diff --git a/wet/wet-financiering-sociale-verzekeringen/BWBR0017745/README.md b/wet/wet-financiering-sociale-verzekeringen/BWBR0017745/README.md index c52dac5f877..0701377731c 100644 --- a/wet/wet-financiering-sociale-verzekeringen/BWBR0017745/README.md +++ b/wet/wet-financiering-sociale-verzekeringen/BWBR0017745/README.md @@ -183,7 +183,7 @@ c. een tegemoetkoming als bedoeld in de artikelen 63a van de Wet werk en inkome **1.** Het loon, waarnaar de premies op grond van dit hoofdstuk worden geheven, wordt bij dezelfde werkgever tot geen hoger bedrag in aanmerking genomen dan het door Onze Minister, in overeenstemming met Onze Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Financiën, met betrekking tot het kalenderjaar vastgestelde bedrag. Voorts bedraagt het dagloon dat aan de uitkeringen op grond van de werknemersverzekeringen of vrijwillige werknemersverzekeringen ten grondslag ligt of wordt gelegd ten hoogste het bedrag, bedoeld in de eerste volzin, met betrekking tot een loontijdvak van een dag, waarbij het kalenderjaar wordt gesteld op 261 dagen. -**2.** Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, wordt herleid en vastgesteld voor loontijdvakken waarin loon als bedoeld in artikel 16 wordt genoten waarvoor Onze Minister dit, in overeenstemming met Onze Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Financiën, nodig acht. Voor de herleiding van het loontijdvak van een jaar naar een ander loontijdvak is artikel 25, eerste en vierde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de toepassing voor het dagloon, bedoeld in het eerste lid, tweede volzin. Het dagloon wordt herleid en vastgesteld voor loontijdvakken waarvoor Onze Minister dit nodig acht. +**2.** Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, eerste zin, wordt herleid en vastgesteld voor andere loontijdvakken waarin loon als bedoeld in artikel 16 wordt genoten. Voor de herleiding van het loontijdvak van een jaar naar een ander loontijdvak is artikel 25, eerste en vierde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de toepassing voor het dagloon, bedoeld in het eerste lid, tweede volzin. Het dagloon wordt herleid en vastgesteld voor loontijdvakken waarvoor Onze Minister dit nodig acht. **3.** De premies die op grond van dit hoofdstuk worden geheven worden per loontijdvak berekend over het verschil tussen het loon dat de werknemer in het kalenderjaar heeft genoten tot en met dat loontijdvak en het loon dat de werknemer in dat kalenderjaar heeft genoten tot en met het aan dat loontijdvak voorafgaande loontijdvak, met dien verstande dat van het bij eenzelfde werkgever genoten loon buiten aanmerking blijft het gedeelte dat meer bedraagt dan het met toepassing van het tweede lid vastgestelde bedrag per loontijdvak, vermenigvuldigd met het aantal loontijdvakken van het kalenderjaar. @@ -524,6 +524,8 @@ D = het gemiddeld aantal verloonde uren van arbeidsbeperkten op jaarbasis in de **7.** Bij de gegevensverwerking die nodig is op grond van het vierde en vijfde lid kan door de werkgever die de arbeidsbeperkten ter beschikking stelt en de werkgever aan wie deze arbeidsbeperkten ter beschikking zijn gesteld om onder zijn toezicht en leiding arbeid te verrichten, het burgerservicenummer worden gebruikt. +**8.** Ingeval de periode waarin een werknemer arbeidsbeperkte is, in de loop van een aangiftetijdvak voor de loonbelasting begint of eindigt, worden bij de berekening van het quotumtekort tevens de verloonde uren in aanmerking genomen bij die werkgever in het buiten die periode vallende deel van het aangiftetijdvak waarin die periode begint of eindigt. + ### Artikel 38h **1.** De inspecteur stelt bij voor bezwaar vatbare beschikking de quotumheffing vast voor de werkgever, ten aanzien van wie een quotumtekort als bedoeld in artikel 38g is bepaald. @@ -599,8 +601,7 @@ b. de WGA-uitkeringen en de overlijdensuitkeringen overeenkomstig hoofdstuk 9 va Het door de werkgever zelf dragen van het risico, bedoeld in het eerste lid: a. eindigt met ingang van de dag waarop de schriftelijke garantie, bedoeld in het tweede lid, eindigt, onderscheidenlijk met ingang van de dag waarop de eigenrisicodrager in staat van faillissement is verklaard of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard dan wel de dag waarop hij ophoudt werkgever te zijn; -b. wordt door de inspecteur op 1 januari of 1 juli van enig jaar beëindigd bij voor bezwaar vatbare beschikking op aanvraag van de werkgever, mits deze aanvraag ten minste dertien weken voor de desbetreffende datum is ingediend; -c. kan door de inspecteur zonder aanvraag van de werkgever met onmiddellijke ingang bij voor bezwaar vatbare beschikking worden beëindigd indien de rechtbank de noodregeling, bedoeld in hoofdstuk 3.5 van de Wet op het financieel toezicht heeft uitgesproken over de betrokken verzekeraar onderscheidenlijk bank. +b. wordt door de inspecteur op 1 januari of 1 juli van enig jaar beëindigd bij voor bezwaar vatbare beschikking op aanvraag van de werkgever, mits deze aanvraag ten minste dertien weken voor de desbetreffende datum is ingediend. **11.** In een geval als bedoeld in het tiende lid, onderdeel a, doet de inspecteur daarvan op verzoek van de werkgever mededeling bij voor bezwaar vatbare beschikking. @@ -762,7 +763,7 @@ De rijksbelastingdienst heft de premie voor de volksverzekeringen en de premies **7.** Indien in verband met een gevraagde beschikking informatie is gevraagd aan een persoon of instantie buiten Nederland en om die reden de beschikking niet binnen de termijn, bedoeld in afdeling 4.1.3 van Algemene wet bestuursrecht, gegeven kan worden, wordt die termijn verlengd met ten hoogste zes maanden en wordt de aanvrager van deze verlenging schriftelijk in kennis gesteld. -**8.** In afwijking van de artikelen 25, 30 en 34, eerste lid, en met overeenkomstige toepassing van artikel 13bis, vijftiende en negentiende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, is de premie door de werknemer verschuldigd in de gevallen, bedoeld in artikel 13bis, vijftiende en negentiende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964. +**8.** In afwijking van de artikelen 25, 30 en 34, eerste lid, en met overeenkomstige toepassing van artikel 13bis, elfde en vijftiende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, is de premie door de werknemer verschuldigd in de gevallen, bedoeld in artikel 13bis, elfde en vijftiende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964. **9.** Het zevende lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag als bedoeld in het derde lid en op een aanvraag of melding op grond van de artikelen 40, 95 of 97. @@ -1072,12 +1073,12 @@ Uit het Fonds langdurige zorg worden betaald: a. de kosten van de zorg en van de overige prestaties die op grond van de Wet langdurige zorg worden verstrekt, alsmede de met de uitvoering van die wet gepaard gaande kosten; b. de uitgaven voor de verzekering ingevolge de Wet langdurige zorg die voortvloeien uit overeenkomsten, waaronder internationale overeenkomsten; c. de uitgaven die in verband met de verzekering ingevolge de Wet langdurige zorg voorvloeien uit enige andere wettelijke regeling dan laatstgenoemde wet; -d. kosten van het overgangsrecht, opgenomen in hoofdstuk 11, paragraaf 4, van de Wet langdurige zorg en uitkeringen als bedoeld in artikel 3.1.2 van de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet; +d. vervallen; e. een uitkering als bedoeld in artikel 3.2.8, tweede lid, van de Wet langdurige zorg; f. de kosten die de Sociale verzekeringsbank maakt voor de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 3.3.3, zevende lid, van de Wet langdurige zorg; g. bedragen als bedoeld in artikel 56a van de Wet marktordening gezondheidszorg; h. de door het Zorginstituut op grond van een ministeriële regeling vastgestelde verdeelbedragen, zijnde aan de relevante zorgverzekeraars toegekende delen van de bedragen bedoeld in onderdeel f van het eerste lid; -i. de vergoedingen, bedoeld in artikel 123, vijfde lid, van de Zorgverzekeringswet voor zover het zorg in de zin van de Wet langdurige zorg betreft. +i. de vergoedingen, bedoeld in artikel 123, zesde en achtste lid, van de Zorgverzekeringswet voor zover het zorg in de zin van de Wet langdurige zorg betreft. ### Artikel 91 @@ -1151,7 +1152,7 @@ c. de termijnen waarin en de wijze waarop vermogen overgaat. Ten gunste van het Algemeen Werkloosheidsfonds komen: -a. de premies op grond van de artikelen 27 en 28, derde lid en de premie op grond van artikel 74, voorzover deze niet ten gunste komt van een sectorfonds; +a. de premies op grond van de artikelen 27, 28, derde lid, en 74; b. de bedragen, die het UWV ontvangt door de toepassing van artikel 36 van de Werkloosheidswet, voorzover deze bedragen betrekking hebben op uitkeringen, die ten laste van dat fonds zijn gebracht; c. de bedragen die het UWV ontvangt door de uitoefening van zijn bevoegdheid op grond van artikel 66 van de Werkloosheidswet; d. de bedragen die het UWV ontvangt door toepassing van artikel 45a van de Ziektewet, voorzover deze verband houden met te betalen uitkeringen op grond van artikel 29, tweede lid, onderdeel d, van de Ziektewet; @@ -1189,7 +1190,7 @@ Vervallen Ten gunste van een sectorfonds komen: -a. de premies op grond van artikel 28, met uitzondering van de premies die op grond van het derde lid van dat artikel ten gunste komen van het Algemeen Werkloosheidsfonds, en de premie op grond van artikel 74, voorzover deze de premie op grond van artikel 28, tweede lid, niet overschrijdt; +a. de premies op grond van artikel 28, met uitzondering van de premies die op grond van het derde lid van dat artikel ten gunste komen van het Algemeen Werkloosheidsfonds; b. de bedragen, die het UWV ontvangt door toepassing van de artikelen 27a en 36 van de Werkloosheidswet, voorzover deze bedragen betrekking hebben op uitkeringen die ten laste van dit fonds zijn gebracht; c. de bedragen, die het UWV op grond van artikel 100, onderdeel d, ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds brengt. @@ -1201,7 +1202,7 @@ c. de bedragen, die het UWV op grond van artikel 100, onderdeel d, ten laste van Ten laste van een sectorfonds komen: -a. de op grond van de Werkloosheidswet over de eerste zes maanden vanaf de eerste werkloosheidsdag te betalen uitkering aan de werknemer, die in de kalenderweek onmiddellijk voorafgaande aan het intreden van zijn arbeidsurenverlies in de sector werkzaam is geweest waarvoor het sectorfonds is ingesteld, waarbij, voor de bepaling van de periode van zes maanden, perioden waarin de werknemer geen recht op uitkering heeft, buiten beschouwing worden gelaten; +a. de op grond van de Werkloosheidswet over de eerste zes maanden vanaf de eerste werkloosheidsdag te betalen uitkering aan de werknemer, met uitzondering van de uitkering op grond van hoofdstuk III van de Werkloosheidswet, die in de kalenderweek onmiddellijk voorafgaande aan het intreden van zijn arbeidsurenverlies in de sector werkzaam is geweest waarvoor het sectorfonds is ingesteld, waarbij, voor de bepaling van de periode van zes maanden, perioden waarin de werknemer geen recht op uitkering heeft, buiten beschouwing worden gelaten; b. de op grond van artikel 18 van de Werkloosheidswet te betalen uitkeringen; c. vervallen; d. vervallen; @@ -1313,7 +1314,7 @@ Het UWV beheert en administreert afzonderlijk de in artikel 33, tweede lid, bedo Ten gunste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds komen: -a. de premies op grond van de artikelen 36, 75 en 76 en de premie op grond van artikel 76a voor zover deze niet ten gunste komt van de Werkhervatttingskas; +a. de premies op grond van de artikelen 36, 75, 76, en 76a; b. de gelden die het UWV ontvangt door toepassing van de artikelen 29a en 91i van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering; c. de gelden die het UWV ontvangt door toepassing van de artikelen 57 en 90 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering in verband met uitkeringen als bedoeld in artikel 115, eerste lid, onderdeel a; d. de quotumheffing, bedoeld in artikel 38h; @@ -1347,7 +1348,7 @@ n. de subsidie, bedoeld in artikel 32b van de Wet structuur uitvoeringsorganisat o. hetgeen op grond van artikel 84, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen op het UWV wordt verhaald; p. vervallen; q. vergoedingen aan gemeenten die worden overeengekomen ter uitvoering van artikel 30a, derde lid, onderdeel a, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen voor zover betrekking hebbend op de uitvoering van een wettelijke arbeidsongeschiktheidsverzekering; -r. de uitvoeringskosten die betrekking hebben op de uitkeringen, bedoeld in de onderdelen a tot en met e en de uitkeringen, bedoeld in artikel 117b, eerste lid, onderdelen a en b; +r. de uitvoeringskosten die betrekking hebben op de uitkeringen, bedoeld in de onderdelen a tot en met e en de uitkeringen, bedoeld in artikel 117b, eerste lid, onderdeel a; s. de kosten van de werkzaamheden, bedoeld in artikel 63a, vierde, vijfde en zesde lid, van de Ziektewet alsmede de schade, bedoeld in het zevende lid van dat artikel, die wordt vergoed aan een eigenrisicodrager als bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel a, en de daaraan verbonden uitvoeringskosten; t. de kosten van onderzoek, bedoeld in artikel 32, eerste, tweede, derde en vierde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; u. de uitkeringen op grond van artikel 29, tweede lid, onderdeel a, b, en c, van de Ziektewet, die op grond van artikel 63a, derde lid, van die wet door het UWV worden betaald en niet kunnen worden verhaald op de eigenrisicodrager, bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel a, en de daaraan verbonden uitvoeringskosten; @@ -1377,7 +1378,7 @@ Vervallen Ten gunste van de Werkhervattingskas komen: -a. de gedifferentieerde premie op grond van de artikelen 38, tweede lid, en 38a, eerste lid, en de premie op grond van artikel 76a voor zover deze de gedifferentieerde premie op grond van artikel 38, tweede lid, niet overschrijdt; +a. de gedifferentieerde premie op grond van de artikelen 38, tweede lid, en 38a, eerste lid; b. de gelden die het UWV ontvangt met toepassing van de artikelen 76, 82, vierde en vijfde lid, 84, derde lid, en 99 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen in verband met uitkeringen als bedoeld in artikel 117b, eerste lid; c. de gelden die door toepassing van artikel 118 worden overgeheveld uit het Arbeidsongeschiktheidsfonds. @@ -1389,7 +1390,8 @@ Ten laste van de Werkhervattingskas komen de door het UWV te betalen: a. WGA-uitkeringen en de overlijdensuitkering, bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen gedurende de periode die op grond van artikel 83, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, geldt op de dag waarop het recht van uitkering op grond van die wet is ontstaan te rekenen vanaf die dag, met dien verstande dat de WGA-staartlastuitkeringen en de uitvoeringskosten en andere kosten in verband met deze uitkeringen ten laste komen van het staartlastenvermogen; b. ziekengeld als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdeel a, b of c, en de overlijdensuitkering, bedoeld in artikel 35 van de Ziektewet; -c. de op grond van enige wet over de uitkeringen, bedoeld in de onderdelen a en b, door het UWV verschuldigde premies en de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 42 van de Zorgverzekeringswet. +c. de op grond van enige wet over de uitkeringen, bedoeld in de onderdelen a en b, door het UWV verschuldigde premies en de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 42 van de Zorgverzekeringswet; +d. uitvoeringskosten die betrekking hebben op de uitkeringen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b. **2.** Indien een WGA uitkering wordt toegekend direct aansluitend op een op grond van artikel 24 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen verlengd tijdvak waarin de verzekerde recht heeft op loon, wordt de duur van de verlenging van dat tijdvak in mindering gebracht op de periode, bedoeld in het eerste lid. @@ -1407,7 +1409,8 @@ g. het uitkeringen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, betreft toegekend h. het uitkeringen betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, die op grond van artikel 133l, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen niet ten laste komen van de eigenrisicodragers, met dien verstande dat het eerste lid van toepassing is op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaald deel van die uitkeringen; i. het ziekengeld als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdeel a,b of c, betreft dat op grond van artikel 63a, derde lid, van de Ziektewet door het UWV wordt betaald en niet kan worden verhaald op de eigenrisicodrager, bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel a; j. het een WGA-uitkering betreft, toegekend aan een werknemer, die naar de dienstbetrekking waaruit de WGA uitkering is ontstaan, is toegeleid door het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet en waarbij bij ziekte van die werknemer de mogelijkheid tot vergoeding als bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onderdeel b, van die wet, zoals dat luidde op 31 december 2015, van toepassing was of het ziekengeld betreft als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdeel a, b en c, dat aan die werknemer is toegekend direct aansluitend op een hiervoor bedoelde dienstbetrekking; -k. het ziekengeld betreft als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdelen a, b en c, van de Ziektewet toegekend aan een werknemer direct aansluitend op een dienstbetrekking waarin recht op ziekengeld op grond van artikel 29, tweede lid, onderdeel e, f of g, van de Ziektewet bestond. +k. het ziekengeld betreft als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdelen a, b en c, van de Ziektewet toegekend aan een werknemer direct aansluitend op een dienstbetrekking waarin recht op ziekengeld op grond van artikel 29, tweede lid, onderdeel e, f of g, van de Ziektewet bestond; +l. het een WGA-uitkering als bedoeld in paragraaf 2.2 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen betreft. **4.** Het UWV bezigt de middelen die zijn gereserveerd ten behoeve van de Werkhervattingskas niet tot bestrijding van uitgaven ten laste van de Werkhervattingskas dan met toestemming van Onze Minister. @@ -1597,12 +1600,6 @@ c. de uitkomst van de vergelijking tussen het cumulatief aantal banen, bedoeld i **5.** Een krachtens het eerste lid vastgestelde ministeriële regeling wordt gelijktijdig aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. De ministeriële regeling treedt niet eerder in werking dan vier weken na de overlegging. -### Artikel 122na - -**1.** Nadat bij regeling van Onze Minister op grond van artikel 122n, eerste lid, tot invoering van de quotumheffing voor de betreffende sector is besloten, wordt de quotumheffing, in afwijking van de artikelen 38e, eerste lid, en 122n, eerste lid, niet uitgevoerd met betrekking tot kalenderjaren die zijn gelegen vóór 1 januari 2022. - -**2.** Ten aanzien van een kalenderjaar waarover de quotumheffing op grond van het eerste lid niet wordt uitgevoerd, wordt met overeenkomstige toepassing van artikel 38f een quotumpercentage vastgesteld voor de sector overheid, onderscheidenlijk voor de sector niet-overheid. - ### Artikel 122o Artikel 38h, achtste lid, vervalt met ingang van 1 januari van het vierde kalenderjaar na het kalenderjaar waarin de quotumheffing op grond van artikel 122n, eerste lid, is geactiveerd, tenzij voor die datum een voorstel van wet bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal is ingediend, dat een vergelijkbare regeling bevat voor de uitsluiting van de dwangsomregeling, bedoeld in artikel 38h, achtste lid.