1998-12-23 | BWBR0002558 | Besluit schiethamers

This commit is contained in:
Coornhert 1998-12-23 12:00:00 +00:00
parent e5d30f6bfd
commit 3c5ab2dfe5

View file

@ -0,0 +1,155 @@
---
titel: Besluit schiethamers
bwb_id: BWBR0002558
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '1967-05-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0002558
citeertitel: Besluit schiethamers
---
# Besluit schiethamers
## Hoofdstuk I. Inleidende bepalingen
### Artikel 1
**1.**
Dit besluit verstaat onder:
a. "schiethamer": een werktuig, waarmede pennen, stiften, draadeinden en dergelijke in materialen kunnen worden gedreven en waarbij de drijfkracht geheel of gedeeltelijk wordt geleverd door een explosieve lading;
b. "plunjerschiethamer": een schiethamer, waarbij de drijfkracht niet rechtstreeks op de pen of een dergelijk voorwerp wordt overgebracht, doch door middel van een tussenliggende plunjer, waarvan de beweging in de lengterichting van de loop is beperkt;
c. "splinterkap": een bij een schiethamer behorende splinterkap.
**2.** Als gevaarlijke werktuigen in de zin van artikel 1, eerste lid, onder *a*, van de Wet op de gevaarlijke werktuigen worden aangewezen: schiethamers, alsmede patronen, welke bestemd zijn om te worden gebruikt in schiethamers.
**3.** Als beveiligingsmiddelen in de zin van artikel 1, eerste lid, onder *b*, van de Wet op de gevaarlijke werktuigen worden aangewezen: splinterkappen.
### Artikel 2
Dit besluit is niet van toepassing op toestellen, die bestemd zijn voor het doden van dieren.
## Hoofdstuk II. Vervaardiging
### Artikel 3
**1.** Een schiethamer moet deugdelijk zijn vervaardigd en voldoende veiligheidswaarborgen bieden.
**2.** Op een schiethamer moeten zijn aangegeven de naam van de fabrikant of het fabrieksmerk, de type-aanduiding, het serienummer en het bouwjaar.
**3.** Op een schiethamer moet een plaats beschikbaar zijn voor het aanbrengen van een merk van goedkeuring en het nummer van een certificaat van goedkeuring, als bedoeld in artikel 12, vierde lid. Deze gegevens en die, vermeld in het tweede lid, moeten duidelijk en onuitwisbaar op de schiethamer zijn aangebracht.
### Artikel 4
**1.** Een schiethamer moet zodanig zijn vervaardigd, dat de reactiekracht en het geluid van de explosie niet gevaarlijk zijn voor de gebruiker.
**2.** Een schiethamer moet zodanig zijn vervaardigd, dat hij slechts kan worden afgeschoten, indien hij van een splinterkap is voorzien.
**3.** Een schiethamer moet zodanig zijn vervaardigd, dat het niet mogelijk is hem in de vrije ruimte af te vuren zonder gebruik te maken van bijzondere hulpmiddelen.
**4.** Een schiethamer moet zodanig zijn vervaardigd, dat hij slechts kan worden afgeschoten, indien de loop met een kracht van ten minste 5 kg tegen het te beschieten oppervlak is aangedrukt.
**5.** Een schiethamer moet zodanig zijn vervaardigd, dat hij slechts kan worden afgeschoten, indien de hoek, gevormd tussen de hartlijn van de loop en de loodlijn van het te beschieten oppervlak, niet groter is dan 7 graden.
**6.** Een schiethamer moet zodanig zijn vervaardigd, dat het onopzettelijk afgaan van een schot onmogelijk is.
### Artikel 5
**1.** Een splinterkap moet zijn vervaardigd uit een materiaal, dat bestand is tegen ketsende en wegschietende pennen en materiaalsplinters.
**2.** Op een splinterkap moeten merktekens zijn aangebracht, die de hartlijn van de loop duidelijk aangeven.
**3.** Een splinterkap moet loodrecht op de loop zijn aangebracht. Zij moet zodanig zijn vervaardigd en bevestigd, dat de rand ervan geheel kan aansluiten op het oppervlak, waartegen zij bij gebruik van de schiethamer wordt geplaatst, zodat terugketsende pennen, splinters en soortgelijke voorwerpen kunnen worden opgevangen.
**4.** De afstand tussen de buitenrand van een splinterkap en de hartlijn van de loop mag niet minder dan 50 mm bedragen.
**5.** In afwijking van het gestelde in het vierde lid mag bij een splinterkap, bestemd om te schieten in de nabijheid van ingesloten hoeken, de afstand van het middelpunt van de loop tot de buitenrand van de splinterkap aan één zijde minder dan 50 mm bedragen.
## Hoofdstuk III. Verkeers- en gebruiksvoorschriften
### Artikel 6
Bij een schiethamer moet ten minste één splinterkap worden geleverd.
### Artikel 7
**1.**
Bij een schiethamer moet worden geleverd een bedienings- en onderhoudsvoorschrift, waarin ten minste is vermeld:
a. welke pennen of dergelijke en welke patronen moeten worden gebruikt;
b. een schema, waarin de werking van de verschillende onderdelen is aangegeven;
c. een opsomming van de onderdelen, die de gebruiker zelf mag verwisselen.
**2.** Indien de schiethamer bestemd is voor uitvoer naar het buitenland, moet het bedienings- en onderhoudsvoorschrift zijn gesteld in de taal of talen van het land, waar de schiethamer zal worden gebruikt.
### Artikel 8
Een schiethamer moet worden geleverd in een stevige, in vakken verdeelde doos of kist, waarin de schiethamer, het bedienings- en onderhoudsvoorschrift, de splinterkap of splinterkappen, de pennen, de patronen, het onderhoudsmateriaal en een veiligheidsbril ordelijk opgeborgen kunnen worden. Deze doos of kist moet met behulp van een sleutel afgesloten kunnen worden.
### Artikel 9
**1.** Op de verpakking, waarin de patronen geleverd worden, moeten zijn aangegeven de naam van de fabrikant of het fabrieksmerk, het kaliber en de kleuraanduiding van de lading van de patronen, zoals bepaald in het tweede lid.
**2.**
De patronen moeten op de onderzijde van de huls zijn voorzien van het kenteken van de fabrikant, De patronen moeten door een kleuraanduiding gekenmerkt zijn overeenkomstig de volgende tabel:
| zwart : sterkste lading, |
| --- |
| rood : zeer sterke lading, |
| blauw : sterke lading, |
| geel : middelmatige lading, |
| groen : zwakke lading, |
| wit : zwakste lading. |
### Artikel 10
Hij, die een schiethamer voorhanden heeft, aflevert, gebruikt of tentoonstelt, is verplicht te zorgen, dat deze in goede staat van onderhoud verkeert.
## Hoofdstuk IV. Uitzonderingsbepaling
### Artikel 11
Het bepaalde in artikel 4, tweede, vierde en vijfde lid, geldt niet voor plunjerschiethamers, waarbij de kinetische energie van de pen bij het verlaten van de loop niet meer dan 2,5 kgm bedraagt.
## Hoofdstuk V. Keuring
### Artikel 12
**1.** Een schiethamer en een splinterkop moeten worden gekeurd.
**2.** De keuring van een schiethamer en van een splinterkap geschiedt door de keuring van een het type kenmerkend monster.
**3.** Hij, die een keuring aanvraagt, is verplicht een schiethamer ter beschikking van de keuringsinstantie te stellen. Bij deze schiethamer moeten worden gevoegd de in artikel 6 bedoelde splinterkap, alsmede een voldoend aantal pennen en patronen van de verschillende soorten, welke overeenstemmen met de aanwijzingen van de fabrikant.
**4.** De aanvraag moet vergezeld gaan van een constructietekening van de schiethamer en van een beschrijving van de veiligheidsinrichting, alsmede van het volledige bijbehorende bedienings- en onderhoudsvoorschrift, bedoeld in artikel 7.
**5.** Indien de keuringsinstantie vaststelt, dat het monster voldoet aan de voorschriften van Hoofdstuk II, worden het nummer van het in artikel 4, eerste lid, van de Wet op de gevaarlijke werktuigen bedoelde certificaat van goedkeuring met cijfers van ten minste 5 mm hoogte en een merk van goedkeuring ingeslagen op de plaats, bedoeld in artikel 3, derde lid.
## Hoofdstuk VI. Merk van afkeuring
### Artikel 13
**1.** Het is, behoudens het in het tweede lid bepaalde, verboden een schiethamer of een splinterkap te ontdoen van een daarop aangebracht merk van afkeuring dan wel zodanig merk te beschadigen of onleesbaar te maken.
**2.** Het bepaalde in het eerste lid geldt niet ten aanzien van door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ingevolge artikel 12 van de Wet op de gevaarlijke werktuigen aangewezen ambtenaren.
**3.** Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan nadere bepalingen vaststellen betreffende merken van afkeuring.
## Hoofdstuk VII. Strafbepaling
### Artikel 14
Vervallen
## Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen
### Artikel 15
Dit besluit kan worden aangehaald als "Besluit schiethamers".
### Artikel 16
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 mei 1967.