From 3c394be25d461335c192526d1f8990cc917100dc Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Thu, 1 Jul 2021 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2021-07-01 | BWBR0014168 | Mijnbouwwet --- wet/mijnbouwwet/BWBR0014168/README.md | 27 ++++++++++++++++----------- 1 file changed, 16 insertions(+), 11 deletions(-) diff --git a/wet/mijnbouwwet/BWBR0014168/README.md b/wet/mijnbouwwet/BWBR0014168/README.md index a29c1f8e2e8..c82fed2f5ba 100644 --- a/wet/mijnbouwwet/BWBR0014168/README.md +++ b/wet/mijnbouwwet/BWBR0014168/README.md @@ -1626,23 +1626,28 @@ c. dotaties aan de voorziening ter zake van de uit een overgenomen winningsvergu ### Artikel 68a -**1.** Indien, te rekenen vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel, ten behoeve van de opsporing of winning van een door Onze Minister aan te wijzen voorkomen van gas aan de zeezijde, wordt geïnvesteerd in ten aanzien van dat voorkomen niet eerder gebruikte bedrijfsmiddelen kan de houder of, ingeval van medehouderschap, ieder van de medehouders, 25% van het investeringsbedrag aanvullend ten laste brengen van het resultaat als bedoeld in artikel 66, eerste lid. Een aanwijzing vindt plaats op aanvraag van de houder van een opsporings- of winningsvergunning indien het voorkomen voldoet aan bij ministeriële regeling vast te stellen regels omtrent afstand van het voorkomen tot bestaande infrastructuur, de omvang en de productiviteit van het voorkomen. +**1.** Als een houder van een vergunning investeert in een mijnbouwwerk, anders dan een mobiele installatie als bedoeld in regels gesteld krachtens de Wet milieubeheer, voor de opsporing of winning van een voorkomen van koolwaterstoffen kan de houder en, ingeval van medehouderschap, de medehouder bij de berekening van de heffingsmaatstaf, bedoeld in artikel 66, eerste lid, aanvullend 40% van zijn deel van het investeringsbedrag ten laste brengen van het resultaat. -**2.** Onder investeren wordt verstaan het aangaan van verplichtingen ter zake van de aanschaffing van een bedrijfsmiddel, alsmede het maken van voortbrengingskosten ter zake van een bedrijfsmiddel, voor zover die verplichtingen en kosten op de houder, dan wel de medehouder drukken. +**2.** -**3.** Indien bij het einde van het boekjaar het bedrijfsmiddel nog niet in gebruik is genomen en de investeringsaftrek zou uitgaan boven wat bij het einde van dat jaar ter zake van de investering is betaald, wordt in afwijking in zoverre van het eerste lid een bedrag gelijk aan de betaling in aanmerking genomen en wordt het meerdere in aanmerking genomen in de volgende jaren en wel voor zover betalingen plaatsvinden, maar niet later dan in het jaar waarin het bedrijfsmiddel in gebruik wordt genomen. +Onder investeren wordt verstaan: -**4.** Indien de houder of medehouder van een opsporingsvergunning niet tevens houder of medehouder is van een winningsvergunning, kan deze houder of medehouder de in het eerste lid bedoelde investeringsaftrek ten laste van het resultaat brengen in het eerste jaar waarin hij houder of medehouder is van een winningsvergunning. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing. +a. het aangaan van verplichtingen voor en het maken van kosten voor het aanschaffen van een ten aanzien van het voorkomen niet eerder gebruikt mijnbouwwerk; +b. het maken van voortbrengingskosten voor een ten aanzien van het voorkomen niet eerder gebruikt mijnbouwwerk; +c. het maken van kosten voor het aanpassen of verbeteren van een mijnbouwwerk en +d. het maken van kosten voor het aanleggen, het uitbreiden en het wijzigen van een boorgat, waaronder, in voorkomend geval, de kosten van het huren of gebruiken van een mobiele installatie als bedoeld in regels gesteld krachtens de Wet milieubeheer; -**5.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder bedrijfsmiddel mede verstaan een exploratie- of evaluatieboring. +voor zover die verplichtingen, respectievelijk kosten, op de houder dan wel de medehouder drukken. + +**3.** Artikel 8, achtste lid, aanhef en onderdeel b en c, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 is van overeenkomstige toepassing. + +**4.** Als de houder van de vergunning aan het einde van het boekjaar het mijnbouwwerk, dan wel de aanpassing of verbetering van het mijnbouwwerk, nog niet in gebruik heeft genomen en de investeringsaftrek, bedoeld in het eerste lid, zou uitgaan boven het bedrag dat aan het einde van het jaar voor de investering is betaald, wordt in afwijking van het eerste lid voor de berekening van de investeringsaftrek een bedrag in aanmerking genomen dat gelijk is aan de betaling en wordt het meerdere in aanmerking genomen in de volgende jaren, voor zover betalingen plaatsvinden, maar niet later dan in het jaar waarin het mijnbouwwerk, dan wel de aanpassing of verbetering van het mijnbouwwerk, in gebruik wordt genomen. + +**5.** Als de houder of, ingeval van medehouderschap, de medehouder van een opsporingsvergunning niet tevens houder, respectievelijk medehouder, is van een winningsvergunning, kan deze houder of medehouder de in het eerste lid bedoelde investeringsaftrek ten laste van het resultaat brengen in het eerste jaar waarin hij houder of medehouder is van een winningsvergunning. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 68b -Bij ministeriële regeling: - -a. kunnen regels worden gesteld omtrent het verschaffen van aanvullende gegevens en bescheiden bij de in te dienen winsten verliesrekening als bedoeld in artikel 66, eerste lid, -b. kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de bedrijfsmiddelen als bedoeld in artikel 68a, eerste lid, en -c. kunnen nadere regels worden gesteld voor de uitvoering van artikel 68a. +Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de uitvoering van artikel 68a. ### Artikel 69 @@ -2196,7 +2201,7 @@ b. de verleende vergunningen voor koolwaterstoffen; c. de houders van de verleende vergunningen voor koolwaterstoffen en de samenstelling van die houders; d. de geraamde reserves aan koolwaterstoffen. -**2.** Onze Minister zendt het in het eerste lid bedoelde verslag tevens aan de beide kamers der Staten-Generaal en legt het voor een ieder ter inzage. Hij doet van deze terinzagelegging mededeling in de Staatscourant. +**2.** Onze Minister zendt het in het eerste lid bedoelde verslag tevens aan de beide kamers der Staten-Generaal en en geeft in de Staatscourant kennis van de terinzagelegging van het verslag. **3.** Onze Minister zendt aan de Europese Commissie om de drie jaar een verslag over het register, bedoeld in artikel 31m, en andere door de Commissie opgevraagde informatie.