkt alsnog van toepassing - -Het gestelde in paragraaf C2/7.10.2 Vc is van toepassing. - -De IND brengt geen voornemen uit tot intrekking of weigering van verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van de vaststelling dat artikel 1F Vluchtelingenverdrag juncto artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder j, Vw van toepassing is, voordat de vreemdeling in de gelegenheid is gesteld tijdens een gehoor op deze vaststelling te reageren. Dit gehoor wordt uitgevoerd door een ambtenaar van de IND, die gespecialiseerd is in de materie van artikel 1F Vluchtelingenverdrag. - -Paragraaf C2/10.1 Vc onder het kopje *ambtshalve toets* is van overeenkomstige toepassing. +Als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, beoordeelt de IND of de vreemdeling op het moment van het beoordelen van de intrekking van de verblijfsvergunning in het land van herkomst een risico loopt op vervolging of ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid aanhef en onder b Vw. #### 10.3. Gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid -Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b Vw, wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan de pleegdatum van het misdrijf. +Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b, Vw, wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan de pleegdatum van het misdrijf. C2/7.10.1 en artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb zijn van overeenkomstige toepassing, voor zover de daarin opgenomen strafmaat de norm van C2/7.10.1 overstijgt. -In C2/7.10.1 Vc is uitgewerkt wanneer sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf zoals bedoeld in artikel 3.105c, tweede lid, onder b, Vb. +In aanvulling op artikel 3.105c, tweede lid, onder b, Vb wordt verwezen naar C2/7.10.1 Vc om te beoordelen of er sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf. -De vreemdeling van wie de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, is ingetrokken of geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet is verlengd op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b Vw, wordt Nederland niet uitgezet, indien de vreemdeling in zijn land nog steeds een risico loopt op vervolging of schending van artikel 3 EVRM. +De vreemdeling van wie de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, is ingetrokken of geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet is verlengd op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b Vw, wordt Nederland niet uitgezet, indien de vreemdeling in zijn land nog steeds een risico loopt op vervolging of ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid aanhef en onder b Vw. Internationale instrumenten zoals bedoeld in artikel 3.105f, tweede lid onder a Vb zijn onder andere: • het Handvest van het Internationaal Militair Tribunaal van 8 augustus 1945 (Neurenberg-Handvest); • Het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof van 17 juli 1998. -In C2/7.10.1 Vc is uitgewerkt wanneer sprake is van een ernstig misdrijf zoals bedoeld in artikel 3.105f, tweede lid onder b, Vb. +In aanvulling op artikel 3.105f, tweede lid, onder b, Vb wordt verwezen naar C2/7.10.1 Vc om te beoordelen of er sprake is van een ernstig misdrijf. -De vreemdeling van wie de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw, is ingetrokken of geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet is verlengd op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b Vw, wordt Nederland niet uitgezet, indien de vreemdeling in zijn land nog steeds een risico loopt op schending van artikel 3 EVRM. +De vreemdeling van wie de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw, is ingetrokken of geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet is verlengd op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b Vw, wordt Nederland niet uitgezet, indien de vreemdeling in zijn land nog steeds een risico loopt op ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid aanhef en onder b Vw. Artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb is van toepassing, voor zover de daarin opgenomen strafmaat de norm van C2/7.10.1 overstijgt. -De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 29, tweede lid Vw niet in op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b Vw als: +De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 29, tweede lid, Vw niet in of wijst de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur niet af op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b, Vw als: • de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op aanvraag is verleend; en -• de IND concludeert dat hij in zijn land een risico loopt op vervolging; en +• de IND concludeert dat hij in zijn land een risico loopt op vervolging of op ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid aanhef en onder b Vw; en • de vreemdeling niet is veroordeeld voor een ‘bijzonder ernstig misdrijf’ en geen ‘gevaar vormt voor de gemeenschap’. Paragraaf C2/7.10.1 is van toepassing. -De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 29, tweede lid, Vw niet in op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b Vw als: +In afwijking van vorenstaande trekt de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 29, tweede lid, Vw wel in of wijst de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur af op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b, Vw, als de verblijfsvergunning op grond van artikel 28, eerste lid, onder d, Vw, ambtshalve is verleend. Als de vreemdeling meent dat hij in zijn land van herkomst een risico loopt op vervolging of een risico loopt op ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid aanhef en onder b Vw, dan kan hij daartoe een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indienen. -• de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op aanvraag is verleend; en -• de IND concludeert dat hij in zijn land een risico loopt op schending van artikel 3 EVRM; en -• de vreemdeling niet is veroordeeld voor een ‘ernstig misdrijf’ en geen ‘gevaar vormt voor de gemeenschap’. Paragraaf C2/7.10.1 is van toepassing. - -In afwijking van vorenstaande trekt de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 29, tweede lid, Vw wel in op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b Vw, als de verblijfsvergunning op grond van artikel 28, eerste lid, onder d Vw, ambtshalve is verleend. Als de vreemdeling meent dat hij in zijn land van herkomst een risico loopt op vervolging of een risico loopt op schending van artikel 3 EVRM, dan kan hij daartoe een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indienen. - -De IND past bovenstaande beleidsregels overeenkomstig toe in het geval de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend op grond van artikel 29, eerste lid onder c of d Vw zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening. +De IND past bovenstaande beleidsregels overeenkomstig toe in het geval de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend op grond van artikel 29, eerste lid onder c of d, Vw zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening. Paragraaf B1/4.4 Vc (‘nationale veiligheid’) is van overeenkomstige toepassing. -Paragraaf C2/10.1 Vc onder het kopje *ambtshalve toets* is van overeenkomstige toepassing. +Paragraaf C2/10.1 Vc onder het kopje ambtshalve toets is van overeenkomstige toepassing. #### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen Als de IND vaststelt dat de grond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is komen te vervallen en de wijziging van de omstandigheden ingevolge artikel 3.37g VV een voldoende ingrijpend en niet voorbijgaand karakter hebben onderzoekt de IND in ieder geval: • of op het moment van verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ook één of meerdere andere grond(en) voor verlening als bedoeld in artikel 29, eerste of tweede lid Vw van toepassing waren; -• of de vreemdeling op het moment van het beoordelen van de intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste of tweede lid Vw (tenzij de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 28, eerste lid onder d Vw ambtshalve is verleend); +• of de vreemdeling op het moment van het beoordelen van de intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste of tweede lid, Vw (tenzij de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 28, eerste lid onder d, Vw ambtshalve is verleend); • of de vreemdeling dwingende redenen, voortvloeiende uit vroegere vervolging of daden als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, Vw kan aanvoeren om te weigeren terug te keren naar zijn land van herkomst; en, • of sprake is van een situatie als bedoeld in artikel III (overgangsrecht) van de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening. -Als tenminste één van deze omstandigheden zich voordoet, trekt de IND de verblijfsvergunning niet in. +Als tenminste één van deze omstandigheden zich voordoet, trekt de IND de verblijfsvergunning niet in of wijst de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur niet af. -Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, onder c Vw, wordt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan het moment dat de grond voor verlening is komen te vervallen. +Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, wordt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan het moment dat de grond voor verlening is komen te vervallen. -Paragraaf C2/10.1 Vc onder het kopje *ambtshalve toets* is van overeenkomstige toepassing. - -Ingevolge artikel 3.37g VV komt de vreemdeling in aanmerking voor dit beleid indien hij voldoet aan beide hieronder genoemde voorwaarden: +De IND verstaat onder ‘dwingende redenen’ als bedoeld in artikel 3.37g, VV twee hieronder genoemde voorwaarden: a. de vreemdeling is slachtoffer geweest van wandaden die (mede) hebben geleid tot het verlenen van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd; en, b. de psychologische problematiek van de vreemdeling als gevolg van de wandaden en de positie waarin hij na terugkeer kan komen te verkeren staan aan terugkeer in de weg. @@ -2052,29 +2060,29 @@ De IND beschouwt de volgende daden als zodanig: De IND neemt aan dat de vreemdeling die geconfronteerd is met een dergelijke wandaad zich in een positie bevindt dat hij niet terug kan keren naar zijn land van herkomst als de daders van de wandaad ongestraft blijven in het land van herkomst. De IND beoordeelt hiertoe naar de huidige situatie of daders van de wandaad in het algemeen worden bestraft in het land van herkomst. -De IND geeft in het landgebonden asielbeleid aan of een wijziging in de algemene situatie in (een deel van) een bepaald land een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft zoals bedoeld in artikel 3.37g VV. +De IND geeft in paragraaf C7, Vc aan of een wijziging in de algemene situatie in (een deel van) een bepaald land een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft zoals bedoeld in artikel 3.37g, VV. Het enkele feit dat een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw vrijwillig is teruggekeerd naar het land van herkomst is niet voldoende voor de IND om de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te trekken of niet te verlengen. Als de IND vaststelt dat een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw uit vrije wil is teruggekeerd naar zijn land van herkomst, nodigt de IND de vreemdeling uit om tijdens een gehoor uitleg te geven over de reden, bestemming, duur en verloop van zijn reis. Het is aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat hij ondanks zijn terugkeer naar het land van herkomst nog steeds in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel. -De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a Vw, in onder toepassing van artikel 1C Vluchtelingenverdrag, indien een vreemdeling een paspoort van zijn land van herkomst aanvraagt en verkrijgt. +De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, in onder toepassing van artikel 1C Vluchtelingenverdrag, indien een vreemdeling een paspoort van zijn land van herkomst aanvraagt en verkrijgt. De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a Vw, niet in, indien de vreemdeling met bewijsmiddelen onderbouwt dat artikel 1C Vluchtelingenverdrag niet van toepassing is. -De IND concludeert niet dat de grond voor verlening is komen te vervallen alleen vanwege het feit dat de daders van de als traumatiserend aangemerkte gebeurtenis die aan de verlening van de verblijfsgunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening ten grondslag lag, zijn bestraft. +De IND concludeert niet dat de grond voor verlening is komen te vervallen als bedoeld in artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, alleen vanwege het feit dat de daders van de als traumatiserend aangemerkte gebeurtenis die aan de verlening van de verblijfsgunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening ten grondslag lag, zijn bestraft. Als de IND constateert dat in het land van herkomst een doeltreffend systeem voor opsporing, vervolging en bestraffing van daders van als traumatiserend aangemerkte gebeurtenissen aanwezig is, kan dit aanleiding geven voor de conclusie dat de grond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c Vw, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening is komen te vervallen. -Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleent op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d Vw zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, onder c Vw, wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van het wijzigingsbesluit waarmee het categoriaal beschermingsbeleid is beëindigd. +Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleent op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van het wijzigingsbesluit waarmee het categoriaal beschermingsbeleid is beëindigd. #### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd -De definitie van de intrekkingsgrond zoals bedoeld in artikel 32, eerste lid, onder d, Vw is uitgewerkt in paragraaf B1/6.2.1 Vc. +Voor de invulling van de term ‘hoofdverblijf’ zoals bedoeld in artikel 32, eerste lid, onder d, Vw wordt verwezen naar paragraaf B1/6.2.1 Vc. -De intrekkingsgrond bedoeld in artikel 32, eerste lid, onder d, Vw wordt niet toegepast op de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw. +Artikel 32, eerste lid, onder d, Vw wordt niet toegepast op de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw. -De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b, Vw, als de vreemdeling op het moment van het beoordelen van de intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in zijn land een risico loopt op vervolging of ernstige schade. +De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder d, Vw, als de vreemdeling op het moment van het beoordelen van de intrekking of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in zijn land een risico loopt op vervolging of ernstige schade. Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, onder d, Vw, wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan de datum waarop de verplaatsing van het hoofdverblijf uit Nederland kon worden vastgesteld. @@ -2090,18 +2098,16 @@ De IND beschouwt de gezinsband tussen ouders en kinderen niet als verbroken als Bij het verbreken van de gezinsband trekt de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw, in ieder geval niet in als: -– een op het moment van de aanvraag minderjarig kind langer dan één jaar houder is van de afgeleide verblijfsvergunning in het kader van nareis bij zijn of haar ouder; -– een op het moment van de aanvraag meerderjarig kind langer dan één jaar houder is van de afgeleide verblijfsvergunning in het kader van nareis bij de ouder(s); en -– de ouder(s) langer dan één jaar houder zijn van de afgeleide verblijfsvergunning in het kader van nareis bij hun minderjarige kind. +− een op het moment van de aanvraag minderjarig kind langer dan één jaar houder is van de afgeleide verblijfsvergunning in het kader van nareis bij zijn of haar ouder; +− een op het moment van de aanvraag meerderjarig kind langer dan één jaar houder is van de afgeleide verblijfsvergunning in het kader van nareis bij de ouder(s); en +− de ouder(s) langer dan één jaar houder zijn van de afgeleide verblijfsvergunning in het kader van nareis bij hun minderjarige kind. -Indien de afgeleide verblijfsvergunning voor 1 januari 2014 is verleend en de feitelijke gezinsband is verbroken, wordt een aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet om die reden afgewezen. +Indien de afgeleide verblijfsvergunning voor 1 januari 2014 is verleend en de feitelijke gezinsband is verbroken, wordt ingevolge artikel 3.106, vierde lid, Vb een aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet om die reden afgewezen. ### 11. Rechtsmiddelen Artikel 82 Vw regelt wanneer de vreemdeling het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd al dan niet mag afwachten. Artikel 7.3 Vb regelt wanneer de vreemdeling de beslissing op het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen wel of niet mag afwachten. -Een interim measure van het EHRM, een zogenoemde *Rule 39*, wordt gelijk gesteld met een toegewezen voorlopige voorziening. - De IND staat de vreemdeling op grond van artikel 7.3, tweede lid, Vb, in ieder geval niet toe zijn verzoek om een voorlopige voorziening in Nederland af te wachten in de volgende situaties: • bij afwijzing van een eerste opvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 30a, eerste lid, onder d, Vw, waarbij is geoordeeld dat de vreemdeling die aanvraag slechts heeft ingediend om de uitvoering van het terugkeerbesluit te vertragen of te verhinderen; @@ -2121,35 +2127,43 @@ Indien hiervan sprake is, geldt één van de volgende aanvullende voorwaarden: • in de beroepsprocedure tegen het overdrachtsbesluit is niet binnen 24 uur een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend; of • in die procedure is het verzoek om een voorlopige voorziening door de voorzieningenrechter afgewezen. -De internationale instanties waar een met uitzetting bedreigde vreemdeling zich tot kan wenden zijn: +Bij de volgende internationale instanties kan de vreemdeling een individuele klacht indienen als hij van mening is dat zijn rechten onder de betreffende verdragen zijn geschonden: -• het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Het Hof houdt toezicht op de naleving van het EVRM; +• het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Het EHRM houdt toezicht op de naleving van het EVRM; • het Comité voor de rechten van de mens (Human Rights Committee). Dit comité houdt toezicht op de naleving van het Internationaal Verdrag inzake de burgerrechten en politieke rechten (BUPO); -• het Comité tegen Foltering (Committee Against Torture). Dit is het Verdragscomité dat toezicht houdt op de naleving van het Internationale Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing. +• het Comité tegen Foltering (Committee Against Torture). Dit is het Verdragscomité dat toezicht houdt op de naleving van het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing; +• Het Vrouwenrechtencomité (Committee on the Elimination of Discrimination against Women). Dit is het Verdragscomité dat toezicht houdt op de naleving van het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (CEDAW); +• Het Comité inzake de uitbanning van rassendiscriminatie (Committee on the Elimination of Racial Discrimination) dat toezicht houdt op de naleving van het Verdrag inzake de uitbanning van rassendiscriminatie. -Deze instanties worden aangeduid als ‘toezichthoudend orgaan’. +In het navolgende zullen de laatste vier organen worden aangeduid als ‘de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties’. -De DT&V mag de vreemdeling uit Nederland uitzetten als het toezichthoudend orgaan geen verzoek doet aan Nederland om opschorting van de uitzetting van de vreemdeling, in afwachting van de uitspraak op de klacht van de vreemdeling bij dat toezichthoudend orgaan. De DT&V kan de vreemdeling in vreemdelingenbewaring stellen om de gedwongen terugkeer uit Nederland te bevorderen. +Als het EHRM een voorlopige maatregel (interim measure) treft op grond van Regel (Rule) 39 van het procesreglement van het EHRM en de Nederlandse Staat verzoekt om de uitzetting van de vreemdeling op te schorten, mag de vreemdeling gedurende de periode dat de voorlopige maatregel van kracht is niet worden uitgezet. Een voorlopige maatregel van het EHRM wordt gelijk gesteld met een door de nationale rechter toegewezen voorlopige voorziening en levert in beginsel rechtmatig verblijf op als bedoeld in artikel 8 onder h, Vw. -De DT&V geeft gehoor aan een verzoek van het Comité voor de rechten van de mens en het Comité tegen Foltering om een vreemdeling niet uit te zetten. +Als een vreemdeling in vreemdelingenbewaring zit, vindt naar aanleiding van de door het EHRM getroffen voorlopige maatregel een belangenafweging plaats inzake het voortduren van de bewaring. Bij deze afweging van belangen kan onder meer worden betrokken: -Als uitzondering op de regel dat de DT&V geeft gehoor aan een verzoek van het Comité voor de rechten van de mens en het Comité tegen Foltering om een vreemdeling niet uit te zetten, kan de DT&V kan weigeren te voldoen aan een verzoek om de vreemdeling niet uit te zetten: +• of de voorlopige maatregel in duur is beperkt; +• of de Nederlandse Staat aanleiding ziet om het EHRM te verzoeken om de voorlopige maatregel op te heffen; +• redenen van openbare orde of nationale veiligheid. -• als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel is afgewezen in AC Schiphol; en -• aan de vreemdeling in het kader van de grensbewaking de vrijheidsbenemende maatregel van artikel 6 Vw is opgelegd. +De vreemdeling kan (gedwongen) worden uitgezet als het EHRM geen voorlopige maatregel treft. -De DT&V moet nagaan of er omstandigheden zijn die aanleiding vormen het verzoek te honoreren. +Uitspraken van het EHRM zijn juridisch bindend en worden (op)gevolgd. -Als het Europese Hof voor de Rechten van de Mens de Nederlandse staat op grond van *Rule 39* verzoekt om de uitzetting van de vreemdeling uit Nederland op te schorten, mag de DT&V de vreemdeling niet uitzetten. +Een verzoek om opschorting van de uitzetting van de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties zijn, evenals de uiteindelijke zienswijze, niet juridisch bindend. Aan een dergelijk verzoek wordt in beginsel voldaan, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om niet te voldoen aan een dergelijk verzoek, bijvoorbeeld vanwege de omstandigheid dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid. Verzoeken om opschorting van de uitzetting van de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties die door de Nederlandse staat worden gehonoreerd, doen geen rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 onder h, Vw ontstaan. -De DT&V betrekt bij de beoordeling van het verzoek van een toezichthoudend orgaan de omstandigheid dat: +Overeenkomstig het bepaalde in artikel 14 van de Terugkeerrichtlijn ontvangt de rechtsbijstandverlener van de vreemdeling van de IND bericht dat het opgelegde terugkeerbesluit gedurende het verzoek van de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties voorlopig niet zal worden uitgevoerd en dat de vreemdeling dus gedurende het verzoek niet zal worden uitgezet. -• de vreemdeling strafbare feiten heeft gepleegd; -• de vreemdeling opeenvolgende aanvragen om een verblijfsvergunning heeft gedaan met het doel om de uitzetting te vertragen. +Als het verzoek om opschorting van de uitzetting van de vreemdeling wordt gehonoreerd door de Nederlandse Staat, vindt ten aanzien van de eventuele vreemdelingenbewaring een belangenafweging plaats inzake het voortduren van de bewaring. Bij deze afweging van belangen kan onder meer worden betrokken: -Als de DT&V het verzoek om de vreemdeling niet uit te zetten honoreert, heft de DT&V de eventuele vreemdelingenbewaring van de vreemdeling op. +• of de voorlopige maatregel in duur is beperkt; +• of de Nederlandse Staat aanleiding ziet om de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties te verzoeken om terug te komen op het verzoek; +• redenen van openbare orde of nationale veiligheid. -Als het toezichthoudend orgaan als eindoordeel geeft dat de uitzetting van de vreemdeling in strijd is met de bepalingen van het Verdrag waar het orgaan op toeziet, verleent de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als de vreemdeling een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient. De IND verleent in ieder geval geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de vreemdeling als sprake is van aspecten als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag. De DT&V zal de vreemdeling niet uitzetten als de IND geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft verleend aan de vreemdeling. +Als het mensenrechtenverdragsorgaan van de Verenigde Naties als eindoordeel geeft dat de uitzetting van de vreemdeling in strijd is met de bepalingen van het Verdrag waar het orgaan op toeziet, verleent de IND in beginsel een verblijfsvergunning. De IND verleent in ieder geval geen verblijfsvergunning aan de vreemdeling: + +• als sprake is van gedragingen als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag; +• als redenen van openbare orde of de nationale veiligheid zich daartegen verzetten; +• andere dringende redenen aanwezig zijn die zich verzetten tegen verlening van een verblijfsvergunning. ## C3. Moratoria