2006-01-01 | BWBR0019031 | Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet

This commit is contained in:
Coornhert 2006-01-01 12:00:00 +00:00
parent b9f72b46fb
commit 3c9ba86789

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
bwb_id: BWBR0019031
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2017-04-19'
datum_inwerkingtreding: '2006-01-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0019031
citeertitel: Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
---
@ -14,50 +14,32 @@ citeertitel: Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
### Artikel 1
**1.**
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. wet: Meststoffenwet;
b. perceel: aaneengesloten, door wegen, waterwegen, sloten, houtopstanden, muren, wallen of anderszins topografisch begrensde oppervlakte grond, dan wel het gedeelte daarvan behorend tot één bedrijf;
c. graasdieren: runderen, uitgezonderd andere vleeskalveren dan rosékalveren, schapen, geiten, paarden, ezels, Midden-Europese edelherten, damherten en waterbuffels;
d. staldieren: andere dieren dan graasdieren;
e. zuiveringsslib:
c. produceren van dierlijke meststoffen: produceren van dierlijke meststoffen door het op een bedrijf houden of anderszins aanwezig hebben van dieren;
d. landbouwer: natuurlijke persoon of rechtspersoon die, of samenwerkingsverband van natuurlijke personen of rechtspersonen dat enige vorm van landbouw uitoefent op een bedrijf;
e. graasdieren: runderen, uitgezonderd vleeskalveren, schapen, geiten, paarden, ezels, Midden-Europese edelherten, damherten en waterbuffels;
f. staldieren: andere dieren dan graasdieren;
g. zuiveringsslib:
1°. slib, dat afkomstig is van een installatie voor de zuivering van huishoudelijk, stedelijk of industrieel afvalwater dan wel ander afvalwater van soortgelijke samenstelling als huishoudelijk, stedelijk en industrieel afvalwater; of
2°. slib, dat afkomstig is van septictanks en andere installaties voor de verzameling, afvoer en behandeling van afvalwater met uitzondering van vet- en zandvangers;
f. compost: product afkomstig uit een aeroob proces, dat bestaat uit één of meer organische afvalstoffen die al dan niet met bodembestanddelen zijn gemengd en die met behulp van micro-organismen zijn afgebroken en omgezet tot een homogeen en zodanig stabiel eindproduct dat daarin alleen nog een langzame afbraak van humeuze verbindingen plaatsvindt en dat niet mede bestaat uit dierlijke meststoffen en niet verpompbaar is;
g. meststoffenverordening: verordening (EG) nr. 2003/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 inzake meststoffen (PbEU L 304);
h. anorganische meststoffen: meststoffen waarin de aangegeven nutriënten voorkomen in de vorm van mineralen die door winning of door fysische of chemische industriële processen zijn verkregen, alsmede calciumcyaanamide, ureum en de condensatie- en associatieproducten ervan en meststoffen die chelaatvormige of complexvormige micronutriënten als bedoeld in de meststoffenverordening bevatten;
i. EG-meststoffen: als «EG-meststof» aangeduide meststoffen die tot een in bijlage I van de meststoffenverordening vermeld type meststoffen behoren en die aan de bij of krachtens die verordening gestelde voorschriften voldoen;
j. overige anorganische meststoffen: anorganische meststoffen niet zijnde EG-meststoffen of herwonnen fosfaten;
k. organische meststoffen: meststoffen niet zijnde anorganische meststoffen;
l. overige organische meststoffen: organische meststoffen niet zijnde dierlijke meststoffen, zuiveringsslib, compost of herwonnen fosfaten;
m. kalkmeststoffen: organische of anorganische meststoffen die hoofdzakelijk zijn bedoeld om zuurgraad in de bodem in stand te houden of te verlagen;
n. afvalstoffen: afvalstoffen als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer;
o. intermediaire onderneming: onderneming, niet zijnde een bedrijf, in het kader waarvan al dan niet uitsluitend dierlijke meststoffen worden verhandeld of worden gebruikt;
p. ondernemer: natuurlijke persoon of rechtspersoon die, of samenwerkingsverband van natuurlijke personen of rechtspersonen dat een onderneming voert;
q. intermediair: ondernemer die een intermediaire onderneming voert;
r. diervoeders: diervoeders als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet dieren;
s. vervoeren van meststoffen: elk feitelijk transporteren van meststoffen, het laden en lossen van deze meststoffen inbegrepen, met uitzondering van het feitelijk transporteren binnen een bedrijf;
t. vracht meststoffen: hoeveelheid meststoffen die als eenheid in een afzonderlijk transportmiddel al dan niet met aanhanger wordt vervoerd;
u. leverancier van meststoffen: landbouwer of ondernemer die meststoffen feitelijk overdraagt met het oogmerk de meststoffen buiten zijn bedrijf of onderneming te brengen;
v. afnemer van meststoffen: degene die meststoffen feitelijk krijgt overgedragen;
w. drijfmest: dierlijke meststoffen die verpompbaar zijn;
x. apparatuur voor automatische gegevensregistratie: apparatuur waarmee de gegevens met betrekking tot een vracht meststoffen automatisch worden vastgelegd;
y. satellietvolgapparatuur: apparatuur die met behulp van de door satellieten uitgezonden signalen automatisch de positie van een transportmiddel bepaalt;
z. opslagruimte voor meststoffen: ruimte die in het kader van een bedrijf of een intermediaire onderneming wordt gebruikt of bestemd is om te worden gebruikt voor de opslag van meststoffen;
aa. herwonnen fosfaten:
1°. struviet, hoofdzakelijk bestaand uit magnesiumammoniumfosfaat, dat is vrijgekomen bij de zuivering van industrieel proceswater of huishoudelijk, stedelijk of industrieel afvalwater dan wel ander afvalwater door precipitatie met opgelost magnesium, ammonium of kalium;
2°. magnesiumfosfaat, dat is vrijgekomen bij pasteurisatie of bij het drogen van struviet, of
3°. dicalciumfosfaat, hoofdzakelijk bestaand uit dicalciumfosfaat, dat is vrijgekomen bij de zuivering van huishoudelijk, stedelijk of industrieel afvalwater dan wel ander afvalwater door precipitatie met opgelost calcium.
**2.** Onder primaire nutriënten, secundaire nutriënten, micronutriënten, vloeibare meststof en fabrikant wordt verstaan hetgeen daaronder in de meststoffenverordening wordt verstaan.
### Artikel 1a
Dit besluit berust mede op artikel 20.6 in verbinding met artikel 20.7, aanhef en onder a, van de Omgevingswet.
1°. slib, dat geheel of in hoofdzaak afkomstig is van een installatie voor de zuivering van huishoudelijk, stedelijk, industrieel dan wel ander afvalwater van soortgelijke samenstelling als huishoudelijk, stedelijk en industrieel afvalwater; of
2°. slib, dat geheel of in hoofdzaak afkomstig is van septictanks en andere installaties voor de verzameling, afvoer en behandeling van afvalwater met uitzondering van vet- en zandvangers;
h. compost: product dat bestaat uit één of meer organische afvalstoffen die al dan niet met bodembestanddelen zijn gemengd en die met behulp van micro-organismen zijn afgebroken en omgezet tot een homogeen en zodanig stabiel eindproduct dat daarin alleen nog een langzame afbraak van humeuze verbindingen plaatsvindt en dat niet mede bestaat uit dierlijke meststoffen;
i. intermediaire onderneming: onderneming, niet zijnde een bedrijf, in het kader waarvan dierlijke meststoffen, zuiveringsslib, compost of mengsels van zuiveringsslib en compost worden verhandeld of worden gebruikt;
j. ondernemer: natuurlijke persoon of rechtspersoon die, of samenwerkingsverband van natuurlijke personen of rechtspersonen dat een onderneming voert;
k. intermediair: ondernemer die een intermediaire onderneming voert;
l. diervoeders: diervoeders als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Kaderwet diervoeders;
m. vervoeren van meststoffen: elk feitelijk transporteren van meststoffen, het laden en lossen van deze meststoffen inbegrepen, met uitzondering van het feitelijk transporteren binnen een bedrijf;
n. vracht meststoffen: hoeveelheid meststoffen die als eenheid in een afzonderlijk transportmiddel al dan niet met aanhanger wordt vervoerd;
o. leverancier van meststoffen: landbouwer of ondernemer die meststoffen feitelijk overdraagt met het oogmerk de meststoffen buiten zijn bedrijf of onderneming te brengen;
p. afnemer van meststoffen: degene die meststoffen feitelijk krijgt overgedragen;
q. EEG-verordening: verordening (EEG) nr. 259/93 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 1 februari 1993 betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap (PbEG L 30);
r. drijfmest: dierlijke meststoffen die verpompbaar zijn;
s. apparatuur voor automatische gegevensregistratie: apparatuur waarmee de gegevens met betrekking tot een vracht meststoffen automatisch worden vastgelegd;
t. satellietvolgapparatuur: apparatuur die met behulp van de door satellieten uitgezonden signalen automatisch de positie van een transportmiddel bepaalt;
u. opslagruimte voor meststoffen: ruimte die in het kader van een bedrijf of een intermediaire onderneming wordt gebruikt of bestemd is om te worden gebruikt voor de opslag van meststoffen.
### Artikel 2
@ -71,272 +53,39 @@ Als de kaarten, bedoeld in artikel 1, vierde lid, van de wet, worden vastgesteld
## Hoofdstuk III. Verhandelen van meststoffen
### Paragraaf 1. Algemene eisen
### Artikel 4 t/m 21
### Artikel 4
(gereserveerd)
**1.** Het is verboden meststoffen te verhandelen.
**2.**
Het verbod geldt niet indien ten aanzien van deze meststoffen is voldaan aan de artikelen 5, 6 en 19, aan de krachtens de artikelen 7, 19, zesde lid, en 21 gestelde regels en aan:
a. de artikelen 8, 9, 14, 15, tweede lid, en 18, indien het overige anorganische meststoffen betreft;
b. de artikelen 10, 14 en 15, tweede lid, indien het kalkmeststoffen betreft;
c. artikel 16, indien het zuiveringsslib betreft;
d. artikel 17, indien het compost betreft;
e. artikel 17a, indien het herwonnen fosfaten betreft, en
f. de artikelen 11, 12, 13, 14, eerste lid, en 15, eerste lid, indien het overige organische meststoffen betreft.
**3.**
Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op de verhandeling van:
a. EG-meststoffen, voor zover ten aanzien van deze meststoffen is voldaan aan de ter uitvoering van de meststoffenverordening krachtens 40, tweede lid, van de Meststoffenwet, gestelde regels;
b. meststoffen als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, onder 2°, van de wet;
c. uitwerpselen van dieren, daaronder begrepen de geheel of gedeeltelijk verteerde maag- of darminhoud van deze dieren en mengsels van strooisel met de uitwerpselen, alsook producten daarvan voor zover aan de uitwerpselen of de producten daarvan geen andere meststoffen zijn toegevoegd dan meststoffen die aan de in het tweede lid bedoelde regels voldoen of voor zover de producten daarvan eindproducten zijn die krachtens artikel 5, tweede lid, zijn aangewezen.
**4.** Het is verboden meststoffen, niet zijnde EG-meststoffen, met de aanduiding «EG-meststof» te verhandelen.
### Artikel 5
**1.** Meststoffen, met uitzondering van zuiveringsslib, compost en herwonnen fosfaten, zijn niet geheel of gedeeltelijk geproduceerd uit afvalstoffen of uit reststoffen, tenzij het betreft de krachtens het tweede lid aangewezen stoffen.
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen afvalstoffen of reststoffen, categorieën afvalstoffen of reststoffen of eindproducten van bij die regeling omschreven bewerkingsprocédés worden aangewezen, indien er naar het oordeel van Onze Minister geen landbouwkundige en milieukundige bezwaren bestaan dat deze stoffen als meststof worden verhandeld of bij de productie van meststoffen worden gebruikt.
**3.**
Meststoffen zijn niet met afvalstoffen of reststoffen gemengd, tenzij het betreft:
a. de krachtens het tweede lid, aangewezen stoffen;
b. afvalwaterstromen die gelet op de op grond van artikel 4.3, eerste lid, of artikel 4.6, eerste lid, van de Omgevingswet gestelde regels of de op grond van artikel 4.5, eerste lid, van de Omgevingswet gestelde maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften gelijkmatig over de landbouwgronden verspreid mogen worden.
### Artikel 6
**1.** De meststof verkeert in een voor de praktijk bruikbare toestand en is gelijkmatig van samenstelling.
**2.** De meststof levert voedsel voor planten of delen van planten in de vorm van primaire of secundaire nutriënten of micronutriënten of verbetert de bodemeigenschappen door het leveren van organische stof dan wel door het in stand houden of het verlagen van de zuurgraad in de bodem en oefent de werking waarvoor de stof hoofdzakelijk is bedoeld, doeltreffend uit.
**3.** De meststof heeft onder normale gebruiksomstandigheden geen schadelijke gevolgen voor de gezondheid van mens, dier of plant of voor het milieu.
### Artikel 7
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de toelaatbaarheid van het onderling mengen van meststoffen.
### Paragraaf 2. Landbouwkundige eisen
### Artikel 8
Ten aanzien van overige anorganische meststoffen op basis van ammoniumnitraat die meer dan 28 gewichtsprocenten stikstof in verhouding tot het ammoniumnitraat bevatten, is voldaan aan Titel II, Hoofdstuk IV, van de meststoffenverordening.
### Artikel 9
**1.**
Overige anorganische meststoffen die hoofdzakelijk zijn bedoeld om primaire nutriënten te leveren, bevatten ten minste één van de volgende nutriënten, in de daarbij vermelde minimale hoeveelheid, uitgedrukt in gewichtsprocenten van de droge stof:
a. meststof, bedoeld voor het leveren van stikstof:
stikstof (N) totaal: 5;
b. meststof, bedoeld voor het leveren van fosfaat:
fosfaat (P_2O_5) totaal: 5;
c. meststof, bedoeld voor het leveren van kali:
kali (K_2O) oplosbaar in water: 5.
**2.** Overige anorganische meststoffen die hoofdzakelijk zijn bedoeld om secundaire nutriënten of micronutriënten te leveren, bevatten ten minste één van de bij ministeriële regeling aangewezen secundaire nutriënten of micronutriënten, in de bij deze regeling vastgestelde minimale hoeveelheid.
### Artikel 10
Kalkmeststoffen hebben een neutraliserende waarde van ten minste 25 op basis van de droge stof.
### Artikel 11
Overige organische meststoffen die hoofdzakelijk zijn bedoeld om organische stof te leveren, bevatten ten minste twintig gewichtsprocenten organische stof van de droge stof.
### Artikel 12
**1.**
Vaste overige organische meststoffen die hoofdzakelijk zijn bedoeld om primaire nutriënten te leveren, bevatten ten minste één van de volgende nutriënten, in de daarbij vermelde minimale hoeveelheid, uitgedrukt in gewichtsprocenten:
a. meststof, bedoeld voor het leveren van stikstof:
stikstof (N) totaal: 0,5;
b. meststof, bedoeld voor het leveren van fosfaat:
fosfaat (P_2O_5) totaal: 0,5;
c. meststof, bedoeld voor het leveren van kali:
kali (K_2O) oplosbaar in water: 0,5.
**2.**
Vloeibare overige organische meststoffen die hoofdzakelijk zijn bedoeld om primaire nutriënten te leveren, bevatten ten minste één van de volgende nutriënten, in de daarbij vermelde minimale hoeveelheid, uitgedrukt in gewichtsprocenten van de droge stof:
a. meststof, bedoeld voor het leveren van stikstof:
stikstof (N) totaal: 0,5;
b. meststof, bedoeld voor het leveren van fosfaat:
fosfaat (P_2O_5) totaal: 0,5;
c. meststof, bedoeld voor het leveren van kali:
kali (K_2O) oplosbaar in water: 0,5.
**3.** In overige organische meststoffen die tenminste 0,5 gewichtsprocenten stikstof bevatten, is de hoeveelheid organisch gebonden stikstof ten minste 85 procent van de totale hoeveelheid stikstof.
### Paragraaf 3. Milieueisen
### Artikel 13
Overige organische meststoffen bevatten geen biologisch afbreekbare delen met een diameter groter dan 50 millimeter en niet meer dan 0,5 gewichtsprocent aan bodemvreemde niet-biologisch afbreekbare delen.
### Artikel 14
**1.** Overige anorganische meststoffen die hoofdzakelijk zijn bedoeld om primaire nutriënten te leveren, overige organische meststoffen, kalkmeststoffen, alsmede de krachtens artikel 5, tweede lid, aangewezen stoffen die als meststof of bij de productie van meststoffen worden gebruikt, overschrijden niet de in bijlage II, onder tabel 1, bij dit besluit opgenomen maximale waarden voor zware metalen, uitgedrukt in milligrammen per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel.
**2.** Overige anorganische meststoffen die hoofdzakelijk zijn bedoeld om secundaire nutriënten of micronutriënten te leveren overschrijden niet de bij ministeriële regeling vastgestelde maximale waarden voor zware metalen, uitgedrukt in milligrammen per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel.
### Artikel 15
**1.** Overige organische meststoffen alsmede de krachtens artikel 5, tweede lid, aangewezen stoffen die als meststof of bij de productie van meststoffen worden gebruikt, overschrijden niet de in bijlage II, onder tabel 4, bij dit besluit opgenomen maximale waarden voor organische microverontreinigingen, uitgedrukt in milligrammen per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel.
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op kalkmeststoffen en overige anorganische meststoffen die organisch materiaal van dierlijke of plantaardige oorsprong bevatten, met dien verstande dat voor zover het betreft overige anorganische meststoffen die hoofdzakelijk zijn bedoeld om secundaire nutriënten of micronutriënten te leveren, de maximale waarden voor organische microverontreinigingen uitgedrukt in milligrammen per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel, worden vastgesteld bij ministeriële regeling.
### Paragraaf 4. Eisen zuiveringsslib, compost en herwonnen fosfaten
### Artikel 16
**1.** Zuiveringsslib is behandeld langs biologische, chemische of thermische weg, door langdurige opslag of volgens enig ander geschikt procédé, dat tot gevolg heeft dat het grootste deel van de in het zuiveringsslib aanwezige pathogene organismen afsterft.
**2.** Zuiveringsslib bevat ten minste vijftig gewichtsprocenten organische stof van de droge stof of heeft een neutraliserende waarde van 25 op basis van de droge stof.
**3.** Zuiveringsslib overschrijdt niet de in bijlage II, onder tabel 2, bij dit besluit opgenomen maximale waarden voor zware metalen, uitgedrukt in milligrammen per kilogram droge stof.
### Artikel 17
**1.** Compost bevat geen biologisch afbreekbare delen met een diameter groter dan 50 millimeter en niet meer dan 0,5 gewichtsprocent aan bodemvreemde niet-biologisch afbreekbare delen.
**2.** Compost bevat ten minste tien gewichtsprocenten organische stof van de droge stof.
**3.** Het is uitsluitend toegestaan om bij de bereiding van compost bodembestanddelen te gebruiken, indien dit betreft grond als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit, die voldoet aan de kwaliteitseisen voor grond die gelden voor de kwaliteitsklasse landbouw/natuur als bedoeld in artikel 25d, tweede lid, van het Besluit bodemkwaliteit.
**4.** Compost overschrijdt niet de in bijlage II, onder tabel 3, bij dit besluit opgenomen maximale waarden voor zware metalen, uitgedrukt in milligrammen per kilogram droge stof.
### Artikel 17a
**1.** Herwonnen fosfaten overschrijden niet de in bijlage II, in tabel 1, opgenomen maximale waarden voor zware metalen, uitgedrukt in milligrammen per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel.
**2.** Herwonnen fosfaten overschrijden niet de in bijlage II, in tabel 4, opgenomen maximale waarden voor organische microverontreinigingen, uitgedrukt in milligrammen per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel.
**3.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat herwonnen fosfaten uit rioolzuiveringsslib behandeld worden volgens een procedé dat tot gevolg heeft dat het grootste deel van de in het rioolzuiveringsslib aanwezige pathogene organismen afsterft, met het oog op het minimaliseren van de risicos voor de volksgezondheid en het milieu.
### Paragraaf 5. Verpakking en etikettering
### Artikel 18
**1.** Overige anorganische meststoffen die hoofdzakelijk zijn bedoeld om micronutriënten te leveren en overige anorganische meststoffen op basis van ammoniumnitraat die meer dan 28 gewichtsprocenten stikstof in verhouding tot het ammoniumnitraat bevatten, zijn verpakt.
**2.** De verpakking van de in het eerste lid bedoelde meststoffen wordt op zodanige wijze of met een zodanig systeem gesloten dat door het openen ervan de sluiting, het sluitzegel of de verpakking zelf onherstelbaar wordt beschadigd.
### Artikel 19
**1.**
Meststoffen zijn in ieder geval voorzien van gegevens over:
a. de naam of de handelsnaam van de fabrikant van de meststoffen;
b. de naam of de handelsnaam van de meststoffen;
c. de werking die de meststof in hoofdzaak uitoefent;
d. de gehalten stikstof en fosfaat;
e. de aanwezige waardegevende bestanddelen;
f. de hoeveelheid; en
g. de samenstelling.
**2.** Bij verpakte meststoffen zijn de gegevens op de verpakking of op een daaraan gehecht etiket vermeld en bij niet verpakte meststoffen zijn de gegevens op een begeleidend document vermeld.
**3.** De gegevens zijn onuitwisbaar en duidelijk leesbaar.
**4.** Vloeibare anorganische meststoffen zijn voorzien van aanvullende instructies betreffende de opslagtemperatuur en de bij de opslag in acht te nemen veiligheidsmaatregelen.
**5.** De vermeldingen op de etiketten, op de verpakking en op het begeleidende documenten zijn in ieder geval in de Nederlandse taal gesteld.
**6.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat meststoffen zijn voorzien van een gebruiksaanwijzing.
### Paragraaf 6. Overige bepalingen
### Artikel 20
Artikel 4, eerste lid, is niet van toepassing op meststoffen:
a. die rechtmatig zijn vervaardigd of in de handel zijn gebracht in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt;
b. die voldoen aan eisen die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de bij of krachtens de artikelen 5 tot en met 19 gestelde regels wordt nagestreefd; en
c. die vergezeld gaan van een analyserapport dat voldoende informatie verschaft over de samenstelling van het product en is afgegeven door een in die lidstaat of staat erkend laboratorium dat gelijkwaardig is aan een in Nederland voor dit doel erkend laboratorium.
### Artikel 21
**1.**
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over:
a. de eisen waaraan afvalstoffen of reststoffen van organische, dierlijke of plantaardige oorsprong moeten voldoen;
b. de eisen waaraan het bewerkingsprocédé van zuiveringsslib, van herwonnen fosfaten en van overige afvalstoffen of reststoffen van organische, dierlijke of plantaardige oorsprong moet voldoen, welke eisen mede betrekking kunnen hebben op de te bewerken stoffen;
c. de homogeniteit, de stabiliteit of de gelijkmatigheid van de samenstelling van de meststoffen;
d. de wijze waarop de hoeveelheden nutriënten, organische stof, zware metalen en organische microverontreinigingen in meststoffen, alsmede de verdere samenstelling van meststoffen worden bepaald;
e. de gebruiksaanwijzing van de meststoffen;
f. de overige gegevens waarvan meststoffen zijn voorzien;
g. de wijze waarop de gegevens worden aangebracht; en
h. de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder de artikelen 11, 14 en 15 geheel of gedeeltelijk niet van toepassing zijn.
**2.** De in het eerste lid, onderdeel d, bedoelde regels kunnen mede betrekking hebben op de bevoegdheid tot het doen van vaststellingen ten behoeve van de in dat onderdeel bedoelde bepaling en op de voor die vaststellingen te gebruiken apparatuur.
**3.** De krachtens het eerste lid te stellen regels kunnen voor de in de regeling te onderscheiden categorieën meststoffen en de beoogde bestemming van de meststoffen verschillend worden vastgesteld.
## Hoofdstuk IV. Gebruiksnormen, tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond en opgave basisregistratie percelen
### Artikel 21a
**1.** Voor de toepassing van artikel 11 van de wet worden voor de fosfaattoestand van de bodem de volgende klassen onderscheiden: arm, laag, neutraal, ruim en hoog.
**2.** Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat, worden de criteria vastgesteld voor de in het eerste lid genoemde klassen. Daarin kan in ieder geval rekening worden gehouden met het gebruik van de landbouwgrond als grasland of bouwland, de kenmerken van de bodem en de grondsoort.
### Artikel 21aa
Vervallen
## Hoofdstuk IV. Gebruiksnormen en opgave basisregistratie percelen
### Artikel 22
Voor de toepassing van artikel 9 van de wet is de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond in enig kalenderjaar de oppervlakte landbouwgrond die op 15 mei van dat jaar tot het bedrijf behoort.
Voor de toepassing van artikel 5c van de wet is de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond in enig kalenderjaar de oppervlakte landbouwgrond die op 15 mei van dat jaar tot het bedrijf behoort.
### Artikel 23
**1.** Voor de toepassing van artikel 10, eerste lid, van de wet is de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond in enig kalenderjaar de op 15 mei van dat jaar beteelde oppervlakte landbouwgrond die tot het bedrijf behoort.
**1.** Voor de toepassing van artikel 5d, eerste lid, van de wet is de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond in enig kalenderjaar de op 15 mei van dat jaar beteelde oppervlakte landbouwgrond die tot het bedrijf behoort.
**2.** Ingeval de teelt van gewassen na het in het eerste lid bedoelde tijdstip aanvangt, wordt de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond, bedoeld in het eerste lid, vermeerderd met de met deze gewassen beteelde oppervlakte landbouwgrond die op het tijdstip waarop de teelt aanvangt tot het bedrijf behoort.
**3.** De beteelde oppervlakte landbouwgrond wordt onderscheiden naar de geteelde gewassen, de toegepaste landbouwpraktijk, de ecologische kenmerken van een waterlichaam, de kenmerken van de bodem en de desbetreffende grondsoorten, bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de wet, voor zover dit onderscheid wordt gemaakt in de krachtens artikel 10, eerste lid, van de wet, vastgestelde ministeriële regeling.
**3.** De beteelde oppervlakte landbouwgrond wordt onderscheiden naar de geteelde gewassen, de toegepaste landbouwpraktijk, de ecologische kenmerken van een waterlichaam, de kenmerken van de bodem en de desbetreffende grondsoorten, bedoeld in artikel 5d, tweede lid, van de wet, voor zover dit onderscheid wordt gemaakt in de krachtens artikel 5d, eerste lid, van de wet, vastgestelde ministeriële regeling.
### Artikel 24
Voor de toepassing van artikel 11, eerste lid, van de wet, en de krachtens artikel 11, tweede lid, van de wet vastgestelde ministeriële regeling is de tot het bedrijf behorende oppervlakte grasland of bouwland in enig kalenderjaar de oppervlakte grasland onderscheidenlijk bouwland die op 15 mei van dat jaar tot het bedrijf behoort.
**1.** Voor de toepassing van artikel 5e, eerste lid, van de wet is de tot het bedrijf behorende oppervlakte grasland in enig kalenderjaar de oppervlakte grasland die op 15 mei van dat jaar tot het bedrijf behoort.
**2.** Voor de toepassing van artikel 5e, tweede lid, van de wet is de tot het bedrijf behorende oppervlakte bouwland in enig kalenderjaar de oppervlakte bouwland die op 15 mei van dat jaar tot het bedrijf behoort.
### Artikel 25
Voor de toepassing van de artikelen 9, 10, eerste lid, 11, eerste lid, van de wet en de krachtens artikel 11, tweede lid, van de wet vastgestelde ministeriële regeling worden de bufferstroken, bedoeld in de artikelen 4.1199c en 4.1212b van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet aangemerkt als tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond.
### Artikel 25a
**1.** Voor de toepassing van artikel 1, eerste lid, onderdeel ll, onder 1°, van de wet is de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond in enig kalenderjaar de oppervlakte landbouwgrond die ingevolge de artikelen 24 en 25 in het desbetreffende kalenderjaar tot het bedrijf behoort.
**2.** Voor de toepassing van artikel 1, eerste lid, onderdeel ll, onder 2°, van de wet is het natuurterrein dat de hoofdfunctie natuur heeft dat in enig kalenderjaar bij het bedrijf in gebruik is, het natuurterrein dat de hoofdfunctie natuur heeft dat op 15 mei van dat jaar bij het bedrijf in gebruik is.
Voor de toepassing van de artikelen 5c, 5d, eerste lid en 5e, eerste lid, van de wet wordt de teeltvrije zone, bedoeld in de artikelen 13, 14 en 16 van het Lozingenbesluit open teelt en veehouderij, niet aangemerkt als tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond.
### Artikel 26
**1.**
De landbouwer verstrekt elk kalenderjaar aan Onze Minister gegevens met betrekking tot:
De landbouwer verstrekt elk kalenderjaar uiterlijk op 15 mei aan Onze Minister gegevens met betrekking tot:
a. de op 15 mei van het desbetreffende kalenderjaar beteelde of te betelen oppervlakte van de percelen landbouwgrond, onderscheiden naar gewas en topografische ligging van deze percelen;
b. de na 15 mei van het desbetreffende kalenderjaar met een volggewas te betelen oppervlakte van de percelen landbouwgrond, onderscheiden naar gewas en topografische ligging van deze percelen; en
@ -346,31 +95,31 @@ c. de oppervlakte en de ligging van in het buitenland gelegen percelen die in he
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over:
a. de gegevens die ingevolge het eerste lid worden verstrekt, de wijze waarop en de uiterlijke datum waarop deze gegevens worden verstrekt en de termijn waarbinnen wijzigingen in deze gegevens worden doorgegeven; en
b. de overige te verstrekken gegevens, de wijze waarop en de uiterlijke datum waarop deze gegevens worden verstrekt en de termijn waarbinnen wijzigingen in deze gegevens worden doorgegeven.
a. de gegevens die ingevolge het eerste lid worden verstrekt, de wijze waarop deze gegevens worden verstrekt en de termijn waarbinnen wijzigingen in deze gegevens worden doorgegeven; en
b. de overige te verstrekken gegevens, de wijze waarop deze gegevens worden verstrekt en de termijn waarbinnen wijzigingen in deze gegevens worden doorgegeven.
**3.** Bij ministeriële regeling kan, in zoverre in afwijking van het eerste lid en van de artikelen 22, 23, eerste lid, 24 en 25a, indien de weersomstandigheden of de bodemgesteldheid hiertoe aanleiding geven, een latere datum dan 15 mei worden vastgesteld.
**3.** Bij ministeriële regeling kan, in zoverre in afwijking van het eerste lid en van de artikelen 22, 23, eerste lid en 24, eerste en tweede lid, indien de weersomstandigheden of de bodemgesteldheid hiertoe aanleiding geven, een latere datum dan 15 mei worden vastgesteld.
## Hoofdstuk V. Opslagcapaciteit dierlijke meststoffen
### Artikel 27
**1.** Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt als opslagruimte voor meststoffen uitsluitend in aanmerking genomen de opslagruimte voor dierlijke meststoffen die onder de reikwijdte van paragraaf 3.3.14, 3.6.1 of 3.6.8 van het Besluit activiteiten leefomgeving valt.
**1.** Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt als opslagruimte voor meststoffen uitsluitend in aanmerking genomen de opslagruimte voor dierlijke meststoffen waarvoor een vergunning geldt als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer, of waarop een algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 8.40 van de Wet milieubeheer van toepassing is.
**2.** Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt de hoeveelheid dierlijke meststoffen uitgedrukt in kubieke meters.
### Artikel 28
**1.** De producent van dierlijke meststoffen draagt er zorg voor dat de capaciteit van de opslagruimte voor dierlijke meststoffen op het bedrijf voldoende is voor de opslag van de hoeveelheid dierlijke meststoffen die in de periode van augustus tot en met februari op het bedrijf wordt geproduceerd.
**1.** De producent van dierlijke meststoffen draagt er zorg voor dat de capaciteit van de opslagruimte voor dierlijke meststoffen op het bedrijf voldoende is voor de opslag van de hoeveelheid dierlijke meststoffen die in de periode van september tot en met februari op het bedrijf wordt geproduceerd.
**2.**
De hoeveelheid dierlijke meststoffen, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend door vermenigvuldiging van:
a. het aantal dieren van de onderscheiden diersoorten en diercategorieën dat op grond van de omgevingsvergunning, bedoeld in de artikelen 3.201 of 3.202 van het Besluit activiteiten leefomgeving kan worden gehouden, met
a. het aantal dieren van de onderscheiden diersoorten en diercategorieën dat op grond van de vergunning, bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer, in de tot het bedrijf behorende stallen kan worden gehouden, met
b. de voor de betrokken diersoort en diercategorie bij ministeriële regeling vastgestelde forfaitaire productienormen.
**3.** Ingeval de activiteiten die door het bedrijf worden verricht niet zijn aangewezen als vergunningplichtig geval in artikel 3.202 van het Besluit activiteiten leefomgeving, wordt, in plaats van het in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde aantal dieren, als uitgangspunt genomen het aantal dieren van de onderscheiden diersoorten en diercategorieën dat in de bij het bedrijf behorende stallen kan worden gehouden.
**3.** Ingeval voor het bedrijf ingevolge artikel 8.40 van de Wet milieubeheer geen vergunningplicht geldt, wordt, in plaats van het in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde aantal dieren, als uitgangspunt genomen het aantal dieren van de onderscheiden diersoorten en diercategorieën dat in de bij het bedrijf behorende stallen kan worden gehouden.
**4.** De in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde productienormen kunnen verschillend worden vastgesteld al naar gelang het gehanteerde bedrijfssysteem.
@ -381,9 +130,9 @@ b. de voor de betrokken diersoort en diercategorie bij ministeriële regeling va
De capaciteit van de opslagruimte voor dierlijke meststoffen kan kleiner zijn dan de ingevolge artikel 28 vereiste capaciteit, voor zover de producent van dierlijke meststoffen kan aantonen dat:
a. de overeenkomstig artikel 28, tweede en derde lid, berekende hoeveelheid dierlijke meststoffen die wordt geproduceerd boven de werkelijke opslagcapaciteit op een voor het milieu onschadelijke wijze van het bedrijf zal worden verwijderd;
b. de overeenkomstig artikel 28, tweede en derde lid, berekende hoeveelheid dierlijke meststoffen die wordt geproduceerd boven de werkelijke opslagcapaciteit zal worden aangewend op tot het bedrijf behorend bouwland of grasland en voldoet aan paragraaf 3.2.20 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
c. het aantal dieren dat in de periode van augustus tot en met februari feitelijk kan worden gehouden kleiner is dan op grond van de omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.202 van het Besluit activiteiten leefomgeving, is toegestaan; of
d. in de periode van augustus tot en met februari stelselmatig minder dieren worden gehouden in de bij het bedrijf behorende stallen.
b. de overeenkomstig artikel 28, tweede en derde lid, berekende hoeveelheid dierlijke meststoffen die wordt geproduceerd boven de werkelijke opslagcapaciteit zal worden aangewend op tot het bedrijf behorend bouwland waarvoor het in artikel 4 van het Besluit gebruik meststoffen gestelde verbod niet geldt;
c. het aantal dieren dat in de periode van september tot en met februari feitelijk in de tot het bedrijf behorende stallen kan worden gehouden kleiner is dan op grond van de vergunning, bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer, is toegestaan; of
d. in de periode van september tot en met februari stelselmatig minder dieren worden gehouden in de bij het bedrijf behorende stallen.
**2.** Het eerste lid, aanhef en onderdeel b, geldt niet voor de hoeveelheid dierlijke meststoffen die in februari wordt geproduceerd.
@ -421,24 +170,14 @@ f. de wijzigingen in de gegevens, bedoeld in de onderdelen a tot en met e.
De administratie bevat in ieder geval de gegevens, bedoeld in artikel 31, tweede lid, alsmede gegevens over:
a. de civielrechtelijke titel die het exclusieve gebruiksgenot verschaft van elk van de tot het bedrijf behorende productie-eenheden;
b. de oppervlakte en gegevens ter identificatie van de percelen van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond, onderscheiden naar:
1° de verschillende teelten of andere vormen van gebruik;
2° de fosfaattoestand van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond, zoals deze wordt onderscheiden in artikel 21a, eerste lid;
3° grasland en bouwland, en
4°. voor zover het betreft tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond zijnde natuurterrein dat de hoofdfunctie natuur heeft, waarop een beheer wordt gevoerd dat beperkingen verbindt aan de gebruikte hoeveelheid meststoffen op de desbetreffende percelen;
b. de oppervlakte en gegevens ter identificatie van de percelen van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond, onderscheiden naar de verschillende teelten of andere vormen van gebruik;
c. de oppervlakte en gegevens ter identificatie van de exclusief bij het bedrijf in gebruik zijnde percelen landbouwgrond die zijn gelegen in België en Duitsland in het grensgebied met Nederland, onderscheiden naar de verschillende teelten of andere vormen van gebruik;
d. de aantallen op het bedrijf gehouden dan wel anderszins aanwezige varkens, kippen en kalkoenen en het gemiddeld in het kalenderjaar op het bedrijf gehouden aantal van deze dieren, onderscheiden naar diercategorieën per soort overeenkomstig bijlage II van de wet;
e. de aantallen voor gebruiks- of winstdoeleinden op het bedrijf gehouden dan wel anderszins aanwezige dieren, anders dan varkens, kippen en kalkoenen, onderscheiden naar diersoorten en diercategorieën per soort, voor zover dit onderscheid wordt gemaakt in de krachtens artikel 36 gestelde regels;
f. de hoeveelheden aan- en afgevoerde meststoffen waarbij, voor zover van toepassing, wordt aangegeven dat de afvoer heeft plaatsgevonden ter uitvoering van artikel 21, tweede lid, onderdeel d, onder 1°, artikel 33a, tweede lid, onderdeel b, onder 1°, onderdeel e, of vijfde lid, van de wet, de datum waarop de aan- of afvoer plaatsvond, de persoon of personen die het vervoer van dierlijke meststoffen heeft of hebben verricht ingeval artikel 48 op grond van de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 52a, eerste lid, niet van toepassing is en gegevens over het bedrijf of de onderneming van herkomst, onderscheidenlijk van bestemming, dan wel, ingeval geen sprake is van een bedrijf of onderneming, gegevens over de leverancier onderscheidenlijk afnemer van de meststoffen;
g. de hoeveelheid dierlijke meststoffen, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, waarvoor de landbouwer ten aanzien van een kalenderjaar overeenkomsten als bedoeld in artikel 21, tweede lid, onderdeel d, onder 4 en artikel 33a, tweede lid, onderdeel e, van de wet heeft gesloten;
h. de hoeveelheid dierlijke meststoffen, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, waarvoor de landbouwer ten aanzien van een kalenderjaar overeenkomsten als bedoeld in artikel 33a, derde lid, onderdeel c, van de wet heeft gesloten, waarbij onderscheid wordt gemaakt in de hoeveelheid die de landbouwer laat verwerken door middel van het sluiten van die overeenkomst, en de hoeveelheid die een landbouwer ingevolge artikel 33a, vijfde lid, van de wet moet laten verwerken;
i. de capaciteit van de bij het bedrijf behorende opslagruimte voor dierlijke meststoffen in kubieke meters;
j. de aan het begin en het eind van het kalenderjaar op het bedrijf aanwezige hoeveelheden meststoffen;
k. de hoeveelheden en de samenstelling van de aan andere bedrijven of ondernemingen afgeleverde diervoeders, uitgedrukt in kilogrammen alsmede in kilogrammen stikstof en fosfaat; en
l. de gewasopbrengst, voor zover deze relevant is voor de toepassing van de krachtens artikel 10, eerste lid, van de wet vastgestelde ministeriële regeling.
**3.** De landbouwer bewaart de mestverwerkingsovereenkomsten, en de overeenkomsten, bedoeld in artikel 21, tweede lid, onderdeel d, onder 4° en artikel 33a, tweede lid, onderdeel e, en derde lid, onderdeel c, van de wet, als onderdeel van zijn administratie.
f. de hoeveelheden aan- en afgevoerde meststoffen, de datum waarop de aan- of afvoer plaatsvond en gegevens over het bedrijf of de onderneming van herkomst, onderscheidenlijk van bestemming, dan wel, ingeval geen sprake is van een bedrijf of onderneming, gegevens over de leverancier onderscheidenlijk afnemer van de meststoffen;
g. de capaciteit van de bij het bedrijf behorende opslagruimte voor dierlijke meststoffen in kubieke meters;
h. de aan het begin en het eind van het kalenderjaar op het bedrijf aanwezige hoeveelheden meststoffen; en
i. de hoeveelheden en de samenstelling van de aan andere bedrijven of ondernemingen afgeleverde diervoeders, uitgedrukt in kilogrammen alsmede in kilogrammen stikstof en fosfaat.
### Artikel 33
@ -461,12 +200,12 @@ e. de op het bedrijf toegepaste stalsystemen.
**3.**
Indien op een bedrijf dierlijke meststoffen worden behandeld, bevat de administratie tevens gegevens over:
Indien op een bedrijf dierlijke meststoffen worden bewerkt of verwerkt, bevat de administratie tevens gegevens over:
a. de methode van behandeling;
b. de hoeveelheid behandelde dierlijke meststoffen;
c. de hoeveelheid, de aard en de samenstelling van de tezamen met de dierlijke meststoffen behandelde stoffen; en
d. de hoeveelheid en de samenstelling van de eindproducten van de behandeling.
a. de methode van bewerking of verwerking;
b. de hoeveelheid bewerkte of verwerkte dierlijke meststoffen;
c. de hoeveelheid, de aard en de samenstelling van de tezamen met de dierlijke meststoffen bewerkte of verwerkte stoffen; en
d. de hoeveelheid en de samenstelling van de eindproducten van de bewerking of verwerking.
**4.** De gegevens inzake de hoeveelheden koemelk, diervoeders, eieren en de stoffen, bedoeld in het derde lid, onderdeel c, worden uitgedrukt in kilogrammen en, met uitzondering van koemelk, in kilogrammen stikstof en fosfaat.
@ -476,27 +215,23 @@ d. de hoeveelheid en de samenstelling van de eindproducten van de behandeling.
**2.** De administratie en de daarop betrekking hebbende bewijsstukken worden gedurende vijf jaren na afloop van het desbetreffende kalenderjaar door de landbouwer op het bedrijf bewaard.
**3.**
Ten behoeve van de bepaling van het melkveefosfaatoverschot dat in het jaar 2014 is ontstaan worden, in afwijking van het tweede lid, de administratie en de daarop betrekking hebbende bewijsstukken betreffende het jaar 2014 bewaard totdat 5 kalenderjaren na beëindiging van het bedrijf zijn verstreken:
a. indien een landbouwer op zijn bedrijf in 2014 fosfaat met melkvee produceerde, en
b. voor zover het de gegevens, bedoeld in de artikelen 32, tweede lid, aanhef en onderdelen b en e, en 33, eerste lid, aanhef en onderdeel a, betreft.
### Artikel 35
**1.** De landbouwer verstrekt jaarlijks gegevens uit de administratie aan Onze Minister. Verstrekking geschiedt uitsluitend langs elektronische weg.
**1.**
**2.** De landbouwer verstrekt desgevraagd door Onze Minister gegevens uit de administratie, binnen een door Onze Minister bepaalde termijn en op een door Onze Minister bepaalde wijze. Verstrekking geschiedt uitsluitend langs elektronische weg.
Uit de administratie worden jaarlijks gegevens verstrekt aan Onze Minister door:
**3.** De ingevolge het eerste en tweede lid verstrekte gegevens kunnen mede worden gebruikt voor de kwaliteitsbeoordeling van een PRTR-verslag, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de EG-verordening PRTR.
a. landbouwers die in een kalenderjaar een grotere hoeveelheid dierlijke meststoffen produceren dan 170 kilogram stikstof per hectare van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond; en
b. de bij ministeriële regeling aangewezen categorieën van landbouwers.
**2.** De landbouwer verstrekt desgevraagd door Onze Minister gegevens uit de administratie, binnen een door Onze Minister bepaalde termijn en op een door Onze Minister bepaalde wijze.
### Artikel 36
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over:
a. de overige bij de aanmelding, bedoeld in artikel 31, eerste lid, te verstrekken gegevens, de wijze waarop en de termijn waarbinnen de aanmelding en de doorgifte van wijzigingen geschieden;
b. de wijze waarop de administratie, bedoeld in de artikelen 32 en 33, wordt gevoerd, de plaats waar deze met het oog op het toezicht op de naleving beschikbaar moet zijn en de termijn waarbinnen de gegevens of wijzigingen in de gegevens in deze administratie worden opgenomen;
b. de wijze waarop de administratie, bedoeld in de artikelen 32 en 33, wordt gevoerd en de termijn waarbinnen de gegevens of wijzigingen in de gegevens in deze administratie worden opgenomen;
c. de overige gegevens die de administratie, bedoeld in de artikelen 32 en 33, bevat;
d. de gegevens die ingevolge artikel 35, eerste lid, worden verstrekt en de wijze waarop en de termijn waarbinnen deze gegevens worden verstrekt;
e. de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder de artikelen 31, 32, 33 of 35 geheel of gedeeltelijk niet van toepassing zijn ten aanzien van bedrijven of onderdelen van bedrijven; en
@ -528,14 +263,6 @@ i. de wijzigingen in de gegevens, bedoeld in de onderdelen a tot en met h.
**3.** Voor zover de in het tweede lid bedoelde gegevens zijn verstrekt op grond van de Meststoffenwet en niet zijn gewijzigd, behoeven deze niet opnieuw te worden verstrekt. De registratie van deze gegevens geldt als registratie in de zin van het eerste en tweede lid.
### Artikel 38a
**1.** Een registratie kan worden geweigerd of geschrapt in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
**2.** Een registratie kan worden geschorst voor zover de intermediair boetes zijn opgelegd voor overtreding van de eisen gesteld bij of krachtens de wet, die onherroepelijk zijn geworden en niet zijn betaald of voor zover de intermediair verbeurde dwangsommen, ten aanzien waarvan invorderingsbeschikkingen onherroepelijk zijn geworden, niet heeft betaald. De schorsing vervalt op het moment dat de boetes of dwangsommen die ten grondslag liggen aan de schorsing zijn betaald.
**3.** Voordat toepassing wordt gegeven aan het eerste lid kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.
### Artikel 39
**1.** De intermediair houdt per onderneming een inzichtelijke administratie bij.
@ -544,47 +271,36 @@ i. de wijzigingen in de gegevens, bedoeld in de onderdelen a tot en met h.
De administratie bevat in ieder geval de gegevens, bedoeld in artikel 38, tweede lid, alsmede gegevens over:
a. de hoeveelheden in het kader van de onderneming aan- en afgevoerde meststoffen waarbij, voor zover van toepassing, wordt aangegeven dat de aan- of afvoer heeft plaatsgevonden ter uitvoering van artikel 21, tweede lid, onderdeel d, onder 1°, artikel 33a, tweede lid, onderdeel b, onder 1°, vierde of vijfde lid, en artikel 33d, eerste lid, van de wet, de datum waarop de aan- en afvoer plaatsvond en het bedrijf of de onderneming van herkomst, onderscheidenlijk van bestemming dan wel, ingeval geen sprake is van een bedrijf of onderneming, gegevens over de leverancier onderscheidenlijk afnemer van de meststoffen;
b. de hoeveelheden meststoffen die in iedere afzonderlijke opslagruimte voor meststoffen zijn aangevoerd en de hoeveelheden meststoffen die uit die opslagruimte zijn afgevoerd, zodanig dat steeds blijkt welke hoeveelheid meststoffen zich in de opslagruimte bevindt;
c. de hoeveelheid dierlijke meststoffen, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, waarvoor de intermediair ten aanzien van een kalenderjaar mestverwerkingsovereenkomsten heeft gesloten, en
d. de hoeveelheden meststoffen die bij de overdracht van een opslagruimte voor meststoffen aan of door een andere intermediair op het moment van overdracht aanwezig is in de desbetreffende opslagruimte.
a. de hoeveelheden in het kader van de onderneming aan- en afgevoerde meststoffen, de datum waarop de aan- en afvoer plaatsvond en het bedrijf of de onderneming van herkomst, onderscheidenlijk van bestemming dan wel, ingeval geen sprake is van een bedrijf of onderneming, gegevens over de leverancier onderscheidenlijk afnemer van de meststoffen;
b. de hoeveelheden meststoffen die in iedere afzonderlijke opslagruimte voor meststoffen zijn aangevoerd en de hoeveelheden meststoffen die uit die opslagruimte zijn afgevoerd, zodanig dat steeds blijkt welke hoeveelheid meststoffen zich in de opslagruimte bevindt; en
c. de hoeveelheden meststoffen die bij de overdracht van een opslagruimte voor meststoffen aan of door een andere intermediair op het moment van overdracht aanwezig is in de desbetreffende opslagruimte.
**3.**
Indien op een onderneming dierlijke meststoffen worden behandeld, bevat de administratie tevens gegevens over:
Indien op een onderneming dierlijke meststoffen worden bewerkt of verwerkt, bevat de administratie tevens gegevens over:
a. de methode van behandeling;
b. de hoeveelheid behandelde dierlijke meststoffen;
c. de hoeveelheid, de aard en de samenstelling van de tezamen met de dierlijke meststoffen behandelde stoffen; en
d. de hoeveelheid en de samenstelling van de eindproducten van de behandeling.
a. de methode van bewerking of verwerking;
b. de hoeveelheid bewerkte of verwerkte dierlijke meststoffen;
c. de hoeveelheid, de aard en de samenstelling van de tezamen met de dierlijke meststoffen bewerkte of verwerkte stoffen; en
d. de hoeveelheid en de samenstelling van de eindproducten van de bewerking of verwerking.
**4.** Artikel 34 is op de administratie, bedoeld in het eerste lid, van overeenkomstige toepassing.
**5.** De intermediair bewaart de mestverwerkingsovereenkomsten als onderdeel van zijn administratie.
**6.**
De intermediair houdt in verband met de verantwoording van het vervoer van dierlijke meststoffen in zijn administratie bij voor elke vracht dierlijke meststoffen met behulp van op de naam van die intermediair geregistreerde apparatuur, bedoeld in artikel 49:
a. welke persoon of personen op welk moment het vervoer heeft of hebben verricht; en
b. de positiegegevens van het betreffende transportmiddel waarmee de gedurende het vervoer afgelegde route inzichtelijk kan worden gemaakt.
### Artikel 40
**1.** De intermediair verstrekt jaarlijks gegevens uit de administratie aan Onze Minister.
**2.** De intermediair verstrekt desgevraagd door Onze Minister gegevens uit de administratie, binnen een door Onze Minister bepaalde termijn en op een door Onze Minister bepaalde wijze. Verstrekking geschiedt uitsluitend langs elektronische weg.
**2.** De intermediair verstrekt desgevraagd door Onze Minister gegevens uit de administratie, binnen een door Onze Minister bepaalde termijn en op een door Onze Minister bepaalde wijze.
### Artikel 41
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over:
a. de overige bij de aanmelding, bedoeld in artikel 38, eerste lid, te verstrekken gegevens, de wijze waarop en de termijn waarbinnen de aanmelding en de doorgifte van wijzigingen geschieden;
b. de wijze waarop de administratie, bedoeld in artikel 39, wordt gevoerd, de plaats waar deze met het oog op het toezicht op de naleving beschikbaar moet zijn en de termijn waarbinnen de gegevens of wijzigingen in de gegevens in deze administratie worden opgenomen;
b. de wijze waarop de administratie, bedoeld in artikel 39, wordt gevoerd en de termijn waarbinnen de gegevens of wijzigingen in de gegevens in deze administratie worden opgenomen;
c. de overige gegevens die de administratie, bedoeld in artikel 39, bevat;
d. de gegevens die ingevolge artikel 40, eerste lid, worden verstrekt en de wijze waarop en de termijn waarbinnen deze gegevens worden verstrekt;
e. de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder de artikelen 38, 39 of 40 geheel of gedeeltelijk niet van toepassing zijn; en
f. het aanbrengen van aanduidingen op de opslagruimten voor meststoffen ter identificatie van deze ruimten.
d. de gegevens die ingevolge artikel 40, eerste lid, worden verstrekt en de wijze waarop en de termijn waarbinnen deze gegevens worden verstrekt; en
e. het aanbrengen van aanduidingen op de opslagruimten voor meststoffen ter identificatie van deze ruimten.
### Artikel 42
@ -594,11 +310,9 @@ De op grond van dit hoofdstuk en hoofdstuk IX bij te houden of te verstrekken ge
### Artikel 43
**1.** De ondernemer, die een of meer ondernemingen voert in het kader waarvan diervoeders worden afgeleverd aan een bedrijf met staldieren of runderen, of in het kader waarvan van bedrijven afgenomen koemelk wordt verwerkt, meldt elk van deze ondernemingen afzonderlijk ter registratie aan bij Onze Minister.
**1.** De ondernemer, die een of meer ondernemingen voert in het kader waarvan diervoeders worden afgeleverd aan een bedrijf met staldieren, of in het kader waarvan van bedrijven afgenomen koemelk wordt verwerkt, meldt elk van deze ondernemingen afzonderlijk ter registratie aan bij Onze Minister.
**2.** De ondernemer die een of meer ondernemingen voert, niet zijnde een bedrijf of een intermediaire onderneming, in het kader waarvan meststoffen worden verhandeld, meldt elk van deze ondernemingen afzonderlijk ter registratie aan bij Onze Minister.
**3.**
**2.**
Ten behoeve van de registratie verstrekt de ondernemer in ieder geval gegevens over:
@ -608,9 +322,9 @@ c. de rechtsvorm;
d. in voorkomend geval de aard en samenstelling van het samenwerkingsverband van personen of rechtspersonen dat de onderneming voert; en
e. de wijzigingen in de gegevens, bedoeld in de onderdelen a tot en met d.
**4.** Voor zover de in het derde lid bedoelde gegevens zijn verstrekt op grond van de Meststoffenwet en niet zijn gewijzigd, behoeven deze niet opnieuw te worden verstrekt. De registratie van deze gegevens geldt als registratie in de zin van het eerste en tweede lid.
**3.** Voor zover de in het tweede lid bedoelde gegevens zijn verstrekt op grond van de Meststoffenwet en niet zijn gewijzigd, behoeven deze niet opnieuw te worden verstrekt. De registratie van deze gegevens geldt als registratie in de zin van het eerste en tweede lid.
**5.** Voor zover de in het derde lid bedoelde gegevens worden verstrekt op grond van de krachtens artikel 6.4 van de Wet dieren met betrekking tot diervoeders gestelde regels of de krachtens de artikelen 27 en 28 van de Landbouwwet gestelde regels, behoeven deze niet nogmaals te worden verstrekt. De registratie van deze gegevens geldt als registratie in de zin van het eerste en tweede lid.
**4.** Voor zover de in het tweede lid bedoelde gegevens worden verstrekt op grond van de krachtens artikel 11 van de Kaderwet diervoeders gestelde regels of de krachtens de artikelen 27 en 28 van de Landbouwwet gestelde regels, behoeven deze niet nogmaals te worden verstrekt. De registratie van deze gegevens geldt als registratie in de zin van het eerste en tweede lid.
### Artikel 44
@ -618,37 +332,29 @@ e. de wijzigingen in de gegevens, bedoeld in de onderdelen a tot en met d.
**2.**
De administratie, bedoeld in het eerste lid, bevat in ieder geval de gegevens, bedoeld in artikel 43, derde lid, alsmede gegevens over:
De administratie, bedoeld in het eerste lid, bevat in ieder geval de gegevens, bedoeld in artikel 43, tweede lid, alsmede gegevens over:
a. de hoeveelheden van de door de ondernemer afgeleverde diervoeders per bedrijf, onderscheidenlijk de hoeveelheden alsmede het ureumgehalte van de door de ondernemer afgenomen koemelk per bedrijf;
b. de datum waarop de aflevering of de afname plaatsvond; en
c. het bedrijf waaraan de diervoeders zijn afgeleverd, onderscheidenlijk het bedrijf waar de afgenomen koemelk is geproduceerd.
**3.** De ondernemer, bedoeld in artikel 43, tweede lid, en de ondernemer in het kader van wiens onderneming staldieren aan bedrijven worden afgeleverd dan wel staldieren of eieren van bedrijven worden afgenomen, houdt per onderneming een inzichtelijke administratie bij.
**3.** De ondernemer in het kader van wiens onderneming meststoffen, niet zijnde dierlijke meststoffen, zuiveringsslib, compost of mengsels van zuiveringsslib en compost, of staldieren aan bedrijven worden afgeleverd, dan wel staldieren of eieren van bedrijven worden afgenomen, houdt per onderneming een inzichtelijke administratie bij.
**4.**
De administratie, bedoeld in het derde lid, bevat in ieder geval gegevens over:
a. de hoeveelheden van de door de ondernemer afgeleverde of afgenomen meststoffen per onderneming of per bedrijf, met uitzondering van de aan particulieren afgeleverde hoeveelheden, de aantallen door de ondernemer afgeleverde of afgenomen staldieren per bedrijf, onderscheiden naar diersoort en diercategorieën per soort, voor zover dit onderscheid wordt gemaakt in de krachtens artikel 36 gestelde regels, onderscheidenlijk de hoeveelheden van de door de ondernemer afgenomen eieren per bedrijf;
a. de hoeveelheden van de door de ondernemer afgeleverde meststoffen per bedrijf, de aantallen door de ondernemer afgeleverde of afgenomen staldieren per bedrijf, onderscheiden naar diersoort en diercategorieën per soort, voor zover dit onderscheid wordt gemaakt in de krachtens artikel 36 gestelde regels, onderscheidenlijk de hoeveelheden van de door de ondernemer afgenomen eieren per bedrijf;
b. de datum waarop de aflevering of de afname plaatsvond; en
c. het bedrijf of de onderneming van bestemming, onderscheidenlijk herkomst.
c. het bedrijf van bestemming, onderscheidenlijk herkomst.
**5.**
**5.** De gegevens inzake de hoeveelheden diervoeders, koemelk en eieren worden uitgedrukt in kilogrammen en, met uitzondering van koemelk, in kilogrammen stikstof en fosfaat.
Indien op een onderneming zuiveringsslib wordt geproduceerd of anderszins wordt bewerkt of verwerkt, bevat de administratie tevens gegevens over:
a. de in artikel 16, eerste lid, bedoelde behandelingsmethode voor zuiveringsslib;
b. de hoeveelheid geproduceerd, bewerkt of verwerkt zuiveringsslib; en
c. de hoeveelheid en de samenstelling van het zuiveringsslib.
**6.** De gegevens inzake de hoeveelheden diervoeders, koemelk en eieren worden uitgedrukt in kilogrammen en, met uitzondering van koemelk, in kilogrammen stikstof en fosfaat.
**7.** Artikel 34 is op de administratie, bedoeld in het eerste en derde lid, van overeenkomstige toepassing.
**6.** Artikel 34 is op de administratie, bedoeld in het eerste en derde lid, van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 45
**1.** De ondernemer, bedoeld in artikel 43, eerste lid en de ondernemer in het kader van wiens onderneming zuiveringsslib wordt verhandeld, verstrekt jaarlijks gegevens uit de administratie aan Onze Minister.
**1.** De ondernemer, bedoeld in artikel 43, eerste lid, verstrekt jaarlijks gegevens uit de administratie aan Onze Minister.
**2.** De buiten Nederland gevestigde ondernemer, in het kader van wiens onderneming diervoeders worden afgeleverd aan een bedrijf met staldieren, verstrekt bij de aflevering aan de landbouwer een begeleidend document waarop het gewicht en de overeenkomstig de krachtens artikel 70, vierde lid, vastgestelde samenstelling van de afgeleverde diervoeders is vermeld.
@ -660,17 +366,12 @@ c. de hoeveelheid en de samenstelling van het zuiveringsslib.
### Artikel 46
**1.**
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over:
a. de overige bij de aanmelding, bedoeld in artikel 43, te verstrekken gegevens, de wijze waarop en de termijn waarbinnen de aanmelding en de doorgifte van wijzigingen geschieden;
b. de wijze waarop de administratie, bedoeld in artikel 44, wordt gevoerd, en de termijn waarbinnen de gegevens en wijzigingen in de gegevens in deze administratie worden opgenomen;
c. de overige gegevens die de administratie, bedoeld in artikel 44, bevat;
d. de gegevens die ingevolge artikel 45 worden verstrekt en de wijze waarop en de termijn waarbinnen deze gegevens worden verstrekt; en
e. de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder de artikelen 43, 44 of 45 geheel of gedeeltelijk niet van toepassing zijn.
**2.** Bij ministeriële regeling kan het hebben van een identificatienummer worden voorgeschreven voor bij die ministeriële regeling omschreven gevallen waarin meststoffen worden aangevoerd dan wel afgevoerd naar een persoon, niet zijnde een landbouwer of ondernemer.
c. de overige gegevens die de administratie, bedoeld in artikel 44, bevat; en
d. de gegevens die ingevolge artikel 45 worden verstrekt en de wijze waarop en de termijn waarbinnen deze gegevens worden verstrekt.
### Artikel 47
@ -678,215 +379,191 @@ De op grond van dit hoofdstuk bij te houden of te verstrekken gegevens worden de
## Hoofdstuk IX. Vervoer van meststoffen
### Paragraaf 1. Vervoer van dierlijke meststoffen
### Paragraaf 1. Vervoer van dierlijke meststoffen, zuiveringsslib en compost
### Artikel 48
Dierlijke meststoffen worden vervoerd door een intermediair wiens onderneming in het kader waarvan het vervoer plaatsvindt overeenkomstig artikel 38 is geregistreerd.
### Artikel 48a
Een intermediair laat dierlijke meststoffen slechts aanvoeren bij zijn intermediaire onderneming indien deze overeenkomstig artikel 38 is geregistreerd.
### Artikel 48b
**1.** Het vervoer van een vracht drijfmest door een intermediair geschiedt met een transportmiddel dat is uitgerust met de krachtens artikel 70, vierde lid, onderdeel b, voorgeschreven apparatuur die op naam van de intermediair is geregistreerd.
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop de apparatuur, bedoeld in het eerste lid is bevestigd en op welke wijze deze apparatuur is verbonden met de apparatuur, bedoeld in artikel 49, eerste lid.
Dierlijke meststoffen worden vervoerd door een intermediair die zijn onderneming in het kader waarvan het vervoer plaatsvindt overeenkomstig artikel 38 ter registratie heeft aangemeld.
### Artikel 49
**1.** Vervoer van dierlijke meststoffen geschiedt met behulp van een satellietvolgsysteem en apparatuur voor gegevensregistratie.
**1.** Het vervoer van een vracht drijfmest geschiedt met een transportmiddel dat is uitgerust met de krachtens artikel 70, vierde lid, onderdeel b, voorgeschreven apparatuur die op naam van de intermediair is geregistreerd.
**2.** Door middel van de in het eerste lid bedoelde apparatuur worden gegevens betreffende het vervoer van de vracht dierlijke meststoffen langs elektronische weg vastgelegd in het systeem, bedoeld in artikel 51.
**2.** Het vervoer van een vracht dierlijke meststoffen geschiedt met een transportmiddel dat is uitgerust met op naam van de intermediair geregistreerde apparatuur voor automatische gegevensregistratie.
**3.**
**3.** Het vervoer van een vracht dierlijke meststoffen geschiedt met een transportmiddel dat is uitgerust met satellietvolgapparatuur.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over:
a. de eisen waaraan de apparatuur, bedoeld in het eerste lid, moet voldoen, waaronder de eis dat de apparatuur behoort tot een type dat is gekeurd door een door Onze Minister aangewezen instelling;
b. de wijze waarop de apparatuur, bedoeld in het eerste lid, is bevestigd; en
c. de gegevens die met de apparatuur, bedoeld in het eerste lid, moeten worden vastgelegd en de wijze waarop die gegevens moeten worden vastgelegd, bewaard en verstrekt.
**4.** De krachtens het derde lid te stellen regels kunnen voor verschillende categorieën vervoerders, mestsoorten, herkomst of beoogde bestemming verschillend worden vastgesteld.
**4.** Met behulp van de in het tweede en derde lid bedoelde apparatuur worden gegevens betreffende het vervoer van de vracht dierlijke meststoffen vastgelegd.
### Artikel 50
**1.** Voorafgaand aan het vervoer van dierlijke meststoffen doet de vervoerder langs elektronische weg daarvan mededeling aan de minister.
**1.** Een vracht dierlijke meststoffen gaat tijdens het vervoer vergezeld van een op de vracht betrekking hebbend vervoersbewijs, dat overeenkomstig de regels gesteld bij of krachtens paragraaf 2 van dit hoofdstuk is opgemaakt.
**2.**
Ten behoeve van de mededeling, bedoeld in het eerste lid, worden langs elektronische weg gegevens verstrekt die betrekking hebben op dat vervoer van dierlijke meststoffen, waaronder:
a. gegevens die betrekking hebben op de vervoerder;
b. gegevens die betrekking hebben op de leverancier;
c. gegevens die betrekking hebben op de vracht dierlijke meststoffen;
d. gegevens die betrekking hebben op de afnemer;
e. het geplande moment van vervoer van de vracht dierlijke meststoffen.
**3.** Voor de mededeling, bedoeld in het eerste lid, wordt gebruik gemaakt van het systeem, bedoeld in artikel 51.
**4.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de gegevens die moeten worden verstrekt bij de mededeling alsmede over het moment waarop de mededeling, bedoeld in het eerste lid, door de vervoerder wordt gedaan. Deze regels kunnen voor verschillende gevallen verschillend worden vastgesteld.
**5.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de mogelijkheid tot het wijzigen, aanvullen dan wel intrekken van de mededeling en de gegevens die daarbij zijn verstrekt en het moment waarop dit kan plaatsvinden.
**2.** Een vracht zuiveringsslib, compost of mengsels van zuiveringsslib en compost gaat tijdens het vervoer vergezeld van een op de vracht betrekking hebbend afleveringsbewijs, dat overeenkomstig de regels, gesteld bij of krachtens paragraaf 3 van dit hoofdstuk, is opgemaakt.
### Artikel 51
**1.** Bij het vervoer van dierlijke meststoffen wordt gebruik gemaakt van een door de minister beschikbaar gesteld systeem.
**1.** De bij ministeriële regeling aangewezen categorieën vervoerders doen vóór het vervoer van dierlijke meststoffen plaatsvindt daarvan mededeling aan Onze Minister.
**2.** Gegevens worden in het systeem, bedoeld in het eerste lid, verzameld, vastgelegd en verwerkt met het oog op de verantwoording van het vervoer van dierlijke meststoffen en de controle op de naleving van de meststoffenregelgeving teneinde water te beschermen tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen.
**2.** Onze Minister kan een vervoerder verplichten gedurende een door de minister te bepalen periode van ten hoogste één jaar, vóór het vervoer plaatsvindt daarvan steeds mededeling aan de minister te doen.
**3.**
**3.** De in het tweede lid bedoelde periode kan telkens worden verlengd met één jaar.
Ten behoeve van het systeem, bedoeld in het eerste lid, worden langs elektronische weg gegevens verstrekt die zien op elke afzonderlijke fase in het vervoer van dierlijke meststoffen, waaronder:
a. een melding op een bij ministeriële regeling te bepalen moment voorafgaand aan het laden waarmee de vervoerder de gegevens van de mededeling, bedoeld in artikel 50, eerste lid, bevestigt;
b. gegevens die betrekking hebben op het laden van de vracht dierlijke meststoffen;
c. gegevens die betrekking hebben op het wegen van de vracht dierlijke meststoffen;
d. gegevens die betrekking hebben op de bemonstering van de vracht dierlijke meststoffen;
e. gegevens die betrekking hebben op de hoeveelheidsbepaling van de vracht dierlijke meststoffen;
f. gegevens die betrekking hebben op het vervoer van de vracht dierlijke meststoffen;
g. gegevens die betrekking hebben op het lossen van de vracht dierlijke meststoffen.
**4.** De gegevens, bedoeld in het derde lid, worden voor elke fase onverwijld verstrekt en stemmen te allen tijde overeen met de actuele omstandigheden van het vervoer.
**5.** De gegevens, bedoeld in het derde lid, worden volledig en naar waarheid verstrekt.
**6.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de gegevens, bedoeld in het derde lid, en over wie deze gegevens verstrekt.
**7.** Bij ministeriële regeling kan in afwijking van het vierde lid worden bepaald dat voor aldaar omschreven gevallen de verstrekking van gegevens op een ander moment kan plaatsvinden.
**8.** Bij ministeriële regeling kunnen zo nodig in afwijking van het vierde lid regels worden gesteld over de mogelijkheid tot het wijzigen dan wel aanvullen dan wel verwijderen van de gegevens die zijn verstrekt en het moment waarop dit kan plaatsvinden.
**9.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze en het tijdstip waarop de gegevens die worden verstrekt worden opgemaakt en ondertekend.
**10.** De regels, bedoeld in het zesde tot en met negende lid kunnen voor verschillende gevallen verschillend worden vastgesteld.
**11.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop toegang tot het systeem kan worden verkregen.
**4.** Bij de ministeriële regeling kan worden voorgeschreven dat de melding, bedoeld in het eerste en tweede lid, op elektronische wijze geschiedt.
### Artikel 52
**1.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld voor situaties waarin het niet mogelijk is om gebruik te maken van dan wel gegevens te verstrekken aan het door de minister beschikbaar gestelde systeem, bedoeld in artikel 51, eerste lid.
**1.**
**2.**
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over:
De regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen betrekking hebben op:
a. de gevallen waarin en voorwaarden waaronder de artikelen 48 en 49 geheel of gedeeltelijk niet van toepassing zijn;
b. de wijze waarop de apparatuur, bedoeld in artikel 49, is bevestigd;
c. de eisen waaraan de apparatuur voor automatische gegevensregistratie, bedoeld in artikel 49, tweede lid, en de satellietvolgapparatuur, bedoeld in artikel 49, derde lid, moeten voldoen, waaronder de eis dat de apparatuur behoort tot een type dat is gekeurd door een door Onze Minister aangewezen instelling;
d. de gegevens die met de in onderdeel c bedoelde apparatuur moeten worden vastgelegd en de wijze waarop die gegevens moeten worden vastgelegd, bewaard en verstrekt; en
e. de wijze waarop en de termijn waarbinnen de mededeling, bedoeld in artikel 51, wordt gedaan, alsmede de gegevens die de mededeling ten minste bevat.
a. een voorziening, bestaande uit een softwareapplicatie waarmee het mogelijk is om gegevens vast te leggen ingeval er geen netwerkverbinding is of het systeem, bedoeld in artikel 51, eerste lid, tijdelijk niet beschikbaar is;
b. een voorziening voor het op andere wijze verstrekken van gegevens dan langs elektronische weg voor het geval waarin naar het oordeel van de minister sprake is van een uitzonderlijke situatie, waarbij de voorziening, bedoeld in onderdeel a, niet toereikend is;
c. een verplichting tot het doen van een melding langs elektronische weg via het systeem, bedoeld in artikel 51, eerste lid, na gebruik van een voorziening als bedoeld in de onderdelen a of b.
**3.**
De regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen voorts zien op:
a. een nadere omschrijving van situaties waarin gebruik gemaakt kan worden van de voorzieningen zoals omschreven in het tweede lid;
b. de eisen die aan de voorziening, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, worden gesteld, waaronder eisen over het bewaren en op een later moment verstrekken van gegevens aan het systeem, bedoeld in artikel 51, eerste lid, alsmede eisen aan de voor deze voorziening te gebruiken apparatuur en applicaties;
c. de eisen die aan de andere wijze van verstrekken, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, worden gesteld;
d. een omschrijving van de gevallen waarin de melding, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, is vereist, alsmede de eisen aan die melding, waaronder het moment waarop deze melding uiterlijk plaatsvindt;
e. een procedure om:
1.° vast te stellen dat er sprake is van een situatie waarin de voorziening, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, kan worden toegepast, en
2.° vast te stellen dat de aanleiding voor het toepassen van de voorziening, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, niet langer aanwezig is, en
3.° de wijze van communiceren over het moment van openstellen van de voorziening alsmede over het moment waarop deze voorziening niet meer kan worden toegepast.
### Artikel 52a
**1.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder de artikelen 48, 48b, 49, 50 en 51 geheel of gedeeltelijk niet van toepassing zijn.
**2.** De krachtens het eerste lid te stellen regels kunnen voor verschillende categorieën vervoerders, mestsoorten, herkomst of beoogde bestemming verschillend worden vastgesteld.
**2.** De krachtens het eerste lid te stellen regels kunnen voor de in de regeling te onderscheiden mestsoorten en de beoogde bestemming van de meststoffen verschillend worden vastgesteld.
### Paragraaf 2. Vervoersbewijs dierlijke meststoffen
### Artikel 53
Vervallen
**1.** Terzake van het vervoer van een vracht dierlijke meststoffen wordt door de leverancier, de vervoerder en de afnemer gezamenlijk een vervoersbewijs opgemaakt.
### Artikel 54
Vervallen
### Paragraaf 3. Vervoersbewijs zuiveringsslib, compost en overige organische meststoffen
### Artikel 54a
Een vracht zuiveringsslib, compost, mengsels van zuiveringsslib en compost, of krachtens artikel 55, eerste lid, aangewezen overige organische meststoffen gaat tijdens het vervoer vergezeld van een op de vracht betrekking hebbend vervoersbewijs, dat overeenkomstig de regels, gesteld bij of krachtens deze paragraaf, is opgemaakt.
### Artikel 55
**1.** Ter zake van het vervoer van zuiveringsslib, compost en bij ministeriële regeling aangewezen overige organische meststoffen, wordt door de leverancier, de vervoerder en de afnemer gezamenlijk een vervoersbewijs opgemaakt.
**2.** De leverancier en de afnemer dragen er ieder voor zijn deel, en de vervoerder voor het geheel, zorg voor dat het vervoersbewijs overeenkomstig de krachtens artikel 56 gestelde regels volledig en naar waarheid wordt ingevuld en ondertekend.
**2.** De vervoerder draagt er zorg voor dat het vervoersbewijs overeenkomstig de krachtens artikel 54 gestelde regels volledig en naar waarheid wordt ingevuld en door de leverancier, de vervoerder en de afnemer wordt ondertekend.
**3.**
Het vervoersbewijs wordt bij ministeriële regeling vastgesteld en bevat in ieder geval gegevens over:
a. de leverancier, de vervoerder en de afnemer;
b. de hoeveelheid meststoffen;
c. de samenstelling van de meststoffen; en
d. de soort meststoffen.
b. het tijdstip en de locatie van laden en lossen;
c. de hoeveelheid meststoffen; en
d. het soort meststoffen.
**4.** De gegevens op het vervoersbewijs worden niet gewijzigd of onleesbaar gemaakt.
**5.** De op het vervoersbewijs ingevulde gegevens worden op elektronische wijze bij Onze Minister ingediend.
**5.** Terzake van de ondertekening van het vervoersbewijs kunnen de leverancier, de vervoerder en de afnemer elkaar niet machtigen.
**6.** De vervoerder bewaart het vervoersbewijs en de leverancier en de afnemer bewaren een afschrift van het vervoersbewijs als onderdeel van de administratie, bedoeld in de artikelen 32, 39 of 44.
**6.** De op het vervoersbewijs ingevulde gegevens worden op elektronische wijze bij Onze Minister ingediend.
**7.** Voor de ondertekening van het vervoersbewijs kunnen de leverancier, de vervoerder en de afnemer elkaar niet machtigen.
**7.** De vervoerder bewaart het vervoersbewijs en de leverancier en de afnemer bewaren een afschrift van het vervoersbewijs als onderdeel van de administratie, bedoeld in artikel, 39onderscheidenlijk artikel 32.
### Artikel 56
### Artikel 54
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over:
a. de overige op het vervoersbewijs te vermelden gegevens;
b. de wijze en het tijdstip waarop het vervoersbewijs door de leverancier, de vervoerder en de afnemer wordt opgemaakt en ondertekend;
c. de overige ter zake van de vervoerde meststoffen te verstrekken gegevens;
c. de overige ter zake van een vracht dierlijke meststoffen te verstrekken gegevens;
d. de wijze en het tijdstip waarop de op het vervoersbewijs ingevulde gegevens alsmede de gegevens, bedoeld in onderdeel c, worden ingediend; en
e. de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder artikel 55 geheel of gedeeltelijk niet van toepassing is.
e. de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder artikel 53 geheel of gedeeltelijk niet van toepassing is.
## Hoofdstuk IXa. Mestverwerking
### Paragraaf 3. Afleveringsbewijs zuiveringsslib en compost
### Artikel 55
**1.** Terzake van de feitelijke overdracht van zuiveringsslib, compost en mengsels van zuiveringsslib en compost wordt door de leverancier en de afnemer een afleveringsbewijs opgemaakt.
**2.** Het afleveringsbewijs wordt overeenkomstig de krachtens artikel 56 gestelde regels volledig en naar waarheid ingevuld en door de leverancier en de afnemer ondertekend.
**3.**
Het afleveringsbewijs wordt bij ministeriële regeling vastgesteld en bevat in ieder geval gegevens over:
a. de leverancier en de afnemer;
b. de hoeveelheid meststoffen; en
c. de soort meststoffen.
**4.** De leverancier en de afnemer bewaren een afschrift van het afleveringsbewijs als onderdeel van de administratie, bedoeld in artikel 32, onderscheidenlijk artikel 39.
**5.** Artikel 53, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
**6.** Het afleveringsbewijs wordt bij Onze Minister ingediend.
### Artikel 56
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over:
a. de overige op het afleveringsbewijs te vermelden gegevens;
b. de wijze en het tijdstip waarop het afleveringsbewijs door de leverancier en de afnemer wordt opgemaakt en ondertekend;
c. de wijze en het tijdstip waarop het afleveringsbewijs wordt ingediend; en
d. de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder artikel 55 geheel of gedeeltelijk niet van toepassing is.
### Paragraaf 4. Grensoverschrijdende overbrenging
### Artikel 57
Een verwerker verwerkt de hoeveelheid dierlijke meststoffen, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, waarvoor hij met betrekking tot een kalenderjaar mestverwerkingsovereenkomsten heeft gesloten, binnen een bij ministeriële regeling te stellen periode.
Deze paragraaf is niet van toepassing op het voor ten hoogste een tevoren bekende periode binnen Nederlands grondgebied brengen van meststoffen tijdens het vervoer naar een tevoren bekend ander land.
### Artikel 58
Bij ministeriële regeling aan te wijzen soorten dierlijke meststoffen tellen niet mee voor het voldoen aan de verplichting, bedoeld in artikel 33d, eerste lid, van de wet.
Ter zake van meststoffen is Onze Minister de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 36, eerste volzin, van de EEG-verordening.
### Artikel 59
Een overeenkomst gesloten tussen een landbouwer die op zijn bedrijf voor meer dan de helft dierlijke meststoffen, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, van kippen of kalkoenen produceert, en een landbouwer die op zijn bedrijf voor meer dan de helft dierlijke meststoffen, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, van één of meer andere diersoorten of diercategorieën produceert, geldt niet als overeenkomst als bedoeld in artikel 33a, derde lid, onderdeel c, van de wet.
**1.** De kennisgever, bedoeld in artikel 2, onderdeel g, van de EEG-verordening, zendt de kennisgeving, bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, 6, eerste lid, 15, eerste lid, of 17, vierde lid, van die verordening, aan Onze Minister.
**2.** De kennisgever voegt bij de kennisgeving een afschrift van het contract, bedoeld in de artikelen 3, zesde lid, 6, zesde lid, of 15, vierde lid, onderdeel b, van de EEG-verordening.
**3.** Onze Minister zendt de kennisgeving, alsmede een afschrift van het contract, aan de bevoegde autoriteit van bestemming, bedoeld in artikel 2, onderdeel d, van de EEG-verordening, met een afschrift aan de ontvanger, bedoeld in artikel 2, onderdeel h, van die verordening en aan de bevoegde autoriteit van doorvoer, bedoeld in artikel 2, onderdeel e, van die verordening.
### Artikel 60
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld inzake:
**1.**
a. de gegevens, bedoeld in artikel 33b, vijfde lid, van de wet, die moeten worden gemeld;
b. de elektronische melding, bedoeld in artikel 33b, vijfde lid, van de wet.
De financiële zekerheid, bedoeld in artikel 27 van de EEG-verordening, wordt gesteld in de vorm van:
a. een waarborgsom; of
b. een borgtocht in de zin van titel 14 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.
**2.** In afwijking van het eerste lid wordt geen financiële zekerheid gesteld in geval van overbrenging naar Nederland van meststoffen afkomstig van een andere staat waar de EEG-verordening van toepassing is, indien de bevoegde autoriteit van verzending, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van die verordening, een verklaring naar Onze Minister heeft gezonden, waaruit blijkt dat ten behoeve van die bevoegde autoriteit voldoende financiële zekerheid is gesteld.
### Artikel 61
Als huisvestingssysteem als bedoeld in artikel 33a, tweede lid, onderdeel d, onder 1°, van de wet wordt aangewezen een huisvestingssysteem waarbij minimaal tweederde van de oppervlakte van de leefruimte van de dieren is ingestrooid met stro.
**1.** Elke overbrenging van meststoffen als bedoeld in de artikelen 6, eerste lid, 17, vierde lid, en 22, eerste lid, van de EEG-verordening gaat vergezeld van een exemplaar van het begeleidende document, bedoeld in artikel 8, derde lid, van die verordening.
**2.** Elke overbrenging van meststoffen als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, 14, eerste lid, 17, achtste lid, 19, eerste lid en 22, tweede lid, van de EEG-verordening gaat vergezeld van een exemplaar van het begeleidende document met toestemmingsstempel, bedoeld in de artikelen 5, derde lid, 15, achtste lid, of 20, zevende lid, van de EEG-verordening.
**3.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het afschrift, bedoeld in de artikelen 5, tweede lid, 8, tweede lid, en 15, achtste lid, eerste volzin, van de EEG-verordening, op elektronische wijze aan Onze Minister wordt verzonden.
### Artikel 62
Vervallen
**1.** Sluikhandel als bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de EEG-verordening, met betrekking tot meststoffen is verboden.
**2.**
Het is verboden meststoffen over te brengen indien in strijd wordt gehandeld met:
a. een door Onze Minister gestelde voorwaarde als bedoeld in de artikelen 4, tweede lid, onderdeel d, 7, derde lid, 15, vijfde lid, of 23, vierde lid, van de EEG-verordening;
b. de artikelen 5, tweede lid, 8, tweede lid, of 15, achtste lid, eerste volzin, van de EEG-verordening;
c. artikel 28 van de EEG-verordening; of
d. artikel 29 van de EEG-verordening.
**3.** De ontvanger van de meststoffen, bedoeld in artikel 2, onderdeel h, van de EEG-verordening, handelt in overeenstemming met de artikelen 5, vijfde en zesde lid, 8, vijfde en zesde lid, 20, achtste en negende lid, en 23, zevende lid, tweede volzin, van de EEG-verordening.
### Artikel 63
Vervallen
Afschriften van de documenten, bedoeld in artikel 35 van de EEG-verordening, worden door de kennisgever en de ontvanger bewaard als onderdeel van de administratie, bedoeld in artikel 39, dan wel 32.
### Artikel 64
Vervallen
**1.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent de wijze waarop de financiële zekerheid, bedoeld in artikel 60, eerste lid, wordt gesteld, de voorwaarden waaraan de zekerheid voldoet en het bedrag waarvoor zekerheid wordt gesteld.
**2.**
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent:
a. de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder artikel 59, tweede lid, niet van toepassing is;
b. de op de verklaring, bedoeld in artikel 60, tweede lid, in te vullen gegevens en;
c. de wijze waarop het afschrift, bedoeld in artikel 61, derde lid, wordt verzonden.
## Hoofdstuk X. Regels inzake de hoeveelheidbepaling
### Artikel 65
De aantallen dieren en hoeveelheden meststoffen, diervoeders, melk en eieren, de fosfaattoestand van de bodem en de gewasopbrengst ter zake waarvan een landbouwer of een ondernemer ingevolge de bij of krachtens dit besluit gestelde regels gegevens in zijn administratie moet opnemen of gegevens moet verstrekken worden bepaald overeenkomstig dit hoofdstuk.
De aantallen dieren en hoeveelheden meststoffen, diervoeders, melk en eieren ter zake waarvan een landbouwer of een ondernemer ingevolge de bij of krachtens dit besluit gestelde regels gegevens in zijn administratie moet opnemen of gegevens moet verstrekken worden bepaald overeenkomstig dit hoofdstuk.
### Artikel 66
@ -925,7 +602,7 @@ b. de overeenkomstig onderdeel a berekende hoeveelheid te verminderen met de hoe
### Artikel 68
**1.** De op een bedrijf of onderneming in het kader waarvan meststoffen worden verhandeld aangevoerde hoeveelheid meststoffen, de van een bedrijf of onderneming afgevoerde hoeveelheid meststoffen en de binnen een onderneming in het kader waarvan meststoffen worden verhandeld vervoerde hoeveelheid meststoffen worden bepaald op basis van het gewicht of het volume en het stikstofgehalte, onderscheidenlijk fosfaatgehalte van de desbetreffende meststoffen.
**1.** De op een bedrijf of intermediaire onderneming aangevoerde hoeveelheid meststoffen, de van een bedrijf of onderneming afgevoerde hoeveelheid meststoffen en de binnen een intermediaire onderneming vervoerde hoeveelheid meststoffen worden bepaald op basis van het gewicht of het volume en het stikstofgehalte, onderscheidenlijk fosfaatgehalte van de desbetreffende meststoffen.
**2.** De in enig kalenderjaar op een bedrijf per saldo uit opslag gekomen hoeveelheid dierlijke meststoffen wordt bepaald door de aan het eind van het voorgaande kalenderjaar op het bedrijf opgeslagen hoeveelheid dierlijke meststoffen te verminderen met de aan het eind van desbetreffend kalenderjaar op het bedrijf opgeslagen hoeveelheid dierlijke meststoffen.
@ -933,7 +610,7 @@ b. de overeenkomstig onderdeel a berekende hoeveelheid te verminderen met de hoe
**4.** De op een bedrijf als bedoeld in het derde lid opgeslagen hoeveelheid overige meststoffen wordt bepaald op basis van het gewicht of het volume en het stikstofgehalte, onderscheidenlijk fosfaatgehalte van de desbetreffende meststoffen.
**5.** De op een onderneming in het kader waarvan meststoffen worden verhandeld of op een bedrijf waar geen dierlijke meststoffen worden geproduceerd opgeslagen hoeveelheid meststoffen wordt bepaald op basis van het gewicht of het volume en het stikstofgehalte, onderscheidenlijk fosfaatgehalte van de desbetreffende meststoffen.
**5.** De op een intermediaire onderneming of op een bedrijf waar geen dierlijke meststoffen worden geproduceerd opgeslagen hoeveelheid meststoffen wordt bepaald op basis van het gewicht of het volume en het stikstofgehalte, onderscheidenlijk fosfaatgehalte van de desbetreffende meststoffen.
### Artikel 69
@ -941,10 +618,6 @@ b. de overeenkomstig onderdeel a berekende hoeveelheid te verminderen met de hoe
**2.** Het gemiddelde aantal in een kalenderjaar voor gebruiks- en winstdoeleinden op het bedrijf gehouden dan wel anderszins aanwezige dieren, anders dan runderen, varkens, kippen en kalkoenen, onderscheiden naar diersoorten en diercategorieën per soort, voor zover dit onderscheid wordt gemaakt in de krachtens de artikelen 36 of 70 gestelde regels, wordt bepaald door de som van de op de eerste dag van iedere maand aanwezige aantallen van deze dieren, te delen door twaalf.
### Artikel 69a
Vervallen
### Artikel 70
**1.**
@ -966,7 +639,7 @@ b. de hoeveelheid aangevoerde of afgevoerde dierlijke meststoffen in zoverre in
**4.**
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de vaststellingen ten behoeve van de bepaling van de hoeveelheden, bedoeld in de artikelen 66, 67, 68 en 69 en ten behoeve van de bepaling van de fosfaattoestand van de bodem, bedoeld in artikel 21a, eerste lid. Deze regels kunnen betrekking hebben op:
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot devaststellingen ten behoeve van de bepaling van de hoeveelheden, bedoeld in de artikelen 66, 67, 68 en 69. Deze regels kunnen betrekking hebben op:
a. de methode van gewichtsbepaling, volumebepaling, bemonstering, analyse en bepaling van het ureumgehalte van koemelk;
b. de ten behoeve van de vaststelling te gebruiken apparatuur;
@ -974,112 +647,45 @@ c. de bevoegdheid tot het doen van de vaststelling, welke bevoegdheid kan worden
d. de plaats, het moment en de frequentie van vaststelling, daaronder begrepen tellingen voor de vaststelling van het gemiddelde aantal dieren; en
e. de verantwoording van de vaststellingen.
## Hoofdstuk Xa. Verantwoorde groei melkveehouderij
### Artikel 70a
Vervallen
## Hoofdstuk XI. Overige bepalingen
### Artikel 71
Vervallen
**1.** Voor de toepassing van de krachtens artikel 5e, zesde lid, van de wet gestelde regels meldt de landbouwer zijn bedrijf uiterlijk 31 december van het desbetreffende jaar aan bij Onze Minister.
**2.** De in het eerste lid bedoelde melding vindt plaats door indiening van het volledig en naar waarheid ingevulde en ondertekende daartoe bestemde formulier, dat door Onze Minister wordt verstrekt.
### Artikel 72
**1.** Op verzoek van een landbouwer met een nieuw gestart bedrijf, verhoogt Onze Minister het fosfaatrecht, bedoeld in artikel 23, derde lid, van de wet.
**1.** Ter uitvoering van de artikelen 35, 36, 43, 45 en 46 en de krachtens artikel 70, vierde lid, gestelde regels, kan bij ministeriële regeling medewerking gevorderd van het bestuur van een bedrijfslichaam.
**2.**
**2.** De in het eerste lid bedoelde medewerking kan bestaan uit het verrichten van de noodzakelijke werkzaamheden en het overeenkomstig de krachtens de artikelen 36, 46 en 70, vierde lid, gestelde regels, bij verordening stellen van nadere regels, inzake het inwinnen en registreren van de in de artikelen 35, 36, 43, 45 en 46 bedoelde gegevens alsmede inzake de bepaling van het ureumgehalte van koemelk en de bevoegdheid tot het doen van de voor de bepaling van dat gehalte noodzakelijke vaststellingen.
Een nieuw gestart bedrijf als bedoeld in het eerste lid, is een bedrijf dat aantoonbaar:
**3.** De krachtens verordening vastgestelde voorschriften en vastgestelde besluiten behoeven de goedkeuring van Onze Minister.
a. beschikt over een voor 2 juli 2015 aan de landbouwer verleende omgevingsvergunning voor het oprichten van een bedrijf voor het houden van melkvee of over een voor 2 juli 2015 door de landbouwer ingediende melding als bedoeld in artikel 1.10 van het Activiteitenbesluit Milieubeheer voor het houden van melkvee;
b. onomkeerbare financiële verplichtingen is aangegaan voor 2 juli 2015;
c. tussen 1 januari 2014 en 2 juli 2015 is gestart met de productie van melk bestemd voor consumptie of verwerking;
d. op 1 januari 2018 minimaal 15 melk- en kalfkoeien hield als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel kk, onder 1°, van de wet;
e. geen aanspraak maakt op rechten uit hoofde van artikel 23, vierde lid, van de wet.
**3.** De verhoging, bedoeld in het eerste lid, is 50 procent van het verschil tussen het aantal kilogrammen fosfaat dat uit hoofde van artikel 23, derde lid, van de wet is vastgesteld en het aantal kilogrammen fosfaat dat redelijkerwijs in een kalenderjaar met op 2 juli 2015 aanwezige stalcapaciteit voor melkvee geproduceerd had kunnen worden.
**4.** De verhoging, bedoeld in het eerste lid, vindt niet plaats indien het verschil, bedoeld in het tweede lid, kleiner is dan 10 procent.
**5.** Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt voor 1 april 2018 ingediend met gebruikmaking van een door Onze Minister elektronisch beschikbaar gesteld middel.
**6.** Een bedrijf dat op 2 juli 2015 vrouwelijk jongvee voor de melkveehouderij hield en dat tussen 2 juli 2015 en 1 januari 2018 is gestart met de productie van melk bestemd voor consumptie of verwerking, wordt in afwijking van het tweede lid, onderdeel c, aangemerkt als nieuw gestart bedrijf. In afwijking van het vijfde lid, wordt het verzoek door een landbouwer op grond van dit artikellid ingediend voor 15 oktober 2018.
### Artikel 72a
**1.** Indien op een bedrijf op 2 juli 2015 tijdelijk minder melkvee werd gehouden of over minder fosfaatruimte werd beschikt door de realisatie van een natuurgebied of de aanleg of onderhoud van publieke infrastructuur, verhoogt Onze Minister op verzoek van de landbouwer het fosfaatrecht dat uit hoofde van artikel 23, derde lid, van de wet, wordt vastgesteld.
**2.** De verhoging, bedoeld in het eerste lid, bedraagt het aantal kilogrammen fosfaat waarvan de landbouwer aannemelijk heeft gemaakt dat deze zonder de in het eerste lid omschreven omstandigheden in de vaststelling van het fosfaatrecht zouden zijn betrokken.
**3.** De verhoging, bedoeld in het eerste lid, vindt niet plaats indien deze kleiner is dan 5 procent van het fosfaatrecht dat wordt vastgesteld uit hoofde van artikel 23, derde lid, van de wet.
**4.** Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt voor 1 april 2018 ingediend met gebruikmaking van een door Onze Minister elektronisch beschikbaar gesteld middel.
### Artikel 72b
**1.** Het fosfaatrecht, bedoeld in artikel 23, derde en zesde lid, en de verhoging van het fosfaatrecht, bedoeld in artikel 23, vierde en negende lid, van de wet, wordt verminderd met 8,3 procent.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op een bedrijf waarvan de productie van dierlijke meststoffen door melkvee in kilogrammen fosfaat in het kalenderjaar 2015, verminderd met de fosfaatruimte in dat kalenderjaar, negatief of nul is.
**3.** Bij de toepassing van het percentage, bedoeld in het eerste lid, wordt, het fosfaatrecht slechts verminderd voor zover een gehele uitoefening van het fosfaatrecht de fosfaatruimte in het kalenderjaar 2015 van dat bedrijf te boven gaat.
### Artikel 72c
In geval van overtreding van artikel 51, eerste lid, bedraagt de bestuurlijke boete voor de vervoerder € 1.500.
**4.** Onze Minister kan met betrekking tot het verlenen van medewerking beleidsregels stellen.
### Artikel 73
**1.**
De volgende besluiten worden ingetrokken:
De hoogte van de op grond van artikel 62, tweede lid, van de wet te bepalen bestuurlijke boete bedraagt voor de volgende categorieën:
a. niet op de voorgeschreven wijze administreren, registreren, melden of invullen van gegevens: € 50;
b. niet tijdig administreren, registreren, melden of indienen: € 100;
c. niet volledig administreren, registreren, melden of invullen of niet ondertekenen: € 200;
d. niet naar waarheid administreren, registreren, melden of invullen: € 300;
e. niet administreren, registreren, melden, indienen of aanwezig hebben: € 300.
**2.** Bij ministeriële regeling wordt per overtreding de hoogte van de bestuurlijke boete aangewezen overeenkomstig het eerste lid.
### Artikel 73a
**1.** Het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet, zoals dit zal luiden na volledige inwerkingtreding van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), kan voorafgaand aan die volledige inwerkingtreding van toepassing zijn op een leverancier, vervoerder of afnemer van dierlijke meststoffen, indien hij zich met het oog op vroegtijdige toepassing van de regels van het rVDM-systeem eenmalig bij de minister heeft gemeld.
**2.** Na de melding, bedoeld in het eerste lid, maken de vervoerder, leverancier en afnemer per vracht dierlijke meststoffen een keuze of zij de huidige regels voor de verantwoording van het vervoer van dierlijke meststoffen toepassen dan wel volgens het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet, zoals dit zal luiden na volledige inwerkingtreding van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en de noodvoorziening (Stb. 2022, 297).
**3.** Bij de melding, bedoeld in het eerste lid, verklaren de betrokken leverancier, vervoerder en afnemer zich met het oog op het vervoer van dierlijke meststoffen gebonden aan de nieuwe regels indien zij voor de betreffende vracht kiezen om het rVDM-systeem toe te passen.
**4.** De keuze van de vervoerder, leverancier en afnemer voor toepassing van het rVDM-systeem, bedoeld in het tweede lid, blijkt uit het doen van de mededeling, bedoeld in artikel 50, eerste lid, zoals dit zal luiden na volledige inwerkingtreding van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en de noodvoorziening (Stb. 2022, 297).
**5.**
Bij ministeriële regeling worden regels dan wel nadere regels gesteld over:
a. de melding, bedoeld in het eerste lid;
b. de voorwaarden voor het doen van de melding, bedoeld in het eerste lid;
c. het aanwijzen van gevallen waarvoor betrokken vervoerders, leveranciers en afnemers de nieuwe regels van het rVDM-systeem, per vracht dierlijke meststoffen, niet kunnen toepassen waarbij in elk geval gedifferentieerd kan worden op mestsoort, bijzondere situatie en vervoersstroom;
d. het bepalen van het ingangstijdstip alsmede de voorwaarden waaronder de nieuwe regels van toepassing zullen zijn op degenen die zich voor toepassing van het rVDM-systeem hebben gemeld.
**6.** In uitzonderlijke omstandigheden kan Onze minister besluiten dat voor degenen die zich hebben aangemeld voor de vroegtijdige toepassing van het rVDM-systeem, bedoeld in het eerste lid, met ingang van een door hem bepaald tijdstip en voor een door hem bepaalde duur niettemin uitsluitend de bestaande regels voor de verantwoording van het vervoer van dierlijke meststoffen van toepassing zijn.
a. het Besluit administratieve verplichtingen Meststoffenwet;
b. het Besluit hardheidsgevallen herstructurering varkenshouderij;
c. het Besluit opslagcapaciteit dierlijke meststoffen Meststoffenwet;
d. het Besluit verkleining oppervlakte landbouwgrond Meststoffenwet;
e. het Besluit voorraden Meststoffenwet;
f. het Besluit zand- en lössgronden;
g. het Registratiebesluit dierlijke meststoffen;
h. het Uitvoeringsbesluit pluimveerechten Meststoffenwet; en
i. het Uitvoeringsbesluit Wet herstructurering varkenshouderij.
### Artikel 74
**1.** Het percentage, bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de wet, waartoe de vergroting van het varkensrecht wordt beperkt, bedraagt 100 procent.
**2.** Het percentage, bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de wet, waartoe de vergroting van het pluimveerecht wordt beperkt, bedraagt 100 procent.
**3.** Het percentage, bedoeld in artikel 32a, eerste lid, van de wet, waartoe de vergroting van het fosfaatrecht wordt beperkt, bedraagt 70 procent.
Wijzigt het Besluit identificatie en registratie van dieren.
### Artikel 75
Het percentage, bedoeld in artikel 33, eerste lid, van de wet, waarmee het op het bedrijf rustende productierecht op het moment van de bedrijfsoverdracht wordt verlaagd, bedraagt:
a. 0 procent in geval van een varkensrecht;
b. 0 procent in geval van een pluimveerecht; of
c. 30 procent in geval van een fosfaatrecht.
Wijzigt het Besluit diervoeders.
### Artikel 76
@ -1087,21 +693,17 @@ Wijzigt het Destructiebesluit.
### Artikel 77
Vervallen
Wijzigt dit besluit, het Besluit identificatie en registratie van dieren en het Besluit diervoeders.
### Artikel 78
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2006.
### Artikel 78a
Vervallen
### Artikel 79
Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet.
## Bijlage I. behorende bij
## Bijlage I. behorend bij
*[afbeelding]*
@ -1139,9 +741,9 @@ Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet.
*[afbeelding]*
*[afbeelding]*
Kaart 10 Oost niet opgenomen.
*[afbeelding]*
Kaart 11 West niet opgenomen.
*[afbeelding]*
@ -1149,7 +751,7 @@ Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet.
Kaart 12 Oost niet opgenomen.
*[afbeelding]*
Kaart 13 West niet opgenomen.
*[afbeelding]*
@ -1321,12 +923,4 @@ Kaart 12 Oost niet opgenomen.
*[afbeelding]*
## Bijlage II. behorende bij het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
Voor de toepassing van deze tabel zijn de maximale waarden van toepassing die behoren bij dat waardegevende bestanddeel waarvan bij het toedienen van een toenemende hoeveelheid van de meststof, de hoeveelheden van 80 kilogram fosfaat, 100 kg stikstof, 150 kilogram kali, 400 kilogram neutraliserende waarde of 3000 kilogram organische stof het éérst wordt bereikt.
Voor de toepassing van deze tabel zijn de maximale waarden van toepassing die behoren bij dat waardegevende bestanddeel waarvan bij het toedienen van een toenemende hoeveelheid van de meststof, de hoeveelheden van 80 kilogram fosfaat, 100 kg stikstof, 150 kilogram kali, 400 kilogram neutraliserende waarde of 3000 kilogram organische stof het éérst wordt bereikt.
## Bijlage III. (behorende bij
Vervallen
## Bijlage II. bij